Paradiski is een groot wintersportgebied in de Franse Alpen, gelegen in het departement Savoie in de regio Auvergne-Rhône-Alpes. Het omvat de skigebieden van Les Arcs, Peisey-Vallandry en La Plagne, die voornamelijk vanaf de jaren 1960 ontwikkeld werden door grootschalige planning. In 2003 maakte de exploïtant Compagnie des Alpes er één aaneengesloten skigebied van, door de bouw van de kabelbaan Vanoise Express. Door de combinatie van meerdere grote skidorpen en een netwerk van meer dan 400 kilometer pistes, is Paradiski het 2e Lorène Herrero, "Tout schuss aux Arcs et à Peisey-Vallandry", Le Messager, 21 januari 2022, online geraadpleegd op 19 april 2022. of 3e grootste aaneengesloten wintersportgebied ter wereld Christoph Schrahe, The list of the world's 100 largest ski areas. 2019/2020 season. Keulen: Ski Weltweit / Montenius Consult, 2020. Claire Barber, "The 10 Biggest Ski Resorts in the World", SKI Magazine, 8 juli 2020, online geraadpleegd op 19 april 2022. "Quels sont les cinq plus grands domaines skiables au monde ?", Bibliothèques municipales de la Ville de Genève, 27 maart 2017, online geraadpleegd op 19 april 2022. en het op één na drukstbezochte. Kenmerkend voor zowel La Plagne als Les Arcs is het gebruik van modernistische architectuur van onder andere Charlotte Perriand en Michel Bezançon; de skidorpen van La Plagne en Les Arcs zijn typevoorbeelden van de derde generatie skidorpen in Frankrijk. J.-M. Durand-Souffland, "La Plagne à la troisième génération", Le Monde, 16 januari 1971, online geraadpleegd op 3 september 2026. Julien Legrand, "Les Arcs : 50 ans d’une aventure à la croisée du ski et de l’architecture", Le Dauphiné libéré, 12 februari 2019, online geraadpleegd op 3 september 2026.
Geschiedenis Voorgeschiedenis Traditionele economie Tot in de 20e eeuw waren de dorpen in de Tarentaise overwegend agro-pastorale berggemeenschappen. De bevolking leefde voornamelijk van veeteelt en landbouw, op sommige plaatsen aangevuld met mijnbouw. Rond de dorpen lagen akkers, boomgaarden en hooilanden, terwijl het vee in de zomer naar de hogergelegen alpenweiden werd gebracht. Atlas des paysages de Savoie. Les ensembles paysagers - 6. Tarentaise-Vanoise. Direction Départementale des Territoires, Departement Savoie, 2022, online geraadpleegd op 2 september 2026. De alpenweiden waren vaak gemeenschappelijke open ruimte, maar konden ook het voorwerp zijn van nauwkeurig geregelde gebruiksrechten. Zo deelden de gemeenschappen van Peisey en Landry al in de middeleeuwen gebruiksrechten op de alpenweide van Grassaz in het hooggebergte. Constance Toppin, "Le bornage de l’alpage de la Grassaz à Peisey (Tarentaise, xve siècle)", Frontière·s (online) 3, 15 december 2020, online geraadpleegd op 2 september 2026. In het gebied van het latere La Plagne verliep de veehouderij volgens een vergelijkbaar patroon. Boeren trokken in het voorjaar met hun vee eerst naar hun middelhoge montagnettes – tijdelijke woningen voor herders en vee – en vervolgens naar de hogere alpenweiden. Door het vee zo hoog mogelijk te laten grazen, konden de lagergelegen weiden als hooilanden worden ingezet; hooi was noodzakelijk om de winters door te komen. "La vie d'autrefois en alpage", in: Macot la Plagne - Le magazine, 2009, p. 22-23, online geraadpleegd op 2 september 2026.
