Roermond (; Limburgs: Remunj; Duits (verouderd): Rurmund) is een stadANWB Topografische Atlas Limburg (2005) - kaart 48 196-356, . in de Nederlandse provincie Limburg. De stad is de zetel van het bisdom Roermond en telt inwoners (per , bron: CBS). De stad is de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente. De gemeente had op een inwoneraantal van . Roermond ligt aan de samenvloeiing van de Roer en de Maas. Samen met de stad Weert vormt Roermond de ontwikkelas van de regio Midden-Limburg.
Roermond was in de late middeleeuwen een Hanzestad, en een van de vier hoofdsteden van het oude hertogdom Gelre, tweede in omvang en grootste qua handel.
Naam
Roermond werd in 1130 Ruregemunde genoemd. Het eerste woorddeel verwijst naar de rivier de Roer, die genoemd zou zijn naar een Keltisch-Germaanse watergodin "Rura". Het tweede woorddeel lijkt te verwijzen naar de "monding" van de Roer, maar dit is minder waarschijnlijk aangezien de Roer en de Maas tot ±1340 aan de Weerd samenkwamen. Daarna brak de Maas ter hoogte van Beegden door haar oevers en werd de Hambeek, 1 km ten zuidwesten van Roermond, een tweede uitmonding van de Roer in de Maas, waardoor aldus een deltamonding ontstond. Andere verklaringen, nl. dat "monde" zou verwijzen naar een (eventueel versterkte) heuvel, een brug of een Frankische burcht zijn evenmin zeker.
Geschiedenis Middeleeuwen thumb|Kaart van Roermond en omgeving door Jacob van Deventer, eind 16e eeuw Een in 1968 gevonden Romeinse offersteen wijst op bewoning van de plaats waar nu Roermond ligt in de 3e eeuw. Later ontstond een nederzetting op de zogeheten Christoffelberg of Buitenop, een hoogte ten westen van de huidige Sint-Christoffelkathedraal. Tussen twee Roerarmen ontstond een versterking, ten zuidoosten daarvan een handelsnederzetting.
In 1130 werd voor het eerst schriftelijk gewag gemaakt van Ruremunde, en in de 12e eeuw was er al sprake van een primitieve aarden versterking. In 1213 werd de plaats echter verwoest door keizer Otto IV tijdens zijn strijd tegen de Hohenstaufen. Roermond kwam te behoren tot Opper-Gelre. Swalmen en delen van Dalenbroek horen nu bij de gemeente Roermond, maar maakten indertijd deel uit van het naburige hertogdom Gulik. Tussen de huidige Swalmer-, Bethlehem-, Dionisius-, Lelie- en Paredisstraat werd de herbouw aangepakt en in 1218 werd de Munsterabdij gesticht. In 1232 verkreeg de plaats stadsrechten van graaf Otto II en werd de eerste ommuring aangebracht, waarbij de Christoffelberg buiten de muren kwam te liggen. In 1342 werd de bedding van de Maas verlegd, en deze kwam dichter bij de stad te lopen. De Voorstad Sint-Jacob ontstond tussen Maas en Roer, en aan een Roerarm ontstonden twee dubbele watermolens. Een tweede ommuring kwam midden 14e eeuw tot stand. De Munsterabdij, het in 1317 gestichte Minderbroedersklooster, het in 1376 gestichte Kartuizerklooster en het Begijnhof van 1388 kwamen binnen de ommuring te liggen. De Christoffelberg werd 1388 afgegraven omdat deze slecht te verdedigen bleek. De daar gelegen Sint-Christoffelkerk werd gesloopt en verplaatst naar binnen de ommuring.
Roermond werd in 1547 de hoofdstad van Opper-Gelre. Dankzij de scheepvaart op de Maas kon de stad in 1441 lid worden van de Hanze. Bovendien verwierf ze in 1472 het muntrecht. Opper-Gelre viel in 1543 aan de Habsburgse Nederlanden, aan het einde van de Gelderse Oorlogen. Niet veel later werd de stad getroffen door de stadsbrand van 1554. In 1559 kreeg de stad een bisschopszetel. De Heilige Geestkerk, in de 13e eeuw gebouwd, werd kathedraal. In 1661 werd overigens de Sint-Christoffelkerk tot kathedraal verheven, terwijl de Heilige Geestkerk in 1821 werd gesloopt.
