miniatuur|Volle maan. Het opvallend stralenstelsel rondom de zuidelijke krater Tycho is reeds met behulp van kleine verrekijkers waarneembaar. Volle maan of vollemaan is een van de schijngestalten van de maan waarbij de maan, vanaf de zon gezien, zich aan de andere zijde van de aarde bevindt. Op dat moment valt de verlichte helft van de maan samen met de naar de aarde toegekeerde helft. Vanaf de aarde is de maan dan maximaal verlicht te zien, en zo goed als volmaakt rond.

De schijngestalte Volle maan is niet het beste moment om astronomische observaties te doen; het licht van de maan is fel en overtreft het licht van sterren. Ook de maan zelf is niet optimaal waar te nemen bij deze schijngestalte; door het ontbreken van schaduwen zijn kraters en maangebergten slecht te herkennen. Toch kan er gezocht worden naar subtiele kleurnuances zoals de ietwat gelig groenachtige Wood's Spot ten noordwesten van de helderwitte krater Aristarchus, alsook naar stralenstelsels rondom geprononceerde inslagkraters zoals Tycho en Copernicus.

Het waarnemen van de volle maan met behulp van telescopen Alhoewel de winterse hoogstaande volle maan bij tal van amateurastronomen geen favoriet object is om er met telescopen naar te kijken, biedt het schaduwloze heldere maanoppervlak toch een verscheidenheid aan onverwachte en opmerkelijk uitziende details. Om verblinding te vermijden tijdens het waarnemen van de heldere volle maan is het aan te raden een grijsfilter op het oculair van de telescoop te bevestigen. Bij gebrek aan grijsfilter kan er vanuit een zeer helder verlichte binnenruimte worden waargenomen, zoals een daartoe omgevormd en witgeschilderd interieur van een koepel in een sterrenwacht. De ogen zijn in deze op daglicht lijkende omstandigheden, door middel van helderwit kunstlicht, aangepast aan de volle maan die er bijgevolg niet verblindend uitziet.

Maansverduisteringen miniatuur|Schema van de baan van de maan, de schijnbare baan van de zon, en de knopen Het vlak waarin de maan rond de aarde beweegt maakt een hoek van iets meer dan 5° met de ecliptica, het vlak waarin de aarde om de zon beweegt. De maan staat daarom de helft van een omloop boven, en de andere helft van een omloop onder het vlak van de ecliptica. Alleen wanneer de volle maan in een van de twee snijpunten van het baanvlak met het vlak van de ecliptica staat (in een zogenaamde knoop), staan zon en maan exact in tegenovergestelde posities ten opzichte van de aarde. Op zo'n moment valt de schaduw van de aarde op de maan. Dit is een maansverduistering. Maansverduisteringen komen dus uitsluitend voor tijdens volle maan.

Subtiele kleurnuances op de volle maan Waarnemers met een telescoop kunnen tijdens volle maan op zoek gaan naar subtiele kleurnuances. Het gebied ten noordwesten van de helderwitte inslagkrater Aristarchus vertoont een gelig-groenachtige kleur die door menig maanwaarnemer omschreven wordt als mosterdgroen. Dit gebied werd ook waargenomen door de Amerikaanse onderzoeker in optica Robert W. Wood, en is bekend als Wood's Spot. Het gebied omstreeks de komvormige krater Lassell C in het oostelijk gedeelte van Mare Nubium vertoont eveneens een kleurnuance. Deze geelachtige of beige-achtige kleurnuance werd ook opgemerkt door de astronauten van Apollo 16 toen ze in omloop waren rond de maan. Verder is er nog een opvallend kleurcontrast tussen Mare Serenitatis (geelachtig grijs) en de aangrenzende Mare Tranquillitatis (blauwachtig grijs). Ook Mare Imbrium vertoont flauwe kleurcontrastverschijnselen. Om de kleurgevoeligheid van het waarnemend oog aan te passen aan daglichtomstandigheden kan men de volle maan waarnemen met helderwitte kunstverlichting aan, in een betrekkelijk kleine ruimte met witte muren, witte vloer, witte zoldering, en een klein openstaand vensterraam om de telescoop naar de volle maan te richten.Valdemar Axel Firsoff, The Old Moon and the New (Sidgwick & Jackson - London, 1968).

