thumb|Overzichtskaart van de Franklin–Nashvilleveldtocht
De Franklin-Nashvilleveldtocht vond plaats tussen 18 september en 27 december 1864 in Alabama, Tennessee en noordwestelijk Georgia tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Deze veldtocht is ook gekend als Hoods Tennesseeveldtocht.Welcher, vol. II, p. 583. De Zuidelijke Army of Tennessee aangevoerd door luitenant-generaal John Bell Hood rukte, na zijn nederlaag bij Atlanta, op in noordelijke richting om de communicatielijnen van generaal-majoor William Tecumseh Sherman te bedreigen. Ook Tennessee werd bedreigd door de oprukkende Zuidelijken. Sherman probeerde kort om de achtervolging in te zetten maar begon al snel aan zijn Mars naar de Zee. Hij liet het aan generaal-majoor George H. Thomas over om af te rekenen met Hood.
Hood wilde de Noordelijke strijdmacht onder leiding van generaal-majoor John Schofield verslaan voor het aansluiting kon zoeken met Thomas’ leger. Op 29 november viel Hood Schofield aan bij Spring Hill. Door een slechte coördinatie van de aanvallen kon Schofield ontsnappen. De volgende dag voerde Hood een reeks aanvallen uit op de Noordelijke fortificaties bij Franklin waarbij Hood veel soldaten verloor. Schofield trok zich terug en vond aansluiting met Thomas bij Nashville, Tennessee. Op 15 en 16 december vielen de Noordelijken het verzwakte leger van Hood aan bij Nashville. Na zijn nederlaag trok Hood zijn leger terug naar Tupelo, Mississippi.
Samenstelling van de legers Zuidelijke bevelhebbersNoordelijke bevelhebbers
Zuidelijke strijdmacht Luitenant-generaal John Bell Hoods Army of Tennessee telde 39.000 soldaten. Het was samengesteld uit de korpsen van generaal-majoor Benjamin F. Cheatham, luitenant-generaal Stephen D. Lee en luitenant-generaal Alexander P. Stewart. De cavalerie werd aangevoerd door generaal-majoor Nathan Bedford Forrest.Eicher, p. 769.
Noordelijke strijdmacht Bij het begin van de veldtocht stonden de eenheden behorende tot de Military Division of the Mississippi onder leiding van generaal-majoor William Tecumseh Sherman. Sherman zou tot in oktober nog een rol spelen in de bevelstructuur. Onder Sherman stond de Army of the Cumberland aangevoerd door generaal-majoor George H. Thomas (hij had de bijnaam Rots van Chickamauga). Na Shermans vertrek was Thomas de hoogste in rang. Daarom kreeg hij ook de verantwoordelijkheid voor de Army of the Ohio onder leiding van generaal-majoor John Schofield. Het leger telde 34.000 soldaten en bestond uit het IV Corps van generaal-majoor David S. Stanley, het XXIII Corps van brigadegeneraal Jacob D. Cox en het cavaleriekorps van generaal-majoor James H. Wilson. Thomas had nog 26.000 soldaten extra rond Nashville en verspreid over zijn departement.Eicher, p. 770; Welcher, vol. II, p. 599, 611.
Achtergrond Na de inname van Atlanta op 2 september 1864 had Hood zijn eenheden terug getrokken. Het verzamelpunt was Lovejoy’s Station. Gedurende meer dan een maand deed Sherman niets. Hij liet zijn soldaten uitrusten en stuurde de manschappen naar huis waarvan hun diensttijd afgelopen was. Op 21 september stuurde Hood zijn leger naar Palmetto, Georgia. Op 25 september kreeg hij bezoek van de Zuidelijke president Jefferson Davis. De twee mannen werken een strijdplan uit waarbij Hood in de richting van Chattanooga zou oprukken om de communicatielijnen van Sherman te bedreigen. Ze hoopten erop dat Sherman zou volgen en dat de Zuidelijken op een slagveld naar hun keuze de Noordelijken zouden kunnen verslaan.Esposito, text for map 148; Connelly, p. 477-78; Eicher, p. 736-37. Tijdens het overleg had Davis zijn ontgoocheling meegedeeld in Hood. Hood had duizenden soldaten verloren in zinloze frontale aanvallen. Davis speelde met het idee om Hood te vervangen. Toen de president terug in Montgomery, Alabama was, stuurde hij een telegram aan Hood dat hij toch het commando behield. Ook ging hij akkoord met Hoods vraag om luitenant-generaal William J. Hardee over te plaatsen. Davis stelde echter een nieuwe bevelhebber aan om Hood en het departement onder leiding van luitenant-generaal Richard Taylor te controleren. Dit werd luitenant-generaal P.G.T. Beauregard. Hij zou echter niet tussenkomen in de operationele beslissingen van Hood.Connelly, p. 472-77.
