Johann Philipp Krieger (soms ook: Kriger, Krüger, Kruger, Krugl of Giovanni Filippo Kriegher) (Neurenberg, 26 februari 1649 – Weißenfels, 6 februari 1725) was een Duitse componist, kapelmeester en organist. Hij was een zoon van het echtpaar Hanns Krieger (tapijtmaker) en Rosina Baumeister en de oudere broer van Johann Krieger.
Levensloop Jeugd, opleiding en werk in Kopenhagen Krieger kreeg al op achtjarige leeftijd piano- en orgelles bij Johann Drechsel, zelf muzikant en een leerling van Johann Jakob Froberger. Verder werd hij opgeleid bij de gambaspeler Gabriel Schütz (1633-1710), die hem het bespelen van strijk- en blaasinstrumenten leerde. Een bepalende invloed had de organist Paul Hainlein (1626-1686) bij zijn opleiding als organist en voor zijn latere beslissing muzikant en componist te worden. Op 16-jarige leeftijd vertrok hij naar Kopenhagen en studeerde bij organist Johann Schröder; soms verving hij Schröder als organist aan de Sint-Pieterskerk (Sankt Petri Kirke) in Kopenhagen. Tegelijkertijd studeerde hij muziektheorie en compositie bij de koninklijk Deense kapelmeester Kaspar Förster jr. (1616-1673). Koning Frederik III van Denemarken poogde hem aan Kopenhagen te binden en hij werd organist aan de "Onze-Lieve-Vrouwekerk" in Kopenhagen.Philipp Spitta: Johann Philipp Krieger in: Allgemeine Deutsche Biographie (ADB). Band 17, Duncker & Humblot, Leipzig 1883, pp. 458 f.
miniatuur|left|Slot Mauritsburcht in Zeitz
Zeitz en Bayreuth Rond 1669 kwam hij terug naar Neurenberg. In 1670/1671 was hij muzikant op slot Mauritsburcht aan het hof van Maurits van Saksen-Zeitz in Zeitz.Franz Krautwurst: Johann Philipp Krieger in: Neue Deutsche Biographie (NDB). Band 13, Duncker & Humblot, Berlin 1982, , pp. 41 f. Vervolgens werd hij organist aan het hof van markgraaf Christiaan Ernst van Brandenburg-Bayreuth in Bayreuth, waar hij later tot tweede kapelmeester bevorderd werd. Als gevolg van de oorlog, aan de zijde van de troepen van Keizer Leopold I tegen Frankrijk, en de daaruit resulterende onontkoombaarheid zijn muzikale activiteiten te beperken nam hij ontslag, maar kon de markgraaf nog er voor winnen een studie- en concertreis door Italië te steunen.
Studie- en concertreis door Italië In 1674 reisde hij door Italië en concerteerde in Padua, Ferrara, Bologna, Florence en Napels. Er volgden studies in Venetië bij Johann Rosenmüller in compositie, alsook bij Giovanni Battista Volpe voor klavecimbel en bij Giovanni Rovetta (orgel).Felix Joseph von Lipowsky: Johann Philipp Krieger in: Baierisches Musik-Lexikon, München, 1811. In Venetië raakte hij bevriend met Francesco Cavalli, Giovanni Legrenzi en Pietro Andrea Ziani. Verder studeerde hij in Rome bij Antonio Maria Abbatini (klavecimbel) en bij Bernardo Pasquini (compositie). Door Pasquini werd hem ook de gelegenheid geboden het orgel in de Pauselijke kapel te bespelen. In Rome leerde hij ook de geleerde Athanasius Kircher kennen. Opnieuw vertrok hij naar Venetië en studeerde opera. Op de reis terug naar Duitsland verbleef hij ook enige tijd in Wenen. Nadat hij voor Keizer Leopold I gemusiceerd had, werd hij op 10 oktober 1675 door hem in de adelstand verheven.Robert Eitner: Biographisch - Bibliographisches Quellen-Lexikon der Musiker und Musikgelehrten der christlichen Zeitrechnung bis zur Mitte des neunzehnten Jahrhunderts, Leipzig: Breitkopf & Härtel, 1901. Zijn in Italië aangekochte bladmuziek van Italiaanse componisten heeft hij in Wenen nog aangevuld met werken van Johann Heinrich Schmelzer en Johann Kaspar Kerll.
