thumb|Homeopathische middelen Homeopathie (Oud Grieks: ὅμοιος, homoios, gelijksoortig en πάθος, pathos, lijden of ziekte) is een verzameling pseudowetenschappelijke therapieën gebaseerd op de ontkrachte ideeën van de Duitse arts Samuel Hahnemann. Het belangrijkste daarvan is het gelijksoortigheidsbeginsel, dat inhoudt dat een homeopathisch geneesmiddel volgens Hahnemann geschikt is voor de behandeling van een ziekte als het middel bij een gezond persoon dezelfde ziekteverschijnselen opwekt als die waaraan de zieke lijdt.
Hoewel homeopathie een van de meest onderzochte alternatieve geneeswijzen is, wordt de toegeschreven klinische werkzaamheid niet ondersteund door wetenschappelijk bewijs. De werking van homeopathie is niet groter dan die van placebo's. Homeopathie wordt daarom tot de pseudowetenschappen gerekend. Garrett Fagan, ed. Archaeological Fantasies: How Pseudoarchaeology Misrepresents The Past and Misleads the Public. 2004. "Examples of pseudosciences are astrology, homeopathy ..." (blz. 5).
Principe thumb|De Duitse arts en chemicus Samuel Hahnemann (1755-1843) wordt beschouwd als grondlegger van de homeopathie De homeopathische leer heeft het gelijksoortigheidsbeginsel als uitgangspunt. Dit beginsel volgt het adagium similia similibus curentur ("het gelijke wordt door het gelijkende genezen").Op zoek naar het similiaprincipe: Homeopaten weerleggen Hahnemanns leer Rob Nanninga in Skepter, jaargang 26, nummer 1, 2013. Gearchiveerd op 24 september 2015. Het stelt dat een ziekte genezen kan worden door een middel dat bestaat uit een verdunde oplossing van een stof die dezelfde symptomen veroorzaakt als de ziekte.Organon der geneeskunde § 22, Samuel Hahnemann Een voorbeeld is de nosode (Grieks nosos, ziekte), gemaakt van de ziekteverwekker of ziek weefsel.Het tegenovergestelde is een sarcode, een preparatie van gezond weefsel Daarnaast veronderstelt de homeopathische leer dat tijdens het potentiëren, waarbij de grondstof of oertinctuur in een aantal stappen extreem verdund en geschud wordt, de werking van de grondstof overgaat op het oplosmiddel.
Homeopathische middelen worden bereid op basis van zeer diverse grondstoffen en materialen, waaronder stoffen van minerale, plantaardige of dierlijke oorsprong die bij toediening in pure vorm geacht worden juist die symptomen te geven die lijken op die van de te bestrijden ziekte. In de industrie wordt uit kostenoverwegingen gepotentieerd door het middel machinaal krachtig in het oplosmiddel te spuiten. Het extreem verdunde eindproduct wordt geacht zonder bijwerkingen de ziektesymptomen te doen verdwijnen. Het boekwerk Materia Medica Pura — waar Hahnemann in 18111811. Materia Medica Pura. Dresden. Arnold. 6 vols. Vol. 1 1811; vol. 2, 1816; vol. 3, 1817; vol. 4, 1818; vol. 5, 1819; vol. 6, 1821. 2d edition. Vol. 1, 1822; vol. 2, 1824; vol. 3, 1825; vol. 4, 1825; vol. 5, 1826; vol. 6, 1827. een begin mee maakte en dat sindsdienThe Encyclopedia of pure Materia Medica, T.F. Allen M.D. werd uitgebreid — vormt de basis van de geneesmiddelkennis van de homeopathie. Zowel verdunde als onverdunde middelen worden hierin opgenomen.
Stromingen De homeopathie kent drie grote stromingen, te weten de klassieke, de klinische en de complexe homeopathie.
Klassieke homeopathie In de klassieke homeopathie wordt gewerkt volgens de leer van Hahnemann: de klassieke homeopaat noteert nauwkeurig alle symptomen die hem opvallen, inclusief allerhande verschijnselen die door artsen meestal buiten beschouwing worden gelaten.Lijst van symptomen bij het middel "Falco peregrinus disciplinatus"; ; Ook betrekt men hierbij de kenmerken en de (ziekte)geschiedenis van de individuele patiënt. Vervolgens wordt in verdunning één middel toegediend, waarvan men aanneemt dat dit onverdund diezelfde verschijnselen zou geven. Bijvoorbeeld: een kind dat hoge koorts heeft, met rode wangen en verwijde pupillen krijgt "belladonna".
