Paul Kont (Wenen 19 augustus 1920 – aldaar, 26 december 2000) was een Oostenrijkse componist, muziekpedagoog en dirigent. Hij wordt beschouwd als uitvinder van de zogenaamde "derde tonaliteit".
Levensloop Opleiding Kont studeerde in 1939 en 1940 aan het Konservatorium Wien GmbH - Privatuniversität bij Vittorio Borri (viool) en bij Hans Nast (piano).Necrologie in het dagblad "Wiener Zeitung" Gedurende de Tweede Wereldoorlog deed hij dienst in het leger en was ingezet in Polen, Rusland en het voormalige Joegoslavië. Van 1945 tot 1949 studeerde hij aan de Akademie für Musik und darstellende Kunst in Wenen bij Josef Krips, Hans Swarowsky (orkestdirectie) en Josef Lechthaler (compositie). Verder studeerde hij privé bij Josef Polnauer (muziekanalyse). Verdere studies maakte hij tijdens de Darmstädter Ferienkurse in 1951 bij onder andere Wolfgang Fortner. Daarnaast studeerde hij in 1951 en 1952 in Parijs compositie bij Darius Milhaud, Olivier Messiaen en Arthur Honegger.
Muziekpedagoog Van 1969 tot 1980 was hij docent voor compositie en audiovisuele media aan de Hochschule für Musik und darstellende Kunst Wien. In 1980 werd hij tot professor benoemd.
Componist en dirigent Hij werkte als freelance componist en dirigent in Wenen en schreef werken voor vele genres. Kont ontving verschillende prijzen en onderscheidingen, zoals de Förderungspreis der Stadt Wien (1951), de 1e prijs van de Wiener Volksoper (1958), de prijs van de Wiener Kunstfonds (1960 en 1967), de Oostenrijkse staatsprijs voor muziek (1964), de UNDA-prijs van de Internationale rooms-katholieke vereniging voor radio en televisie in Monte Carlo (1967), de muziekprijs van de stad Wenen (1975), de Würdigungspreis des Österreichischen Bundesministeriums für Unterricht und Kunst (1976), de gouden eremedaille van de stad Wenen (1986) en het Österreichisches Ehrenzeichen für Wissenschaft und Kunst 1e klas (1987). Hij is in een eregraf op de centrale begraafplaats Zentralfriedhof in Wenen begraven.Eregraf van Paul Kont op de begraafplaats "Zentralfriedhof" in Wenen
"Derde tonaliteit" Bijna geen andere componist van de recente Oostenrijkse muziekscene is met zulke contrasterende opvattingen begenadigd als Paul Kont. Na de Tweede Wereldoorlog oriënteerde Kont zich - in tegenstelling tot vele van zijn tijdgenoten - niet aan Paul Hindemith, of in geringere mate aan Anton Webern en Igor Stravinsky, maar ontwikkelde een van de piano-improvisatie afgeleide stijl, de zogenaamde fase van de "vastgehouden (of gevangene) improvisatie". Gedurende zijn latere jaren van studie volgde in 1947 de ontwikkeling van de "complexe techniek", waarin de individuele stemmen onafhankelijke beweging ervaren en alleen in metrisch en tonaal gevestigde complexen samen komen. Doordat hij ook de dodecafonie bestudeerde, kwam hij vanaf 1951 terecht in een contra-positie van de seriële muziek en werkte met "statistieke waarden". Hierbij is het essentieel dat door de verdeling van tonen en parameters een harmonisch zinvol resultaat wordt bereikt, waarbinnen vrije ontwikkelingen mogelijk moeten zijn. De belangrijkste hervorming is uiteindelijk de in 1963 gedane ontwikkeling van de derde tonaliteit (of "ruime/breedte" of "Nieuwe tonaliteit").
Paul Kont zelf becommentarieerde het als volgt: Ik zag dat de seriële techniek, die in buiten-muzikale gebieden uitloopt, geen ontwikkeling is, terwijl ik zelf weliswaar niet conservatief ben, maar eigenlijk betracht ik alle innovatie als een ontwikkeling van de traditie. Omdat de "tweede tonaliteit" - de periode vanaf Das wohltemperierte Klavier tot Antonín Dvořák - toch enigszins met de klassieke moderne haar einde gevonden heeft, en ik nooit voor de oude tonale muziek was, en echter altijd verderop wilde gaan, heb ik geconstateerd, dat na de eerste tonaliteit - Kerk-tonaliteit - en tweede tonaliteit als organische ontwikkeling een derde of nieuwe of ruime tonaliteit moest komen.