Halle en Weißenfels miniatuur|Slot Nieuw-Augustusburg in Weißenfels Terug in Bayreuth werd hij weer in zijn oude functie aangesteld, maar al spoedig nam hij ontslag. Gedurende korte tijd maakte hij een concertreis binnen Duitsland. Hij was in Frankfurt am Main en in Kassel en werd in 1677 kamermusicus en hoforganist aan het hof van hertog August van Saksen-Weißenfels in Halle. Al spoedig werd hij bevorderd tot adjunct kapelmeester en verhuisde samen met de nieuwe hertog Johan Adolf I van Saksen-Weißenfels. Op slot Nieuw-Augustusburg in Weißenfels ontstonden tussen 1685 en 1717 acht veelstemmige instrumentale werken, die als voorbeeld voor het vroege Duitse "Concerto Grosso" worden gezien. Op 18 maart 1712 werd hij in Weißenfels tot kapelmeester benoemd. Verder was hij kapelmeester aan het hof van hertog Christiaan van Saksen-Eisenberg in Eisenberg. Krieger zette alle werken, die onder zijn leiding aan het hof in Weißenfels en Eisenberg werden uitgevoerd, op een lijst. Daaruit blijkt dat hij rond 2500 cantates heeft gecomponeerd, waarvan er rond 2200 spoorloos verdwenen zijn. Inmiddels zijn de muzikale werken van deze componist welhaast vergeten.
Familie Hij was gehuwd met de vanuit Halle afkomstige Rosine Helene Nicolai (1666–1716), die tot de familie van Georg Friedrich Händel behoorde. Het echtpaar had samen vier kinderen, van wie zijn zoon Johann Gotthilf Krieger (1687-1743) hem als organist aan het hof in Weißenfels opvolgde. De dochter Johanna Rosina Krieger was later gehuwd met Gottfried Grünewald (1673–1739), die wederom hofkapelmeester in Darmstadt werd.
Trivia In Weißenfels is een straat naar hem vernoemd, de Johann-Philipp-Krieger-Straße.Johann-Philipp-Krieger-Straße in Weißenfels. Gearchiveerd op 6 maart 2016.
Composities (uittreksel) Missen en andere kerkmuziek 1685: - Magnificat, voor sopraan, alt, tenor, bas, gemengd koor en orkest 1686: - Die Gerechten werden weggerafft vor dem Unglück, treurmuziek voor sopraan, alt, tenor, bas, gemengd koor, viool, 2 viola da gamba, fagot en basso continuo - tekst: Jesaja, 57,1-2 1688: - Ich will in aller Noth 1689: - Ich harre des Herrn - Psalm 40, geestelijk concert voor alt (of bas), 2 violen en basso continuo 1690: - Quam admirabilis, quam venerabilis 1690: - Singet dem Herrn alle Welt 1692: - Lobe den Herren, meine Seele - Psalm 146, geestelijk concert voor sopraan (of tenor), 2 violen en basso continuo 1693: - Ecce nunc benedicite Domino, voor zangstem en orgel 1693: - Es stehe Gott auf (Psalm 68), geestelijk concert voor sopraan (of tenor) 2 violen en basso continuo 1693: - Freuet euch des Herrn - Psalm 33, geestelijk concert voor tenor (of sopraan), viool en basso continuo 1693: - Gott, man lobet dich in der Stille - Psalm 65 (uit "Musicalischer Seelen-Frieden"), geestelijk concert voor sopraan (of tenor) 2 violen en basso continuo 1693: - Ich will den Herrn loben allezeit - Psalm 34, geestelijk concert voor alt (of bas), 2 violen en basso continuo 1693: - Musicalischer Seelen-Frieden - Ach Herr, wie ist meiner Feinde so viel, voor zangstem, 2 violen en basso continuo 1693: - Rühmet den Herrn 1694: - Der Herr ist mein Licht 1695: - Benedicam Dominum in omni tempore 1695: - Meine Seele harret nur auf Gott 1696: - Herr, warum trittest du so ferne 1697: - Herr auff dich trau ich - Psalm 31 (uit "Musicalischer Seelen-Frieden"), voor zangstem, 2 violen en basso continuo 1699: - Fortunae ne crede est - Begräbniss-Andacht bey der Leiche eines lieben Kindes "Wer will mich nun von Jesu", voor gemengd koor en orgelRobert Eitner: Johann Philipp Krieger: eine Sammlung von Kantaten, einer Weihnachts-Andacht, einer Bergräbnis-Andacht, Arien und Duette aus seinen Singspielen, zwei Sonaten für Violine, Viola da Gamba und Bassus continuus und zwei Partien aus der Lustigen Feldmusik zu 4 Instrumenten, Leipzig: Breitkopf & Härtel, 1897-1898. Monatshefte für Musikgeschichte. Beilage. - Missa in G majeur, voor sopraan, alt, tenor bas en orkest - Weynacht-Andacht "Ihr Hirten verlasset", voor sopraan, 2 hobo's, fagot en basso continuo
Muziektheater (alle werken voor het muziektheater zijn spoorloos verdwenen)
