Investeerder-staatsarbitrage (Engels: Investor-State Dispute Settlement, ISDS) is een voorziening in internationale handelsverdragen en internationale investeringsovereenkomsten die de investeerder het recht geeft om zelfstandig een arbitragezaak tegen een vreemde overheid aanhangig te maken op basis van internationale wetgeving. Bijvoorbeeld: een investeerder investeert in land A, dat deelnemer is van een internationaal handelsverdrag dat een ISDS-clausule bevat. Als land A een wet aanneemt die het verdrag schendt, kan de investeerder een schadeclaim indienen bij de overheid van land A. Deze schadeclaim wordt vervolgens behandeld door een daarvoor opgericht tribunaal.

Context en voorgeschiedenis In de meeste landen laat het algemene recht investeerders - ook buitenlandse - toe om de overheid aan te spreken als ze schade lijden door haar toedoen. De trias politica, met een onafhankelijke rechterlijke macht, is geconcipieerd om een onpartijdige behandeling te bieden, ook als de staat zelf partij is in het geding.

Voorts kan een staat op basis van het traditionele internationaal recht schade die door een vreemde mogendheid is toegebracht aan haar ingezetene verhalen op basis van diplomatieke bescherming. Naast diplomatieke bescherming en uitoefening van diplomatieke druk kunnen staten ad hoc commissies en arbitragetribunalen oprichten om schadeclaims van elkaars ingezetenen te behandelen.

Investeerder-staatsarbitrage speelt zich af buiten deze kanalen om. Het was de toenmalige voorzitter van Deutsche Bank, Hermann Abs, die op de proppen kwam met het concept. Het was onderdeel van een code die hij in oktober 1957 voorstelde op de International Industrial Development Conference en omschreef als de Magna Carta voor buitenlandse investeringen., "An International Investment Code: Current Plans", in: Journal of Business Law, 1959, nr. 7, blz. 12–15 Het mechanisme werd verworpen maar dook nadien op in verdragen met landen waar investeerders geen vertrouwen hadden in de rechterlijke macht, noch in het diplomatieke proces.

In de jaren 1960-1969 werd het idee opgepikt door de Wereldbank, die van oordeel was dat een dergelijke regeling armere landen kon helpen om buitenlandse investeringen aan te trekken. Op de jaarvergadering van 1964 in Tokio werd een resolutie aangenomen om een mechanisme op te starten voor het behandelen van rechtszaken van investeerders tegen staten. Dit mondde uit in de oprichting van het ICSID. In de aanhef van de ICSID-Conventie wordt het doel van de regeling omschreven als "internationale samenwerking voor economische ontwikkeling." Van meet af aan was er echter scherpe oppositie van een aantal ontwikkelingslanden, die vreesden voor een aanslag op hun soevereiniteit. Een groep van 21 landen — bijna heel Latijns-Amerika, plus Irak en de Filipijnen — stemde tegen in Tokio. Maar de Wereldbank ging toch door met de plannen.

Actuele praktijk Sedert de laatste decennia worden directe buitenlandse investeringen beschermd door een groeiend netwerk van meer dan 2750 bilaterale investeringsverdragen (BIT's), multilaterale investeringsverdragen (MIT's, zoals het Energiehandvestverdrag) en vrijhandelsverdragen, zoals het Noord-Amerikaanse vrijhandelsverdrag NAFTA. De meerderheid van deze overeenkomsten bevat juridische instrumenten die buitenlandse investeerders significante bescherming bieden en mogelijkheden om schade rechtstreeks te verhalen bij de deelnemende overheden indien zo'n verdrag wordt geschonden. Volgens een rapport van de UNCTAD uit 2013 waren in totaal meer dan 240 van dergelijke arbitragezaken afgesloten, waarvan circa 42% eindigde in een uitspraak ten gunste van de betrokken overheid en circa 31% ten gunste van de klagende investeerder. De overige zaken (circa 27%) werden geschikt.https://unctad.org/en/PublicationsLibrary/webdiaepcb2013d3_en.pdf. Gearchiveerd op 18 juni 2020.

