miniatuur|Wapen voor 1405 (Wapenboek Beyeren), de leeuw komt in gewijzigde vorm voor als hartschild van het Wapen van Lanaken miniatuur|De waterburcht Pietersheim (of: Pietersem) is een heerlijkheid die bestond van de 11e eeuw tot 1794. Het was een leen van het graafschap Loon. Staatsrechtelijk was Pietersheim een rijksbaronie, dat wil zeggen een baronie die rijksvrijheid bezat.

De heerlijkheid werd genoemd naar het gehucht Pietersheim, met het kasteel Pietersheim waarvan de oudste archeologische vondsten (zie Waterburcht Pietersheim) teruggaan tot het laatste kwart van de 11e eeuw. De belangrijkste plaats in de heerlijkheid was echter het toenmalige dorp Lanaken, waarnaar de Ferrariskaarten de heerlijkheid seigneurie de Lonaken noemen. Andere woonplaatsen in de heerlijkheid waren de toenmalige gehuchten Bessemer, Pietersheim, Hocht, Smeermaas, Briegden en Caberg.

In 1449 kwam de heerlijkheid, door huwelijk van Richard II van Merode met Beatrix van Pietersheim, uiteindelijk in bezit van het Huis Merode, waardoor Johan IV van Merode de eerste heer van Pietersheim was. De hieruit voortvloeiende tak wordt wel de tak Van Merode-Pietersheim genoemd. De heerlijkheid Pietersheim bleef in bezit van het huis Merode, tot zij in 1794 werd opgeheven.

Graafschap Hocht Pietersheim kon uitgroeien tot rijksbaronie doordat de heerlijkheid in de 10e eeuw het machtscentrum van een Maaslands graafschap vormde. Dit graafschap ging later op in het graafschap Loon, maar desondanks behield Pietersheim zijn rijksvrijheid.

Al in 922 werd een burcht genoemd met de naam Harburgum, waarschijnlijk gelegen in het nabije Herbricht.Herbricht op Inventaris Onroerend Erfgoed Een oorkonde uit 952 heeft het over de pago Huste, waaruit Baerten afleidt dat toen Hocht een regionale hoofdplaats was.Jean Baerten, "Het graafschap Loon" - in "Maaslandse monografieën" vol 9 (Van Gorcum, Assen, 1969) De twee burchten zouden de kern geweest zijn van een post-Karolingische gouw die het zuidwestelijke deel van de Maasgouw omvatte. Dit "graafschap Hocht" grensde in het zuiden aan Maastricht en Munsterbilzen (twee Luikse bezittingen) en in het noorden aan Ophoven (dat behoorde tot Casallum in de naburige Maasgouw).

Het graafschap Hocht maakte deel uit van het comitatu Ruodolfi, d.i. het graafschap van Rudolf II. Rudolf behoorde tot het geslacht der Reniers en was ook graaf van Haspinga en de Maasgouw. Historici geven twee mogelijke verklaringen voor de personele unie tussen Hocht en Haspinga. Ten eerste kan Rudolf de zoon zijn uit een huwelijk tussen een Renier en een telg uit een ander machtig geslacht, de Balderiks.Geert Souvereyns & Arnoud-Jan Bijsterveld, "De graven van Loon". Gearchiveerd op 14 mei 2022. In dat geval had Rudolf Haspinga geërfd. Anderzijds is geweten dat Otto de Grote enkele opstandige Reniers uit hun gebieden verdreef. Hij kan Hocht dus aan de Reniers ontnomen hebben en het aan de Balderiks geschonken hebben.Jos Molemans, "Loon tussen Brabant en Luik" - in "Mededelingen van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde" nr. 68 (Hasselt, 1992). Gearchiveerd op 7 oktober 2022.

Door vererving werden de gouwen Hocht, Haspinga en Maasland weer gescheiden. Rudolfs (klein)zoon Arnulf van Haspinga voegde Hocht en Haspinga samen tot het "graafschap Loon", tussen 1030 en 1040. Als hoofdplaats van het geheel koos hij Borgloon, aangezien deze stad aan de handelsweg Brugge-Keulen lag. Hocht verloor dus zijn functie als hoofdplaats, maar behield een belangrijke rol binnen Loon. In de 11e eeuw lieten de landsheren een nieuwe burcht bouwen te Pietersheim, waarnaar hun heerlijkheid zich voortaan noemde. Op de plaats van de oude burcht stichtten ze omstreeks 1186 de abdij van Hocht.

Heren en vrouwen van Pietersheim Heer / vrouwe Periode / vermelding Huis / geslacht Toelichting Huis Van Pietersheim / Pietersem Willem van Pietersheim vermeld 1227 Van Pietersheim In 1227 schonk Arnold, graaf van Loon, het leen Pietersheim aan Willem van Pietersheim. Jan van Pietersheim vermeld in de late 14e eeuw Van Pietersheim Na de verwoesting van de burcht in 1378 liet Jan van Pietersheim het overgebleven gebouw met kapelzaal herbouwen. Beatrix van Pietersheim 15e eeuw Van Pietersheim Door haar huwelijk met Richard II van Merode kwam Pietersheim in het huis De Merode. Huis De Merode / De Merode-Pietersheim Johan IV van Merode 15e eeuw; overleden 1481 De Merode Zoon van Richard II van Merode en Beatrix van Pietersheim. Richard IV van Merode vermeld tot 1523 De Merode-Pietersheim Heer van Pietersheim, Diepenbeek, Oirschot, Herlaar, Houffalize en IJsselmonde. Hendrik I van Merode-Pietersheim 1523–1564 De Merode-Pietersheim Vrijheer van Pietersheim en heer van Herlaar. Jan IX van Merode-Pietersheim 1564–1601 De Merode-Pietersheim In 1588 werd Jan IX in zijn rechten op Pietersheim hersteld. Filips I van Merode-Pietersheim vanaf 1601; overleden 1627 De Merode-Pietersheim Zoon en opvolger van Jan IX van Merode-Pietersheim. Floris van Merode-Pietersheim vanaf 1627; overleden 1638 De Merode-Pietersheim Zoon van Filips I van Merode-Pietersheim. Ferdinand Filips van Merode-Pietersheim vanaf 1638; overleden 1653 De Merode-Pietersheim / De Merode-Westerlo Zoon van Floris van Merode-Pietersheim. Isabella Margaretha Francesca van Merode tweede helft 17e eeuw De Merode-Westerlo Erfgename van Ferdinand Filips van Merode-Pietersheim. Maximiliaan van Merode-Pietersheim tweede helft 17e eeuw De Merode-Pietersheim / De Merode-Westerlo Gehuwd met Isabella Margaretha Francesca van Merode. Jan Filips Eugeen van Merode 1701–1732 De Merode-Westerlo Graaf van Merode, markies van Westerlo en baron van Pietersheim. Opvolgende leden van het huis De Merode-Westerlo 1732–1794 De Merode-Westerlo Pietersheim bleef tot het einde van de 18e eeuw in bezit van de familie De Merode.

Referenties

Pietersheim Categorie:Geschiedenis van Limburg