De malabarparkiet of duifparkiet (Psittacula columboides) is een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).

Kenmerken De groene vogel heeft een lengte van 36-38 cm en een grijze kop en bovenlichaam. Voor de ogen en hals is een zwarte band zichtbaar, die in de nek aansluit. Er volgt een bleekblauwe band, die bleekgroen wordt bij de keel. De kop bevat een beetje blauw op het voorhoofd en de bovenzijde van de wangen en een groenachtige kleur rondom de ogen. De zachtgrijze borst, flanken en schouders hebben een rode weerschijn. De staart is blauw met gele toppen. De vleugels zijn ook blauw, met blekere randen, zodat het lijkt alsof de vogel geschubd is. De onderstaartdekveren zijn geelachtig groen. De bovensnavel is rood en draagt een gele punt, terwijl de ondersnavel zwart is. De ogen zijn geel en de poten grijs.

Verspreiding en leefgebied Deze soort is endemisch in zuidwestelijk India.

Gedrag en voortplanting Voedsel De malabarparkiet foerageert in de bovenste en zijwaartse kroonlaag van bomen, meestal boven zes meter hoogte, en niet op struiken. Bloemen en nectar vormen het hoofdvoedsel; ook vruchten, zaden en uitlopende bladeren worden gegeten. In het Siruvani-voorgebergte in Tamil Nadu werd foerageergedrag vooral waargenomen op Grewia tiliaefolia, Tectona grandis en Melia dubia.

Broeden De soort broedt in het droge seizoen na de noordoostmoesson. Paring vindt vooral plaats in december en de eieren worden gelegd van de laatste week van december tot de eerste week van januari. Beide geslachten inspecteren mogelijke nestholten; er wordt geen nestmateriaal aangedragen en de holte wordt niet uitgegraven. De gemiddelde legselgrootte is vier eieren (bereik 2 tot 5) en de broedduur bedraagt gemiddeld 23 dagen (bereik 22 tot 25). De jongen vliegen na gemiddeld 32 dagen uit, meestal in de laatste week van februari of de eerste week van maart. In een onderzoek in het Siruvani-voorgebergte bevonden de elf bestudeerde nesten zich in drie boomsoorten: Grewia tiliaefolia (zeven), Melia dubia (drie) en Tectona grandis (één), op een gemiddelde hoogte van 7,9 meter in bomen met een gemiddelde hoogte van 14,5 meter.

Status De grootte van de populatie is niet gekwantificeerd, maar de soort wordt omschreven als algemeen in het centrum van zijn verspreidingsgebied. Op de Rode lijst van de IUCN heeft deze soort de status niet bedreigd.

Categorie:Psittacidae Categorie:Endemisch dier uit India Categorie:IUCN-status niet bedreigd