thumb|Ebner-Eschenbach op jonge leeftijd. Marie Freifrau von Ebner-Eschenbach, geboren Freiin Dubský (Troubky-Zdislavice, Moravië, 13 september 1830 - Wenen, 12 maart 1916), was een Oostenrijks schrijfster, vooral bekend om haar psychologisch getinte romans en vertellingen.

Leven en werk Ebner-Eschenbach was de dochter van Franz Baron Dubský, vanaf 1843 graaf Dubský, en zijn tweede vrouw baronesse Marie von Vockel, die kort na haar geboorte stierf. Ze groeide afwisselend op in Wenen en op het familieslot Zdislawitz in haar geboortedorp, waar ze als kind veel las en zich ontwikkelde in haar vaders bibliotheek. Van een gouvernante leerde ze meerdere talen spreken. In 1848 huwde ze de natuurkundige Moritz von Ebner-Eschenbach, die haar stimuleerde om te gaan schrijven.

Na eerste pogingen op het gebied van de lyriek en drama, wijdde ze zich geheel aan de verhalende literatuur. Ze schreef vooral romans en verhalen waarin sociale conflicten aan de orde komen, die ze in een conservatief-patriarchale zin probeert op te lossen. Karakteristiek voor haar werk is de roman Božena (1876), die handelt over de tegenstelling tussen stad en land, rijke burgerij en verarmde adel. Haar sympathie gaat uit naar de adel. Snel rijk geworden handelaren en fabrikanten worden door haar als hebzuchtig, harteloos en eerzuchtig uitgebeeld.

Van haar vertellingen is Krambambuli het meest bekend, dat meermaals verfilmd werd. Tegenwoordig worden met name ook haar memoires, Kinderjahre (1906), literair goed gewaardeerd. Ook schreef ze bundels met aforismen.

Ebner-Eschenbach was een fervent verzamelaarster van bijzondere horloges. Haar collectie bevindt zich thans in het klokkenmuseum in Wenen. Ze werd onderscheiden met het Keizerlijk-Koninklijk Oostenrijks-Hongaars Ereteken voor Kunst en Wetenschap. In 1916 overleed ze te Wenen, 85 jaar oud. Haar lichaam werd bijgezet in een familie-mausoleum bij het familieslot in Troubky-Zdislavice.

Bibliografie thumb|Marie von Ebner-Eschenbach, portret door Karl von Blaas, 1873 Hirzepinzchen. Ein Märchen. Aus Franzensbad. 6 Episteln von keinem Propheten. 1858 Maria Stuart in Schottland. Schauspiel in fünf Aufzügen. 1860 Das Veilchen. Lustspiel in einem Aufzug. 1861 Marie Roland. Trauerspiel in 5 Aufzügen. 1867 Doktor Ritter. Dramatisches Gedicht in einem Aufzug. 1869 Die Prinzessin von Banalien. Ein Märchen. 1872 Das Waldfräulein. 1873 Božena. Erzählung. 1876 Die Freiherren von Gemperlein. 1878 Lotti, die Uhrmacherin. In: Deutsche Rundschau. 1880 Aphorismen. 1880 Dorf- und Schloßgeschichten. 1883 (daarin o.a. Krambambuli en Die Resel) Zwei Comtessen. 1885 (vertelling) Neue Dorf- und Schloßgeschichten. 1886 Das Gemeindekind. 1887 (roman) Unsühnbar. Erzählung. 1890 Drei Novellen. 1892 Glaubenslos? Erzählung. 1893 Das Schädliche. Die Totenwacht. Zwei Erzählungen. 1894 Rittmeister Brand. Bertram Vogelweid. Zwei Erzählungen. 1896 Alte Schule. 1897 Aus Spätherbsttagen. Erzählungen. 1901. Agave. 1903 (roman). Die unbesiegbare Macht. Zwei Erzählungen. 1905 Meine Kinderjahre. Biographische Skizzen. 1906 Altweibersommer. 1909

Literatuur A. Bachrach e.a.: Encyclopedie van de wereldliteratuur. Bussum, 1980-1984,

Externe links Biografische gegevens Korte biografie

Categorie:Oostenrijks schrijver