miniatuur|Miniatuur van Rogier van der Weyden, Frontispice van de Chroniques de Hainaut, Jean Wauquelin presenteert het boek aan Filips de Goede.
De Librije van Bourgondië is een bibliotheek die werd samengesteld door de hertogen van Bourgondië van het Huis Valois. De verzameling werd begonnen onder Filips de Stoute en verder uitgebreid door zijn erfgenamen. Filips II richt op 12 april 1559 de Koninklijke Bibliotheek van de Nederlanden op, waarin de Librije van Bourgondië wordt ondergebracht. Men kan de Librije van Bourgondië dan ook beschouwen als een rechtstreekse voorloper van de huidige Koninklijke Bibliotheek van België (KBR). Bij de dood van Filips de Goede was de Bourgondische Librije ongetwijfeld de grootste boekenverzameling in de Bourgondische Nederlanden en ze kon wedijveren met de bibliotheken van Karel V en Karel VI van Frankrijk, van de Hongaarse koning Matthias Corvinus, van Cosimo de Medici in Florence en met de pauselijke bibliotheek in Rome.Hanno Wijsman, Luxury bound, Illustrated Manuscript Production and Noble and Princely Book Ownership in the Burgundian Netherlands (1400-1500), 2010 Brepols - Turnhout , p.145. Vandaag vormt de Librije een collectie van 280 manuscripten binnen de KBR. Ze zijn gemaakt door kopiisten als Jean Miélot, Jean Wauquelin en David Aubert en verlucht door miniaturisten als Willem Vrelant, Loyset Liédet, Jan Tavernier, Philippe de Mazerolles, Simon Marmion en Lieven van Lathem. Sinds 2020 worden de topstukken uit de Librije tentoongesteld in het KBR Museum.Brochure KBR Museum. Gearchiveerd op 12 augustus 2022.Website KBR Museum. Gearchiveerd op 7 juni 2023.
Geschiedenis miniatuur|320px|Na de nederlaag bij de Slag van Gavere in 1453, moesten tweeduizend Gentenaars Filips de Goede om vergiffenis smeken, in hun hemd, op hun knieën en in het Frans.
Opbouw Filips de Stoute, een zoon van Jan II van Frankrijk was zoals zijn vader en zijn broers Karel V van Frankrijk en Jan van Berry een liefhebber en verzamelaar van handschriften. Karel V (1338-1380) was de stichter van de ‘Librairie royale’ die gehuisvest was in een toren van het Louvre en meer dan duizend manuscripten bevatte. Hij wil die kennis ook vulgariseren en laat daarom wetenschappelijke, historische, filosofische, astrologische en religieuze werken naar het Frans vertalen. Jean duc de Berry (1340-1416) was waarschijnlijk de grootste verzamelaar van zijn tijd en gaf onder meer de opdracht voor Les Très Riches heures aan de gebroeders Van Limburg. Maar ook Filips de Stoute (1342-1404), zijn bijnaam dankt hij aan zijn moedig gedrag in de slag bij Poitiers, was een verwoed boekenverzamelaar. De inventarissen opgesteld na zijn dood in 1404 en die van zijn echtgenote Margaretha van Male in 1405 bevatten respectievelijk 70 en 135 volumes.Georges Doutrepont, La Littérature française à la cour des ducs de Bourgogne. Paris, Honoré Champion, 1909. Het is uiteraard zeer goed mogelijk dat een aantal van de volumes in de inventaris van 1404 opnieuw werden opgenomen in die van 1405 maar dit valt niet altijd op te maken uit de vage beschrijvingen. Bovendien had Margaretha op 9 mei 1404 afstand gedaan van de erfenis van de met Filips de Stoute gemeenschappelijk gebruikte roerende goederen met een acte de non communautée, uit angst voor de schuldeisers van haar overleden echtgenoot. Volgens recenter onderzoek telde de bibliotheken van Filips de Stoute en Margaretha van Male respectievelijk 88 en 147 werken.Hanno Wijsman, Bibliothèques princières entre Moyen Âge et Humanisme in Les bibliothèques princières et la genèse de l’état moderne, 2009 Budapest. p.127; in een ander werk van 2010 spreekt Wijsman van 80 en 149 werken. Men kan dus stellen dat een belangrijk deel van deze bibliotheek afkomstig was uit het boekenbezit van de graven van Vlaanderen waarvan Margaretha de laatste erfgename was.