Nog volgens UNCTAD waren Nederlandse eisers verantwoordelijk voor 61 ingestelde zaken (eind 2013).UNCTAD Division on Investment and Enterprise, Treaty-based ISDS cases brought under Dutch IIAs: An Overview Dit komt doordat Nederland veel investeringsverdragen met ISDS heeft afgesloten en het bovendien niet vereist dat de eiser er een reële activiteit uitoefent. Meer dan twee derde van de zaken is ingesteld door postbusfirma's.

Grote en belangrijke handelsverdragen met dergelijke arbitrageclausules waarover in 2014-2016 onderhandeld wordt, zijn het Trans-Pacific Partnership (TPP) tussen de Verenigde Staten en diverse landen aan de Stille Oceaan, het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten, en het CETA-verdrag tussen de Europese Unie en Canada.

Artikel 11 van het NAFTA-verdrag right|150px|thumb|Artikel 11 van NAFTA bevat een investeerder-staatvoorziening.

Een belangrijk voorbeeld van ISDS is te vinden in artikel 11 van het NAFTA-verdrag. Dit artikel geeft investeerders uit een van de NAFTA-ondertekenaars (Canada, de Verenigde Staten en Mexico) het recht om schadeclaims tegen de overheden van andere NAFTA-landen rechtstreeks in te dienen bij een international arbitragetribunaal. Daarvoor hoeven niet eerst de nationale beroepsprocedures te worden gevolgd, zoals blijkt uit artikel 1121 van NAFTA. Dit is het eerste voorbeeld van dergelijke internationale arbitrage tussen ontwikkelde landen.US Department of State. NAFTA Investor-State Arbitrations. Bekeken: 12 April 2010. Gearchiveerd op 8 mei 2019.

Tribunalen Claims van investeerders kunnen aanhangig worden gemaakt door alle rechtspersonen. Investeringstribunalen bestaan over het algemeen uit drie arbiters, waarbij een wordt gekozen door de klagende partij, een door de verdedigende partij en een in gezamenlijk overleg tussen de partijen of de door hen gekozen arbiters wordt benoemd, afhankelijk van de van toepassing zijnde procedures voor het conflict.

Toepassingsgevallen Occidental Petroleum vs. Ecuador Op 5 oktober 2012 kreeg de firma Occidental Petroleum ("Oxy") een schadevergoeding van 2,36 miljard dollar (rente inbegrepen) in een arbitragezaak tegen Ecuador.ICSID’s Largest Award in History: An Overview of Occidental Petroleum Corporation v the Republic of Ecuador, Kluwer Arbitration Blog, 19 december 2012 Het Amerikaanse oliebedrijf had de zaak aangespannen bij het ICSID op grond van een bilateraal investeringsverdrag tussen de VS en Ecuador. Aanleiding was het beëindigen van een boorconcessie en het in beslag nemen van de installaties in 2006, op grond van wetsovertredingen door Oxy (onrechtmatige overdracht van productierechten, overtreding van de hydrocarburenwetgeving).Bij ministerieel decreet van 15 mei 2006, het zogenaamde caducidad-decreet. Het tribunaal erkende de inbreuken, maar oordeelde dat ze niet ernstig genoeg waren om de beëindiging te verantwoorden.Nieuw verdrag geeft investeerders gevaarlijk veel macht, Follow the Money, 14 juli 2014. Gearchiveerd op 24 september 2015. Ecuador stelde een vernietigingsberoep in wegens machtsoverschrijding en bekwam dat het bedrag van de veroordeling herleid werd tot 1,06 miljard dollar.Decision on the annullment of the award, ICSID Case No. ARB/06/11, oktober 2015

Vattenfall vs. Duitsland (luchtvervuiling) Elektriciteitsproducent Vattenfall spande in 2009 een rechtszaak in tegen Duitsland bij het ICSID in Washington en vorderde betaling van 1,4 miljard euro. Aanleiding was de strenge watervergunning van de stad Hamburg, die volgens het Zweedse bedrijf de winstgevendheid van de in aanbouw zijnde kolencentrale van Moorburg zou aantasten. Het kwam niet tot een uitspraak doordat de partijen in augustus 2010 een schikking troffen.Klage um Kraftwerk Moorburg: Bundesregierung und Vattenfall einigen sich, Spiegel-online, 26 augustus 2010. Gearchiveerd op 27 november 2022. Ze kwam er nadat Vattenfall door een Duitse rechtbank in het gelijk was gesteld. Het bedrag van de schikking werd niet bekendgemaakt, maar zou "geheel bevredigend" zijn geweest voor Vattenfall.Vattenfall verklagt Deutschland, Handelsblatt, 2 november 2011

