Het complot van 20 juli 1944 was een poging om een staatsgreep te plegen en Adolf Hitler om te brengen. Het plan werd in werking gesteld op 20 juli 1944 door officieren van de Wehrmacht en andere organisaties. De eigenlijke leider van het complot was Henning von Tresckow, maar deze kon niet actief deelnemen aan de opstand. De leiding was vanaf dat moment in handen van kolonel Graf Claus von Stauffenberg. De coupplegers gaven de aanslag de codenaam 'Operatie Walküre'.

Graf von Stauffenberg zou zelf de aanslag op Hitler uitvoeren tijdens een militaire stafbespreking in het hoofdkwartier de Wolfsschanze bij Rastenburg in Oost-Pruisen, een enorm groot en goed beveiligd bunkercomplex. De aanslag mislukte, mede doordat een Duits officier de tas met de bom erin had verplaatst nadat von Stauffenberg deze daar had achtergelaten.

De mislukte aanslag en staatsgreep waren aanleiding voor de Gestapo om meer dan 7.000 mensen te arresteren, van wie er 4.980 werden geëxecuteerd.Operatie Walküre: de bekendste mislukte aanslag op Adolf Hitler – Het plan, de complotplegers, verloop en gevolgen

Achtergrond thumb|Voorpagina De Gazet 22 juli 1944 met hoofdnieuws "Aanslag op Hitler mislukt" Hoewel de meeste samenzweerders nationalistisch en conservatief ingesteld waren, zoals Fritz-Dietlof von der Schulenburg en Claus Schenk Graf von Stauffenberg, wantrouwden ze van het begin af aan Adolf Hitler. Vooral toen de nazi's aan de macht kwamen in 1933 en zichtbaar werd welke verschrikkingen het nazisme met zich meebracht, met name gedurende de Kristallnacht, groeide hun wantrouwen en ontstond het plan Hitlers regime omver te werpen.

Velen van de samenzweerders waren jurist zoals Fritz-Dietlof von der Schulenburg en verafschuwden de wetteloosheid in nazi-Duitsland. Daarnaast was een vrij groot aantal van hen christelijk gezind en achtten ze de wanpraktijken van het regime niet te verenigen met hun ethische principes. Bovendien was menig verzetslid van Pruisische adellijke afkomst en voelde zich conform het noblesse oblige principe, verantwoordelijk voor het lot van Duitsland en het Duitse volk, en wel tegen elke prijs. Al deze motieven speelden een rol bij het besluit over te gaan tot een aanslag op Adolf Hitler.

Aanvankelijk leek de machtsovername door Hitler voor vele Duitsers een droom die uitkwam. Daar de grote economische problemen niet door de voorgaande regering opgelost konden worden, verloor het volk het vertrouwen in die regering, zo ook de latere samenzweerders. Hitler slaagde erin de werkloosheid terug te dringen en kreeg zo het vertrouwen van het volk. Tevens verbeterde Hitler de kwaliteit van het leger. Een deel van de bevolking steunde hem echter al in 1938 niet, bijvoorbeeld vanwege zijn radicale ideeën en anti-Joodse campagnes. Ook diverse officieren, inclusief Von Stauffenberg, waren het oneens met deze opvattingen van Hitler. Hij was tevens een groot tegenstander van de door Hitler begonnen oorlog omdat hij dacht dat die Duitsland ten gronde zou richten. Toen hij hoorde van de SS-moordpartijen op Oekraïense Joden besloot Von Stauffenberg zich tegen Hitler te keren. Het leger bleef hij tot zijn dood trouw. Hij werkte zich in het leger op naar een steeds hogere rang. Uiteindelijk maakte hij deel uit van een groep vertrouwelingen van Hitler en kon hij, samen met andere officieren, zoals Fritz-Dietlof von der Schulenburg, een aanslag en staatsgreep gaan voorbereiden.