Jan zonder Vrees was minder actief wat betreft het uitbreiden van de handschriftencollectie die hij van zijn ouders erfde. Bij zijn overlijden in 1419 bevatte de bibliotheek ca. 250 volumes (waarvan er 43 actueel bekend zijn).Georges Doutrepont, L’ Inventaire de la libairie de Philippe le Bon (1420), Kiessling, Bruxelles, 1906. Bij het overlijden van zijn echtgenote Margaretha van Beieren in 1424 werden er een dertigtal handschriften geïnventariseerd, maar daarvan waren er waarschijnlijk een tiental geleend uit de bibliotheek van haar echtgenoot.
De belangrijkste uitbreiding van de bibliotheek vond plaats tijdens de regeerperiode van Filips de Goede, de Grote Hertog van het Westen. Na in het begin van zijn regeerperiode, in de jaren 1420 en 1430 veel tijd te hebben besteed aan de uitbouw en consolidatie van zijn gebieden, verbleef hij in de periode van 1430-1460 zeer frequent in de Zuidelijke Nederlanden. Het was vooral in de periode na 1445 dat Filips veel aandacht besteedde aan de uitbouw van zijn bibliotheek.Hanno Wijsman, Las Filips de Goede wel eens Nederlands? ‘Kleine talen’ in de Bourgondische Librije, in Bourgondië voorbij, De Nederlanden 1250-1650, Liber alumnorum Wim Blockmans, red. Mario Damen en Louis Sicking, Verloren - Hilversum, 2010, p.71. Na zijn overlijden in 1467 telde de inventaris van de handschriften in zijn bezit 867 titels.Wim Blockmans, Manuscript Acquisition by the Burgundian Court and the Market for Books in the Fifteenth-Century Netherlands, p.1 Volgens Wijsman zijn er 879 werken op de inventaris van 1467, vandaag zijn er daarvan ca. vierhonderd geïdentificeerd waarvan ca. tweehonderdzeventig (63%) in de Koninklijke Bibliotheek van België en een honderdtal (25%) in de Bibliothèque nationale de France.Hanno Wijsman, Bibliothèques princières ... , p.124
Ook Karel de Stoute zal de bibliotheek nog uitbreiden, hij liet onder meer een aantal antieke werken uit het Latijn naar het Frans vertalen en hij zorgde ervoor dat de codices die bij het overlijden van zijn vader onafgewerkt achterbleven alsnog werden voltooid en ingebonden. Bij zijn overlijden in 1477 werden er ca. 950 werken geteld.
Verspreiding thumb|Het Paleis op de Coudenberg Na de dood van Karel de Stoute werd er niet onmiddellijk een inventaris opgesteld, het zou bijna tien jaar duren eer de volgende grote telling gebeurde. Als we de werken uit de inventarissen van 1485, 1487 en 1504 samentellen komen we op 600 volumes. Dat betekent dat er tussen 1477 en 1504 al ca. 350 handschriften uit de verzameling waren verdwenen.
Via Maria van Bourgondië en Filips de Schone kwam de verzameling in de handen van Margaretha van Oostenrijk en vervolgens bij Maria van Hongarije, de zus van Keizer Karel V. Bij haar overlijden in 1558 kwam de bibliotheek terecht bij Filips II van Spanje die besloot een bibliotheek op te richten. Hij liet in 1559 alle boeken in zijn bezit in het paleis op de Coudenberg in Brussel onderbrengen. Die ‘Koninklijke Bibliotheek’ was nog steeds privé bezit. Ze wordt pas open gesteld voor het publiek in 1772 door Maria Theresia. In 1731 werd het Coudenbergpaleis door brand verwoest, maar de meeste handschriften konden tijdig gered worden. Ze werden ondergebracht in het Domus Isabellae, het in 1625 gebouwde huis van de gilde der boogschutters.Grand Serment, bezocht op 5 augustus 2014
Bij de Franse bezetting van 1746 worden 180 handschriften van de Librije van Bourgondië in opdracht van Lodewijk XV door de Fransen gestolen en overgebracht naar Parijs, waar ze werden ondergebracht in de Bibliothèque du Roi. Slechts zeventig hiervan worden in 1770 door de graaf van Cobenzl naar Brussel teruggebracht. In 1794 tijdens de Franse Revolutie volgt er een tweede georganiseerde plundering van de bibliotheek door commissarissen van de Franse regering. Na de nederlaag van Napoleon in 1815 worden de werken door het Congres van Wenen terug aan de bibliotheek in Brussel toegewezen, maar ook deze keer blijven vele tientallen boeken in Parijs.Georges Dogaer, Marguerite Debae, De Librije van Filips de Goede, tentoonstelling georganiseerd bij de 500ste verjaardag van de dood van de hertog, 1967, Brussel. pp.6-7.