Uitgangspunten De behandelwijze van de klassieke homeopathie is gestoeld op de onderstaande veronderstellingen Immunology and homeopathy. 1. Historical background. Evid Based Complement Alternat Med. 2005 Dec;2(4):441–52. . . . Dit is een open access artikel, beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding (CC BY). die binnen de klassieke homeopathie geacht worden bij te dragen aan een effectieve behandeling:
Potentieel therapeutische stoffen moeten zorgvuldig worden getest bij gezonde proefpersonen om hun 'pure' directe effect vast te stellen; Er wordt van uitgegaan dat het middel bij een patiënt een tegenreactie veroorzaakt die sterker is dan de pathologische stimulus van de ziekte zelf, indien het in staat is om bij een gezonde proefpersoon een vergelijkbare toestand te verwekken; De ziekte moet als geheel worden beschreven (en niet alleen in termen van zijn belangrijkste symptomen of pathologie). Er wordt verondersteld dat de ziekte en het geneesmiddel dan op een zo groot mogelijk aantal aspecten interactie aangaan. De keuze van het middel moet gebaseerd zijn op het complex van individuele symptomen in plaats van op de naam van de ziekte; De dosering is een verdunning, en dient aangepast te zijn op basis van de individuele gevoeligheid; Bij acute aandoeningen die specifieke organen treffen dient de dosis hoger te zijn; Bij chronische aandoeningen dient behandeld te worden met hoge verdunningen (‘potenties’) gescheiden door veel langere intervallen. Er wordt verondersteld dat chronische aandoeningen gevoeliger zijn voor farmacologische stimulering.
Klinische homeopathie De klinische homeopathie poogt aansluiting te vinden bij de reguliere geneeskunde. Ze gaat vooral uit van het ziektebeeld van een patiënt en past op basis daarvan een middel toe. Er is veel minder nadruk op de fysieke en mentale kenmerken van de patiënt zelf, zoals bij de klassieke homeopathie wel het geval is. Er worden ook vaak lagere potenties gebruikt, waarin althans nog enige sporen van de werkzame stof te vinden zijn, en het gebruik van hoge potenties wordt in veel gevallen afgewezen.Karin Kraft, Rainer Stange, Lehrbuch Naturheilverfahren, Hippokrates Verlag, Stuttgart, 2010, p. 760F.W. Dittmar, E.-G. Loch, M. Wiesenauer, Naturheilverfahren in der Frauenheilkunde und Geburtshilfe, Hippokrates Verlag, Stuttgart, 3e druk, 2003, pp. 37-38Rainer G. Appell, Die Geschichte der Homöopathie bis in der Gegenwart, in: Gerhard Bleul (red.), Weiterbildung Homöopathie, Band F: Langzeitbehandlung von chronisch Kranken – Syphilitisches Miasma – Schulen der Homöopathie, Sonntag Verlag, Stuttgart, 2005, p. 211
Complexe homeopathie De complexe homeopathie of complexhomeopathie gebruikt preparaten waarin een scala aan middelen, die op hetzelfde orgaan of dezelfde symptomen zouden werken, worden gemengd tot een 'kant-en-klare' combinatie. Men gaat er daarbij van uit dat bij een juiste keuze van de individuele bestanddelen deze elkaars werking kunnen versterken. Veel voor de consument verkrijgbare homeopathische preparaten zijn op deze wijze samengesteld. Deze preparaten voldoen daarmee niet aan de principes van de klassieke homeopathie, namelijk dat een middel slechts één bestanddeel zou moeten bevatten dat bovendien precies is toegespitst op de individuele patiënt en de precieze symptomen.Werner Stumpf, Homöopathie für Kinder, GU Verlag, München, 2008, p. 12-13
Geschiedenis De gedachte dat kwaad met kwaad uitgebannen kon worden werd in de 16e eeuw geopperd door Paracelsus. Van hem is de vaststelling bekend dat de giftigheid van een stof bepaald wordt door de dosis. Hij stelde ook dat kleine doses van 'wat de mens ziek maakt, de mens ook geneest'. , Paracelsus: Contributions to medicine, Britannica Online Encyclopedia., The Story of Chemistry (2005). Universities Press. . Die gedachtegang lijkt in de homeopathie te worden voortgezet.