Vattenfall vs. Duitsland (kernuitstap) In 2012 trok Vattenfall opnieuw naar het ICSID tegen de gedwongen sluiting van haar drie nucleaire centrales in het kader van de Duitse kernuitstap.Vattenfall: 15 Juristen gegen die Demokratie, Frankfurter Rundschau, 23 maart 2013 Het arbitragepanel van ICSID zal moeten oordelen of Duitsland die beslissing genomen heeft in overeenstemming met de Fair and Equitable Treatment-clausule van het Energiehandvestverdrag. Als de arbiters ontkennend antwoorden, riskeert het land 4,7 miljard euro schadevergoeding te moeten betalen.UPDATE 1-Vattenfall wants 4.7 bln euros for German nuclear exit -govt source, Reuters, 5 oktober 2014

Philip Morris vs. Australië Nieuwe Australische wetgeving die de homogene verpakking van tabaksproducten verplicht maakte, bewoog Philip Morris ertoe om een schade-claim in te dienen bij het Permanent Hof van Arbitrage. De zaak werd aanhangig gemaakt op grond van een bilateraal investeringsverdrag met Hongkong door Philip Morris Asia, dat zich enige maanden ná de aankondiging van de wetswijziging had ingekocht in het Australische filiaal van de groep.Australia wins first battle in plain packaging trade dispute, The Sydney Morning Herald, 2 juli 2014 Op 17 december 2015 verklaarde het hof de zaak niet-ontvankelijk. De herstructurering had als voornaamste of zelfs enige doel een klacht te kunnen indienen onder het verdrag, wat als rechtsmisbruik werd aanzien.Court condemns tobacco giant Philip Morris over secret bid to sue Australia, The Guardian, 18 mei 2016. Gearchiveerd op 29 juli 2023.

Yukosaandeelhouders vs. Rusland In 2005 stelden drie meerderheidsaandeelhouders van de gefailleerde oliemaatschappij Yukos een arbitrale vordering in tegen Rusland. Ze beweerden dat het faillissement neerkwam op een onteigening zonder vergoeding, in strijd met artikel 13.1 van het Energiehandvestverdrag. Rusland verdedigde de belastingmaatregelen die tot het faillissement hadden geleid onder verwijzing naar grootschalige ontduiking en zei verder dat het land hoe dan ook het verdrag niet volledig geratificeerd had. Niettemin verklaarden de drie arbiters van het het Permanent Hof van Arbitrage de vordering in 2009 ontvankelijk, en op 28 juli 2014 veroordeelde het panel Rusland tot 50 miljard dollar schadevergoeding, naast advocatenkosten. Deze reusachtige veroordeling werd op 20 april 2016 ongedaan gemaakt door de rechtbank van Den Haag.Arbitrale vonnissen over miljardenclaim tegen Rusland vernietigd, rechtspraak.nl, 20 april 2016 De rechtbank oordeelde dat de arbitrale clausule in het investeringsverdrag niet door het parlement was goedgekeurd en dat het Arbitragehof zich dus onterecht bevoegd had verklaard.

Clive Palmer vs. Australië In 2020 eiste de Australische zakenman Clive Palmer van de West-Australische regering $27,8 miljard Australische dollar, voor een in 2002 overeengekomen, maar misgelopen investering in de ontginning van ijzererts in de Pilbara-regio. Nadat hij die zaak verloor voor het Hooggerechtshof, verhuisde hij twee van zijn ondernemingen naar Singapore, en eiste van daaruit bij een internationaal tribunaal – intussen bijna 300 miljard Australische dollar – van de regering. Palmer’s bedrijven beroepen zich daarbij op een ISDS-clausule in de ASEAN-Australia New Zealand Free Trade Agreement. In een tweede zaak van 2023 eiste Palmer 41,3 miljard dollar wegens een misgelopen steenkoolinvestering.

Kritiek