De voorbereiding thumb|Buste van de man achter de aanslag, Claus von Stauffenberg. De leden van de bredere groep van het Duitse verzet die behalve uit militairen ook uit andere geledingen bestond, de Kreisauer Kreis, zetten aanvankelijk grote vraagtekens bij een eventuele politieke moord op Adolf Hitler en zijn naasten. Gesteld voor het rechtsfilosofisch dilemma van de tirannicide betwijfelden ze of een aanslag wel te rechtvaardigen viel. Als tegenstanders van moord en terreur hadden ze grote moeite om zelf geweld toe te passen. Enkele verzetsleden dachten aan de mogelijkheid om Hitler te arresteren en te berechten, maar dit was gezien de omstandigheden niet realiseerbaar. Bovendien beschikte Hitler over een trouwe achterban, zodat een arrestatie tot een grote opstand zou leiden.

Als men voor geweld tegen Hitler koos, kreeg men te maken met enkele serieuze problemen. Het zou niet gemakkelijk zijn om met Hitler de gehele top van de NSDAP te vermoorden. Daarnaast zouden de SS en andere staatsorganisaties in stand blijven. Tevens was een aanzienlijk aantal Duitse soldaten verregaand beïnvloed door het nationaalsocialisme. Een staatsgreep bracht het risico van een burgeroorlog met zich mee met een strijd tussen de SS en de Wehrmacht of een tweestrijd binnen de Wehrmacht. Een geslaagde staatsgreep moest op de een of andere manier in ieder geval de SS neutraliseren. Een andere mogelijkheid was dat de verzetsgroep contact zocht met de geallieerden om te onderhandelen over een oplossing, maar in het verleden waren dit soort pogingen op niets uitgelopen. Daarbij kwam dat Duitsland aan het front steeds verder werd teruggedrongen en de geallieerden alleen met een capitulatie van Duitsland genoegen zouden nemen. Daarnaast hadden ze in 1943 een overeenkomst met Stalin gesloten, waarop ze niet zomaar konden terugkomen. Deze vragen verlamden de samenzweerders waarna er onderlinge tegenstellingen ontstonden.

Von Stauffenberg sluit zich aan In de zomer van 1943 sloot Von Stauffenberg zich actief bij het verzet aan. Hij was net uit het ziekenhuis ontslagen, genezen van ernstige verwondingen die hij aan het front in Noord-Afrika had opgelopen. Al sinds 1941 was hij bevriend met Von Tresckow, een van de leden van de samenzweerdersgroep. Tijdens Fall Weiss en Operatie Barbarossa was hij getuige geweest van de massamoord op Polen, Joden, Russen en andere door de nazi's minderwaardig geachte bevolkingsgroepen. Hij vond dat de massamoorden en zinloze opoffering van soldatenlevens aan het oostfront afgelopen moesten zijn.

De komst van graaf Von Stauffenberg gaf de samenzweerders een stimulans en inspiratie. Het verzet werd weer een actieve en dynamische organisatie. De oorspronkelijke onderlinge meningsverschillen waren plotseling verdwenen. Er werd een gezamenlijke koers uitgezet. Zo werden er concrete plannen gemaakt om de macht in Duitsland over te nemen. Er werd een tijdelijke regering samengesteld. Deze zou er als volgt uitzien: Ludwig Beck werd het nieuwe staatshoofd, Carl Friedrich Goerdeler kreeg de baan als Rijkskanselier en Julius Leber werd vicekanselier. Wilhelm Leuschner zou Rijkspresident worden, en graaf Ulrich Wilhelm Schwerin von Schwanenfeld de staatssecretaris. De posten van minister van Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken, Justitie, Financiën en Oorlog zouden respectievelijk voor Ulrich von Hassell of Friedrich-Werner Graf von der Schulenburg, Fritz-Dietlof von der Schulenburg, Josef Wirmer, Johannes Popitz en Friedrich Olbricht zijn. Erwin von Witzleben zou de nieuwe opperbevelhebber van de Wehrmacht worden, Henning von Tresckow zou hoofd van de politie worden, en Graf von Stauffenberg nam genoegen met de functie van staatssecretaris van Oorlog.

