De Basiliek van de Heiligen Agatha en Barbara is een rooms-katholieke kerk te Oudenbosch, in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. De kerk werd gebouwd tussen 1867 en 1880 en werd in 1912 tot basilica minor verheven. De kerk is een verkleinde kopie van de Sint-Pietersbasiliek, met de façade van de Sint-Jan van Lateranen te Rome. De architecten zijn P.J.H. Cuypers en later G.J. van Swaay.
Verkleinde kopie van de Sint-Pietersbasiliek De koepel van de Basiliek heeft veel weg van de koepel van de Sint Pieter in Rome, ook aan de binnenkant is veel gekopieerd. Een tweetal beelden is overgenomen van de Sint-Pieter: de Pietà van Michelangelo is gegoten van een mortel en het beeld van Petrus is van natuursteen en in de Sint-Pieter van brons. Ook het baldakijn boven het altaar is een kopie van het baldakijn van Bernini. Kopieën van schilderstukken uit de Sixtijnse kapel zijn aangebracht aan de gewelven van het linker transept.
Naamgeving De oude kerk van Oudenbosch uit 1425 heette ook al de St. Agathakerk, deze kerk was in 1649 protestants geworden maar werd in 1799 teruggegeven aan de Katholieke Kerk. De nieuwe basiliek is genoemd naar de heilige vrouwen Agatha en Barbara. Agatha van Sicilië was een van de eerste heiligen uit de Katholieke Kerk, een van de zeven primaire heiligen. Vaak wordt een kaars aangestoken bij haar beeld door vrouwen met borstkanker of mensen met brandwonden. De H. Barbara van Nicomedië is toegevoegd aan de naam van de kerk tijdens de bouw van de basiliek. Ook zij geldt als een van de vroegere heiligen van de Katholieke Kerk.
Stijlperiode Pastoor Willem Hellemons gaf opdracht tot de bouw van de kerk, ter vervanging van de gotische St. Agathakerk van Oudenbosch die 200 meter verder naar het oosten stond, waar nu de Oude Begraafplaats is. Hellemons had in Rome gestudeerd en was daar onder de indruk geraakt van de kerkelijke architectuur. Als blijvende herinnering aan de Pauselijke Zoeaven is voor de basiliek een standbeeld op het voorplein opgericht. Het in 1911 opgerichte beeld stelt voor Paus Pius IX met een stervende zouaaf (zie ook Nederlands Zouavenmuseum, dat slechts 100 m van de kerk verwijderd is). Hoewel de bouw-pastoor een afkeer had van gotiek en neogotiek was het juist P.J.H. Cuypers, bij uitstek de architect van de neogotiek, die de opdracht kreeg om de nieuwe kerk te ontwerpen. Cuypers vertrok hiervoor naar Rome om daar met name de Sint-Pieterskerk te bestuderen. De koepel nam hij over van de Sint-Pieterskerk, alsmede de vormen van het interieur, maar de voorgevel is die van de Sint-Jan van Lateranen.
Het gebouw is een vreemd element in het oeuvre van de architect omdat zowel de stijl als de uitvoering tegen zijn denkbeelden ingingen. Qua stijl benadert de kerk dicht het door Cuypers verfoeide neoclassicisme. Hetzelfde geldt voor het interieur, waar met name veel met marmerpatronen beschilderd hout en beschilderd stucwerk zijn te vinden. Omdat nergens de hand van Cuypers te herkennen is, is vaak betwijfeld of hij de kerk wel echt ontworpen heeft. Diverse documenten, waaronder bouwtekeningen, dragen echter zijn handtekening. Ook de voorgevel is door Cuypers ontworpen naar voorbeeld van de voorgevel van de St. Jan van Lateranen. Deze gevel is in 1892 voltooid onder leiding van G.J. van Swaay.
Het gebouw heeft een kruisvorm van brede eenheden, met een middenschip met twee zijbeuken, het centrale deel van de koepel met aan de oost- en de westkant een transept, de voorkerk of apsis en het voorportaal, ofwel een kleine narthex.
Interieur Het interieur is rijkelijk versierd met schilderingen en beelden. In de rechter zijbeuk staat een kleine kopie van de Pietà van Michelangelo. In de hele basiliek zijn boven de bogen engelen met een lauwerkrans en een palmtak. Hun figuur is ontleend aan de heidense Victoria (godin), godin van de overwinning. Ze herinneren de gelovigen aan Openbaring 3: 5.