Het was de Duitse arts en chemicus Samuel Hahnemann (1755-1843) , Life and Letters of Hahnemann, Philadelphia, USA, 1895 die de principes van de homeopathie vastlegde en deze systematische methode in 1807 homeopathie noemde. , (2001), Homeopathy and "the progress of science" (PDF), History of Science 39 (125 Pt 3): 255–83, , gearchiveerd van het origineel op 7 april 2008, bekeken op 30 juli 2013 Hahnemann werd mede gemotiveerd door de bedroevende staat van de medische hulp in zijn tijd, waarin bijvoorbeeld aderlaten nog een grote plaats innam. Hij noemde deze praktijken minachtend allopathie., Allopathie is ook kwakzalverij - Negentiende-eeuws scheldwoord voor achttiende-eeuwse uitwassen. Vereniging tegen de kwakzalverij, 10 jul 2009 In 1790, tijdens het vertalen van A Treatise on Materia Medica door Dr. William Cullen, kwam Hahnemann langs een passage over Cinchona als geneesmiddel bij malaria., Hahnemann's First Provings. Homéopathe International, dd. Hahnemann — die in zijn jeugd malaria had gehad — wilde Cullens stelling, dat de bittere smaak van cinchona effect had op de maag, testen door de stof zelf in te nemen. Na het innemen merkte Hahnemann dat hij verschijnselen kreeg die hij vond lijken op die van malaria. Toen hij stopte met innemen verdwenen deze klachten weer. Hij ontwikkelde de theorie dat door het innemen van kinabast aan de zieke persoon een kunstmatige tweede ziekte zou kunnen worden toegevoegd. Na het doormaken van deze 'kunstmatige geneesmiddelziekte' zou de patiënt daarmee ook genezen van de malaria, op basis van de interactie van gelijksoortige ziekten. In 1796 schetste Hahnemann zijn idee in een artikel in Hufeland's Journal, het tijdschrift van de Duitse natuurkundige Christoph Wilhelm Hufeland. Hierin onderscheidde hij drie wijzen van genezen: een aanpak waarbij de oorzaak van een ziekte bestreden werd en twee principes op basis van ziektesymptomen (contraria contrariis en het uiterst tegenovergestelde principe similia similibus curentur ["het gelijkende wordt door het gelijkende genezen"]). Hahnemann bekritiseerde het principe contraria contrariis als een doodlopende weg die enkel een kortstondig effect zou kunnen opleveren. Voor langdurige genezing raadde hij het uiterst tegenovergestelde similiaprincipe aan., Is homoeopathic prescribing reliable? in , Examining Complementary Medicine (1998). Nelson Thornes. . Dit principe stelt dat een ziekte kan worden genezen door een middel voor te schrijven dat zo gelijkaardig mogelijke symptomen veroorzaakt.
Na zijn eerste experiment zette Hahnemann familie en vrienden in om de effecten van allerlei bestaande middelen op gezonde proefpersonen in kaart te brengen. , Hahnemann's First Provings Bijzonder aan zijn benadering was, naast een zo uitgebreid mogelijke opsomming van alle symptomen, het uitproberen van steeds één enkel middel in een matige dosis. In de Fragmenta (1805) publiceerde Hahnemann de testresultaten (provings) van 27 van deze middelen. Hahnemann legde zo een basis voor de homeopathie.
Hahnemann verdunde de giftige stoffen die hij als uitgangsmateriaal koos eerst verregaand alvorens hij die op zijn patiënten toepaste. Door de verdunning namen de gevaarlijke effecten van het uitgangsmateriaal natuurlijk af. Hahnemann gebruikte zelf bij voorkeur C30, een verdunning van 1 op 1-met-60-nullen waarbij er bewijsbaar niets meer van de uitgangsstof overblijft. Hahnemann meende door het schudden de essentie van het uitgangsmateriaal op het oplosmiddel over te brengen. , Organon of Medicine, § 269 (6e editie)Hahnemann dacht dat het overbrengen van de 'essentie' van het uitgangsmateriaal op het oplosmiddel door middel van schudden op dezelfde manier zou werken als het overbrengen van magnetisme op ijzer door het metaal langs een magneet te bewegen. Meer schudbewegingen betekenden volgens hem een grotere versterking, "potentiëring". Zijn ideeën legde hij vast in het "Organon der geneeskunst", waarvan de eerste druk uitkwam in 1805 en de laatste (zesde) in 1842. In de vierde editie (1829) introduceert hij , Organon of Medicine at a Glance. Delhi, (p6) "chronische miasma's" als de "besmettelijke principes" van chronische ziekten.