Het Bezuidenhout is een wijk in het Haagse stadsdeel Haagse Hout. Deze wijk dankt haar naam aan het feit dat zij aan de zuidkant van het Haagse Bos ligt, of liever de onderkant op de kaart. Dit is dus niet precies het zuiden zoals een kompas dat zou aangeven, want een stadsplan van Den Haag wordt meestal met de zee bovenaan getekend; daardoor lijkt de Noordzee het noorden, en Rijswijk het zuiden. En "hout" is een oude benaming voor bos of woud, en slaat dus op het Haagse Bos; vandaar Benoordenhout en Bezuidenhout. Op een juister getekende kaart, met het noorden boven, ligt Bezuidenhout ten zuidoosten van het bos.

Tot de jaren vijftig van de twintigste eeuw, toen de wijk Mariahoeve verrees, vormde de wijk mede de noordelijke begrenzing van de bebouwde kom van Den Haag, afgezien van de wijk Marlot die in de jaren twintig werd gebouwd op de grens met Wassenaar.

De straatnamen in het Bezuidenhout verwijzen hoofdzakelijk naar gouverneurs-generaal in de gewesten van de voormalige WIC en VOC. Zo zijn er straten vernoemd naar Jacob Mossel en vele andere GG's in Indië, maar ook naar Peter Stuyvesant, die Nieuw Amsterdam stichtte, en Jan van Riebeek, de stichter van de Kaap in Zuid-Afrika.

In 1963 was Bezuidenhout het eerste grote testgebied van kabeltelevisie in Nederland.Het Parool: Draad-tv biedt keuze uit 15 programma's, 01-10-1963, pagina 11, Uitgegeven te Amsterdam 1963Het Vrije Volk: Bezuidenhout voor keus: draad-TV uit 3 landen, 14-11-1963, pagina 21, Uitgeverij De Arbeiderspers, Rotterdam 1963 In de eerste vier weken van de proef lieten 1700 huishoudens zich aansluiten op de kabel. Het succes van de proef veroorzaakte een stroomversnelling in de verspreiding van het nieuwe fenomeen.Het vrije Volk: PTT is tevreden: Meer draad-TV in Den Haag, 18-12-1963, pagina 3, Uitgeverij De Arbeiderspers, Rotterdam 1963

Ligging Het Bezuidenhout ligt ten noorden van het stadscentrum tegen het Haagse Bos en wordt ruwweg begrensd door de spoorlijn Leiden - Den Haag, de Rijnstraat, de Bezuidenhoutseweg en de Carel Reinierszkade. De wijk grenst aan de wijken Stationsbuurt, Haagse Bos en Mariahoeve en Marlot.

Geschiedenis thumb|444px|Bezuidenhoutsepolder ofte de Veenpolder anno 1734. Op deze kaart reeds aanwezige straten: Bezuijdenhoutseweg, Scheijngweg (Schenkweg), Werve Laan ofte Laan van Nieuw Oost Indien (Laan van Nieuw Oost-Indië) en de Loo Laan (niet te verwarren met de huidige Loolaan, die een totaal andere ligging heeft)

Oorsprong Het gebied dat later het Bezuidenhout zou gaan heten, heette in de middeleeuwen het Heerenveen. Door turfstekers werd daar turf uit het veen gewonnen voor hun heer, de graaf van Holland. Vandaar de toenmalige naam van dit gebied. Het Heerenveen, later genaamd Bezuidenhoutsche Veenpolder, maakte deel uit van de Veenpolder, die onder andere ook de Binkhorstpolder omvatte. Tussen het Heerenveen en Voorburg werd in 1403 een afscheiding gegraven, een wetering. Die heette de Scheijingwetering, afgeleid van het woord Scheiding. De naam werd uiteindelijk verbasterd tot Schenk.Tuyll, J.D. van, Veen- en Binkhorstpolder (...) en rechtsvoorgangers, Hoogheemraadschap van Delfland, Delft, 2007 Deze ontwikkeling was de eerste aanzet naar de vorming van een polder. Het Hoogheemraadschap van Delfland besloot in 1442 tot de aanleg van waterkeringen (veenkaden) en twee houten sluizen, ter bescherming van de turfgrond van de graaf, die door de verlaging van het maaiveld steeds meer te maken kreeg met wateroverlast.Pabon, N.J., Die Haghe als ambacht, parochie en waterschap tot het einde der 16e eeuw, Jaarboek Die Haghe, 1924 In 1446 kreeg de Veenpolder, inclusief het Heerenveen, zijn eerste poldermolen, de Oude Veenmolen aan de Haagse Trekvliet. Hiermee was de inpoldering van het gebied compleet. In 1461 werd de molen alweer vervangen door de Broekslootmolen (Oude Binkhorstmolen), eveneens aan de Haagse Trekvliet, maar op een grotere afstand van het Heerenveen.

