Giacomo Agostini (Brescia, 16 juni 1942) is een Italiaans voormalig motorcoureur. Hij werd geboren in Brescia, maar groeide op in de omgeving van Bergamo.

Carrière als motorcoureur Giacomo begon zijn motorcarrière met heuvelklim-wedstrijden, onder andere op een 175cc-Moto Morini, maar kreeg in 1964 een contract aangeboden bij het raceteam van Moto Morini, waar hij Tarquinio Provini verving. Hij werd in dat jaar Italiaans 250cc-kampioen. Zijn prestaties trokken de aandacht van graaf Domenico Agusta, eigenaar van MV Agusta, en al in 1965 reed "Ago" zowel in de 350- als de 500cc-klasse op deze motoren. Hij werd er de leerling van de grote Mike Hailwood. Hailwood, die op de MV Agusta in 1965 wereldkampioen in de 350- en 500cc-klasse was geworden, vertrok echter in 1966 naar Honda, wat voor Agostini de weg vrij maakte om de wereldtitel in de 500cc-klasse binnen te slepen. Dit kwam deels ook omdat Hailwood met de 500cc-Honda RC 181 geen vuist kon maken. In de 350cc-klasse reed Hailwood met de Honda RC 165 zescilinder en werd er wereldkampioen mee. Ook in 1967 werd Giacomo Agostini wereldkampioen in de 500cc-klasse met MV Agusta 500 3C. In 1968 stopte Honda plotseling met motorraces, terwijl Mike Hailwood al een contract had. Dat verbood hem deel te nemen aan grand prix-wedstrijden, waardoor Agostini zowel in de 350- als in de 500cc-klasse wereldkampioen werd met MV Agusta. In de vier daarop volgende jaren werd Agostini wederom wereldkampioen. In 1973 kon Giacomo Agostini de 350cc-wereldtitel nog veroveren, maar de 500cc-titel moest hij overlaten aan zijn teamgenoot Phil Read, met wie hij op enigszins gespannen voet stond.

1965 In het seizoen 1965 had MV Agusta in de 500cc-klasse geen enkele concurrentie. Andere coureurs konden beschikken over de verouderde Britse eencilinders Matchless G50 en Norton Manx. In de 350cc-klasse lag het anders: Jim Redman was al in drie opeenvolgende jaren wereldkampioen geworden op de Honda viercilinders. Daarom had MV Agusta de viercilinder MV Agusta 350 4C vervangen door de driecilinder MV Agusta 350 3C. Waarschijnlijk moest Agostini zich richten op de 350cc-klasse, zodat Mike Hailwood de 500cc-titel kon grijpen. Agostini ging dan ook niet naar de GP van de USA, want daar reed zijn klasse niet. In de GP van Duitsland won Agostini de 350cc-race voor Hailwood, in de 500cc-race was het andersom. Tijdens de TT van Man was debutant Agostini erg in het nadeel. Hij kende het 60km-lange circuit nog niet, terwijl Mike Hailwood daar al 24 starts had gehad. Tijdens de 500cc-Senior TT kwam hij ten val, in de 350cc-Junior TT werd hij derde achter Jim Redman (Honda) en Phil Read (Yamaha). Tijdens de TT van Assen werd hij in de 500cc-race op ruime achterstand tweede achter Hailwood en in de 350cc-race derde achter Redman en Hailwood. In de Belgische GP startte de 350cc-klasse niet. Hailwood won de 500cc-race voor Agostini. Zo ging het ook in de 500cc-klasse van de GP van de DDR, waar Hailwood al wereldkampioen 500 cc werd. In de 350cc-klasse vielen ze echter allebei uit. Redman won en nam een behoorlijke voorsprong in de WK-stand. In de 350cc-race van de GP van Tsjecho-Slowakije vielen ze ook allebei uit. Omdat Hailwood al 500cc-kampioen was en de MV Agusta 350 3C erg onbetrouwbaar bleek, ging MV Agusta niet naar de Ulster Grand Prix. Redman kwam ten val en profiteerde daar dus niet van. Hij brak een sleutelbeen en kon niet starten in de GP van Finland. Daar won Agostini beide klassen (Hailwood kwam ook niet aan de start). Redman verscheen ook niet in de GP des Nations. Agostini won de 350cc-race, waardoor hij in de WK-stand in punten op gelijke hoogte met Redman kwam. Door de streepresultaten had Redman nog een klein voordeel. Als Agostini de GP van Japan zou winnen, had Redman aan de tweede plaats genoeg.

