thumb|320px|Tushpa in het gebied van Urartu Tushpa (Turks: Van Kalesi, Urartisch URUṭu-uš-pa) was de voornaamste stad en de hoofdstad van het rijk van Urartu in zijn bloeitijd. Zij was gelegen aan het Vanmeer ten westen van waar de huidige stad Van gelegen is. De architectuur van Tushpa wordt gedomineerd door de "Vanrots", de plaats waar de koningen zetelden. Tijdens het bewind van Rusa II (ca. 685-639 v.Chr.) werd de hoofdstad verplaatst naar het nabijgelegen fort Rusahinili. Nadien bleef Tushpa wel de voornaamste stad van Urartu, tot het begin van de 6e eeuw v.Chr. toen zij door de Meden vernietigd werd. Ванское царство (Урарту) (Het koninkrijk Van (Urartu) / Орбели И.А.. — Москва: Издательство Восточной литературы, 1959. — 286 с. — 3500 экз.

Onderzoeksgeschiedenis thumb|320px|Tekening van de Vanrots door de eerste onderzoekers van Urartu, eind 19e eeuw Het eerste onderzoek van de Vanrots werd uitgevoerd door een jonge Franse geleerde Friedrich Eduard Schulz in het begin van de 19e eeuw. Hij werd door zijn Franse collega's erop uitgestuurd te onderzoeken of de bewering van de Armeense historicus Movses Khorenatsi dat de Assyrische vorstin Semiramis had deelgenomen aan de bouw van de stad op de oever van het Vanmeer op waarheid berustte. Geschiedenis van Armenië = ՀԱՅՈՑ ՊԱՏՄՈՒԹԻՒՆ / , Jerevan: Айастан, 1990, 291 с., Daarom meende Schulz dat Tushpa en de Vanrots althans gedeeltelijk in verband stond met de Assyrische cultuur. Hij maakte tekeningen van de rots en van de spijkerschriftinscripties die hij aantrof. Hoewel hij zelf in 1829 door de Koerden gedood werd, raakte zijn materiaal in Frankrijk verzeild en werd het in 1840 gepubliceerd. Mémoire sur le lac de Van et ses environs, Journal Asiatique 1840 IX

Van wetenschappelijk belang is vooral dat Schulz een kopie maakte van de zgn. Horhor-kroniek van de Urartische koning Argishti I. Dit is een van belangrijkste documenten aangaande de geschiedenis van Urartu, uitgebeiteld in de westelijke wand van de rots. De rots zou later in het begin van de 20e eeuw, tijdens de Eerste Wereldoorlog door beschieting met granaten zwaar beschadigd raken.

Later werd snel duidelijk dat de door Schulz gekopieerde inscripties niet in het Assyrisch geschreven waren. Er werd in eerste instantie gesuggereerd dat de gebruikte taal een vroege vorm van het Armeens Über die Keilinschriften von Armenien, Zeitschrift der Deutschen Morgenländischen Gesellschaft, Leipzig 1877 XXXI was. Echter deze aanname bleek niet vruchtbaar en aan het eind vand de 19e eeuw vatte de gedachte post dat het hier om een onbekende taal en beschaving ging, nl. die van Urartu.

Aan het eind van de 19e vonden er op beperkte schaal expedities plaats in het gebied door het Britse en het Berlijnse museum. De gevonden waardevolle voorwerpen verrijkten deze beide musea en er verscheen een beschrijving in een boek met meerdere delen van Lehman-Haupt. Armenien, einst und jetzt. — Berlin: B. Behr, 1910—1931. In de jaren 1915-16 was Van bezet door Russische imperiale troepen en volgde er een Russische expeditie onder leiding van Iosif Orbeli en Nikolaj Marr. Deze expeditie slaagde erin een kopie te maken van een ander belangrijk document, de kroniek van Sardur II, die begraven lag aan de noordoostkant van de rots. Археологическая экспедиция 1916 года в Ван, Petrograd 1922

Opgravingen door de Russische Archeologische Vereniging op de rots van Van in 1916Onder leiding van N. Marr en I. Orbeli met deelname van het keizerlijke Russische leger.center|305pxcenter|160pxcenter|160pxOpgravingen aan de noordoostkant van de rots van Van.Kroniek van Sardur IIHet omdraaien van de Sardurkroniek voor het fotograferen Vanaf de tijd van het werk van de Russische expeditie is er verder geen grootschalig opgravingswerk meer geweest. In 1948 was er nog een bescheiden Engelse expeditie. En sindsdien heeft de vindplaats veel geleden onder illegale plunderingen. Van, The Capital of Urartu, Eastern Anatolia. — Istanbul: Net Yaginlar A.Ş., 1989.,