Van de 18e tot de 19e eeuw werden lood en zilver ontgonnen in Peisey. In 1802 vestigde de staat hier de École pratique des mines, met Johann-Gottfried Schreiber als directeur. Er werkten 400 arbeiders. Robert Durand, "Les mines métallifères des Alpes du nord", in: Philippe Raffaelli (red.), Mines de montagne. Chambéry: Conservation départementale du Patrimoine, 2020, p. 6. De mijnbouwkundige kennis die er werd ontwikkeld, droeg bij aan de herontdekking van het lood-zilvererts van La Plagne, waar vanaf 1810 op grotere schaal werd ontgonnen. De mijn van La Plagne groeide uit tot een belangrijke industriële onderneming, met uiteindelijk meer dan 200 arbeiders en een uitgebreid mijncomplex op de huidige locatie van Plagne 1800 en La Roche. De exploitatie werd in 1934 overgenomen door de internationale mijnbouwmaatschappij Peñarroya en bleef bestaan tot 1973, tien jaar na de opening van het skigebied. "L' Ecole française des mines en Savoie : Peisey, Moutiers (1802-1814)", Bibliothèque municipale de Grenoble, online geraadpleegd op 2 september 2026. "Les Mines de Plomb Argentifère de La Plagne", Service Patrimoine - Commune de La Plagne-Tarentaise, online geraadpleegd op 2 september 2026. "PPRM de Aime/Macot La Plagne. Dossier d’enquête publique. Note de présentation", Direction Régionale de l'Environnement, de l'Aménagement et du Logement Rhône-Alpes, Direction Départementale des Territoires de la Savoie, 2014, online geraadpleegd op 2 september 2026, p. 18-23.
Opkomst van toerisme thumb|Foto van de massieven van de Bellecôte (links) en Mont Pourri (midden) gezien vanaf de Grande Casse, door alpinist en topograaf Paul Helbronner in 1922. Vanaf het einde van de 18e eeuw ontstond in Europa een nieuwe belangstelling voor de bergen. Onder invloed van de romantiek begon de burgerij met bewondering en wetenschappelijke belangstelling naar de Alpen te kijken. In de 19e eeuw groeide het alpinisme uit tot een georganiseerde vorm van toerisme. Er werden wegen en spoorwegen aangelegd en hotels gebouwd. Dit ging samen met de opkomst van kuuroorden. In eerste instantie bereikten de toeristen in Frankrijk slechts zelden de bovenvalleien, maar trokken ze vooral naar Chamonix, de grote kuuroorden zoals Evian, Thonon, Aix-les-Bains of Challes en de oevers van de grote meren, zoals het meer van Genève, Annecy of Le Bourget. In de Tarentaise werden Brides-les-Bains en Salins-les-Thermes circa 1820 ontwikkeld tot kuuroorden. Later in de 19e eeuw ontdekten voornamelijk Engelse alpinisten Pralognan als bestemming, diep in de Vanoise. Voor de Tarentaise versnelde de opening van een spoorweg tot in Moûtiers, in 1893, deze ontwikkelingen. Marc Boyer, "La vie touristique des Dorons de la Vanoise, son évolution récente", Géocarrefour 20-2 (1955), p. 103-135. In het gebied van Paradiski was Peisey een van de eerste bestemmingen voor bergbeklimmers, eind 19e eeuw. Rond 1900 verschenen de eerste skitoeristen er en in 1910 werd er een skiclub opgericht. Tot midden 20e eeuw bleef de toeristische economie hier relatief kleinschalig en ongelijk verdeeld.
Economische en demografische omslag De ontwikkeling van grote skigebieden in de Tarentaise kwam op het einde van een grote economische en demografische verandering.
Zo nam de bevolking vanaf de jaren 1840 voor een lange periode af. De bevolking was in de decennia ervoor toegenomen, en volgens geograaf Henri Onde was er sprake van een overbevolking ten opzichte van de beschikbare bestaansmiddelen. Dat duwde een deel van de inwoners weg van het agro-pastorale leven in de Tarentaise. Tezelfdertijd oefenden de valleien en steden een nieuwe aantrekkingskracht uit. De industrie nam er toe, er werden spoorwegen gebouwd. In de Tarentaise en Maurienne daalde de bevolking tussen het midden van de 19e eeuw en de jaren 1930 globaal met ongeveer een derde. Die ontwikkeling verliep ongelijkmatig. De hogere gemeenten werden doorgaans het eerst en het sterkst getroffen, terwijl sommige dorpen in de midden- en lagere Tarentaise zich beter handhaafden. Een deel van de migranten vestigde zich bovendien niet ver buiten de streek, maar trok naar industriële en commerciële centra in de valleien.Henri Onde, "Les mouvements de la population en Maurienne et en Tarentaise" & "Les mouvements de la population en Maurienne et en Tarentaise (suite)", Revue de Géographie Alpine 30-2 en -3 (1942), p. 365-411 & p. 487-567.