In Konts "derde tonaliteit" worden geen harmonische functie stappen gezet, maar de individuele stemmen diatonisch in reine intervallen gedeeltelijk wijdverbreid uit elkaar gevoerd, en het zo in de veelstemmigheid tot vaak irreële samenklanken voert. De in zijn boek Antiorganikum beschreven theorie is in de muzikale omzetting het meest terug te vinden in zijn oratorium Vom Manne und vom Weibe. De latere werken van Kont kan men als synthese van de verschillende hervormingsstappen beschouwen.
Composities Werken voor orkest Symfonieën 1956-1965: - Strijkerssymfonie 1974-1980: - La Symphonie 1979: - Symfonie nr. 1 1979-1980: - Sinfonia 1980: - Symfonie nr. 5 1981: - Symfonie nr. 3 1983: - Symfonie nr. 2 "Den Toten", voor sopraan, gemengd koor en orkest - tekst: Latijnse ritus en Friedrich Hebbel 1983: - Symfonie nr. 4 "Den Liebenden", voor tenor, vrouwenkoor en orkest - tekst: Der von Kürenberg 1986: - Drie kleine symfonieën Sinfonia alla Serenata Bauernsymphonie Symphonie in moll
Concerten voor instrumenten en orkest 1950-1969: - Concertant triptiek "Amores" Amores pastorales duet voor hobo, klarinet en strijkorkest Amores infelices sonate voor piano en strijkorkest Amores bellatores cassatie voor hobo's, hoorns, pauken en strijkorkest 1956: - Concertino des Enfantes, voor piano en klein orkest 1960: - Concert, voor cello en orkest 1964: - Concerten, voor koperblazers en strijkorkest 1966-1973: - Divertimento, voor trompet en klein orkest 1973: - Kurzkonzert (Kort concert), voor klarinet en orkest 1973: - Der Raucher, voor cello en strijkorkest 1974: - Concert, voor basklarinet (of fagot) en orkest 1976-1977: - Mediterrane Harmonien, voor contrabas en orkest 1977: - Concert 1977, voor piano en orkest 1979: - Sinfonia und Sinfonina, voor contrabas en orkest 1980: - Concertino, voor orgel en strijkorkest 1983: - Concert, voor slagwerk en orkest 1987: - Concert, voor altsaxofoon en klein orkest 1989: - Drie kleine pianoconcerten Hommage à Mozart Hommage à Brahms Hommage à Prokofiew 1991: - Concertante symfonie, voor baritonsaxofoon en strijkorkest 1993: - Barock-Suite, voor pauken en strijkorkest 1996: - Kamerconcert, voor dwarsfluit, klarinet, hoorn en strijkorkest
Andere werken voor orkest 1946-1949: - Ouvertüre in A majeur 1946-1951: - Drei Tanzskizzen 1956: - Komplex E 1956-1975: - 3 ernste Stücke, voor strijkorkest Epilog zu Stalingrad Memorial für Karl Schiske Elegie auf die vergangene Zwölftonmusik 1957: - Donauballade 1971: - Suite Präambel Jokus Pavane auf den Tod von Igor Strawinsky Rondell 1971-1972: - Partita um D 1972: - Orchester-Suite tot het toneelstuk "Libussa" 1976-1977: - Drei Alt-Österreicher Märsche 1982: - Sonata und Variationen 1982: - Sinfonietta 1984: - Sonatine, voor orkest 1984: - Concert, voor orkest 1984: - Sonate, voor orkest 1985: - Sache für Musikanten 1985: - Drei slawische Tänze 1985: - König der Letzte, drie orkestschetsen 1987: - Regeriana 1988: - Miss Lyss Nausick, voor kamerorkest 1989: - Serenade, voor strijkorkest 1992: - Cronica Hungarica 1994: - Sequenzen
Werken voor harmonieorkest 1986: - Concert, voor viool, 10 houtblazers en 7 pauken Ekloge, symfonie voor blazers Schicksalsstunden Europas, voor harmonieorkest
Muziektheater Opera's Voltooid in titel aktes première libretto 1950 Indische Legende 1951 Oostenrijkse omroep ORF, toneelversie: 1954, Wenen Jörg Mauthe 1953-1966 Inzwischen 5 januari 1967, Wenen van de componist, naar W.H. Auden "For the Time Being. A Christmas Oratorio" 1957-1960 Lysistrate 3 bedrijven 1961, Dresden van de componist, naar de komedie van Aristophanes Duitse vertaling: Ludwig Seegers 1958 Traumleben 2 bedrijven 22 december 1963, Salzburg Jörg Mauthe, naar Franz Grillparzer "Der Traum ein Leben" 1959 Peter und Susanne oder Die österreichische Schwermut 26 juni 1959, Wenen Gerhard Fritsch en de componist 1975-1976 Plutos 7 februari 1977, Klagenfurt van de componist, naar de komedie van Aristophanes 1988 Walpurgisnacht - Oper für Schauspieler Ernst A Ekker, naar de gelijknamige roman van Gustav Meyrink