Stralenstelsels rondom diverse soorten inslagkraters De Volle maan is de meest geschikte schijngestalte om op zoek te gaan naar stralenstelsels rondom een variëteit aan inslagkraters. Het meest bekende stralenstelsel, rondom de opvallende krater Tycho in het zuidelijke gedeelte van de naar de Aarde toegekeerde kant van de Maan, kan vrij gemakkelijk waargenomen worden met behulp van een kleine verrekijker. Het stralensysteem rondom de krater Copernicus vergt een amateurtelescoop. Mare Serenitatis vertoont een enkelvoudige straal die schijnbaar afkomstig is van de stralenkrater Tycho. Dit is echter nog steeds een onzekerheid en vormt daarmee een van de vele raadselen betreft de ontstaansgeschiedenis van oppervlakteformaties op de maan. Het stralenstelsel rondom de inslagkrater Proclus aan de westelijke rand van Mare Crisium vertoont een duidelijke aanwijzing dat het interplanetaire object dat verantwoordelijk was voor de vorming van Proclus onder een vrij vlakke hoek was ingeslagen, en aldus een stralensysteem veroorzaakte dat heden ten dage een kwart segment mist. Dit ontbrekend segment kreeg van Giovanni Battista Riccioli de benaming Palus Somni. Professionele telescopen zijn nodig om nog veel meer stralenstelsels en stralenstelseltjes te ontdekken rondom relatief kleine inslagkratertjes.

Anaxagoras De opvallende stralenkrater Anaxagoras bevindt zich nabij de noordpool van de maan en kan tijdens volle maan fungeren als gids om zich te oriënteren in Giovanni Battista Riccioli's Terra Siccitatis. Ten zuidoosten van Anaxagoras bevindt zich de helderwit uitziende komvormige krater Epigenes A.

Thales De eveneens opvallende stralenkrater Thales bevindt zich nabij het noordnoordoostelijk gedeelte van de rand van de naar de aarde toegekeerde kant van de maan. Ten zuidoosten van Thales bevindt zich de opvallend donkere walvlakte Endymion.

Glushko De stralenkrater Glushko (Olbers A) bevindt zich nabij de westelijke rand van de naar de aarde toegekeerde kant van de maan, ten noordwesten van de opvallende donkere walvlakte Grimaldi. Sommige van de oostwaarts gerichte stralen van Glushko kunnen opgespoord worden op de donkere vlakte van Oceanus Procellarum. Glushko is waarneembaar tijdens uiterst gunstige libratiestanden, gedurende alle maanfasen vanaf volle maan tot afnemende maansikkel. De eerdere benaming Olbers A heeft betrekking tot de zich net ten zuidoosten van Glushko bevindende krater Olbers, die deze naam gekregen heeft van Johann Heinrich von Mädler.

Naamloos stralenkratertje ten oosten van Atlas en Hercules Het koppel geprononceerde kraters Atlas en Hercules tussen Mare Serenitatis en de donkere walvlakte Endymion, nabij de noordoostelijke rand van de naar de aarde toegekeerde kant van de maan, heeft nog een derde metgezel in de vorm van een naamloos stralenkratertje met helderwit uitziend ejectagebied. Dit ejectagebied kan waargenomen worden gedurende alle maanfasen vanaf wassende maansikkel tot volle maan.

Stevinus A en Furnerius A Stevinus A en Furnerius A zijn twee helderwit uitziende stralenkraters die zich langs weerszijden van krater Stevinus bevinden, ten zuiden van Mare Fecunditatis en Mare Nectaris. Dit opvallend koppel stralenkraters kan met behulp van relatief kleine verrekijkers worden opgemerkt tijdens alle maanfasen vanaf wassende maansikkel tot volle maan. Dit koppel kreeg van de Amerikaanse maanwaarnemer en vulcanoloog Charles A. Wood de bijnaam Headlights (Koplampen).Charles A. Wood / Maurice J. S. Collins, 21st Century Atlas of the Moon (Lunar Publishing, UIAI Inc., Wheeling, WV 26005, USA.), page 20.

Kepler Een minder opvallend en kleiner stralenstelsel dan deze van Tycho en Copernicus vertoont zich rondom de geprononceerde krater Kepler in Oceanus Procellarum. De heldere krater Encke B, in Oceanus Procellarum, kan beschouwd worden als de zuidelijke begrenzing of het zuidelijk eindpunt van het stralenstelsel rond Kepler.

