De kashmirvliegenvanger (Ficedula subrubra) is een zangvogel uit de familie van de vliegenvangers (Muscicapidae). Deze vogel werd in 1934 als ondersoort van de kleine vliegenvanger beschreven, maar wordt nu algemeen als een aparte soort beschouwd.Handbook of the Birds of the World deel 11, 2006.

Kenmerken De vogel is 13 cm lang en weegt 9 tot 12 g. Het meest opvallende verschil met de kleine vliegenvanger is de oranje, bijna kastanjebruine kleur op de kin, borst en buik.

Verspreiding en leefgebied De kashmirvliegenvanger broedt in het noordwesten van de Himalaya in Kasjmir (India) en in de Neelumvallei in het noordoosten van Pakistan. Het is een volledige trekvogel die overwintert in de heuvels van centraal-zuid Sri Lanka en in de zuidelijke Westelijke Ghats, met name in de Nilgiri-heuvels ten noorden van de Palghat Gap. De soort komt als doortrekker voor in Nepal en als dwaalgast in Bhoetan. De broedhabitat omvat gemengd loofbos met Juglans (walnoot), Prunus en Salix (wilgen), bij voorkeur met een dichte ondergroei van Corylus (hazelaar), op hoogten tussen 1800 en 2700 m. In het overwinteringsgebied is de soort plooibaarder en gebruikt onder meer tuinen, theeplantages en bosranden; op het Nilgiri-plateau wordt vooral overwinterd in Acacia-plantages (wattle). Tijdens trek wordt de soort ook in laagland aangetroffen, tot 900 m hoog in Sri Lanka.

Status De grootte van de populatie werd in 2024 geschat op 5000 tot 25.000 volwassen individuen, met een dalende trend. De broedverspreidingsoppervlakte (EOO) wordt op ongeveer 15.000 km² geraamd, en de niet-broedende EOO op circa 97.000 km². De soort wordt beschouwd als één enkele subpopulatie. Belangrijke bedreigingen zijn habitatverlies en degradatie in zowel broed- als overwinteringsgebied: landbouw, commerciële houtwinning, begrazing van de ondergroei, en selectieve kap voor brandhout en bouwhout in Kasjmir; in het Nilgiri-gebied wordt vooral in Acacia-plantages overwinterd, die echter ook onder druk staan door illegale kap en het verwijderen van dood hout. Het verlies van oude bomen en spechtholten beperkt de beschikbaarheid van nestplaatsen. De kashmirvliegenvanger staat sinds 2025 als kwetsbaar op de Rode Lijst van de IUCN.

500 px|left|thumb|Verspreidingsgebied van de kleine vliegenvanger (F. parva), de taigavliegenvanger (F. albicilla) en de kashmirvliegenvanger (F. subrubra). Purper= broedgebied van F. subrubra; geel=overwinteringsgebied. Oranje = broedgebied van F. parva; donkerblauw= overwinteringsgebied. Rood schuingestreept = overlapgebied tussen F. parva en F. albicilla Donkeroranje = broedgebied van F. albicilla; lichtblauw = overwinteringsgebied.

Categorie:Vliegenvangers Categorie:Endemisch dier uit India Categorie:IUCN-status kwetsbaar