In 1626 verrees op de plek van de Oude Binkhorstmolen een nieuwe molen, die al snel niet op zijn taak berekend bleek te zijn. Daarom werd in 1654 een tweede molen gebouwd, de Nieuwe Veenmolen. Deze verrees langs de Schenk bij de huidige IJsclubweg. Haaks daarop werd de Molensloot of Boschsloot gegraven (langs de huidige Carel Reinierszkade) als verbinding met de Bezuidenhoutsevaart tussen de Bezuidenhoutseweg en het Haagse Bos. Hierdoor kwam de Nieuwe Veenmolen ook bekend te staan als de Boschmolen. De naam Heerenveen raakte na verloop van tijd in onbruik; voortaan werd het gebied de Nieuwe Veenpolder genoemd. Gezien de ligging bij het Haagse Bos sprak men tegelijkertijd ook van de Bezuidenhoutsepolder.In oud taalgebruik werd een bos ook wel een hout genoemd Overigens was in die tijd geen sprake van officieel vastgelegde namen.

Bouw van het Bezuidenhout thumb|Het omgrachte Huis Ter Noot had het voorkomen van een kasteel en lag aan de oostzijde van de Bezuidenhoutseweg, ongeveer ter plaatse van de latere Utrechtsebaan.

Eerste bebouwing De oudste bebouwing in Bezuidenhout verrees langs de Bezuidenhoutseweg, waarvan de oorsprong teruggaat tot in de middeleeuwen. Op verspreide plekken stonden nabij de weg buitenplaatsen en boerderijen. De buitenplaatsen hadden namen als: Boschlust, Huis Ter Noot, Willemsburg, Louisenburg, Zuiderbosch, Zandvliet en Het Kleine Loo. Ook stonden enkele herbergen langs de Bezuidenhoutseweg enkele herbergen, waaronder Nieuw Oost-Inje, Het Bonte Koetje en Het Rad van Avontuur. Daarnaast waren er woningen van werklieden. Van al deze bebouwing is nagenoeg niets overgebleven, behalve soms een vermelding in een straatnaam. Slechts de toegangspoort van Paleis Huis ten Bosch aan de Bezuidenhoutseweg resteert. Deze is afkomstig van buitenplaats Het Kleine Loo. Het paleis, dat verrees in de zeventiende eeuw, heeft een uitgang aan de Bezuidenhoutseweg, maar ligt officieel niet in de wijk Bezuidenhout.

Besuyenhouyts Buert thumb|In 1756 was de Bezuidenhoutseweg, hier gezien richting Wassenaar, niet meer dan een zandweg.(P.C. la Fargue) Vanwege de groei van het aantal woningen langs de Bezuidenhoutseweg werd rond 1730 de Bezuidenhoutsebuurt opgericht. Deze omvatte de woningen ter weerszijden van de Bezuidenhoutseweg en liep van de Schenkweg tot de grens met Wassenaar. Deze buurt, georganiseerd als een soort vereniging, was verantwoordelijk voor het bewaren van een goede verstandhouding tussen de buurtbewoners, wederkerige hulpverlening en het handhaven van orde en rust binnen de buurt. Het betrof zaken als het organiseren van buurtfeesten, het bij toerbeurt ophalen van overleden mensen en het beslechten van burenruzies. Welke huishoudens tot de buurt behoorden, werd bijgehouden in Het Boeck van de Besuyenhouyts Buert.Geselschap, Mr. J.E.J.: Buurten van 's-Gravenhage, Haags Gemeentearchief, Den Haag 1957

Negentiende eeuw In de tweede helft van de negentiende eeuw groeide de bevolking van Den Haag explosief, waardoor de aanleg van nieuwe woonwijken noodzakelijk werd. Rond 1850 begon de daadwerkelijke uitbreiding van het centrum met herenhuizen langs de Bezuidenhoutseweg in het verlengde van de Herengracht. Daar bevond zich Hotel Bellevue dat rond 1750 was gebouwd als villa van Pieter Lyonet en een fraai uitzicht bood op de Koekamp. Investeerders onder wie de bankier Pierre Jean Landry en bouwondernemer Willem Hendrik van Zanten kochten oude buitenplaatsen op en braken die af voor nieuwbouw van herenhuizen. In 1868 waren de 1e en 2e Van den Boschstraat de eerste geheel nieuw aangelegde straten in Bezuidenhout met rijtjeshuizen en in 1872 aangevuld met de Engelse kerk. Door de bouw in 1878 van het Rhijnspoorstation (het latere Staatsspoorstation) werd het gebied ten noordoosten van de Haagse binnenstad ineens veel aantrekkelijker voor woningbouw. Vanaf eind negentiende eeuw tot 1910 werd het noordwestelijke deel van de woonwijk Bezuidenhout gebouwd.

