Sneeuwballende kinderen (HR 12 november 2004, NJ 2005/138) is een arrest van de Nederlandse Hoge Raad inzake aansprakelijkheid van ouders voor hun kinderen en de uitleg van artikel 6:169, eerste lid, BW.

Casus en procesverloop De vijfjarige Jarrin staat onder het ouderlijk gezag van de verweerders in cassatie (verder: C c.s.). De negenjarige Lisa staat onder het ouderlijk gezag van de eisers in cassatie (verder: A c.s.). Op 12 januari 1999 zijn Jarrin, Lisa en andere kinderen aan het spelen in de sneeuw in een speeltuin in hun woonplaats. Op enig moment gooit Jarrin een sneeuwbal in de richting van Lisa, die haar in het gezicht raakt. Lisa heeft Jarrin vervolgens op de grond geduwd, ten gevolge waarvan Jarrin letsel heeft opgelopen dat bestond uit "een infarct van de lenskern links door traumatische afscheuring van een lentrostratiaal vat waardoor een hemiparese rechts ontstond".

In hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van Jarrin dagvaarden C c.s. de ouders van Lisa, A c.s., en vorderen een verklaring voor recht dat A c.s. aansprakelijk zijn en gehouden zijn de schade die Jarrin ten gevolge van het ongeval heeft geleden en nog zal lijden te vergoeden, en een veroordeling van A c.s. tot vergoeding van die schade, op de grond dat Lisa onrechtmatig heeft gehandeld jegens Jarrin door Jarrin op de grond te werpen.

De rechtbank heeft voor recht verklaard dat A c.s. aansprakelijk zijn voor de door Jarrin ten gevolge van het ongeval geleden en nog te lijden schade en heeft hen veroordeeld tot vergoeding van die schade. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.NB Slechts de schade die Jarrin zelf heeft geleden moet worden vergoed. De vordering om ook de schade van de ouders te vergoeden is door rechtbank en hof afgewezen, omdat de ouders in het proces optraden als wettelijk vertegenwoordiger van Jarrin en niet pro se. "[Jarrin] kan de schade van zijn ouders niet vorderen", aldus het hof (Hof 's-Hertogenbosch 8 oktober 2002, , rov. 8.10.3). A c.s. stellen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

Wettelijk kader Artikel 6:164 van het Burgerlijk Wetboek luidt:

Artikel 6:169, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek luidt:

Beoordeling door de Hoge Raad A c.s. bestrijden in cassatie de opvatting van het hof dat Lisa onrechtmatig heeft gehandeld. Zij stellen daartoe dat in een situatie van kinderlijke interactie "een op kinderen toegesneden zorgvuldigheidsnorm geldt die afwijkt van — dat wil zeggen minder streng is dan — de zorgvuldigheidsnorm die tussen volwassenen geldt". A c.s. zijn de opvatting toegedaan dat degene die het ouderlijk gezag of de voogdij over het kind uitoefent, slechts ingevolge art. 6:169 lid 1 BW aansprakelijk is, "indien de gedraging van het kind een aan het kind toe te rekenen onrechtmatige daad zou hebben opgeleverd indien het kind ten tijde van deze gedraging de leeftijd van veertien jaren of ouder zou hebben gehad".

De Hoge Raad verwerpt deze opvatting als onjuist:

Aangenomen moet worden, aldus de Hoge Raad met een beroep op de wetsgeschiedenis, "dat de in [artikel] 6:169 bedoelde hypothetische maatstaf meebrengt dat beoordeeld moet worden of de gedraging een toerekenbare onrechtmatige daad zou hebben opgeleverd, indien deze was verricht door een volwassene en dat daarbij dus volledig geabstraheerd wordt van de jeugdige leeftijd van het kind dat de gedraging heeft verricht".

Relevantie In dit arrest maakt de Hoge Raad op ondubbelzinnige wijze duidelijk, dat de maatstaf "als zijn leeftijd daaraan niet in de weg zou staan" in artikel 6:169 BW betekent dat volledig van de jeugdige leeftijd van de laedens moet worden geabstraheerd, en aldus bij de beoordeling van de vraag of de ouders of voogd aansprakelijk is moet worden bekeken of de gedraging onrechtmatig was indien deze door een volwassene zou zijn verricht., Verbintenissen uit de wet en Schadevergoeding, Deventer: Kluwer 2012, nr. 85.

Sneeuwballende kinderen