Hoewel Sherman een aanval plande op Savannah, Georgia, maakte hij zich toch zorgen over zijn communicatielijnen naar Chattanooga. De Zuidelijke generaal-majoor Nathan Bedford Forrest vormde nog altijd een serieuze dreiging. Verschillende Noordelijke expedities waren er niet in geslaagd om Forrest te verslaan. Op 29 september drong luitenant-generaal Ulysses S. Grant er bij Sherman op aan om Forrest definitief te verslaan. Sherman stuurde Thomas naar Nashville, Tennessee om de verschillende eenheden in die staat te reorganiseren. Ook stuurde de divisie van brigadegeneraal James D. Morgan naar Chattanooga.Welcher, p. 583; Esposito, map 148.
Zuidelijke aanvallen op de communicatielijnen van Sherman Sherman werd gedwongen om zijn eenheden te verspreiden om zijn communicatielijnen te beschermen. Toch zou hij niet volledig in Hoods val lopen. Sherman gaf genoeg soldaten en voorraden aan Thomas zodat deze Forrest en Hood aankon. Ondertussen werkte Sherman zijn plannen verder uit om naar Savannah op te rukken. Op 29 september stak Hood de Chattahoochee over. Hij rukte daarna op in noordwestelijke richting met 40.000 soldaten richting de Western & Atlantic spoorweg, een slagader voor Shermans bevoorrading. Op 1 oktober onderschepte de Noordelijke cavalerie onder leiding van Judson Kilpatrick en Kenner Garrard Hoods cavalerie die een aanval uitvoerde op de spoorweg bij Marietta, Georgia. De exacte locatie van Hoods hoofdmacht bleef echter een raadsel voor de Noordelijken. De volgende drie weken behield Hood het initiatief door snelle marsen die goed afgeschermd werden door zijn cavalerie. De slecht getrainde Noordelijke cavalerie kon niet veel rapporteren aan Sherman.Welcher, p. 583; Esposito, maps 148, 149.
Op 3 oktober, toen Thomas in Nashville arriveerde, nam Stewarts korps Big Shanty in met een garnizoen van 175 soldaten. De volgende dag viel Acworth met een garnizoen van 250 soldaten. Sherman liet generaal-majoor Henry W. Slocum achter in Atlanta en vertrok met 55.000 soldaten naar Marietta. Hood deelde zijn leger in twee. Het merendeel werd naar Dallas, Georgia gestuurd. Het andere deel, een divisie onder leiding van generaal-majoor Samuel G. French rukte langs de spoorweg op naar Allatoona, Georgia.Esposito, map 149; Welcher, p. 583.
Slag bij Allatoona 5 oktober 1864 Het kleine Noordelijke garnizoen van Allatoona bestond uit een gedeeltelijke brigade en werd aangevoerd door kolonel John Tourtelotte. Nog voor de Zuidelijke divisie ter plaatse was, had Sherman versterking gestuurd die bestond uit een brigade van brigadegeneraal John M. Corse. Corse nam het algemeen bevel op zich. De Noordelijken namen stelling in twee aarden redoutes langs elke zijde van een 55 m brede en 20 m diepe spoorwegbedding. Veel van de Noordelijken waren uitgerust met de Henry rifle, een snelvurend geweer.Welcher, p. 584; Kennedy, p. 390.
Bij het ochtendgloren van 5 oktober arriveerde de Zuidelijke divisie van French ter plaatse. Na een twee uur durend artilleriebombardement stuurde French een boodschapper met de vraag tot overgave. Corse weigerde. French ging over tot de aanval. Eén brigade viel aan vanuit noordelijke richting tegen de achterzijde van de redoutes. De twee andere brigades vielen aan uit westelijke richting. De Noordelijken bleven bestand tegen de twee uur durende aanval op de grootste redoute aan de westzijde van de spoorweg. Tourtelette slaagde erin om versterkingen te sturen vanuit de oostelijke redoute. Het was nog een kwestie van tijd voor de Noordelijken zouden bezwijken onder de druk. French kreeg echter een verkeerd rapport over de aantocht van een sterke Noordelijke cavalerie-eenheid die onderweg was. Daarom trok French zich tegen 14.00 uur terug.Welcher, p. 584; Kennedy, p. 391; Eicher, p. 738.