Inventarissen In de geschiedenis van de librije werden de inventarissen die meestal plaatsvonden bij het overlijden van de hertogen reeds vermeld. We geven hieronder een overzicht.Hanno Wijsman, Luxury bound, p.147. Als men over een librije spreekt gaat men ervan uit dat hierbij een verzameling bedoeld wordt die zich op één plaats bevond in een bibliotheek. Dit was met de Librije van Bourgondië nooit het geval. De boeken dienden zowel voor de opleiding van de jonge leden van de familie als voor de lectuur van de hertogen en hun echtgenotes. Dikwijls werden een aantal boeken meegenomen bij de verplaatsingen van het hertogelijk hof. Illustratie hiervan zijn onder meer de 93 handschriften die zich in Dijon bevonden nadat Karel de Stoute bij Nancy gesneuveld was en de 22 bijzonder mooie en rijkversierde handschriften uit de inventaris ven 1485 in Gent, die misschien door Maria van Bourgondië geselecteerd waren voor de opvoeding van haar zoon Filips de Schone.
+ Inventarissen van de Librije van Bourgondië Jaar Plaats Rede van de inventaris Aantal boeken1404ParijsOverlijden van Filips de Stoute801405AtrechtOverlijden van Margareta van Male1491420DijonOverlijden van Jan zonder Vrees2521420DijonOverlijden van Margareta van Beieren311469BruggeOverlijden van Filips de Goede8781477DijonOverlijden van Karel de StouteBoeken in beslag genomen door Lodewijk XI van Frankrijk bij de bezetting van het Hertogdom van Bourgondië na de dood van Karel de Stoute.931485GentVoor Maximiliaan van Oostenrijk221487Brussel Voor Maximiliaan van Oostenrijk 5461504Brussel Voor Filips de SchoneDe inventarissen van 1485, 1487 en 1504 gaan over boeken die werden bijgehouden op verschillende locaties en kunnen dus eigenlijk worden samen geteld. 32
Bij het interpreteren van de cijfers in deze inventarissen moet men er rekening mee houden dat deze lijsten waarschijnlijk nooit volledig waren. Zo weet men bijvoorbeeld van de beroemde Chroniques de Hainaut die gemaakt werd in opdracht van Filips de Goede en uit drie volumes bestaat, dat alleen het tweede volume is opgenomen in de inventaris van 1469. Het is pas in de inventaris van 1504 dat de drie volumes worden vermeld.
Inhoud Naar taal Men kan de inhoud van de librije op verschillende manieren benaderen. Een eerste daarvan is de classificatie naar taal. Het gros van de werken in de bibliotheek was geschreven in het Frans, de moedertaal van de hertogen. Het aantal Franse werken bedroeg ca. 80% van het totaal,Hanno Wijsman, Las Filips de Goede ... 2010, p.73. en het aantal Latijnse werken wordt geschat op ca. 15%. Voor het overige waren er zes Engelstalige handschriften, zeven in het Hoogduits en volgens de inventaris van 1467-1469 vijftien in het Nederlands.Hanno Wijsman, Las Filips de Goede ... 2010, p.77. De Nederlandstalige boeken zijn overwegend religieuze werken, bij de Engelse daarentegen is er geen enkel religieus werk aanwezig.Hanno Wijsman, Las Filips de Goede ... 2010, p.72 Ook de werken met Duitse teksten zijn overwegend religieuze en moralistische werken.Hanno Wijsman, Las Filips de Goede ... 2010, p.76. Wijsman meent dat deze werken via de Hollandse graven en Jacoba van Beieren in het bezit van Filips kwamen, een andere mogelijkheid is dat ze afkomstig waren uit de bibliotheek van Elisabeth van Görlitz. Voor de zes Engelse handschriften kan men geen duidelijke herkomst achterhalen. Waarschijnlijk betrof het geschenken die Filips hier en daar kreeg, handschriften waren populaire geschenken in de middeleeuwen. De Nederlandse werken zouden voornamelijk, zoals de Duitse, afkomstig zijn uit de nalatenschap van de Hollands-Henegouwse graven.Hanno Wijsman, Las Filips de Goede ... 2010, p.82.
Naar onderwerp