Voorportaal Het aanvankelijke doel van het voorportaal was de zuivering van de ziel. Het voorportaal loopt over in het middenschip bij de laatste kerkbank en het wijwatervat. Dit wijwatervat heeft als functie de gelovigen te herinneren aan hun doopsel. Er staan vier zuilen, gedeeltelijk beslagen met koper, waarop het orgel en de plaats van een zangkoor rust. Op de onderkant van de verhoging staan de letters D.O.M. (Deo Optimo Maximo, vertaald: Ter Ere van de Allerhoogste God). Aan de voorkant van de verhoging staat de tekst: Venite Exultemus Domino (vertaald: Laten we juichen in de Heer) en rechts In Hymnia et Canticis (met lof en liederen) en links In Chordis et Organo (met snaar en fluit). Rechts naast het orgel staat het beeld van de aartsengel Michaël die de draak van de opstandigheid tegen God verdrijft. Aan de linkerkant staat H. Cecilia, patrones zangers en zangeressen. Daarboven staan de letters IHS (monogram van de eerste drie letters van Jezus) en AMDG.
Middenschip In het middenschip staan kerkbanken geflankeerd door zes pilaren en twee zuilen in het voorportaal. In die pilaren staan beelden van de twaalf apostelen.
1. Petrus. Petrus zit op een stoel met de sleutels in zijn handen onder de preekstoel. De sleutels verwijzen naar Mattheüs 16: 18. Deze tekst staat ook groot onder de koepel in het Latijn. Dit is een kopie van de bronzen Petrus in de St. Pieter. In de St. Pieter is de voet van Petrus zo vaak gekust en aangeraakt door pelgrims dat die is afgesleten. Op de balustrade van de preekstoel staat een kruisbeeld uit de st. Agatha kerk dat waarschijnlijk dateert uit 1559. Onder de zijde van de fries staat de tekst: QUIS ES TU QUI VENISTI AD ME CURARE VULNERA MEA. EGO SUM APOSTOLUS CHRISTI NIHIL IN ME DUBITUS FILIA (Wie ben jij dat je tot mij komst om mijn wonden te genezen. Ik ben een apostel van Christus, twijfel daar niet aan dochter)
2. Jakobus de Meerdere (Jacobus major, zoon van Zebedeüs). Omdat hij vurig van karakter was, wordt hij met een bliksem afgebeeld. Hij wordt voorgesteld met een schelp en een drinkbeker, omdat hij een van de eerste apostelen was die het geloof ging verkondigen. Hij werd in het jaar 42 vermoord, waarna zijn lichaam werd overgebracht naar Spanje. Daar is later de stad Santiago de Compostella naar hem genoemd en nog steeds een bekend bedevaartsoord.
3. Mattheüs (ook wel Levi genaamd). Hij heeft een boek in zijn hand omdat hij het eerste evangelie van het Nieuwe Testament heeft geschreven.
4. Judas Taddeüs. Hij predikte in het Midden-Oosten. Hij draagt de hellebaard, het martelwerktuig waarmee hij uiteindelijk werd vermoord.
5. Simon de Zeloot. Hij predikte in Egypte en Perzië, waar hij doodgemarteld werd. Hij heeft het martelwerktuig, een soort rasp in zijn hand.
6. Bartolomeüs, ook bekend onder de naam Nathanaël. Hij predikte in Armenië en Arabië, waar hij gemarteld werd. De huid van zijn lichaam werd afgestroopt. Die draagt hij op zijn arm, samen met het martelwerktuig, het mes.
7. Thomas, ook wel Didimus genaamd. Na zijn aanvankelijke aarzeling om Jezus opstanding te geloven, ging hij tot in India prediken. Hij wordt afgebeeld met een winkelhaak en een met kruis bewerkte zuil, omdat hij zich als bouwkundige uitgaf.
8. Jakobus de Rechtvaardige, ook wel Jacobus minor. Hij geldt als de eerste bisschop van Jeruzalem. Hij werd gestenigd en van de tempel afgeworpen. Hij is daarvoor met een vollersboom geslagen (een instrument dat in de wolbewerking wordt gebruikt).
9. Filippus. Hij ging prediken in Frygië. Hij stierf aan het kruis omdat hij een als god aanbeden monster had gedood.
10. Johannes. Hij werd door keizer Domitianus naar het Griekse eiland verbannen. Hij geldt als de enige apostel die gestorven is door ouderdom. Hij heeft het vierde evangelie geschreven, alsmede drie brieven.
11. Matthias. Hij werd gekozen na de dood van Judas Iskariot. Hij predikte tot in Ethiopië, waar hij uiteindelijk werd gestenigd.
12. Andreas (broer van Petrus). Hij predikte op verschillende plaatsen. Hij stierf in 63 aan een schuin kruis. Dit is later het Andreaskruis genoemd.
