thumb|Clara Fey, de eerste generaal-overste De Zusters van het Arme Kind Jezus vormen een katholieke vrouwelijke congregatie. De congregatie is in 1844 opgericht in Aken met als doel arme en noodlijdende kinderen te helpen en een christelijke opvoeding te geven.Klooster van de zusters van het Arme kind Jezus (Simpelveld), Rijckheyt: Centrum voor regionale geschiedenis, ingezien op 11 november 2014 Ze werd in 1869 door paus Pius IX goedgekeurd als religieus instituut van pontificaal recht. In 1878 moest de congregatie noodgedwongen Pruisen verlaten en vestigde zich in de Nederlandse plaats Simpelveld, net over de grens bij Aken, en keerde pas in 2012 terug naar Duitsland.Bisschop neemt afscheid van Clara Fey, Dichtbij, 31 augustus 2012 De congregatie is wereldwijd in 12 landen actief (2014).Deze congregatie mag niet verwisseld worden met de Zusters van het Arme Kindje Jezus.
Oprichting en groei thumb|Klooster in Aken, ca. 1910. Links de Kind-Jezuskapel, die na de oorlog werd herbouwd, en waarin sinds 2018 Clara Fey ligt begraven De oprichters van de congregatie waren Clara Fey, Leocadia Startz, Wilhelmina Istas en Aloysia Vossen, die samen op school zaten in Aken. Ten huize van Clara Fey vormde al geruime tijd een ontmoetingsplaats voor priesters en leken, waar men overleg voerde over religieuze en sociale onderwerpen. In februari 1837 huurde Clara met enkele metgezellen een huis waar ze kinderen voedden, kleding gaven en schoolden. Korte tijd later zette men de werkzaamheden voort in een plaatselijk oud Dominicaans klooster en opende men nieuwe scholen in nieuwe huizen. Na zeven jaar, op 2 februari 1844, vormden de vier oprichtsters een congregatie en gingen het kloosterleven in, onder leiding van Clara Fey (11 april 1815 - 8 mei 1894).
In 1845 keurde Johannes kardinaal von Geissel, de aartsbisschop van Keulen, de kloosterregel goed. Ook de regering van Pruisen keurde de oprichting goed. In 1869 volgde de erkenning door de Heilige Stoel. Een oud klooster in de Jakobstrasse werd het eerste moederhuis van de nieuwe congregatie. De congregatie groeide snel en opende nieuwe huizen in Bonn, Düsseldorf-Derendorf, Neuss, Keulen, Koblenz, Landstuhl, Luxemburg, Stolberg, en Wenen.Penning de Vries (1978), pp. 8-9, 11.
Mede wegens financiële overwegingen werden ook andere activiteiten ondernomen vanuit de kloosters, zoals middelbare meisjesscholen. Vooral het borduurwerk van liturgische gewaden werd populair in Duitsland en omliggende landen, met onder andere ontwerpen die Augustus Pugin maakte voor Mrs. Edgar, een Engelse inwoonster van Aken.
Vertrek uit Pruisen thumb|Huize Loreto te Simpelveld, tot 2012 het algemeen moederhuis van de congregatie Toen in 1872 de Pruisische regering tijdens de Kulturkampf het katholieke geloof aanviel, kwam ook de congregatie van 'Mutter Clara' in de problemen. Dankzij de invloed van de keizerin zou het tot 1875 duren voordat stappen werden ondernomen om de huizen in Pruisen te sluiten. Alleen het huis te Aken-Burtscheid mocht openblijven, omdat daar verpleging van zieken en bejaarden plaatsvond. Later werd hier het Duitse provincialaat gevestigd. Ook het algemeen moederhuis (generalaat) moest uit Aken vertrekken. Dit verhuisde in 1878 naar het vanaf 1875 gebouwde Huize Loreto in het Nederlandse Simpelveld, enkele kilometers van Aken verwijderd. De Akense kanunnik en kunsthistoricus Franz Bock steunde de zusters in hun nieuwe werkterrein in Nederland en ook hier werd dit succesvol.Gold, Silver and Silk. Church Textiles in the Netherlands 1830–1965, Marike Van Roon Veel zusters vertrokken naar Nederland, België, Luxemburg, Beieren en Oostenrijk. In Engeland werd in 1876 in Southam een weeshuis opgericht door de tien zusters die daarheen waren gevlucht. Nadat de regelgeving deels was aangepast, kon de congregatie in 1887 veel van haar kloosters in Pruisen terugkrijgen. Uiteindelijk keerde het generalaat in 2012 terug naar Aken.Bisschop neemt afscheid van Clara Fey, Dichtbij, 31 augustus 2012 In Maastricht wonen nog enkele zusters in een deel van het klooster De Beyart. Op het kerkhof van de Kerk van Sint-Pieter boven is een sectie gereserveerd voor de zusters.
Locaties thumb|Duits provincialaat in Aken-Burtscheid thumb|Grafmonument op het kerkhof van Sint-Pieter boven thumb|Vm. Clara Feyschool in Amsterdam thumb|Klooster in Wenen-Döbling De congregatie is of was actief in de volgende landen: 'In aller Welt' op manete-in-me.org, geraadpleegd 13 mei 2026.
Europa België Brussel (1874) Antwerpen-Borsbeek: Belgisch provincialaat (1875-heden) Moresnet (1877) Duitsland Aken: generalaat (1848-1878, 2012-heden) Aken-Burtscheid (1854-nu; vanaf 1888 Duits provincialaat) Bonn (1848-1877; 1893-?) Düsseldorf-Derendorf (1850-1876; 1892-?) Keulen-Ehrenfeld (1851/1867-1877; 1892-?) Neuss (1855-1877; 1887-?) Frankrijk Nancy (1876) Letland Liepāja (1927-heden) Luxemburg Echternach (1857-?) Septfontaines (1875-?) Rumelange (1876-heden) Nederland: Roermond: Huis met de Stenen Trappen met klooster en kapel (1875-1994) Maastricht: Boschstraat 69-73 met kapel (1875-1981), Brusselseweg 152 (Landhuis St. Joseph, ca. 1900), Brusselseweg 150 (Kweekschool Immaculata met provincialaat, 1921-1991), De Beyart (1981-nu) Simpelveld: Huize Loreto (generalaat, 1878-2012; Nederlands provincialaat, 1991-2012) Amsterdam: Linnaeushof 43-44 (klooster), Linnaeushof 45-46 (Sint-Lidwinaschool) en Linnaeushof 47-48 (Clara Feyschool) Cadier en Keer: Huis Blankenberg (kloosterbejaardenhuis, 1934-2004) Oostenrijk Wenen-Döbling (1857) Wenen-Stadlau (1890) Spanje Burgos Verenigd Koninkrijk Southam: klooster en weeshuis (1876-heden)
Azië Indonesië Malang Maumere Kazachstan Makinsk
Zuid-Amerika Colombia Bogota Peru Iquitos
Museum Na de terugkeer van het generalaat naar Aken in 2012 werd er gezocht naar een nieuwe bestemming voor het voormalige moederhuis, Huize Loreto, in Simpelveld. Men besloot tot het oprichten van een museum. Museum de Schat van Simpelveld opende op 1 juni 2018 zijn deuren voor het publiek. Het toont de materiële en immateriële nalatenschap van de congregatie.
Externe link www.manete-in-me.org, website van de Zusters van het Arme Kind Jezus
Geraadpleegde literatuur, verwijzingen