Rond de eeuwwisseling werd er bovendien geëxperimenteerd met waterkrachtcentrales. Vooral vanaf de jaren 1920 werden er verschillende dammen en centrales gebouwd in de Franse Alpen. In de Tarentaise voltrok dit proces zich later, voornamelijk na de Tweede Wereldoorlog, met onder andere de bouw van de dam van Tignes in 1952. De waterkrachtontwikkeling versterkte samen met de spoorwegen en andere infrastructuur de industrialisatie van de valleien en droeg bij aan de verschuiving van werkgelegenheid van de bergdorpen naar de lagere delen van de vallei.
thumb|De gemeentelijke alpenweiden boven Mâcot in 1936. In het dal hier in beeld werd in de jaren 1970 Plagne Bellecôte gebouwd; op de flank erboven in de jaren 1980 Belle Plagne. Ook de landbouw onderging een geleidelijke verandering. Het traditionele agro-pastorale systeem, waarin veeteelt, alpenweiden, akkerbouw, boomgaarden en andere vormen van kleinschalige landbouw met elkaar verbonden waren, maakte steeds meer plaats voor een gespecialiseerde veehouderij op grasland. De spoorwegen brachten goedkope, industriële producten en de efficiëntie verhogen door landbouwmechanisatie was op de steile hellingen geen mogelijkheid. In de dalen verdwenen de vroegere akkers en boomgaarden, terwijl de melkveehouderij en de productie van kaas een groter aandeel van de landbouw innamen. Een economische crisis begin jaren 1960 deed landbouwers definitief omschakelen op melkvee voor de productie van kazen zoals Beaufort, met het oog op zekerder inkomsten. Christiane Dunoyer, Les changements dans les pratiques alimentaires et culinaires en Tarentaise aux XXe et XXIe siècles. Les Dossiers du Musée Savoisien (online), 7-2021, online geraadpleegd op 3 september 2026.
Vanaf de jaren 1950 werden vele valleidorpen en -stadjes in de Franse Alpen geconfronteerd met een sterke plattelandsvlucht en ontvolking. Jongeren trokken massaal naar stedelijke gebieden op zoek naar werk en betere levensomstandigheden, waardoor de dorpen vergrijsden en essentiële voorzieningen zoals scholen, winkels en medische diensten verdwenen. Deze demografische en sociale veranderingen bedreigden de levensvatbaarheid van de kleine berggemeenschappen en vormden een belangrijke motivatie voor lokale en nationale overheden om investeringen in toerisme en infrastructuur te stimuleren als tegenreactie. Yves Bravard, "Le dépeuplement des hautes vallées des Alpes-Maritimes. Ses caractères et ses conséquences démographiques, économiques et sociales", Revue de Géographie Alpine 49-1 (1961), p. 5-127. Zo bouwde men vanaf de jaren 50 op verschillende plaatsen in de Alpen nieuwe skidorpen en -gebieden op alpiene hoogtes. In vergelijking met oudere skioorden zoals Chamonix of Megève, boden die zachtere hellingen om op te bouwen, en meer sneeuwzekerheid. Deze evolutie kwam in de jaren 1960 in een stroomversnelling door inmenging van de Franse staat met zijn plans neige en dankzij het succes van Franse skiërs op kampioenschappen. 1968-2019 (brochure). Les Arcs, 2018, p. 5. Lokale overheden zagen zich ertoe gedwongen hun grondgebied te ontwikkelen om de plattelandsvlucht tegen te gaan.
Ontstaan en groei skigebieden thumb|205px|left|De paquebot des neiges in Plagne Aime 2000 is een ontwerp van Michel Bezançon.