De wimpelstaartkolibrie (Trochilus polytmus) is een vogel uit de familie van de kolibries (Trochilidae). De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus. (1758). Systema naturae ed. 10: 120 De vogel komt alleen voor (endemisch) in Jamaica en is daar een algemeen voorkomende vogel. Het is tevens de nationale vogel van dat land. De mannelijke vogels vallen op door hun lange staartveren.

De wimpelstaartkolibrie is de typesoort van het geslacht Trochilus en de familie Trochilidae (alle kolibries). Een variant van deze vogelsoort is de oostelijke wimpelstaartkolibrie. Deze komt in het oostelijke deel van Jamaica voor. Er is discussie of deze als aparte soort moet worden gezien.

De vogel is opvallend doordat de mannetjes twee extra lange staartveren hebben waaraan deze dan ook haar Engelse naam te danken heeft: Red-billed streamertail (gestroomlijnde staart) of scissors tail hummingbird (schaarstaart).

Veldkenmerken De mannetjes zijn langer dan de vrouwtjes omdat ze extra lange staartveren hebben, ten gevolge van seksuele selectie waardoor ze aantrekkelijker zijn voor de vrouwtjes. De mannetjes zijn zo'n 22 tot 25 cm lang (inclusief staartveren van gemiddeld 10,5 cm) en de vrouwtjes zijn zo'n 10,5 cm. Alleen de mannelijke buitenste staartveren zijn extra lang. De vogel weegt tussen de 3 en de 6,5 gram. De vrouwtjes zijn iets lichter.

Het volwassen mannetje heeft een heldere iriserend groene kleur met een dof-zwarte tot blauwzwarte kruin en een fluweelzachte kuif. De snavel is koraalrood en de staart is zwart met een groene tot bronsgroene glans. Onvolwassen mannetjes zijn herkenbaar doordat ze nog geen lange staartveren hebben. Het volwassen vrouwtjes heeft een dof-rode snavel. Haar bovenzijde is bronsgroen, wat doffer is op de kruin. Het middelste paar veren is helder bronsgroen, de twee buitenste verenparen hebben brede witte uiteinden en de rest is zwart met een bronsgroene glans. De onderzijde van de vogel is wit met metaalachtige bronsgroene vlekken op de borst en flanken.

De oostelijke variant van de vogel, de oostelijke wimpelstaartkolibrie, heeft een zwarte snavel. (2020). Streamertail (Trochilus polytmus), version 1.0. In Birds of the World (T.S. Schulenberg, Ed.). Cornell Lab of Ornithology, Ithaca, NY, USA.

Verspreiding en leefgebied Deze soort is endemisch op Jamaica. De leefgebieden bestaan uit diverse typen groenblijvend bos, vooral op berghellingen, maar ook moerasbos. In mangrovebos wordt de vogel weinig gezien. De vogel komt voor vanaf zeeniveau tot aan zo'n 1500 meter hoogte.

Gedrag Zowel de mannetjes als de vrouwtjes verdedigen hun territorium agressief. Wanneer een vrouwtje het territorium van een mannetjes betreedt volgt een paringsritueel. Beide vogels gaan op een tak zitten en knikken herhaaldelijk met hun kop, waarna het mannetje voor het vrouwtje op en neer vliegt terwijl hij zijn staartveren voor haar spreidt. De soort broedt het hele jaar door, maar met name tussen januari en mei en kan drie broedsels van meestal twee eieren per keer grootbrengen. Het vrouwtje broedt de eieren in 17 tot 19 dagen uit en de jongen vliegen uit nadat ze tussen de 19 tot 24 dagen in het nest hebben gezeten.

Status De vogel komt alleen voor op Jamaica, maar heeft daar een ruim verspreidingsgebied en daardoor is de kans op de status kwetsbaar (voor uitsterven) gering. De grootte van de wereldpopulatie is niet gekwantificeerd. Men veronderstelt dat de soort stabiel is. Om deze redenen staat de wimpelstaartkolibrie als niet bedreigd op de Rode Lijst van de IUCN.

Categorie:Kolibries Categorie:Dier uit het Neotropisch gebied Categorie:Endemisch dier uit Jamaica Categorie:IUCN-status niet bedreigd