Giuseppe Saverio Raffaele Mercadante (Altamura, (bij Bari), 17 september 1795 – Napels, 17 december 1870) was een Italiaans componist en muziekpedagoog.

Levensloop Mercadante was de zoon van het echtpaar Rosa Bia en Giuseppe Orazio Mercadante. Hij volgde zijn muziekopleiding (solfège, viool, dwarsfluit en compositie) bij Nicola Antonio Zingarelli, Agostino Furno en Giacomo Tritto aan het Conservatorio di Santa Maria di Loreto in Napels. Nadat hij verschillende kleinere stukken (marsen en dansen) voor banda had gecomponeerd, werd hij in 1817 tot dirigent van het orkest aan het conservatorium benoemd en schreef hij voor dit ensemble meerdere werken. Waarschijnlijk was het tijdens een van deze "academies" dat Gioacchino Rossini, op bezoek aan het conservatorium, zo onder de indruk van Mercadante was, dat hij in zijn volgende brief aan Zingarelli schreef: Ik feliciteer u, omdat uw eigen jonge leerling Mercadante daar begint, waar wij eindigen.

Tot ca. 1822 was hij een gevierd operacomponist en zijn werken Elisa e Claudio (1821) en Adele ed Emerico (1822), stonden behalve in Italië bij La Scala in Milaan, ook op het programma van de operahuizen in Londen, Parijs en Wenen. Rond 1822 verwierf Donizetti de gunsten van het publiek, en was Rossini, zowel als Bellini ook veel gevraagd, waardoor Mercadante de volgende vier jaar geen opdrachten meer zou verkrijgen. Inmiddels had hij zijn geluk gezocht in Wenen en Parijs, waar zijn werk Les noces de Gamache in première ging. In 1827 was hij weer terug in La Scala met zijn werken Didone abbandonata en Il Montanaro. Van 1827 tot 1831 was hij werkzaam in Madrid, Cádiz en Lissabon. In die tijd componeerde hij o.a. de werken Adriana in Siria (1828) en Gabriella di Vergy (1828). Na zijn terugkomst componeerde hij Donna Caritea (1832).

In 1833 werd hij benoemd tot opvolger van Pietro Generali, kapelmeester aan de dom van Novara, en componeerde hij tot 1840 nog een vijftal opera's waaronder zijn meesterwerk Il Bravo, dat op 9 maart 1839 in La Scala in première ging. Vanaf 1839 was zijn rol goeddeels uitgespeeld door de opkomst van Verdi (diens eerste opera Oberto, Conte di San Bonifacio had zijn première in november 1839 in La Scala Milaan).

In 1840 volgde hij Nicola Antonio Zingarelli op als directeur van het Conservatorio di San Pietro a Majella di Napoli.

Composities Werken voor orkest 1821 Concerto en Fa Maggiore (F majeur), voor dwarsfluit en strijkorkest Allegro Andante con variazioni Finale 1860 Grande Duetto in Fa Maggiore (F majeur), voor twee dwarsfluiten en orkest Allegro maestoso Tema con variazioni 1861 Sinfonia Garibaldi "Dedicata all'Italia", voor strijkorkest Concerto in e mineur, voor dwarsfluit en orkest - (het laatste deel Rondo russo is als ingekorte versie in Nederland bekend geworden door fluitiste Berdien Stenberg) Sinfonia Concertante nr. 1, voor dwarsfluit, 2 klarinetten, hoorn en strijkorkest Sinfonia Concertante nr. 2, voor dwarsfluit, 2 klarinetten, hoorn en strijkorkest Sinfonia Concertante nr. 3, voor dwarsfluit, 2 klarinetten, hoorn en strijkorkest Fantasia Concertante over thema's uit de opera "Orazi e Curiazi", voor liefdesfluit (Flute d'amour), dwarsfluit en strijkorkest

Werken voor harmonieorkest Concerto, voor hoorn en harmonieorkest, bewerking door Willy Hautvast Elisa e Claudio, ouverture Flotie, ouverture Il Bravo, selectie uit de opera Ouverture uit de opera "Il conte di Essex (The Count Of Essex)", bewerking Thomas H. Rollinson Il Giuramento, selectie uit de opera La Vestale, selectie uit de opera, bewerkt door Louis-Philippe Laurendeau "Valse Mignon" uit de opera "La Vestale"

Missen en andere kerkmuziek 1838 Salve Maria, voor sopraan en piano Messa di Gloria Mottetto per San Gaudenzio Te Deum

Muziektheater Opera's