Australopithecus afarensis is een uitgestorven mensachtige van het geslacht Australopithecus uit het Plioceen van Oost-Afrika. Het is een van de oudste bekende mensachtigen.

Sinds 1935 werden in het gebied van Laetoli in Tanzania losse tanden en beenderen van zeer vroege mensachtigen gevonden, ruim drie miljoen jaar oud. Tussen 1973 en 1977 ontdekte men in Ethiopië, in het gebied van Hadar, de Afardriehoek, veel talrijker fossielen, waaronder een vrij compleet skelet van een vrouw dat de bijnaam Lucy kreeg. Lucy was in 1974 het meest volledige bekende skelet van een mensachtige ouder dan een half miljoen jaar. In 1978 werden de fossielen uit Hadar en Laetoli benoemd als een aparte soort: Australopithecus afarensis. Daarna zijn er in Hadar nog meer skeletten gevonden. Verder zijn er resten van de soort aangetroffen in Kenia, bij het Turkanameer, de Omo en Koobi Fora.

A. afarensis toont een mengeling van kenmerken die meer oorspronkelijk en meer modern zijn. De hersenpan is vrij klein. In zijaanzicht is de bovenkaak spits maar de onderkaak stomp, een unieke combinatie. De wallen boven de oogkassen steken in de hoeken zijwaarts uit. De jukbeenderen zijn niet zo breed. Een schedelkam ontbreekt. De hoektanden zijn tamelijk klein maar vaak zijn er nog spleten tussen de andere tanden waar ze inpassen. De valse kiezen zijn spitser dan bij moderne mensen maar stomper dan bij chimpansees. Het email van de kiezen is iets verdikt. A. afarensis is volledig aangepast aan het rechtop lopen. Het bekken is breed. Het dijbeen maakt een hoek met het onderbeen. Er is geen grijpvoet maar de grote teen loopt evenwijdig aan de andere tenen. Lucy was een klein individu, ongeveer 110 centimeter lang, maar sommige mannen lijken langer te zijn geworden dan anderhalve meter. miniatuur|Modellen van Australopithecus afarensis in het Naturhistorisches Museum Wien A. afarensis speelt een sleutelrol in de discussies over de vroege evolutie van de mens. Eerst werd hij gezien als de directe voorouder van zowel de moderne mens als de tak die naar de zwaargebouwde australopitheken loopt. Dit is echter sterk omstreden geraakt. Sommige onderzoekers zien hem als een voorouder van alleen de mens of juist alleen de latere australopitheken. Hij kan ook een vroege zijtak geweest zijn. Er zijn intussen nog oudere mensachtigen gevonden en een daarvan, Australopithecus anamensis, kan weer de directe voorouder van A. afarensis zijn.

Het leefgebied van A. afarensis bestond uit halfopen bossen. Zijn levenswijze is nog heel onzeker. Een aantal wetenschappers beweert dat de vorm van zijn handen en voeten erop wijst hij nog vaak in de bomen klom. Brede kiezen en krachtige kauwspieren zouden het eten van hardere graszaden hebben mogelijk gemaakt maar de slechts ondiepe krasjes op het tandemail duiden eerder op een dieet van fruit en zachte noten. De kleine hoektanden passen bij een laag niveau van agressie. Niet duidelijk is waarom dan mannen en vrouwen zo sterk in grootte verschilden.

