Louis Pierre Althusser (Birmendreïs, 16 oktober 1918 – Parijs, 23 oktober 1990) was een Frans filosoof. Hij wordt meestal gezien als een structuralist en wordt beschouwd als een van de invloedrijkste marxisten van de 20e eeuw.
Zijn werken Lire le Capital en Pour Marx (beide gepubliceerd in 1965) bevatten een invloedrijke herinterpretatie van de werken van Karl Marx., "Louis Althusser",The Stanford Encyclopedia of Philosophy, 2009, bezocht op 10/02/2012. Gearchiveerd op 27 april 2024. Hij interpreteerde het oeuvre van Marx op een antihumanistische wijze waarin de rol van het subject geminimaliseerd wordt en de nadruk kwam op de rol van structuren. Dit resulteerde in het humanismedebat met Althusser en zijn volgelingen aan de ene en de PCF met auteurs als Roger Garaudy, maar ook Jean-Paul Sartre, aan de andere kant.Zie bijvoorbeeld het voorwoord in & (1978): Garaudy et Althusser - le débat sur l'humanisme dans le parti communiste français et son enjeu, Presses Universitaires de France, Parijs
Het werk van Althusser betreft onder andere de werking van ideologie en haar relatie tot wetenschap. Voor de analyse hiervan baseert hij zich op zowel het marxisme (Karl Marx, Antonio Gramsci, Vladimir Lenin), de wetenschapsfilosofie (Gaston Bachelard, Michel Foucault), de psychoanalyse van Jacques Lacan als de politieke filosofie van Baruch de Spinoza. Tot zijn leerlingen behoorden onder anderen Étienne Balibar, Jacques Rancière, Pierre Macherey, Dominique Lecourt, Jacques Derrida, Chantal Mouffe en Michel Foucault.
Levensloop Althusser werd geboren in Algerije als zoon van Franse ouders, zogenaamde pied-noirs. Hij werd vernoemd naar zijn vaderlijke oom die omkwam in de Eerste Wereldoorlog. Na de dood van zijn vader vertrok hij met zijn moeder en zusje naar Marseille, waar hij de rest van zijn jeugd doorbracht. In 1937 werd hij lid van de katholieke jeugdbeweging Jeunesse Etudiante Chrétienne. Hij werd toegelaten tot de École Normale Supérieure, maar kon daar geen studie voltooien omdat hij opgeroepen werd voor dienstplicht in de Tweede Wereldoorlog. Na de val van Frankrijk werd Althusser geïnterneerd in een Duits gevangenenkamp, waar hij de rest van de oorlog doorbracht. Het is hier dat hij aangetrokken werd tot het communisme.
Na de oorlog begon Althusser alsnog aan zijn studie, maar hij leed aan een slechte gezondheid — zowel fysiek als psychisch. Hij onderging in 1947 elektroshockbehandeling, maar zijn psychische gesteldheid bleef zijn hele leven lang problematisch. In 1947 was hij voor het eerst opgenomen in het Sainte-Anne Hospital vanwege een manisch-depressieve psychose.
In 1946 studeerde Althusser af (agrégation) op een scriptie over de filosofie van Hegel met Gaston Bachelard als promotor. Filosofie was voor Althusser een interesse waarvan hij zijn beroep wilde maken. Politiek daarentegen was een passie, waarbij hij een communistisch militant wilde worden. In deze periode richtte hij zich vooral op de politieke filosofie van de 18e en 19e eeuw bij auteurs rond Marx: Montesquieu, Rousseau en Feuerbach.
Datzelfde jaar ontmoette Althusser de van origine Litouws-Joodse communiste Hélène Rytman, die tot het moment dat zij door hem werd vermoord zijn levensgezel zou blijven. Waar hij eerst een linkse-katholiek was, werd hij in 1948 lid van de Franse Communistische Partij (PCF), op hetzelfde moment dat andere filosofen zoals Maurice Merleau-Ponty juist hun geloof in deze partij begonnen te verliezen.
