John Davies Cale (Garnant, Wales, 9 maart 1942) is een Welshe muzikant, songschrijver en producer. Zijn werk valt grotendeels onder de noemer (alternatieve) rock, hoewel hij een klassieke vorming had genoten. Hij was een van de leden van The Velvet Underground eind jaren ’60.

Jeugd en klassieke vooropleiding Cale werd in 1942 geboren in Garnant, een industriestadje in Wales. Hij studeerde piano en altviool vanaf zijn zevende. Met een duw in de rug van componist Aaron Copland kreeg hij een beurs om compositie te studeren, in een zomercursus in Massachusetts. Daar ontmoette Cale Yannis Xenakis en Morton Feldman. In 1963 reisde Cale door naar New York. Daar ontmoette hij de Amerikaanse componist La Monte Young, die experimentele muziek componeerde (The Dream Syndicate). Cale kwam aanvankelijk van een afstand, en later sporadisch ook persoonlijk, in contact met componist John Cage die een onuitwisbare indruk op hem maakte door de vernieuwing in zijn muziek.

The Velvet Underground Toen Cale in 1965 Lou Reed ontmoette, konden de verschillen nauwelijks groter zijn. Cale een Europese experimentele klassieke muzikant, en Reed, songwriter bij een platenfirma, een Amerikaan met simpele rock en ruige vertellende teksten. Het recept voor een van de meest invloedrijke rockgroepen was geschreven, The Velvet Underground, met verder gitarist Sterling Morrison en drumster Maureen Tucker. John Cale speelde er basgitaar, viool, piano en orgel. The Velvet kende een korte, maar krachtige carrière. Popartkunstenaar Andy Warhol lijfde de groep in als huisorkest bij The Factory, een kunstenaarscollectief annex gebouw, plaatste ook fotomodel Nico achter de microfoon en nam de groep op tournee. Deze periode was erg intensief voor alle leden en dit op alle vlakken. De spanningen tussen de ego's van Cale en Reed liepen te hoog op, en Cale verliet de Velvet Underground in 1968 na amper twee platen, The Velvet Underground & Nico (1967), met de beroemde hoes van Andy Warhol met de banaan en White Light/White Heat (1968). Na het vertrek van Cale was het geluid van de Velvets niet meer hetzelfde en zijn invloed op de twee albums die de rockgeschiedenis veranderden werd duidelijk: minimalisme (aanhoudende monotone altviool zoals in Heroin), spanning tot zelfs dreiging en vernieuwing. Cale zelf benadrukte steeds dat The Velvet Underground gedurende een korte periode een echte groep was en dat de rol van Tucker en Morrison dus steeds werd onderschat. Tussen Cale en Reed zou het nooit meer echt goed komen. In latere interviews bleven ze aldoor met modder naar elkaar gooien.

Solocarrière thumb|225px|John Cale (2010) In zijn eerste solowerk leerde Cale het vak van frontman. Het album Paris 1919 uit 1973 wordt als een eerste hoogtepunt uit zijn oeuvre beschouwd. Het is een mengeling van orkest en pop in een erg ingetogen en elegante stijl: een complete stijlbreuk met zijn Velvetverleden. Hierna volgen de zogenaamde Island-years, waarin Cale in Engeland met een min of meer vaste band (met Chris Spedding) drie erg sterke duistere rockplaten afleverde: Fear, Slow dazzle en Helen of Troy. Een serie grote namen werkte met hem in deze periode: Phil Manzanera, Robert Wyatt, Mike Oldfield, Chris Thomas, Phil Collins. Nummers zoals Fear is a man’s best friend, Guts en Pablo Picasso typeren deze periode van midden de jaren zeventig, waar veel werk uit improvisatie in de studio ontstond. In de loop van de jaren zeventig produceerde Cale ook debuutplaten van Patti Smith, The Stooges en Jonathan Richman and his Modern Lovers. Met de persoonlijke problemen eind jaren zeventig volgde ook artistieke instabiliteit. Tot Cale begin jaren tachtig opnieuw sterk werk neerzette met het trio Honi Soit (rauwe rock met de bijna-hit Dead or Alive), het in wanhoop badende en muzikaal gedeconstrueerde Music for a New Society (met een nieuwe versie van het nummer Close Watch) en Caribbean Sunset. In deze periode toerde Cale opnieuw met een vaste band wat werd vastgelegd en afgesloten in het gedeeltelijk livealbum Comes Alive.