Vondst en naamgeving Vroege vondsten De eerste resten van deze soort werden in 1935 gevonden door Louis Leakey die een onderste hoektand verzamelde bij de Olduvai Gorge, specimen M 18773 (later M. 42323), welke hij toewees aan een baviaan. Pas in 1977 werd dit herkend als een tand van een mensachtige.White T.D. 1981. "Primitive hominid canine from Tanzania". Science 213: 348–349 left|thumb|upright|Garusi-1 In dezelfde regio werden door de Duitse paleontoloog Ludwig Kohl-Larsen in 1939 mensachtige fossielen ontdekt en erkend bij Laetoli in Tanzania. Duitse geleerden hadden een band met dat gebied omdat het eerder Duits Oost-Afrika was. Bij de rivier de Gerusi of Garu(s)si werd een stuk bovenkaak met twee premolaren opgegraven, specimen Garusi-1, en een derde kies van de bovenkaak, Garusi-2. In Duitsland identificeerde men nog een hoektand onder de vondsten, Garusi-4.L. Kohl-Larsen, 1943, Auf den Spuren des Vormenschen. Band 2. Strecker und Schröder, Stuttgart: 379–381 In 1940 begreep Wolfgang Abel het verband met de in Zuid-Afrika in 1924 ontdekte Australopithecus africanus. In 1948 stelde Edwin Hennig dat het wel eens om een apart geslacht zou kunnen gaan dat hij benoemde als Praeanthropus, de "voor-mens", overigens zonder een volle soortnaam te bepalen.E. Hennig, 1948, "Quartarfaunen und Urgeschichte Ostafrikas", Naturwissenschaftliche Rundschau 1(5): 212–217 In 1950 maakte Hans Weinert er een Meganthropus africanus van.Hans Weinert, 1950, "Über die neuen Vor- und Frühmenschenfunde aus Afrika, Java, China und Frankreich", Zeitschrift für Morphologie und Anthropologie 42: 113–148 In de jaren vijftig werd naar zulke vondsten verwezen als een affin. Australopithecus africanus; dit weerspiegelde een vaag vermoeden dat A. africanus ook in Oost-Afrika voorkwam. In 1955 benoemde Muzaffer Süleyman Şenyürek een Praeanthropus africanus.Senyürek, M. 1955. "A note on the teeth of Meganthropus africanus (Weinert) from Tanganyika Territory". Belleten 73: 1–55

Lucy In Tanzania en Kenia waren sinds het eind van de jaren vijftig belangrijke vondsten van mensachtigen gedaan in het systeem van de Grote Slenk. De meerafzettingen daar bewaarden vele fossielen die door middel van lagen vulkanisch as ook nauwkeurig te dateren waren. Het systeem zet zich door tot de Omo in Zuid-Ethiopië die sinds 1967 door de Franse paleontoloog Camille Arambourg opnieuw onderzocht werd en dit schiep de verwachting dat ook in de Afardriehoek, Noord-Ethiopië, in lagen van 3,2 miljoen jaar oud een schat aan materiaal te vinden moest zijn. In 1971 bevestigde een eerste verkenning door Maurice Taieb dit. In 1972 zette Taieb de International Afar Research Expedition op, samen met Donald Johanson die de voornaamste fondsen verwierf bij Princeton University, en Yves Coppens. In 1973 vond Johanson op het eind van het eerste veldseizoen een kniegewricht, specimen AL 129-1, dat toebehoord moest hebben aan een tweevoetige mensachtige. Verder werd een robuust, maar sterk gepneumatiseerd, wandbeen aangetroffen, specimen A.L. 166-9.Taieb M., Johanson D.C., Coppens Y., Bonnefille R. & Kalb J.E. 1974. "Découverte d’Hominidés dans les séries Plio-pléistocènes d’Hadar (Bassin de l’Awash; Afar. Ethiopie)". Compres Rendus de l'Académie de Sciences D 279: 735–738 In 1974 vond een vertegenwoordiger van de Ethiopische regering, Alemayehu Asfaw, in de "Vallei der Hominiden" twee kaken, gevolgd door een derde ontdekt door een werkkracht uit Tigray, de specimina A.L. 198-1, A.L. 266-1 en A.L. 277-1.Taieb M., Johanson D.C. & Coppens Y. 1975. "Expédition internationale de l’Afar, Éthiopie (3 ème campagne 1974) découverte d’Hominidés Plio-Pléistocènes à Hadar". Comptes Rendus de l'Académie de Sciences 281: 1297–1300 left|upright|thumb|Vindplaats van Lucy Op 24 november 1974, tegen het middaguur, werd door Johanson, vergezeld door graduate student Tom Gray, een doorbraak bereikt toen specimen AL 288-1 ontdekt werd. Johanson zag gedurende een wandeling op Locatie 162 een arm aan het woestijnoppervlak liggen en meteen trof men ernaast meerdere botten aan. Het ging om een voor een fossiele mensachtige uitzonderlijk volledig skelet met schedel, waarvan men op grond van de geringe lengte en de bekkenvorm vermoedde dat het een jongvolwassen vrouw betrof. Het omvat schedelresten, de gepaarde onderkaken, ribben, delen van de armen, delen van het bekken en een linkerdijbeen. Het exemplaar, dat een van de beroemdste vondsten in de paleoantropologie zou worden, kreeg de bijnaam Lucy, naar Lucy in the Sky with Diamonds, een bekend nummer van The Beatles dat op de avond van de ontdekking op de bandrecorder werd gedraaid. Lucy is wellicht om het leven gekomen door een val uit een hoge boom,National Geographic, Did a Fall From a Tree Kill Lucy, Our Famous Ancestor?. Gearchiveerd op 25 april 2019.Kappelman J., Ketcham, R.A., Pearce, S., Todd, L., Akins, W., Colbert, M.W., Feseha, M., Maisano, J.A. & Witzel, A., 2016, "Perimortem fractures in Lucy suggest mortality from fall out of tall tree", Nature 537: 503-507 maar het is ook gesteld dat een aardverschuiving of aanval door een roofdier waarschijnlijker oorzaken waren.Charlier, P.; Coppens, Y.; Augias, A.; et al. 2018. "Mudslide and/or animal attack are more plausible causes and circumstances of death for AL 288 ('Lucy'): A forensic anthropology analysis". Medico-Legal Journal. 86(3): 139–142 In 1995 werd geopperd dat het wellicht een man betrof, een "Lucifer", wegens een te smal bekken,Häusler, M., & Schmid, P. 1995. "Comparison of the Pelves of Sts 14 and AL 288-1: Implications for Birth and Sexual Dimorphism in Australopithecines". Journal of Human Evolution, 29: 363-383 maar dat bleek in 1996 een normale omvang te hebben voor een vrouw van die grootte.R.G. Tague & C.O. Lovejoy, 1996, "AL 288-1—Lucy or Lucifer: Gender confusion in the Pliocene", Journal of Human Evolution 35: 75–94 Lucy had het bekken van een rechtop lopend dier en haar taxon was daarmee in 1974 de oudst bekende tweevoetige fossiele hominide. Daarbij was Lucy het meest volledige skelet van een australopitheek dat toen bekend was. Meer complete skeletten van fossiele mensachtigen werden in 1974 alleen vertegenwoordigd door slechts vijfenzeventigduizend jaar oude neanderthalers.Taieb M., Johanson D.C., Coppens Y. & Aronson J.L. 1976. "Geological and palaeontological background of Hadar hominid site, Afar, Ethiopia". Nature 260: 289–293