De periode die volgde was een roerige voor links Frankrijk. De jaren 1950 werden gekenmerkt door de destalinisatie van de communistische partij (door Nikita Chroesjtsjov) en een wending richting een meer humanistische vorm van marxisme. Dit maakte mogelijk dat vele marxisten, waaronder Roger Garaudy en de existentialist Jean-Paul Sartre, zich gingen concentreren op de vroege Marx, en dat een dialoog mogelijk werd tussen marxisten en gematigde socialisten, existentialisten en christenen. (1975): Existential Marxism in Postwar France, Princeton, p. 340 Althusser steunde dit echter niet; hij had meer sympathie, zij het met reserve, voor het Chinees communisme. Hij begon vanaf de jaren 1960 dan ook een reeks artikelen te publiceren in belangrijke Frans-marxistische tijdschriften die voor veel controverse zorgde. Deze artikelen zijn in 1965 gebundeld en gepubliceerd als Pour Marx. Daarnaast, onder meer ook door de vele kritieken die Althusser op deze artikelen kreeg, organiseerde hij samen met een reeks leerlingen van hem een seminarie waarin hij een antihumanistische herlezing van het werk van Marx uitwerkte. Dit resulteerde in Lire le Capital dat ook in 1965 gepubliceerd werd. Naast Althusser zelf schreven ook Étienne Balibar, Pierre Macherey, Jacques Rancière en Roger Establet delen van dit werk.
Ook de studentenopstand van mei 1968 kon niet op zijn steun rekenen; hier volgde Althusser de lijn van zijn partij, en veroordeelde de deelnemende studenten wegens hun 'infantiele' ideeën. Voor Althusser was Marx een wetenschappelijk denker en moest een marxistische maatschappijkritiek dan ook ontwikkeld worden op basis van rigoureus onderzoek en niet op basis van spontane opvattingen van de massa. Althusser kreeg hier echter veel kritiek op, wat er onder meer toe leidde dat hij bepaalde standpunten herzag die hij eerder verdedigd had. De aanzet ertoe was echter al voor 1968 terug te vinden, onder meer in de lezingen die hij gaf voor een seminarie voor wetenschappers in 1967, gepubliceerd als Philosophie et philosophie spontanée des savants in 1974. De bekendste vorm waarin deze herzieningen zijn verwoord is in het kleine werkje Réponse à John Lewis uit 1973 waarin hij een polemisch weerwoord biedt op de kritiek van de Britse marxist John Lewis. Onderhuids speelde echter ook een sterke polemiek mee op de Franse marxisten, met name Sartre.
Op 16 november 1980 wurgde Althusser zijn vrouw Hélène in nog altijd onduidelijke omstandigheden. Al is er een patroon van femicide te ontwaren. Althusser verklaarde dat hij geen herinnering aan de gebeurtenis had; hij zou hebben gehandeld in een vlaag van verstandsverbijstering. Er waren geen getuigen. Althusser werd verminderd toerekeningsvatbaar bevonden en niet berecht; in plaats daarvan werd hij opgenomen in een psychiatrische inrichting, waaruit hij in 1983 ontslagen werd. Daarop trok hij zich terug in zijn woning in Parijs. Hij produceerde in de laatste jaren van zijn leven geen werk meer behalve zijn autobiografie, L'Avenir dure longtemps, waarin hij onder meer zijn levenslange afwisseling van manische en depressieve perioden, psychische instortingen en ervaringen met verschillende vormen van psychiatrische behandeling beschreef.
Overlijden en postume publicaties Althusser overleed op 22 oktober 1990, op 72-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartaanval. Veel van zijn laatste werken zijn pas postuum gepubliceerd. Binnen deze laatste geschriften is ook een nieuwe intellectuele fase van Althusser terug te vinden, waarin hij meer afstand neemt van zijn vroegere claims dat het marxisme een wetenschap is. In plaats daarvan pleitte Althusser voor een 'aleatorisch marxisme'.