Balletten Voltooid in titel aktes première libretto choreografie 1967 Italia Passata 1978 Komödie der Unart 1980-1982 Il Ballo del Mondo Roma - La notte Il Mare - La mattina La Terra - Il pomeriggio Venezia - La sera 1984 Arkadien 1984 K
Toneelmuziek 1950 Amores Pastorales, kamerdansspel - tekst: Hanna Berger 1952 Die traurigen Jäger, kamerdansspel voor 3 dansers en 7 muzikanten - tekst: van de componist 1955 Annoncen, kamerdansspel - tekst: Hanna Berger 1963 Und der Engel sprach..., beeld- en dansspel - tekst: Hans Aurenhammer 1966 Celestina, muzikaal toneelstuk - tekst: Carlo Terron en Karl Paryla, naar Fernando de Rojas 1971 Libussa, feestspel voor het Grillparzer-jubileum - tekst: E. A. Ekker naar Franz Grillparzer
Vocale muziek Oratorium 1964: - Vom Manne und vom Weibe, oratorium voor alt, gemengd koor (SSATTB), 2 trompetten, 4 hoorns, 3 trombones en tuba - tekst: Josef Weinheber
Cantates 1964: - Das Österreichische Jahr, solocantate - tekst: Josef Weinheber
Werken voor koor 1974: - Laudes Mariae, voor 24-stemmig gemengd koor, 2 trompetten en 2 trombones
Liederen 1936-1986: - Vier empfindsame Lieder, voor middenstem, altviool en piano 1941: - Lysa Gora, vijf herinneringen aan Poolse volksliederen voor middenstem en piano Morgen Versommer Die Witwe Der alte Bauer Sonntag in Stabucewidze 1944-1977: - Das Wiener Jahr, 4 liederen voor middenstem en piano - tekst: Josef Weinheber 1944-1977: - Das reine Gedicht, 10 liederen voor middenstem en piano - tekst: Josef Weinheber 1944-1980: - Drei Modell-Lieder, voor zangstem en piano - tekst: Conrad Ferdinand Meyer, Walther von der Vogelweide, Friedrich Hölderlin 1944-1982: - Kammermusik, voor zangstem en strijkkwartet - tekst: Josef Weinheber 1944-1988: - Vier deutsche Ritornelle, voor bariton en orkest 1947-1956: - Eichendorff - B - tekst: Joseph von Eichendorff Wanderschaft - 7 gezangen voor bas en piano Lebensblick - 3 romances voor bas-bariton en piano Tagebuch - 9 lichte liederen voor bariton en piano Spielgesang - 5 romantische liederen voor tenor en piano 1947-1976: - Eichendorff - A - tekst: Joseph von Eichendorff 30 liederen voor alt en piano 30 liederen voor tenor en piano 10 liederen voor mezzosopraan en piano 12 liederen voor bariton en piano 8 liederen voor sopraan en piano 6 liederen voor bas en piano 1948: - 3 Oden - tekst: Josef Weinheber Mit halber Stimme voor alt en cello Klage um den Freund voor mezzosopraan met dwarsfluit, cello en piano Abschied von den Dingen des Dichters voor sopraan en dwarsfluit 1948: - Fünf Wiener Lieder, voor lage zangstem en piano - tekst: Josef Weinheber 1948-1975: - Albumblätter, voor zangstem en piano - tekst: Theodor Storm 7 liederen voor bariton en altviool 14 liederen voor bariton en piano 21 liederen voor bariton, altviool en piano 1950: - 5 Lieder, voor tenor en piano - tekst: Theodor Storm 1964: - 5 Gesänge, voor bariton en cello - tekst: Josef Weinheber Zes gekozen liederen, voor hoge zangstem en piano - tekst: Joseph von Eichendorff Im Walde Nachklänge Nachtgruß Die Stille An die Waldvögel Abschied
Kamermuziek 1945-1962: - Kleines Konzert, voor dwarsfluit en gitaar, op. 61 1946: - Triptychon, voor viool en piano 1946: - Partita minima, voor blokfluit en altviool 1946: - Drei italienische Skizzen, voor dwarsfluit en altviool 1946: - Suite über E majeur, voor blaaskwintet 1946: - Concerto piccolo, voor dwarsfluit en altviool 1946-1948: - Divertimento, voor dwarsfluit, hobo, klarinet, fagot en piano 1947: - Abälard und Heloise, voor dwarsfluit en altviool 1947: - Blaaskwartet (nr. 1), voor hobo, klarinet, basklarinet en fagot 1947: - Von einer neuen Zeit, voor spreker(in), blokfluit en altviool 1947: - Divertissement, voor klarinet en piano 1947: - George und Frédéric, voor hobo en cello 1947: - Sonate, voor klarinet en piano 1947: - Trio 1948, voor dwarsfluit, harp en cello