De langstaartparadijswida (Vidua interjecta) is een zangvogel uit de familie Viduidae (wida's) die voorkomt in Afrika. Zoals alle wida's is het een broedparasiet.
Naamgeving De vogel werd in 1922 als ondersoort uit Kameroen van de smalstaartparadijswida beschreven door de Duitse vogelkundige Hermann Johannes Grote.
Herkenning Buiten de broedtijd is de vogel 13 tot 14 cm lang. In de broedtijd heeft het mannetje een uitzonderlijk lange staart waardoor de vogel tot wel 40 cm lang is. De vogel weegt 20 tot 21 g. Het mannetje is in de broedtijd zwart op de kop, keel, mantel, rug en staart. Verder heeft hij een brede roodbruine kraag. Dit roodbruin gaat op de borst geleidelijk over in het geelachtige van borst en buik. De middelste twee staartpennen zijn sterk verlengd en breed. Daardoor ziet de vogel er in vlucht uit als een vliegend uitroepteken. Het vrouwtje is onopvallend gekleurd en lijkt op een mus met een zwarte oogstreep, dito kruinstreep en witte wenkbrauwstreep en verder grijsbruin en is lastig te onderscheiden van de andere soorten uit dit geslacht.Handbook of the Birds of the World deel 15, 2010.
Verspreiding en leefgebied Deze soort komt voor in Afrika van Senegal en Gambia tot Ethiopië. Het leefgebied bestaat uit savanne met hoog gras afgewisseld met bomen, struikgewas en kale grond of rotsen. De vogel is een broedparasiet die de eieren legt in de nesten van de aurora- en roodmaskerastrild (Pytilia phoenicoptera en P. hypogrammica) die in hetzelfde leefgebied voorkomen.
Status De grootte van de wereldpopulatie is niet gekwantificeerd. Het is een plaatselijk algemene vogel in een geschikte habitat. Men veronderstelt dat de soort in aantal stabiel is. Om deze redenen staat de langstaartparadijswida als niet bedreigd op de Rode Lijst van de IUCN.
Categorie:Viduidae Categorie:IUCN-status niet bedreigd Categorie:Dier uit het Afrotropisch gebied