1910-1945 In de volgende decennia tot de Tweede Wereldoorlog werd de bouw van de rest van de wijk voltooid. Ten westen van de Laan van Nieuw Oost-Indië trof men vooral huizen in de stijl van de neorenaissance en art nouveau aan. De toenmalige directeur van de Dienst Gemeentewerken van Den Haag, Isaac Lindo, drukte zijn stempel op de stedenbouwkundige opzet van de wijk. Zijn uitbreidingsplan van 1897 voorzag in een recht stratenpatroon met brede diagonale verbindingswegen. Onder de meer bekende architecten die in het oudste deel van Bezuidenhout gebouwen zouden ontwerpen, vindt men Wilhelmus Bernardus van Liefland, Daniël Knuttel en Johan Mutters.Rosenberg, H. P. R., Vaillant, Christiaan, Valentijn, Dick: Architectuurgids Den Haag 1800-1940, Uitgeverij SDU, Den Haag, 1988, . Gearchiveerd op 18 april 2023.

In het nieuwste gedeelte van de woonwijk Bezuidenhout, ten noorden van de Laan van Nieuw Oost-Indië, werd na de Eerste Wereldoorlog onder andere gebouwd in de stijl van de Nieuwe Haagse School. Zo vindt men in de Juliana van Stolberglaan tussen Stuyvesantplein en Schenkkade woongebouwen die zijn ontworpen door Co Brandes, een bekende vertegenwoordiger van deze architectuurstijl. Architecten die in dit deel van Bezuidenhout gebouwen ontwierpen in de stijl van de nieuwe zakelijkheid, zijn Jan Duiker, Bernard Bijvoet, Cornelis van Eesteren en Jos Klijnen. thumb|Bezuidenhoutseweg gezien richting de Herengracht, 1760.(P.C. la Fargue)

Tweede Wereldoorlog In het Bezuidenhout woonden veel Joodse burgers; zo'n veertien procent van de Joodse gemeenschap in Den Haag.Bart van der Boom: Den Haag in de Tweede Wereldoorlog, pagina 171, Uitgeverij SeaPress 1995, . Gearchiveerd op 9 april 2022. In de wijk hadden zij hun eigen voorzieningen, waaronder de synagoge aan de Carpentierstraat. In het straatbeeld kon men sjabbatpaaltjes aantreffen. Tijdens de bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog zijn velen van hen gedeporteerd naar concentratiekampen. Net als in andere buurten vonden ook in Bezuidenhout razzia's plaats. Die van 21 november 1944 die was gericht op het opsporen van mannen ten behoeve van de arbeitseinsatz in Duitsland leverde niet veel op.R.F. de Bock: Bezuidenhout-toen, pagina 38, Uitgeverij Wyt 1970,

Gedurende de bezettingstijd was Bezuidenhout overbevolkt. Als gevolg van het Bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 waren duizenden Rotterdammers in Bezuidenhout komen wonen.E.M.C.M. Janson: Het Bezuidenhout: Geschiedenis van een Haagse woonwijk, pagina 23, Uitgeverij Kruseman 1973, . Gearchiveerd op 9 april 2022. Vanwege de ontruiming van Scheveningen vanwege de bouw van de Atlantikwall kwamen daar nog velen bij.

Bombardement

In de Tweede Wereldoorlog heeft het stadsdeel zware schade geleden door een geallieerd bombardement op 3 maart 1945. Doel ervan was de opstelling van Duitse V-2 raketten in het nabijgelegen Haagse Bos. Door een combinatie van 'gewone' fouten bij het afwerpen van de bommen en het gebruik van verkeerde kaartcoördinaten werd een groot deel van Bezuidenhout verwoest. Er waren 550 dodelijke slachtoffers. De jonge Britse officier die verantwoordelijk was voor het overschrijven van de coördinaten op de kaarten kreeg een buitengewoon milde straf. Zijn meerderen, die hem hadden moeten controleren, bleven helemaal buiten schot. Pogingen van de Nederlandse regering om duidelijkheid en gerechtigheid te verkrijgen liepen op niets uit.

thumb|School in de Koningin Sophiestraat, in 1927 ontworpen door Jos Klijnen. Het gebouw overleefde het rampzalige bombardement van 1945

Wederopbouw Het Bombardement op het Bezuidenhout vernietigde 80% van de bebouwing van het deel van het Bezuidenhout in het vierkant Schenkweg – Bezuidenhoutseweg – Laan van Nieuw Oost Indië – Schenkkade en 20% van de bebouwing in het vierkant Laan van Nieuw Oost Indië – Bezuidenhoutseweg – Schenkkade/IJsclubweg – Carel Reinierszkade.