Lange tijd hebben geleerden gedacht dat de hoofdstad van Tushpa door Rusa I naar Rusahinili verplaatst was. Naar men veronderstelde was de reden daarvoor een verwoesting door de legers van de Assyrische koning Tiglat-Pileser III in het jaar 735 v.Chr. Echter er is sindsdien meer bekend geworden uit opgravingen van forten in het westen van Azerbeidzjan en uit de vondsten van meer spijkerschriftdocumenten. Hieruit is duidelijk geworden dat de verplaatsing van de hoofdstad later heeft plaatsgevonden, nl. in de tijd van Rusa II. An Urartian Ozymandias The Biblical Archaeologist, The American Schools of Oriental Research, 1995 58(2) 94—100

Stadsgeschiedenis Ontstaan De eerste aanwijzingen dat Tushpa een centrum van de cultuur van Urartu was, stammen uit de tijd van Sardur I, d.w.z. het begin van de dynastie van Urartu.

Stenen met inscripties van Sardur I zijn gevonden aan de westelijke helling van de rots van Van. De ontstaansgeschiedenis van Urartu kan niet los gezien worden van het conflict met de Assyrische buren waar Urartu gedurig aan bloot stond. In de tijd van Sardur I en zijn zoon Ishpuinis was het leger van Urartu te zwak om effectief aan de Assyrische agressie tegen het centrum van Urartu een einde te maken. Vele sterkten van Urartu bij het Vanmeer werden verwoest. Geleidelijk werd Urartu sterker, waarschijnlijk door technologische veranderingen, met name het gebruik van ijzer. Er werd een reeks forten gebouwd op de Armeense hoogten die de Assyriërs de toegang tot het hart van het rijk ontzegden. Hierna hadden de koningen hun handen vrij het land verder op te bouwen.

De keuze van de plaats waar het centrum van het rijk Urartu gevestigd werd, werd bepaald door een aantal factoren. Ten eerste maakt de aanwezigheid van het vrij grote Vanmeer het klimaat een stuk milder in een berggebied waar de temperatuur soms tot -40 °C wil dalen. Verder biedt een rots als die van Van een natuurlijke vesting en bovendien was de plek al een belangrijke cultusplaats voor de verering van de god Sjivini. Nairi-Urartu, Tbilisi: Uitgeverij van de academie van wetenschappen van de Georgische SSR, 1954., 446 blz., 1000 ex.

Bloeitijd thumb|240px|Schets van fragmenten van bouwwerken in Tushpa in de bronstijd van Urartu Brits Museum Onder het bewind van Ishpuinis was Tushpa al de hoofdstad van Urartu. Vanaf dat moment wordt er in de kroniek regelmatig gebruikgemaakt van de titel "Machtig koning, koning van het land Biajna, heerser van de stad Tushpa". Onder Ishpuinis en zijn zoon Menuas vindt een interessante bouwfase plaats. Een religieuze hervorming doorgevoerd door Ishpuinis leidt tot de bouw van heiligdommen op de Vanrots voor alle belangrijke goden, de hoofdgod Khaldis inbegrepen. De rots wordt opgebouwd, er worden ruimten in uitgehakt die waarschijnlijk als koninklijk paleis fungeerden. Er worden trappen aangebracht om de verschillende niveaus met elkaar te verbinden. Op die plaatsen die gemakkelijk te bereiken waren, worden versterkingen aangebracht in vorm van muren en een poort. De verschillende buitenmuren en de in de rots uitgehouwen ruimte wordt beschilderd in helde kleuren, voornamelijk rood en blauw.

De Armeense historicus Moses van Chorene vermeldt luxe woningen van drie verdiepingenVan Chorene (I, 16). In de vertaling van B.B. Pyotrovski: «В самом городе ... множество роскошных зданий, с большим разнообразием в камне и цвете, в два и три этажа, при надобности с балконами.» In deze stad ... vele luxe gebouwen met een grote verscheidenheid van steen en kleur , twee en drie verdiepingen en zo nodig een balkon Deze werden gebouwd door de Urarteeërs onder het bewind van koning Menuas.

