D'Ennetières, ook d'Ennetières et des Mottes en d'Ennetières d'Hust, was een Zuid-Nederlandse adellijke familie.
Geschiedenis In 1524 verleende keizer Karel V erfelijke adel en een persoonlijke titel van ridder van het Heilig Roomse Rijk aan Jerôme Dennetières, provoost van Doornik. Deze verlening werd niet in de Spaanse Nederlanden geregistreerd. In 1588 werden door koning Filips II van Spanje de disposities van 1523 gehomologeerd ten gunste van de kinderen van Jerôme en van zijn kleinzoon Arnoud, heer van Laplaigne, staatssecretaris in Brussel. In 1620 verleende aartshertog Albert van Oostenrijk de persoonlijke titel ridder aan Jean Dennetières, heer van Harlebois, raadsheer bij de Raad van Financiën in Brussel, broer van Arnoud. In 1625 verleende koning Filips IV van Spanje de persoonlijke titel ridder aan Jacques Dennetières, achterkleinzoon van Jerôme Dennetières en zoon van Jean, heer van Harlebois. Hij werd raadsheer en rekenmeester bij de Rekenkamer in Rijsel en thesaurier-generaal bij de Raad van Financies in Brussel. In 1644 verlening door koning Filips IV van de titel ridder aan Philippe-François d'Ennetières, zoon van Jacques. In het voordeel van dezelfde Jacques Dennetières verhief koning Filips IV in 1664 de heerlijkheid Berlière bij Aat tot baronie. In 1676 verleende koning Lodewijk XIV van Frankrijk de persoonlijke titel van ridder aan Arnould-Jean d'Ennetières, groot-provoost van Doornik. In 1680 verleende koning Karel II van Spanje de titel markies des Mottes aan Philippe-François d'Ennetières, thesaurier-generaal van de Raad van Financies en raadsheer in de Raad van State in Brussel, zoon van Jacques.
Genealogie Frédéric-Englebert d'Ennetières (1718-1759), markies des Mottes, x Jeanne de Sainte-Aldegonde Noircarmes (1719-1788) Balthazar d'Ennetières (1743-1817), markies des Mottes, x Rose de Sainte-Aldegonde Noircarmes (1764-1818) Frédéric d'Ennetières (zie hierna) Victor-Emmanuel d'Ennetières 1753-1805), x Philipinne du Chasteler (°1764) Camille d'Ennetières (zie hierna)
Frédéric d'Ennetières
Camille d'Ennetières Camille Frédéric d'Ennetières van Hust (Doornik, 22 april 1797 - Elverdinge, 25 januari 1867) was een zoon van Victor-Emmanuel d'Ennetières, kapitein in het regiment van Clerfayt, en Philippine du Chasteler.
In 1822 werd hij erkend in de erfelijke adel en onder de naam d'Ennetières van Hust begunstigd met de titel graaf, overdraagbaar op alle afstammelingen. Hij werd lid van de Provinciale Staten van West-Vlaanderen en was burgemeester van Elverdinge.
Hij trouwde in 1822 met Georgine de Bethune Hesdigneul (1800-1874), dochter van graaf Bernard de Bethune Hesdigneul, burgemeester van Doornik en lid van de Eerste Kamer. Ze kregen drie dochters, die ongehuwd bleven, en een zoon, Victor d'Ennetières (1828-1908), die eveneens burgemeester van Elverdinge werd. Hij trouwde in 1848 in Terhulpen met zijn nicht Euphémie de Bethune Hesdigneul (1826-1895). Ze kregen een dochter, met afstammelingen tot heden.
Met Victors dood in 1908 was deze familietak eveneens uitgedoofd. Zijn dochter Marie was de laatste naamdraagster. Zij stierf in 1925.
Literatuur Oscar COOMANS DE BRACHÈNE, État présent de la noblesse belge, Annuaire 1988, Brussel, 1988. Luc DUERLOO en Paul JANSSENS, Wapenboek van de Belgische adel, Brussel, Gemeentekrediet van België, 1992.
Categorie:Belgisch adellijk huis Categorie:Zuid-Nederlands adellijk huis (voor 1830)