De Slag om Leyte was de amfibische invasie van het eiland Leyte door de strijdkrachten van de Verenigde Staten en Filipijnse guerrilla's tijdens de Tweede Wereldoorlog onder het bevel van de Amerikaanse generaal Douglas MacArthur, die vochten tegen het Japans Keizerlijk Leger onder leiding van generaal Tomoyuki Yamashita, van 17 oktober tot 26 december 1944. Deze slag was de eerste waarbij Japan gebruik maakte van Kamikazepiloten. De slag stond bij de Amerikanen bekend onder de codenaam King Two en was onderdeel van de bevrijding van de Filipijnen.Cutler, Thomas J., The Battle of Leyte Gulf: 23–26 October 1944, Naval Institute Press, 2001, p.52
Achtergrond thumb|left|250px|Kaart van de invasie van Leyte op 20 oktober 1944 De Filipijnen werden in 1942 door Japan veroverd. De verovering van de Filipijnen was van strategisch en vitaal belang voor Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog, omdat het op belangrijke zeeroutes lag vanaf Sumatra en Borneo voor de vervoer van rubber en aardolie.
Voor de VS was de verovering van de Filipijnen een belangrijke stap in het isoleren van het Japanse Keizerrijk van diens grondstoffen. Daarnaast was de verovering voor generaal MacArthur een persoonlijke kwestie. In 1942, een maand nadat Japan de overgave aanvroeg van de USAFFE, beval de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt generaal MacArthur om de Filipijnen te verlaten om een Amerikaanse strijdkracht te verzamelen en te organiseren in Australië, die bedoeld waren om de USAFFE te verlichten. De zogenaamde hulptroepen bestonden echter niet, maar president Roosevelt wou voorkomen dat generaal MacArthur werd gearresteerd door de Japanners. Toch had MacArthur gezworen dat hij zou terugkeren naar de Filipijnen. Hij verklaarde herhaaldelijk dat het de morele plicht was van de VS om de Filipijnen te bevrijden.
Van september tot begin oktober 1944 voerden vliegtuigen van de vliegdekschepen van de Amerikaanse 3e vloot onder admiraal William F. Halsey verscheidene succesvolle missies. Tijdens de veldslagen van Palau en de Morotai vernietigden zij zo'n 500 vijandelijke vliegtuigen en 180 zeegaande koopvaardijschepen.
Leyte, dat een van de grotere eilanden is in de Filipijnen, heeft tal van diep-water benaderingen en zandstranden, die mogelijkheden boden voor een amfibische invasie en snelle bevoorrading. Leyte bestond uit twee grote valleien, de Leyte-vallei aan de oostkant van het eiland, dat de meeste steden bevat en vanaf de noordkust langs de oostkust naar het zuiden liep en de Ormoc-vallei aan de westkant van het eiland. Beide valleien waren gescheiden door bergen die dwars door het eiland liepen en lagen met elkaar in verbinding door een klein aantal belangrijke snelwegen. Hoge bergtoppen van meer dan 1.300 m, evenals de grillige uitstulpingen, ravijnen en grotten die typisch van vulkanische eilanden waren, boden formidabele defensieve mogelijkheden. Ook dichtbegroeide oerwouden boden formidabele defensieve mogelijkheden. Door de timing van laat in het jaar zouden de gevechtstroepen, evenals piloten en logistieke eenheden problemen krijgen door de moesson.
Het landschap en de wegen van Leyte waren ideaal voor snelle opmars van infanterie en tanks en ideaal voor de bouw van vliegvelden. Vliegtuigen van de Amerikaanse Luchtmacht konden vanuit Leyte gemakkelijk bombardementen uitvoeren overal in de archipel. Het eiland werd bewoond door ongeveer 900.000 mensen, vooral boeren en vissers, waarvan werd gedacht dat ze de Amerikaanse troepen zouden steunen. De inwoners hadden al een jarenlange guerrillastrijd gevoerd tegen de Japanse bezetters. Van de Japanse troepenmacht werd een schatting gemaakt dat die zou bestaan uit ongeveer 20.000 man, voornamelijk uit de 16e infanteriedivisie, onder leiding van luitenant-generaal Shiro Makino.