Ook zijn er beelden van heiligen die niet behoorden tot de twaalf directe apostelen, namelijk:
Johannes de Doper. Hij heeft Jezus aangekondigd en Jezus zelf gedoopt. Hij werd onthoofd door koning Herodes. Omdat hij het grootste deel in armoede in woestijn heeft geleefd, wordt hij afgebeeld met een drinknap en een kruis als stok in zijn hand.
Barnabas heeft samen met Paulus enige jaren gepredikt. Hij is in 65 gestenigd.
Onder de beelden bevindt zich een nis met een relikwie van de boven afgebeelde apostel.
Boven het beeld van H. Thomas staat de heilige Wilhelmus, Willem van Bourges, een aartsbisschop in Frankrijk die zijn hele leven in eenvoud heeft geleefd en daardoor een voorbeeld is geweest voor zijn tijdgenoten. De heilige Wilhelmus is de patroon van de bouwpastoor, Willem Hellemons.
Boven het beeld van Judas Thaddeus staat het beeld van H. Hugo van Cluny. Hugo (1024 - 1109) was de 6de abt van de abdij van Cluny, en wordt gezien als een van de belangrijkste abten van de middeleeuwen. Hij was opdrachtgever voor de basiliek van de abdij van Cluny, en patroonheilige van pastoor Roovers, de opvolger van pastoor Hellemons. thumb|250px|gemetselde trap op boogjes De basiliek is 81 meter lang, 55 meter breed en het hoogste punt van de koepel is 63 meter. Er is één grote koepel (20 meter doorsnede en 51 meter hoog) en diverse kleinere koepels. De koepel is via een smalle trap te beklimmen en de schilderingen aan de binnenkant van de koepel zijn zo van dichtbij te bekijken. Via de koepeltrap naar beneden komt men in de winkel. Deze trap is geheel gemetseld met onder elke trede een gewelfd boogje. Onder de koepel staat een Latijnse inscriptie: TV ES PETRVS ET SVPER HANC PETRAM AEDIFICABO ECCLESIAM MEAM. TIBI DABO CLAVES REGNI CAELORVM (Gij zijt Petrus, en op deze Rots zal Ik Mijn Kerk bouwen. Aan U zal Ik de Sleutels van het Koninkrijk der Hemelen geven). De tekst is afkomstig uit het Evangelie volgens Matteüs 16:18 en het is een kopie van de inscriptie onder de koepel van de Sint-Pieter.
Pilaren onder de koepel De grote koepel steunt op vier hoofdpilaren en wordt geflankeerd door vier kleinere koepels. Op halve hoogte van iedere pilaar bevindt zich een loggia. Aan de achterkant van elke loggia is een schilderstuk. Dit zijn:
6.a. Petrus met daaronder de tekst: Principae Apostolum (Hoofd van de Apostelen)
6.b. Agatha met daaronder de letters: S.S.M.D.E.P.L.
6.c. Barbara met daaronder de tekst: Gloria Patri et Filio et Spiritui Sanctu (Eer aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest).
6.d. Paulus met daaronder de tekst: Doctor Gentum (Leraar van de Volkeren).
Aan de schuine zijden van de pilaren, de pedentieven, bevinden zich de afbeeldingen van de vier evangelisten:
Lucas. Bij de afbeelding is een rund toegevoegd, omdat zijn evangelie begint met het verhaal over Zacharias die een offer moet brengen in de tempel.
Mattheüs. Hij wordt afgebeeld met een mens, omdat hij zijn evangelie begint met de geslachtslijst van Jezus Christus.
Johannes. Hij wordt afgebeeld met een adelaar, een oorspronkelijk Romeins symbool dat hoog naar de hemel vliegt. Dit symbool is gekozen omdat het evangelie begint met de hoge en hemelse goddelijke natuur van Jezus Christus (zie ook Deuteronomium 32: 11.
Marcus. Het symbool is de leeuw, een woestijndier. Hij begint zijn evangelie met Johannes de Doper die een roepende in de woestijn is.
Galerij
De vier evangelisten fungeren daarmee als vier zuilen waarop het Nieuwe Testament als Woord van God is gegrondvest. Onderaan de zuilen staan de beelden van vier kerkleraren. Dat zijn:
5.a. Athanasius van Alexandrië werd liefst vijfmaal verbannen vanwege zijn overtuigingen. Vanwege zijn verdediging van het pausschap als eerste bisschop zijn er boven zijn beeld twee sleutels toegevoegd.
5.b. Ambrosius kon zo goed mensen overtuigen, dat hij in 374 tot bisschop van Milaan werd verkozen, nog voor hij gedoopt was. Dat gebeurde acht dagen later. Zijn redevoeringen waren “honingzoet”, vandaar de bijenkorf bij zijn standbeeld.