thumb|Arno Holz door Erich Büttner (1916) Arno Holz (Rastenburg, 26 april 1863 - Berlijn, 26 oktober 1929) was een Duits schrijver, dichter en toneelschrijver. Zijn belangrijkste werk wordt gerekend tot het naturalisme, met invloeden vanuit het impressionisme.
Leven en werk Holz was de zoon van een apotheker. In 1875 verhuisde de familie naar Berlijn, waar hij in 1881 begon te werken als freelance-journalist. Daarnaast begon hij te schrijven. Hij werd sterk beïnvloed door Gerhart Hauptmann, die hij in Berlijn had ontmoet binnen de naturalistische literatuurclub Durch en door Émile Zola.
Samen met zijn vriend Johannes Schlaf ontwikkelde hij zijn theorie van het 'consequente naturalisme', steunend op fotografisch-fonografische methodes. De basisformule was 'Kunst = Natuur - X', waar X stond voor de materialen waarmee kunst gemaakt werd. In zijn ideale kunstopvatting is de invloed van X minimaal en wordt de natuurlijke situatie zo dicht mogelijk benaderd. Hij was een der eersten in Duitsland die het grootsteedse omgeving in de literatuur invoerde. Zijn beste milieu-schilderingen kenmerken zich door een bijna impressionistische minutieusheid.
In zijn latere jaren maakte Holz diverse stijlveranderingen door, van symbolisme en jugendstil tot het expressionisme. Als zijn hoofdwerk geld zijn dichtbundel Phantasus (1898), waarin hij zijn theorieën over rijmloze middenasgedichten vorm gaf. Uiteindelijk werd zijn werk steeds formalistischer. Dit is vooral te zien in zijn talloze stijlkopieën van na 1900, onder andere in Daphnis (1900), dat erg lijkt op een antiquarische kopie van een barokke verzameling lyrische gedichten.
In 1929 was Holz kandidaat voor de Nobelprijs voor Literatuur, die toen echter naar Thomas Mann ging. Kort daarna overleed hij, 66 jaar oud.
Bibliografie thumb|Titelpagina van Phantasus, 1898. Klinginsherz, 1883 Die Dichtkunst der Jetztzeit, 1883 Deutsche Weisen, met Oskar Jerschke, 1884 Buch der Zeit. Lieder eines Modernen, 1886 Papa Hamlet, als Bjarne P. Holmsen, met Johannes Schlaf, 1889 Krumme Windgasse 20. Studie aus dem Studentenleben, met Johannes Schlaf, proza, 1890 Die Familie Selicke, met Johannes Schlaf, drama, 1890 Die Kunst. Ihr Wesen und ihre Gesetze, 1891 Der geschundne Pegasus. Eine Mirlitoniade in Versen, met Johannes Schlaf, 1892 Neue Gleise, met Johannes Schlaf, 1892 Berlin, das Ende einer Zeit in Dramen Socialaristokraten, 1896 Sonnenfinsternis, 1908 Ignorabimus, 1913 Phantasus, 1898/99 Revolution der Lyrik, 1899 Dr. Richard M. Meyer, Privatdozent an der Universität Berlin, ein litterarischer Ehrabschneider, 1900 Die Blechschmiede, 1902 Johannes Schlaf. Ein notgedrungenes Kapitel, 1902 Lieder auf einer alten Laute, 1903 Dafnis. Lyrisches Portrait aus dem 17. Jahrhundert, 1904 Traumulus, Tragische Komödie, met Oskar Jerschke, 1905 Frei!, Männerkomödie, met Oskar Jerschke, 1907 Gaudeamus!, 1908 Die Perle der Antillen, komedie, met Oskar Jerschke, 1909 Büxl, komedie, met Oskar Jerschke, 1911 Phantasus, 1916 Die Blechschmiede, 1917 Flördeliese, 1919 Seltsame und höchst abenteuerliche Historie von der Insel Pimperle, 1919 Die Blechschmiede, 1921 Die befreite deutsche Wortkunst, 1921 Phantasus. Zur Einführung, 1922 Trio Seraphicon, 1923 Kindheitsparadies, 1924 Der erste Schultag, 1924 Phantasus, aangevulde uitgave, 1925 Zwölf Liebesgedichte, 1926 Entwurf einer „Deutschen Akademie“, 1926
Literatuur A. Bachrach e.a.: Encyclopedie van de wereldliteratuur. Bussum, 1980-1984,
Externe links Korte biografie Biografische informatie over Holz Over de liederenbundel Phantasus
Categorie:Duits schrijver