Resaca, Dalton en de mars naar Alabama Hood sloeg af in westelijke richting, stak de Coosa over in de buurt van Rome, Georgia dicht bij de staatsgrens met Alabama. Daarna rukte hij opnieuw op in Noordelijke richting naar Resaca, Georgia. Daar sloot de cavalerie van generaal-majoor Joseph Wheeler zich aan bij Hood die net terugkwam van een raid uit Tennessee. Op 12 oktober eiste Hood de overgave van de Noordelijke brigade die in Resaca was gestationeerd. Toen ze weigerden liet hij het korps van luitenant-generaal Stephen D. Lee de stad belegeren. Met zijn hoofdmacht trok hij verder in noordelijke richting. Onderweg werd de spoorweg systematisch vernietigd.Eicher, p. 738-39; Nevin, p. 29.
Ondertussen wist Sherman nu waar Hood zich bevond en stuurde onmiddellijk versterkingen naar Resaca. Deze arriveerden op 13 oktober en net te laat om Hood aan te vallen. Hood stuurde luitenant-generaal Alexander P. Stewart naar Tunnel Hill, Georgia bij de staatsgrens van Tennessee om daar zoveel mogelijk van de spoorweg te vernietigen. Tijdens de opdracht veroverde Stewart op 13 oktober Dalton, Georgia en nam het garnizoen gevangen. Het 751 man sterke garnizoen stond onder leiding van kolonel Lewis Johnson. Veel van zijn soldaten waren Afro-Amerikaanse soldaten. Tijdens de onderhandelingen voor de overgave, drukte Johnson erop dat al zijn soldaten als krijgsgevangenen zouden worden behandeld. Hood antwoordde dat alle slaven teruggestuurd zouden worden naar hun eigenaars.Kennedy, p. 391.
Na Resaca marcheerde Hood in westelijke richting naar Gadsden, Alabama waar hij op 20 oktober arriveerde. Hood hoopte om Sherman in een slag bij Lafayette, Georgia te verslaan. Zijn officieren overtuigden hem echter dat zijn leger door de lange marsen daar voorlopig niet toe in staat was. Voorlopig was Hoods veldtocht succesvol geweest. 36 km aan spoorweg was vernietigd. Toch zou de schade snel hersteld worden omdat Sherman 10.000 soldaten erop zette. Tegen 28 oktober reden er opnieuw treinen. Sherman volgde Hood tot Gaylesville, Alabama of ongeveer 50 km te weinig om Hood te confronteren.Esposito, map 150; Kennedy, p. 391; Nevin, p. 32.
Hood concentreerde zich nu op het confronteren van de vijandelijke legers. Hij wilde verhinderen dat Sherman en Thomas zich zouden aansluiten. Hood ging ervan uit indien hij nu snel reageerde dat hij Thomas kon verslaan voor Sherman opdaagde. Na de vernietiging van Thomas zou Hood oprukken naar centraal Kentucky om zijn leger te laten uitrusten een aanvullen. Daarna zou hij verder oprukken naar Tennessee. Indien Sherman zou volgen, zou Hood hem confronteren en verslaan in Kentucky om daarna via de Cumberland Gap de Army of Northern Virginia van Robert E. Lee te versterken. Op 21 oktober ontving Hood de goedkeuring van de sceptische Beauregard die zich zorgen maakte over de grote logistieke problemen die het plan van Hood met zich meebracht. Beauregard drong erop aan om Wheelers cavalerie te detacheren om Sherman te schaduwen en stuurde Forrest naar Hood. Hood vertrok naar Decatur, Alabama. Forrest zou zich bij Hood voegen rond Florence, Alabama. Daarna zou de opmars richting Tennessee gaan.Esposito, map 150; Connelly, p. 483; Nevin, p. 32-33; Eicher, p. 769.
Ondertussen had Sherman de goedkeuring ontvangen van Grant voor de opmars naar Savannah. Hij liet Thomas oprukken om Hoods opmars te blokkeren. Ter ondersteuning liet Sherman het IV Corps naar Chattanooga oprukken en het XXIII Corps van Schofield naar Nashville halen. Ook het XVI Corps van generaal-majoor Andrew J. Smith kreeg orders om vanuit Missouri naar Nashville op te rukken. Tegen 10 november vertrokken de laatste eenheden van Shermans leger terug naar Atlanta om de opmars naar Savannah te beginnen.Esposito, map 150; Welcher, p. 584-85; Nevin, p. 34; Kennedy, p. 391.
Slag bij Johnsonville 16 november 1864