Godin, ten zuiden van Agrippa Ervaren waarnemers kennen het stralenstelsel rond de krater Godin ten zuiden van de iets grotere krater Agrippa. Tijdens volle maan zijn beide kraters enkel terug te vinden dankzij hun heldere binnenhellingen die er uitzien als dunne witte ringen. De bodems van deze kraters hebben dezelfde albedowaarden als de relatief heldere omgevingen ervan. Het koppel Agrippa en Godin bevindt zich in het noordelijk gedeelte van Giovanni Battista Riccioli's Terra Sanitatis, ten westen van Mare Tranquillitatis.

Ejectastraal afkomstig van Giordano Bruno Aandachtige waarnemers kunnen pogingen ondernemen om iets te zien te krijgen van een ejectastraal afkomstig van de betrekkelijk jonge inslagkrater Giordano Bruno op de achterzijde van de maan. Het meest zuidwestelijke gedeelte van deze ejectastraal, het uiteinde ervan, bevindt zich net ten oosten van Mare Crisium en ten noorden van het stelsel donkere maregebiedjes dat van de Amerikaanse maanwaarnemer en vulkanoloog Charles A. Wood de bijnaam Lacus Risus Felis heeft gekregen, naar de Cheshire Cat, een grijnzende kat in Lewis Carroll's Alice's Adventures in Wonderland. Een gunstige libratiestand van de maan is noodzakelijk om deze waarneming te doen slagen.

Het rechter oog van de Cheshire Cat (Charles A. Wood's Lacus Risus Felis) wordt gevormd door de langwerpige donkere krater Hansen B. Ten oosten van Lacus Risus Felis bevindt zich Mare Marginis.

Messier en Messier A - W. H. Pickering Een opvallend koppel inslagkraters zijn Messier en Messier A in Mare Fecunditatis. Ten westen van beide kraters bevindt zich een dubbele ejectastraal, afkomstig van het koppel. Tijdens volle maan ziet deze dubbele straal er als een komeetstaart uit. Deze dubbele straal wijst er op dat het object dat zowel Messier als Messier A heeft gevormd onder een uitzonderlijk vlakke hoek moet zijn ingeslagen. Het object kwam vanuit oostelijke richting alvorens het in Mare Fecunditatis insloeg. Van de selenografen Johann Nepomuk Krieger en Rudolf König had Messier A de naam W. H. Pickering gekregen, naar William Henry Pickering. Deze benaming werd echter niet geaccepteerd door de Internationale Astronomische Unie (IAU).

Lalande Geoefende ogen kunnen het stralenstelsel rond de geprononceerde krater Lalande opmerken. Deze krater bevindt zich ten noordoosten van de meest noordelijke uitloper van Mare Nubium, ten westzuidwesten van de zeer helderwit uitziende komvormige krater Mösting A.

De excentrisch geplaatste ejectastraal van Tycho Een merkwaardigheid tijdens het waarnemen van de volle maan vormt de sterk excentrisch geplaatste ejectastraal ten zuidzuidwesten van de geprononceerde inslagkrater Tycho. Het noordelijke uiteinde, of de start, van deze straal bevindt zich beduidend westwaarts van Tycho.

Helderwit uitziende jonge inslagkraters De kraters en kratertjes die gevormd zijn tijdens de meest recente inslagen, teweeggebracht door interplanetaire objecten zoals planetoïden, komeetkernen, en meteoroïden, laten zich, in de meeste gevallen, zien als opvallende helderwitte markeringen op het grijze maanoppervlak. Het meest treffende voorbeeld daarvan is de krater Tycho met het grootste stralensysteem op de maan. Ook Aristarchus in het noordelijke gedeelte van Oceanus Procellarum toont een zeer opvallend wit aspect, evenals Proclus aan de westelijke rand van Mare Crisium en Menelaus aan de zuidelijke rand van Mare Serenitatis.

IJkpunten tijdens gedeeltelijke en totale maansverduisteringen De meeste van de veel kleinere wit uitziende inslagkraters worden tijdens gedeeltelijke en totale maansverduisteringen gebruikt als ijkpunten om de posities van de voortschrijdende boogvormige rand van de aardschaduw op de maan te bepalen. Sommige van deze relatief recent gevormde kleinere komvormige inslagkraters zien er tijdens volle maan uit als starende ogen met witte irissen. Hun binnenhellingen tonen een hoger albedo dan hun aanzienlijk donkerder uitziende bodems.

Hipparchus C