Filosofie Marxisme thumb|200px|Althusser bouwt sterk voort op het werk van de Duitse filosoof Karl Marx. Althusser was een uitgesproken marxist en beriep zich dan ook in sterke mate op het gedachtegoed van Karl Marx en andere marxisten als Antonio Gramsci en Vladimir Lenin. Volgens Althusser was de grootste verwezenlijking van Marx het stichten van de wetenschap van de geschiedenis, als de geschiedenis van de klassenstrijd. Dat niet iedereen dit zo ziet, verklaarde hij via de marxistische idee dat er "een heersende ideologie is, wier functie eruit bestaat de mechanismen van klassenuitbuiting te verdoezelen."Althusser, L., "Foreword" in Lenin and Philosophy and other essays, p. 7-10
Concreter betoogde Althusser dat Marx, en vooral zijn werk Het Kapitaal, als een van de drie grote wetenschappelijke ontdekkingen in de geschiedenis kan worden gezien. In dit werk vindt immers de ontdekking plaats van "het systeem van concepten (en dus ook de ontdekking van de wetenschappelijke theorie) die de weg opent naar wetenschappelijke kennis betreffende het 'continent van de geschiedenis'.""Preface to Capital Volume One" in Althusser, L., Lenin and Philosophy and other essays, p. 72 Eerder was al het "continent van de wiskunde" door de Grieken en het "continent van de natuurkunde" door Galileo Galilei ontdekt. De filosofie volgt deze evolutie van de wetenschappen altijd op de voet. Zo wees Althusser erop dat de filosofie bij de Oude Grieken, waaronder Plato, ontstond als reactie op het ontstaan van de wiskunde, en bij René Descartes als reactie op het ontstaan van de exacte wetenschappen. Sinds Marx werd filosofie volgens Althusser dan ook revolutionair."Philosophy as a Revolutionary Weapon" in Althusser, L., Lenin and Philosophy and other Essays, p. 15-17 Dat mensen vandaag de dag het marxisme nog niet erkennen en bij hun antropologie of sociale psychologie blijven, is voor Althusser hetzelfde als hoe de aristotelische natuurkunde nog lang na Galilei aanhang had.
Een cruciale stelling van Althusser is dat er binnen het werk van Marx een epistemologische breuk (coupure épistémologique) terug te vinden is, namelijk tussen de jonge humanistische en de latere wetenschappelijke Marx. Deze breuk situeerde hij ergens rond 1845. Deze breuk impliceert dat Marx breekt met al de voorgaande idealistische filosofieën en ideologieën, zoals het humanisme en het Duits idealisme. In die zin is de late Marx geen voortzetting of omdraaien van Hegel, maar een radicaal loskomen ervan. Marx ruilde de oude ideologische problematiek, die focuste op zaken zoals vervreemding van de menselijke natuur, om voor een nieuwe wetenschappelijke problematiek gericht op economische vraagstukken. Het begrip van de epistemologische breuk ontleende Althusser als Gaston Bachelard, die in zijn werk het concept van epistemologische breuk (rupture épistémologique) gebruikte om het tot volwassenheid komen van de natuurwetenschappen te typeren. Echte wetenschap wordt, volgens Bachelard, bereikt door te breken met de alledaagse opvattingen en kennis over het onderzoeksobject.
Ideologie en klassenstrijd Voor Marx hield een ideologie een "droombeeld" in, een valse constructie (bricolage). Althusser hanteerde in zijn werk vooral een algemeen begrip van "ideologie", dat hij onderscheidde van concrete ideologieën. Ideologieën worden gekenmerkt doordat ze bepaald worden door een concrete externe geschiedenis, terwijl Althusser stelde dat "ideologie geen geschiedenis heeft.""Ideology and Ideological State Apparatuses" in Althusser, L., Lenin and Philosophy and other essays, p. 159 Althusser wilde over ideologie twee thesissen verdedigen: "Ideologie representeert de imaginaire relatie tussen individuen en hun werkelijke bestaansvoorwaarden.""Ideology and Ideological State Apparatuses" in Althusser, L., Lenin and Philosophy and other essays, p. 162 Althusser week hiermee af van de klassieke opvattingen over ideologie. Hij stelde dat de klassieke mechanistische opvatting (de elite deed het om de macht te behouden) tot en met de hermeneutische interpretatie van Feuerbach en de vroege Marx (mensen representeren hun levenscondities imaginair; ze zijn vervreemd van hun werk), niet adequaat kunnen antwoorden op de vraag waarom men überhaupt zulke imaginaire toestanden nodig heeft. Althussers eigen variant stelt dat ze hun levenscondities niet imaginair aan zichzelf representeren, maar dat ze hun relatie representeren tegenover die levenscondities imaginair door de ideologie. "Ideologie heeft een materieel bestaan."