Het Japanse leger was echter al bewust van een aanval op de Filipijnen, maar de Japanners hadden de aanval echter verwacht op het eiland Mindanao. Door de aanval op het eiland Leyte werden de Japanse troepen afgesneden. Gedurende de invasie was er geen Japanse luchtmacht en geen Japanse marine aanwezig, mede doordat de Japanners dachten dat de invasie ergens anders plaats zou vinden en door het feit dat een groot deel van de Japanse vliegtuigen, die gestationeerd waren in Formosa, al voor de invasie vernietigd waren. Tijdens de Slag in de Golf van Leyte werd een deel van de al in numeriek zwakkere Japanse marine vernietigd, waardoor de Japanse marine geen strategisch wapen meer was en ze de invasie van de Filipijnen niet meer kon verhinderen.
De strijd Landingen thumb|left|250px|Amfibische voertuigen naderen Leyte (oktober 1944) thumb|Troepen van de 1e Cavaleriedivisie waden zich een weg door een moeras. Voordat de landingen konden beginnen werden verschillende voorbereidingen getroffen op 17 oktober, waaronder het vernietigen van zeemijnen en de plaatsing van het 6e Ranger Bataljon en een compagnie van het 21e Infanterieregiment op drie kleinere eilanden in de Golf van Leyte. Hoewel de Rangers vertraagd waren door een storm, kwamen ze voor 12.30 uur aan op de eilanden Suluan en Dinagat. Op Suluan stuitte de groep op een kleine groep Japanse verdedigers en vernietigden ze een radiostation, terwijl het eiland Dinagat onverdedigd was. Op beide eilanden werden navigatielichten geplaatst voor de amfibische landingen die drie dagen later plaatsvonden. De volgende dag werd het derde eiland Homonhon veroverd zonder verzet. Ondertussen vond er verkenning plaats door kikvorsmannen van Underwater Demolition Teams voor de landingsplaatsen op het eiland Leyte.
Na vier uur van zware bombardementen door gevechtsschepen op A-Day (20 oktober 1944), landden het 6e leger om 10.00 uur op de stranden. Eenheden van het 10e legerkorps landden op een strand van 6,4 km lang wat lag tussen Tacloban Domestic Airport en de rivier de Palo. 24 km zuidwaarts, landden eenheden van het 24e legerkorps op een 4,8 km lang strand, wat tussen San Jose en de rivier Daguitan. De Amerikaanse troepen vonden hevig verzet van het moerassige terrein en van vijandelijk vuur. Een uur na de landingen hadden de meeste eenheden bruggenhoofden die diep genoeg waren om zware voertuigen en grote hoeveelheden bevoorrading te leveren. Alleen in de landingszone van de 24e infanteriedivisie had hevig verzet, waardoor er een afleiding gedaan moest worden door de volgtroepen. Ondanks dat was het veilig genoeg dat om 13.30 uur genraal MacArthur voet aan land zette en in de branding de volgende tekst uitriep tegen de Filipijnse bevolking om de begin van hun bevrijding aan te kondigen: "People of the Philippines, I have returned! By the grace of Almighty God, our forces stand again on Philippine soil" ("Mensen van de Filipijnen, ik ben teruggekeerd! Door de genade van de Almachtige God, staan onze krachten weer op Filipijnse bodem".")Video: Third Army blasts Nazi Strongholds, 1944/11/02 (1944) Universal Newsreel (2 november 1944, geraadpleegd op 19 december 2013)
Tegen het einde van A-Day hadden de troepen van het 6e leger zich 3,2 km landinwaarts verplaatst en hadden de straat van Panaon aan de zuidkant van Leyte in handen. In het gebied van het 10e legerkorps had de 1e Cavaleriedivisie het vliegveld van Tacloban in handen. De 24e infanteriedivisie had heuvel 522 ingenomen die de bruggenhoofden controleerde. De 7e Infanteriedivise had de stad Dulag ingenomen, waardoor generaal Makino gedwongen was om zijn hoofdkwartier 16 km landinwaarts te plaatsen in het dorp Dagami. De eerste gevechten werden door de Amerikanen gewonnen tegen een prijs van 49 doden, 192 gewonden en zes vermisten.