De 350cc-klasse had in 1965 9 wedstrijden, maar de beste 5 resultaten telden: 350 ccPuntenDUIMANNEDDDRTSJULSFINNATRedman3208888000Agostini3284400088 Rood = streepresutaat Geel = extra streepresultaat na de GP van Japan

Agostini's taak was duidelijk: winnen. Hailwood moest Redman van de tweede plaats af houden. Hailwood bleef Redman voor, maar Ago's machine liep slecht door ontstekingsproblemen en hij werd slechts vijfde. Redman werd 350cc-wereldkampioen, Agostini werd tweede. 1966 (eerste wereldtitel) Zowel Honda als MV Agusta brachten in het seizoen 1966 nieuwe wapens in de strijd. Voor Honda waren dat Mike Hailwood en de nieuwe 500cc-viercilinder Honda RC 181. MV Agusta bracht ook een 500cc-driecilinder, de MV Agusta 500 3C, die echter slechts 420 cc mat omdat het een opgeboorde 350 3C was. De machine werd alleen in de TT van Assen gebruikt. Agostini had geen teamgenoot, Hailwood werd hier en daar nog ondersteund door Redman, die eigenlijk "non riding captain" van het Honda-team was, maar die ook nog een 500cc-titel wilde halen.

Honda had wellicht het sterkste team, met Hailwood en Redman in de 350- en de 500cc-klasse. Redman won de eerste twee 500cc-races, waarin Hailwood echter niet scoorde en Agostini tweede werd. Agostini's MV Agusta 500 4C had grote moeite met de Honda RC 181, maar Redman brak tijdens de GP van België een arm, waardoor zijn seizoen over was. Hailwood, die niet eens altijd in de 500cc-races kon starten omdat hij ook nog 250- en 350cc-reed, kon de achterstand op Agostini niet meer goedmaken, ondanks drie GP-overwinningen. In de Ulster Grand Prix werd Agostini op anderhalve minuut gereden. Daar werd Hailwood ook al 350cc-wereldkampioen.

Voor de GP des Nations had Agostini in de 500cc-klasse bruto 46 punten gescoord, maar omdat er met streepresultaten werd gewerkt (de beste vijf van negen races telden) waren dat er netto 34. Hailwood stond op 30 punten. Als Agostini zou winnen zou hij maximaal 2 punten kunnen scoren. Hailwood moest dus winnen, maar hij viel uit door een gebroken krukas en Giacomo Agostini werd voor het eerst wereldkampioen.

1967 (tweede wereldtitel) Al vroeg in het seizoen 1967 leek het te rommelen tussen Giacomo Agostini en MV Agusta. Het ging niet goed met Ago, die wel wedstrijden won, maar vooral omdat Hailwood's Honda's vaak uitvielen. Agostini startte niet in de voorjaarsrace in Rimini omdat hij ziek zou zijn, maar hij liep in dat weekend wel kerngezond door het rennerskwartier. Waarschijnlijk wilde Graaf Agusta geen gezichtsverlies lijden op eigen bodem maar er gingen ook geruchten dat Agostini "voor straf" niet mocht rijden omdat hij de 350cc-Grand Prix van Duitsland niet gewonnen had. Omdat het ene gerucht het andere aanwakkerde werd er daarna ook gesproken over een vertrek van Agostini naar Gilera. Gilera riep echter al vier jaar lang dat het terug zou keren naar de GP's, maar het kwam er nooit van.

In de 500cc-klasse werd Agostini - nu met de driecilinder MV Agusta 500 3C - opnieuw wereldkampioen, niet zozeer omdat hij sneller was dan Hailwood met de Honda RC 181, maar omdat Hailwood vaak technische problemen had. In de laatste race, de GP van Canada, kon Hailwood nog wereldkampioen worden als hij zou winnen en Agostini geen enkel punt scoorde. Dat gebeurde niet: Hailwood won wel, maar Agostini werd tweede.

In de 350cc-klasse kon hij Hailwood met de zescilinder Honda RC 174 niet volgen. In de eerste races had hij zelfs grote moeite om Renzo Pasolini met de Benelli 350 4C achter zich te houden. Na de TT van Assen trok Benelli zich echter terug. In de laatste races kwam Hailwood, die al wereldkampioen was, niet aan de start in de 350cc-klasse omdat hij ook in de 250- en de 500cc-klassen reed.