In 1989 kwam Cale weer met "something completely different": op het album Words for the dying brengt Cale The Falkland Suite, een vertaling van gedichten van Dylan Thomas naar muziek begeleid door piano, orkest, kinderkoor en enkele stoorzenders zoals een pedal-steel-gitar. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig trad Cale regelmatig solo op, en begeleidde zichzelf op piano en gitaar. Hij bracht heel wat filmmuziek uit en zette enkele samenwerkingen op met Brian Eno, Wrong Way Up en met Bob Neuwirth, Last Day on Earth. In 1990 was er een korte samenwerking met Lou Reed naar aanleiding van het overlijden van gemeenschappelijke goeroe Andy Warhol, Songs for Drella. Nadien volgde zelfs een heuse Velvet reünie tournee in Europa in 1993, maar nog voor nieuw werk of een Amerikaanse tournee aan de orde kwamen, werd de samenwerking tussen Cale en Reed alweer beëindigd.

Na de eeuwwisseling vond Cale een nieuwe adem met nieuw werk bij EMI: een ep 5 Tracks, HoboSapiens uit 2003 en blackAcetate uit 2005. Cale werd in 2000 in Antwerpen met een Eredoctoraat beloond omwille van “zijn invloedrijk- en grensverleggend werk in de eigentijdse muziek, de ballet- en filmmuziek en om zijn eminente bijdragen aan de ontwikkeling van de hedendaagse kunst”.

Discografie New York in de jaren zestig, nadien uitgebracht Sun Blindness Music (Table of the Elements) 2001 Dream Interpretation: Inside The Dream Syndicate Vol. II (Table of the Elements) 2001 Stainless Gamelan: Inside The Dream Syndicate Vol. III (Table of the Elements) 2001

Met The Velvet Underground The Velvet Underground and Nico (Verve) 1967 White Light/White Heat (Verve) 1968 VU (1984) Another View (1986) Live MCMXCIII (Sire) 1993

Solo Vintage Violence (Columbia) 1970 The Academy In Peril (Reprise) 1972 Paris 1919 (Reprise) 1973 Fear (Island) 1974 Slow Dazzle (Island) 1975 Helen of Troy (Island) 1975 Guts (compilation) (Island) 1977 Sabotage/Live (IRS) 1979 Honi Soit 1981 Music for a New Society (Ze) 1982 Caribbean Sunset (Ze) 1983 John Cale Comes Alive (Ze) 1984 Artificial Intelligence (Beggars Banquet) 1985 Words for the Dying (All Saints) 1989 Even Cowgirls Get The Blues (live) (ROIR) 1991 Paris s'éveille, Suivi d'Autres Compositions (OST) (Crepuscule) 1991 Fragments of a Rainy Season (live) (Hannibal) 1992 23 Solo Pieces pour La Naissance de L'Amour (Crepuscule) 1993 N'Oublie Pas Que Tu Vas Mourir (Crepuscule) 1994 Seducing Down The Door (compilation) (Rhino) 1994 Antartida (OST) (Crepuscule) 1995 Walking on Locusts (Hannibal) 1996 Eat/Kiss: Music for the Films of Andy Warhol (Hannibal) 1997 Somewhere In The City (OST) 1998 The Unknown (OST) (Crepuscule) 1999 Le Vent De La Nuit (OST) (Crepuscule) 1999 Close Watch: An Introduction to John Cale (compilation) - 1999 5 Tracks (ep) (EMI) 2003 HoboSapiens (EMI) 2003 Process (OST) (Syntax) 2005 blackAcetate (EMI) 2005 Live Circus (EMI) 2007 Extra Playful (ep) (Double Six Records) 2011 Shifty Adventures in Nookie Wood (Double Six) 2012 M:FANS (Double Six) 2016 Mercy (Double Six) 2023 Poptical Illusion (Double Six) 2024 MiXology (volume 1) (Double Six) 2025

In samenwerkingsverband Church of Anthrax (met Terry Riley) (Columbia) april 1971 June 1, 1974 (met Kevin Ayers, Brian Eno, Nico) (Island) 1974 Songs for Drella (met Lou Reed) (WEA) april 1990 Wrong Way Up (met Brian Eno) (All Saints) oktober 1990 Last Day on Earth (OST, met Bob Neuwirth) (MCA) mei 1994

Bibliografie Victor Bockris & John Cale, “What’s Welsh for Zen”, 1999 Tim Mitchell, Sedition and alchemy (A Biography of John Cale), 2003 Wouter Bulckaert, John Cale - Underdog in de underground, 2026

Externe links

Officiële John Cale site Officieuze meest complete site Interview Cucamonga (Be-Radio1) (gearchiveerd) Eredoctoraat Cale te Antwerpen, Laudatio door prof. Robert Lowen (gearchiveerd)

Categorie:The Velvet Underground Categorie:Brits zanger Categorie:Welsh zanger Categorie:Brits singer-songwriter Categorie:Brits violist Categorie:Brits pianist Categorie:Brits organist