thumb|Prent met de Blauwe Schuit, door Pieter van der Heyden De blauwe schuit is een Middelnederlands satirisch gedicht van 297 verzen, gedateerd op vastenavond 1413 en aan het slot toegeschreven aan een zekere Jacop van Oestvoren. Het is opgesteld in de vorm van een berijmd spotmandement waarmee voor de gelegenheid van vastenavond een denkbeeldig Gilde van de Blauwe Schuit wordt opgericht.

In het gedicht worden vertegenwoordigers van allerlei groeperingen die ongewenst gedrag vertonen, aangespoord om daarmee door te gaan en zich bij het gilde aan te sluiten. De tekst houdt de burgerij zo een spiegel voor van gewenst en navolgenswaardig gedrag: wie zich daar niet aan houdt, wordt symbolisch buiten de sociale orde geplaatst.Verwijs, E. (ed.) (1871) Vander Blauwen Scute in Van vrouwen ende van minne. Leiden: A.W. Sijthoff. Gearchiveerd op 27 oktober 2020.

De tekst hoorde vermoedelijk tot het repertoire van de vastenavondviering, een feest waarbij bestaande normen en waarden tijdelijk werden omgekeerd. Voor déze specifieke tekst geldt echter niet dat die omkering ook werkelijk ondermijnend was: de tekst bevestigde en legitimeerde juist de bestaande burgerlijke orde, door hen die zich er niet aan hielden symbolisch te verbannen.

Het gedicht is overgeleverd in één vijftiende-eeuws handschrift, bewaard in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Het raakte pas begin negentiende eeuw bekend, toen het rond 1821 werd aangetroffen tussen een stapel rekeningen van de Abdij van Egmond. Het handschrift is onvolledig, met hiaten en doorhalingen, wat erop wijst dat het een gebruikshandschrift betrof. Zo ontbreekt de aanhef van het gedicht — de eerste ongeveer veertig verzen — waardoor de interpretatie van de tekst op onderdelen onzeker is.

Aan het slot van het gedicht noemt de auteur zich 'Jacop van Oestvoren'. Vergeleken met de praktijk bij officiële mandementen betreft het hier dan waarschijnlijk niet de opsteller, maar de griffier. Waarschijnlijk gaat het om een schertsnaam, zoals wel vaker voorkwam bij rondtrekkende volksvermakers. De naam laat zich lezen als woordspeling, mogelijk verwijzend naar winden laten.

Uitgaven en literatuur Zarncke, F. (1854) nam de tekst van het rijm op als bijlage bij zijn uitgave van Sebastian Brants Das Narrenschiff; hierdoor werd de tekst internationaal bekend. Verwijs, E. (1871) publiceerde de volledige tekst in de verzamelbundel Van vrouwen ende van minne. Pleij, H (1983) Het gilde van de Blauwe Schuit. Literatuur, volksfeest en burgermoraal in de late middeleeuwen. Amsterdam: Meulenhoff, (2e dr.)

Categorie:Middelnederlandse literatuur