Nexum ("verbintenis, band" < nectare: "knopen, boeien") was een term in het Romeinse recht. En dit al sinds de zogenaamde Twaalftafelenwet (ca. 451 v.Chr.).Tabula VI: Cum nexum faciet mancipiumque, uti lingua nuncupassit, ita ius esto. ("Wanneer (men) een nexum of een mancipium zal maken, zal het, zo men het met zijn tong plechtig zal hebben uitgesproken, recht zijn.")
In ruimere zin betekende het elke plechtige per aes et libram ("met brons (d.i. geld) en weegschaal"; zie mancipatio) verrichte handeling.Cicero, De oratore III 40. Vgl. Varro, De lingua Latina VII 105. De betekenis en het doel van de handeling werden telkens in de plechtige woorden die haar vergezelden uitgedrukt (nuncupatio).
In engere zin heette nexum de onder deze vorm op zich genomen verplichting (om te betalen) en in nog engere zin een leencontract of een geldschuld die in de vorm van het nexum was overgebracht.
De debitor (debiteur, schuldenaar) werd gezegd nexum inireTitus Livius, Ab Urbe condita VII 19. (een nexum (verplichting) aan te gaan”) of nexum se dareLivius, Ab Urbe condita VIII 28. ("zich aan een nexum (verplichting) te wijden"). Het door de debitor beloofde geld heette insgelijks nexum aes of nuncupata pecunia ("plechtig uitgesproken geld(som)").
De gebruikelijke formule van de nuncupatio bij dit nexum was de belofte van de debitor, dat hij zich in geval van niet-vervulling van zijn verplichting tot schuldenaar van de creditor (crediteur, schuldeiser) zou maken, alsof hij door de rechter tot betaling van de schuld was veroordeeld (overeenkomstig het strenge wisselrecht). Hij die zich, na het verstrijken van een bepaalde tijd, ten gevolge van het nexum, in de dienst en de macht van de creditor moest stellen, heette nexus (“gebondene”) of nexu vinctus ("door schuldverbintenis gebonden").
Het nexum had dus wat zijn inhoud en zijn gevolgen betrof dezelfde kracht als een rechterlijk vonnis. De nexus bevond zich feitelijk in slavernij, ofschoon hij rechterlijke vrijheidValerius Maximus, Facta et Dicta Memorabilia VI 1 § 9., het Romeins burgerrecht behieldVarro, De lingua Latina VII 105. en legerdienst kon blijven verrichten.Livius, Ab Urbe condita II 24.6. Zijn toestand was verwant aan die van de addictus ("een als eigendom toegekende").
Daar het nexum voor de arme klassen zeer nadelig en gevaarlijk was, werd het in 326 v.Chr. door de lex Poetelia Papiria de nexis als leencontract afgeschaft, zodat niemand meer door vrijwillig contract in schulddienst kon geraken.Livius, Ab Urbe condita VIII 28. Vgl. Varro, De lingua Latina VII 105. Livius zegt hierover: novum initium libertatis plebis Romanae ("een nieuw begin voor de vrijheid van het Romeinse plebs").
In ander gevallen bleef het nexum wel bestaan, doch werd veel zeldzamer toegepast en verdween uiteindelijk in zijn geheel. Noten
Referentie art. nexum, in - trad. ed. , Classisch Woordenboek van Kunsten en Wetenschappen, Rotterdam, 1857, p. 645. Categorie:Romeinse wet