Opera's Voltooid in titel aktes première libretto 1681 Die drey Charites 4 juni 1681, Weißenfels 1686 Die bewährte Liebes-Kur 1686, Eisenberg 1688 Cecrops Mit seinen drey Töchtern 2 november 1688, Weißenfels Paul Thymich 1689 Die ausgesöhnte Eifersucht oder Cephalus und Procris 1689, Weißenfels Paul Thymich 1690 Der Großmüthige Scipio 2 november 1690,Première van de opera Der Großmüthige Scipio op de 41e geboortedag (2 november 1690) van de hertog van Saksen, Jülich, Cleve en Berg Johan Adolf I van Saksen-Weißenfels Weißenfels Paul Thymich 1690 Der wahrsagende Wunderbrunnen 1690, Weißenfels 1696 Die lybische Talestris 1696, Weißenfels om 1700 Phoebus und Irene om 1700, Weißenfels
Zangspelen Voltooid in titel aktes première libretto 1683 Der Höllen-Stürmende Liebes-Eifer, Orpheus und Eurydice, zangspel 7 mei 1683, Eisenberg 1688 Die glückselige Verbindung des Zephyrs mit der Flora 1688, Weißenfels Paul Thymich 1688 Von der gedrückten und wieder erquickten Eheliebe, treur-/vreugdespel 1688, Weißenfels na 1689 voor 1692 Der wiederkehrende Phoebus Weißenfels 1693 Wettstreit der Treue herdersspel 1693, Braunschweig Friedrich Christian Bressand 1693 Hercules unter den Amazon 1693, Weißenfels Friedrich Christian Bressand 1696 Phoebus und Iris 1696, Weißenfels
Tafelmuziek 1681: - Die Demuth - tekst: Johann Riemer 1684: - Die unverwandelte Daphne In der beständigen Helena, avondmuziek - tekst: Johann Riemer na 1692: - Flora, Ceres und Pomona, maskerade - tekst: Philipp Christian Heustreu 1692: - Mars und Irene - tekst: Philipp Christian Heustreu - première: 2 november 1692, Weißenfels 1693: - Ganymedes und Juventas - tekst: Philipp Christian Heustreu 1694: - Das frohe Gemüte durch himmlische Güte - tekst: Philipp Christian Heustreu 1695: - Chronus, Apollo, Fortuna, Constantia - tekst: Philipp Christian Heustreu 1695: - Die glückliche Vereinigung des Verhängnüßes, der Tugend und der Zeit - tekst: August Bohse 1696: - Unterthänigstes Freuden-Opfer - tekst: August Bohse 1707: - Tafelmusik bei der Rückkehr Joh. Georgens und Frederica Elisabeth aus dem Emser-Bade - tekst: Johann August Meister
Vocale muziek Cantates 1670/1688: - Surgite cum gaudio, cantate voor sopraan en instrumenten 1687: - Singet dem Herrn, cantate voor sopraan, alt, tenor, bas, gemengd koor, 2 violen, 3 altviolen, fagot en basso continuo 1688: - Ein feste Burg ist unser Gott, koraal cantate voor gemengd koor en orkest 1688: - Heut singt die werte Christenheit, paascantate voor sopraan, bas, tweestemmig koor, trompet, 2 violen en basso continuo 1688: - O Jesu, du mein Leben, Epifanie cantate voor alt, viool, viola da gamba en basso continuo 1689: - Wo willst du hin, weil's Abend ist, cantate voor 2 sopranen (of 2 tenoren) en klavecimbel - tekst: Angelus Silesius 1690: - Der Herr ist mein Hirt - Psalm 23, cantate voor sopraan, viool en basso continuo 1696: - Träufelt, ihr Himmel, von oben, kerst cantate voor sopraan (of tenor), 2 hobo's (of 2 blokfluiten, of 2 dwarsfluiten, of 2 violen), altviool, cello en basso continuo 1697: - Uns ist ein Kind geboren, cantate voor sopraan, alt, bariton, gemengd koor, 2 violen, cello en basso continuo 1699: - Rufet nicht die Weisheit, cantate voor sopraan, alt, tenor, bas, strijkorkest en orgel - Der Herr ist mein Licht, cantate voor sopraan, bas, 2 violen en basso continuo - Heilig ist der Herr, kleine cantate voor gemengd koor, hobo, strijkorkest en orgel - Mein Gott, dein ist doch alles, cantate voor 2 sopranen, bas, 2 violen en basso continuo - Rose im Thal, cantate - Singet dem Herrn, alle Welt - Psalm 96 (uit "Musicalischer Seelen-Frieden"), cantate voor bas (of alt), 2 trompetten en basso continuo - Singet fröhlich Gotte - Psalm 81 (uit "Musicalischer Seelen-Frieden"), cantate voor alt (of bas), 2 trompetten, viool en basso continuo
Liederen 1690: - Aria's en duetten uit "Der wiederkehrende Phöbus", voor sopraan, tenor en klavecimbel 1690: - Lebe, lebe du Durchlauchtges Haupt! - aria vanuit "Der wiederkehrende Phöbus", voor sopraan en klavecimbel 1692: - Drie selecties uit "Der grossmüthige Scipio", voor zangstem en klavecimbel 1692: - So spinnen die Parcen - uit "Ehe-Liebe", voor 3 sopranen en klavecimbel - Quam admirabilis, voor tenor, 2 violen en basso continuo