Graf von Stauffenberg zag geen heil in juridische of geweldloze methodes om Adolf Hitler uit te schakelen. hij zag maar één oplossing en dat was, hoewel dit tegen zijn militaire eed inging, Hitler vermoorden door middel van een aanslag. Er waren echter verschillende praktische problemen. Het was niet eenvoudig van tevoren te bepalen waar Hitler zich precies bevond bij vergaderingen of toespraken. Hitler hield zich nooit aan vaste schema's, droeg beschermende kleding en liet zich altijd vergezellen door enkele gewapende lijfwachten. Tevens had Hitler zijn auto en privé-vliegtuig extra laten bepantseren. Daarnaast verscheen Hitler nog maar amper in het openbaar, kwam nog maar weinig in Berlijn en in zijn woning in Berchtesgaden.

Juiste plek en tijdstip Het was dus een lastige zaak voor de samenzweerders om een goede plek met het juiste tijdstip te vinden. Toen alle mogelijkheden op een rij waren gezet, kwamen ze tot de conclusie dat de aanslag in het hoofdkwartier van Hitler moest plaatsvinden. Dit was gevestigd in het zomerhuis van de dictator te Berchtesgaden, het Berghof en vanaf 14 juli 1944 in de Wolfsschanze, tussen de bossen nabij de stad Rastenburg in Oost-Pruisen. Dit hoofdkwartier was omringd door allerlei moerassen en meren. Het zou dus een hele klus zijn om daar te komen, laat staan om het hoofdkwartier binnen te komen. Er moest dus iemand gevonden worden die de mogelijkheid had om dicht bij Hitler in de buurt te komen. Von Stauffenberg verklaarde zich bereid de aanslag op zich te nemen, alhoewel hij als Oberstleutnant en zijn baan als chef-staf van het 'Allgemeine Heeresamt' niet in een gunstiger positie verkeerde dan de meeste andere officieren. Zijn mede-samenzweerders protesteerden, omdat Von Stauffenberg ernstig verminkt was door het gemis van een oog, een hand en twee vingers van de andere hand. Bovendien was hij een van de grote leiders van de samenzwering. Daarbij kwam ook nog dat hij de leiding zou hebben over de staatsgreep, omdat de eigenlijke leider Von Tresckow niet weg kon van het oostfront.

Op 1 april in 1944 werd Von Stauffenberg bevorderd tot kolonel, en op 20 juni in datzelfde jaar kreeg hij de functie van chef van de generale staf van het Ersatzheer. Doordat von Stauffenberg was bevorderd tot deze hoge functie, verkeerde hij in de positie om in de nabijheid van Hitler te komen. Von Stauffenberg vond dat deze mogelijkheid moest worden benut. De tijd voor de aanslag begon te dringen. Begin juni waren de geallieerden geland in Normandië en Von Stauffenberg had nu toegang tot Hitler. Daarmee was het definitief duidelijk geworden dat Von Stauffenberg de aanslag zou gaan plegen.

Julius Leber, de geplande vice-kanselier, werd op 5 juli 1944 gearresteerd, kort na een ontmoeting met andere samenzweerders. Een groot deel van de samenzweerders was het niet met Von Stauffenberg eens, maar stemden toch in, aangezien er geen goed alternatief was. Ze waren wel van mening dat hij, zodra de aanslag was gepleegd, naar Berlijn moest vliegen om daar de staatsgreep te leiden. Ondanks de risico's vonden de samenzweerders dat er een aanslag moest worden uitgevoerd en er een staatsgreep moest plaatsvinden, ook als de aanslag niet gelukt was.

Mislukte pogingen