Bovendien bouwde Menuas voor de voorziening van de stad met drinkwater een kanaal van zeventig kilometer lengte. Dit grootse bouwwerk, met op bepaalde plaatsen metselwerk tot 15 meter hoog en een aquaduct over de rivier de Khosjab, functioneert na 2500 jaar tot op de dag van heden en voorziet delen van de moderne stad Van van drinkwater. De enige renovatie vond plaats in de jaren vijftig van de twintigste eeuw, toen sommige muren van betonnen duikers voorzien werden. The Water Supply System at Tuspa (Urartu) World Archaeology 1980, 11(3)

Enige eeuwen na de val van Urartu ontstond de legende die de bouw van het kanaal aan de Assyrische koningin Semiramis zou toewijzen. Mogelijk komt dit omdat Menuas en Semiramis of liever de Assyrische koningin Sammuramat tijdgenoten waren. Het kanaal heette wellicht het 'kanaal uit de tijd van Semiramis' en vervolgens verdween Menuas geheel uit de herinnering, waardoor het het 'kanaal van Semiramis' werd.

Het kanaal van Menuas ('van Semiramis')Europese archeologische schets van de 19e eeuwcenter|325pxInscriptie:Voor de machtige god Khaldis groef Menuas de zoon van Ishpuinis dit kanaal, het "kanaal van Menuas" geheten. Voor de grote god Khaldis groef Menuas, machtige koning, groot koning, koning van het land Biajnili, heerser van de stad Tushpa dit.Menuas zegt: Wie dit opschrift vernietigt, wie dit verwoest, [of] wie iemand dwingt dit te doen of wie zegt: ik heb dit gegraven, mogen de goden Khaldis, Teshub, Shivini, en al zijn goden onder de zon hem vernietigen.Vertaling van G.A. Milikisjvili in het boek Urarteese spijkerschirftinscripties // Вестник древней истории. — Москва, 1953 — 1954. — № 1 — 4, 1953; 1, 1954.. Onder de volgende koningen Argishti I en Sardur II bereikt Urartu zijn bloeiperiode. Het gebied dat vanuit Tushpa beheerst wordt, wordt sterk vergroot en deze koningen houden zich bezig met de versterking van de economie en het staatsapparaat. Er volgt ook veel bouwactiviteit in andere delen van het rijk. Zowel Argishti I als Sardur lieten inscripties uitbeitelen in de Vanrots, ieder op een andere zijde ervan. Dit zijn hun kronieken, twee van de belangrijkste spijkerschriftdocumenten van Urartu die tot op heden bewaard gebleven zijn. Urarteese spijkerschirftinscripties // Вестник древней истории. — Москва, 1953 — 1954. — № 1 — 4, 1953; 1, 1954.

Nederlaag van Sardur II Aan het einde van het bewind van Sardur II verschoof het machtsevenwicht tussen Assyrië en Urartu opnieuw. In 735 v.Chr. vond een beslissend treffen plaats tussen de legers van de beide machten op de westelijke oever van de Eufraat. De Assyriërs boekten een grote overwinning en maakten veel krijgsgevangenen en namen andere trofeeën in beslag. Koning Sadur II, die zelf het opperbevel voerde, vluchtte van het slagveld naar Tushpa, maar Tiglat-Pileser III, zijn Assyrische tegenstander achtervolgde hem tot diep in Urartu. Een Assyrische kroniek verhaalt:

De vernietigende nederlaag toegebracht door de Assyriërs veroorzaakte chaos in Urartu. Meerdere streken eisten onmiddellijk hun onafhankelijkheid van het centrale gezag in Tushpa op. Het fort van Tushpa, mogelijk de stadswijken inbegrepen, kregen zwaar te lijden onder de invallers. Alleen de citadel ontkwam hieraan.

Tushpa in de periode 735-675 v.Chr. Onder het bewind van Rusa II en Argishti II bleef Tushpa de onneembare hoofdstad van Urartu, hoewel na de nederlaag van Sardur II het machtsevenwicht steeds meer ten voordele van Assyrië verschoof. In 714 v.Chr. versloeg Sargon II Rusa II en bezette de steden Ulhu en Musasir. Daarna deed hij een serieuze poging door te dringen tot aan het Vanmeer, maar ook hij bleek niet in staat Tushpa in te nemen; na analyse van de berichten van zijn spionnen besloot hij ervan af te zien omdat de vesting te sterk was.

De volgende koning Argishti II trachtte een confrontatie met de Assyriërs uit de weg te gaan. Hij verschoof zijn aandacht van gebieden in het zuiden en zuidoosten, waar zijn belangen met die van Assyrië botsten, naar het westen. Hij versterkte het aanzien van de hoofdstad en de bewapening van Urartu en drong verder door naar het westen dan enige andere koning.

Verplaatsing van de hoofdstad naar Rusahinili