Veldtocht in het zuiden van de Leyte-vallei thumb|Situatie in Leyte van 20 oktober 1944 tot 2 november 1944. thumb|left|250px|Amerikaanse infanteristen die voorzichtig een machinegeweer nest benaderden. Het 6e leger maakte gestage vooruitgang landinwaarts tegen sporadische en ongecoördineerde vijandelijke weerstand in de komende dagen. De 1e Cavaleriedivisie van generaal-majoor Verne D. Mudge stelde de hoofdstad veilig op 21 oktober. Op 23 oktober zat Generaal MacArthur een ceremonie voor om de burgerlijke overheid in ere te herstellen. De 1e en 2e Cavaleriebrigades hielden stand tegen een Japanse aanval, komend vanuit de bergen, waarna de 1e Cavaleriedivisie toestemming kreeg om verder landinwaarts te gaan.
Aan de linkerflank van het 10e legerkorps trok de 24e infanteriedivisie onder generaal-majoor Frederick Irving landinwaarts tegen zwaar vijandelijke weerstand. Na dagen en nachten van hard vechten en het doden van achthonderd Japanse soldaten, breidden het 19e infanterieregiment en het 34e infanterieregiment hun gebied uit, door het hoger gelegen gebied te veroveren. Daarmee hadden ze controle over de toegang tot het noordelijke deel van de Leyte-vallei. Op 1 november, na zeven dagen van opmars door tankinfanterie met ondersteuning van artillerie, waren beide regimenten opgerukt door de Leyte-vallei en hadden de noordkust en de haven van Carigara in zicht. De volgende dag veroverde de 2e brigade van de 1e cavaleriedivisie de stad Carigara. Tijdens de veldtocht van de 24e infanteriedivisie door de Leyte-vallei, maakte de divisie ongeveer 3000 vijandelijke slachtoffers. Door de verovering van Carigara hadden de Japanse strijdkrachten nog maar een groot bolwerk over op Leyte, namelijk Ormoc aan de westkust van de provincie Leyte.
thumb|Vier Japanse sluipschutters doodgeschoten in het modderige water van een bomkrater. Vanaf het bruggenhoofd van het 24e legerkorps stuurde generaal Hodge twee divisies naar het zuidelijke deel van de Leyte-vallei. In dat gebied waren al vier vliegvelden en een bevoorradingsbasis aanwezig. Generaal-majoor James L. Bradley 96e infanteriedivisie had de taak om Catmon Hill te veroveren. Dit was een heuvel van ongeveer 430 m hoog, die het hoogste gebied was in de gebieden van beide korpsen. De Japanners gebruikte de heuvel als observatiepost en als plaats voor hun artillerie om te vuren op de landingsvoertuigen. Onder dekking van artillerie en geschut van gevechtsschepen trokken de troepen door de moerassen ten zuiden en westen van de heuvel op Labiranan Head. Na drie dagen strijden nam het 382e infanterieregiment op 28 oktober een belangrijke bevoorradingsbasis in op Tabontabon, ongeveer 8 km landinwaarts en doodden ongeveer 350 Japanse soldaten. Tegelijkertijd trokken twee bataljons van het 381e infanterieregiment en 383e Infanterieregiment op richting Catmon Hill tegen zwaar vijandelijk tegenstand. Toen de heuvel veroverd was, hadden de Amerikanen 53 bunkers, zeventien grotten en een aantal artillerieposities ontruimd.