1968 (derde en vierde wereldtitel) In het seizoen 1968 trok Honda zich terug. Iedereen wist dat een saai seizoen zou volgen omdat de wereldtitels al praktisch vast stonden: De zijspanklasse voor BMW, de 50cc-klasse voor Suzuki, de 125- en de 250cc-klasse voor Yamaha en de 350- en de 500cc-klasse voor MV Agusta.

Agostini had dan ook in beide klassen geen enkele tegenstand. Die had moeten komen van de Benelli 500 4C (die maar een enkele keer aan de start kwam) en de Benelli 350 4C, die slechts in de helft van de races aan de start verscheen. Verder kwam de tegenstand in de 500cc-klasse van antieke Matchless G50's en Norton Manxen. Agostini's motorfietsen bleken ook betrouwbaar: hij won in beide klassen alle races.

1969 (vijfde en zesde wereldtitel) Ook in het seizoen 1969 hadden Agostini en MV Agusta geen tegenstand. Agostini won opnieuw alle races waarin hij startte. MV Agusta nam niet de moeite om naar de laatste twee GP's te gaan, waardoor Alberto Pagani en Godfrey Nash ook een race konden winnen.

1970 (zevende en achtste wereldtitel) In het seizoen 1970 begonnen de eerste tweetaktmotoren weer in de 500cc-klasse te verschijnen. Die waren veelal afgeleid van gewone straatmotoren, zoals de Kawasaki H 1 R. Ook verschenen er Yamaha's, maar dat waren licht opgeboorde 350cc-machines. Voor Agostini was dat allemaal geen enkele bedreiging. In de 350cc-klasse presteerden Kel Carruthers en Renzo Pasolini goed met de Benelli 350 4C, maar ook zij konden alleen strijden om de tweede plaats. In de laatste twee races kreeg Aermacchi-coureur Angelo Bergamonti MV Agusta's. Hij won beide klassen in de GP van Spanje, waar Agostini niet startte.

1971 (negende en tiende wereldtitel)

Nog voor het seizoen 1971 van start ging verongelukte Ago's nieuwe teamgenoot Angelo Bergamonti in Riccione. MV Agusta had inmiddels de 350cc-zescilinder 350 6C klaar, wellicht als wapen tegen de Benelli 350 4C of de Yamaha TR 2, maar de machine bleek niet nodig te zijn. Benelli kwam zelfs helemaal niet meer aan de start. In de 500cc-klasse werden meer en meer van toermotoren afgeleide racers ingezet, behalve de Kawasaki nu ook de Suzuki T 500. Maar ook daar had Agostini geen last van. Hij won in beide klassen alle races waarin hij finishte. Aan het einde van het seizoen kreeg hij opnieuw een teamgenoot: Alberto Pagani.

1972 (elfde en twaalfde wereldtitel) Ago's nieuwe teamgenoot Alberto Pagani startte vrijwel uitsluitend in de 500cc-klasse, waar hij steeds tweede werd achter Agostini, behalve als deze uitviel. In de 350cc-klasse schakelde Agostini vanaf de GP van Oostenrijk af en toe over op de nieuwe viercilinder 350 4C, vooral om Jarno Saarinen met de nieuwe fabrieks-Yamaha YZ 634 voor te blijven. Saarinen was in de eerste twee GP's ook sneller geweest. Dat was de reden dat MV Agusta vanaf de GP des Nations oud-wereldkampioen Phil Read voor de 350cc-klasse aantrok om Agostini te steunen. Agostini bleef echter met de 350 3C rijden omdat hij die betrouwbaarder achtte. Hij werd in beide klassen opnieuw wereldkampioen. Gilberto Parlotti Het dodelijke ongeval van Gilberto Parlotti tijdens de Lightweight 125 cc TT van 1972 had grote gevolgen voor Agostini, MV Agusta en de Isle of Man TT. Parlotti had in 1971 geweigerd op het eiland Man te rijden vanwege het gevaarlijke circuit, maar nu hij aan de leiding van het 125cc-kampioenschap stond moest hij wel. Hij verongelukte in de tweede ronde bij de Verandah. Agostini, Read en Rodney Gould verklaarden nooit meer op Man te rijden. Jarno Saarinen, Ángel Nieto, Renzo Pasolini, Kent Andersson, Börje Jansson, Dave Simmonds en Dieter Braun hadden dat een jaar eerder al gedaan. Het was waarschijnlijk ook de reden dat Alberto Pagani zijn carrière beëindigde en vanaf 1973 teammanager bij MV Agusta werd. De boycot van de toprijders zorgde ervoor dat de TT vanaf het seizoen 1977 haar WK-status verloor.

1973 (dertiende wereldtitel)