Tachtigjarige Oorlog tot de Franse tijd thumb|Overzicht van in het hospitaal te Roermond opgenomen zieke en gewonde soldaten uit het leger van stadhouder Willem III, 1676Zie ook: verzoekschrift van Willem III aan het hospitaal te Roermond, HCL Maastricht, 01.005A, inv.nr. 1, op Wikimedia Commons. De stad nam geen deel aan de Nederlandse Opstand. Aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog arriveerde Willem van Oranje en veroverde Roermond in juli 1572, om de stad weer achter te laten in oktober. Tijdens deze bezetting werd door de soldaten van Willem van Oranje een bloedbad aangericht in het Kartuizerklooster, zie: Martelaren van Roermond. Hierna liet de bevolking Don Frederik zonder verzet zijn intrede doen.
Rond 1613 werden te Roermond 64 van hekserij beschuldigde personen verbrand. Gedurende een maand werden er elke dag twee heksen verbrand.
De Staatse legers beroerden de regio daarna niet meer, tot de Veldtocht langs de Maas van 1632 waarbij de Republiek met gemak Roermond innam. Stadhouder Ernst Casimir van Nassau-Dietz werd tijdens het beleg gedood, toen bij het inspecteren van de loopgraven een musketschot hem in het hoofd trof.
Enkele jaren later werd Roermond heroverd door de Spanjaarden. De stadsbrand van 1665 legde opnieuw het grootste deel van de stad in de as, maar herbouw volgde spoedig. Het bleef daarna Spaans tot aan de Spaanse Successieoorlog, waarbij Opper-Gelre in 1702 ingenomen werd door Franse troepen, maar daarna nog tot 1716 onder Staats bestuur viel. Door de Vrede van Utrecht (1713) en het nieuwe Barrièretraktaat keerde Roermond terug naar de Zuidelijke Nederlanden die nu in handen kwamen van het aartshertogdom Oostenrijk; het werd toen de hoofdplaats van Oostenrijks-Gelre. Na 1783, onder Keizer Jozef II, werden de kloosters gesloten en werd een begin gemaakt met de sloop van de stadsmuren.
Franse tijd en industrialisatie De Eerste Franse Republiek had de stad in 1792-1793 enkele maanden in handen, onder leiding van Francisco de Miranda. De stad was definitief Frans van 1794 tot 1814, en behoorde toen tot het departement Nedermaas. De laatste van de vele kloosters in de stad werden in deze periode opgeheven. In 1801 werd ook het bisdom opgeheven. Na de verdrijving van de Franse troepen werd Roermond in 1815 overgedragen aan het nieuwe Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Het werd toen de hoofdplaats van een van de drie arrondissementen van de nieuwe provincie Limburg. Bij het uiteenvallen van de jonge staat in 1830 bleef Roermond (als voor de Franse Tijd) Belgisch. Het Verdrag van Londen (1839) maakte Roermond een Nederlandse stad. Tevens bleef het tot 1867 lid van de Duitse Bond.
In 1853 werd het bisdom Roermond opnieuw ingesteld. Roermond werd een kerkelijk centrum waar ook tal van ateliers actief waren die kerkelijke kunstnijverheid vervaardigden. De spoorlijn Venlo-Maastricht van 1865, de Maasbrug van 1867 en de IJzeren Rijn van 1879 zorgden voor economische opbloei en enige industrialisatie. Eind 19e eeuw werd de omwalling geslecht, werd er gebouwd langs de singels en werd de Hamstraat belangrijk als winkelstraat. Na 1914 kwam de woonwijk Roermondse Veld, ten oosten van het station, ontwikkeld en in de jaren 30 volgde de villawijk Roerzicht ten zuiden van de oude stad.
In 1919 kreeg Roermond het eerste Nederlandse vrouwelijke raadslid, Mathilde Haan.
Na 1940 thumb|Polygoonjournaalfilmpje uit 1932. Burgemeester M.A.M. Waszink spreekt over de 700 jaar oude stad Roermond thumb|Hoogwaterkering in de Roer.
Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog lag Roermond enkele maanden in de frontlijn. De westoever van de Maas was al op 14 november 1944 bevrijd door de verovering van de sluis bij Panheel, en van daaruit werd de stad met artillerie beschoten. De bevolking werd geëvacueerd en de toren van de kathedraal werd door de Duitse bezetter opgeblazen. De stad werd bevrijd op 1 maart 1945 door soldaten van het 9e Amerikaanse Leger onder leiding van generaal-majoor John B. Anderson tijdens de Operatie Grenade.
Na de Tweede Wereldoorlog werd de gemeente uitgebreid met het grondgebied van Maasniel en Herten. De opkomst van de textielindustrie (onder anderen Van de Kimmenade) maakte (tijdelijk) een einde aan de werkloosheid die hier na de Tweede Wereldoorlog heerste. De inmiddels tot een middelgrote stad uitgegroeide plaats kreeg in 1993 en 1995 te maken met overstromingen, waarbij delen van de bevolking werden geëvacueerd.