In november 1975 ontdekte Michèle Cavaillon, een lid van een filmploeg, locatie 333 met 216 fossielen die een minimum van dertien individuen vertegenwoordigden, waaronder mannen, vrouwen en kinderen. Het geheel werd geïnventariseerd onder nummer AL 333 en kreeg de bijnaam First Family.Johanson D.C. 1976. "Ethiopia yields 1st family of early man". National Geographic 150: 790–811 De veelheid aan vondsten maakte het mogelijk te onderkennen én bewijzen dat men een taxon ontdekt had dat zich duidelijk onderscheidde van A. africanus en aan die soort in tijd vooraf scheen te gaan. Johanson meende zelfs minstens twee taxa ontdekt te hebben en publiceerde in 1976, van maart af, drie artikelen over de vondsten.Johanson D.C. & Taieb M. 1976. "Plio-Pleistocene hominid discoveries in Hadar, Ethiopia". Nature 260: 293–297Donald C. Johanson, C. Owen Lovejoy, Albert H. Burstein and Kingsbury G. Heiple, 1976, "Functional implications of the Afar knee joint", American Journal of Physical Anthropology, 44(1): 188Johanson D.C. & Coppens Y. 1976. "A preliminary anatomical diagnosis of the first Plio/Pleistocene hominid discoveries in the Central Afar, Ethiopia". American Journal of Physical Anthropology 45: 217–234 Doordat die ieder aparte methoden van datering toepasten, spraken ze elkaar tegen over de ouderdom van de vondsten. Lucy werd gezien als een andere soort dan de losse kaken die beschouwd werden als een vroege vertegenwoordiger van Homo. Ondanks staatsgrepen in Ethiopië slaagde Johanson erin een belangrijk deel van het materiaal ter bestudering naar de VS over te brengen. Na januari 1977 kwam aan het veldonderzoek voorlopig een eind. Een kleine expeditie in 1981 door Desmond Clark leverde weinig op en in 1982 werden door de Ethiopische regering zelfs alle paleontologische activiteiten door buitenlandse wetenschappers voor vele jaren opgeschort.

Australopithecus afarensis wordt benoemd thumb|Replica van LH 4