Ten gevolge van de Tweede Wereldoorlog had zo'n 90% van de bebouwing in Roermond schade opgelopen. Onder de algemene leus die in Nederland heerste, "Nederland zal herrijzen", begon de stad aan de herstelwerkzaamheden. Een belangrijke gebeurtenis was het gereedkomen van de tunnel onder het spoor in 1956, waarmee het centrum van de stad met de nieuwe, oostelijk gelegen wijken werd verbonden.J.G.F.M.G. baron van Hövell tot Westerflier, Roermond vroeger en nu, Bussum 1968 Een van die wijken was het Roermondse Veld, en later ontstonden ook de Kemp (zuidoosten) en de villawijk Roer (zuidwesten). Deze grootschalige wijken zorgden voor een snelle bevolkingsgroei, maar hadden als keerzijde dat de aan woningbouw toegekende grond van de gemeente spoedig was volgebouwd. Ook werd in deze periode begonnen met de bouw van de 176-meter hoge radio-TV toren, deze kwam in 1964 gereed (in 2007 ingekort tot 156 m). Met de annexatie van Maasniel in 1959 kreeg de stad nieuwe grond, die zich uitstrekte tot aan de grens met Duitsland; de nieuwe gemeentegrens werd tevens Rijksgrens. Dat de plattelandsgemeente Maasniel bij het stedelijke Roermond werd gevoegd vormde in 1959 de eerste grote herindeling in Nederlands Limburg. De kwestie Maasniel geeft een doorkijk op de ontwikkeling van stad-land-relaties in Midden-Limburg.Prof. dr. Theo Beckers, De kwestie Maasniel. Strijd om eigen identiteit. Utrecht: Matrijs, 2006
De groei zette zich voort in de aanleg van een tweetal grote industrieterreinen: in het noorden openden Prinses Beatrix en Prins Claus in 1967 de Willem-Alexanderhaven, genoemd naar hun zoon, omdat het de eerste officiële handeling was die ze na zijn geboorte verrichtten. In het zuidoosten werd het 450 ha grote industrieterrein Heide (nu beter bekend als Heide-Roerstreek) aangelegd, in samenwerking met vier andere Roerstreekgemeenten. Omdat de industriële ontwikkeling gelijk zou moeten lopen met de woningbouw, werd begonnen met de aanleg van de Donderberg. Deze wijk, die op grondgebied van de voormalige gemeente Maasniel werd gebouwd, bestond uit een vijftal grote flats, die samen met de omliggende laagbouw 13.000 bewoners huisvesten. Deze flats waren de eerste hoogbouwprojecten van Roermond. Ook de aanleg van de N280 tussen Roermond en Baexem en de komst van Hema en V&D zorgden voor een impuls in de stad
Met de fusie van Herten in 1991, kreeg Roermond nieuwe uitbreidingsmogelijkheden. Het van oorsprong kleine dorp groeide in 15 jaar uit tot een volwaardig stadsdeel en zal na de voltooiing van de wijk Oolderveste (900 woningen) nagenoeg zijn volgebouwd. De Maasplassen leggen de stad beperkingen op wat betreft uitbreiding in het westen en nu richt de stad zich momenteel op het oostelijk gebied. Men begon de bouw van Tegelarijeveld Oost (200 woningen), waarmee de eerste aanzet tot een dergelijke uitbreiding begon. De stad aast verder al lange tijd op het Leropperveld, een grootschalig natuurgebied tussen Roermond en Lerop, waar ruimte is voor woningbouw. Weerstand van de gemeente Roerdalen, natuurbeschermingsgroepen en politieke belemmeringen zorgden ervoor dat een woningbouwplan (maximaal 3100 woningen) hier voorlopig van de baan is. Verder krijgt de kern Asenray er 2 buurten bij. Een wijk met 251 woningen en een (vedische) wijk met 71 woningen
In de stad zelf bouwde Roermond op een aantal locaties de hoogte in: Ernst Casimirtoren (44 meter), Kazernevoorterrein (45 meter), de omstreden woontoren Toerist (40 meter) en Natalinitoren (61 meter) zijn enkele hoogbouwprojecten die tot 2011 werden gerealiseerd. Er bestaan plannen om het stationsgebied opnieuw in te richten. Voorts is de bouw gestart van woon/cultuurwijk Roerdelta (totaal 770 woningen), Jazz City, Neeldervelt en Sjtadshaof. In 2017 kwam de grote verbouwing van het Laurentiusziekenhuis gereed.
Topografie
Fotogalerij
Meer recente gebeurtenissen