miniatuur|Protest van Republiek op Koningsdag 2022.

Republicanisme in Nederland is een beweging die streeft naar afschaffing van de Nederlandse monarchie en de vervanging ervan door een republiek. Er bestaat in Nederland draagvlak voor het beperken van de politieke bevoegdheden en/of financiële subsidie van het koningshuis. Peilingen onder de Nederlandse bevolking door Ipsos I&O laten zien dat de populariteit van het koningshuis een neerwaartse trend laat zien, waarbij inmiddels nog maar 51% tot 57% van de Nederlanders zegt voor de monarchie te zijn. Slechts een kwart (25%) daarentegen ziet Nederland liever een republiek worden. Verdere analyse laat zien dat vooral 55-plussers voor het behoud van de monarchie zijn (62,3%), terwijl onder 18- tot 54-jarigen dit 43% is. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat een meerderheid van de mannen (55%) de monarchie steunt, terwijl dat onder vrouwen slechts een minderheid van 47% is.

Terminologie In discussies over staatsvormen wordt er vaak verwezen naar bepaalde 'modellen', gebaseerd op de staatsinrichting van andere landen: Spaans model: een constitutionele monarchie waarin de koning (beperkte) politieke macht heeft, maar geen lid is van de regering. Zweeds model: een constitutionele monarchie waarin de koning alleen een ceremoniële functie heeft. Amerikaans model: een presidentiële republiek waarin de president rechtstreeks door de bevolking wordt gekozen en veel macht heeft. De president is zowel staatshoofd als leider van de uitvoerende macht.Van den Bergh (2002), p. 42. Frans model: een semipresidentiële republiek waarin de president rechtstreeks door de bevolking wordt gekozen en veel macht heeft, maar moet samenwerken met de premier. Duits model: een parlementaire republiek waarin het parlement de president aanwijst, die weinig tot geen macht heeft. Zwitsers model: een republiek met een directoriaal systeem waarin een collectief zowel de uitvoerende macht als de functie van staatshoofd bekleedt.

Historische ontwikkeling 1581–1795: Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden

thumb|Eerste pagina van het Plakkaat van Verlatinghe, de Nederlandse onafhankelijkheidsverklaring van de Spaanse monarchie. Uiteindelijk leidde deze in 1588 tot de stichting van de Republiek.

Vestiging van de Republiek 'Nederland' ontstond als staat tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648) doordat enkele gewesten en steden in de Habsburgse Nederlanden die zich hadden aangesloten bij de Unie van Utrecht zich in 1581 middels het Plakkaat van Verlatinghe onafhankelijk verklaarden van het Spaanse Rijk. Na vergeefse pogingen om een erfelijk staatshoofd te vinden, werd in 1588 met de Justificatie of Deductie de Republiek der Verenigde Nederlanden uitgeroepen., (Deductie of) Corte vertooninge van het recht by den ridderschap, edelen ende steden van Holland ende West-Vrieslandt van allen ouden tyden in den voorschreven lande gebruyckt, tot behoudenisse vande vryheden, gerechtigheden, privilegien ende loffelicke gebruycken van den selven lande, 16 October 1587 (1587). De oorlog had oorspronkelijk echter noch het verkrijgen van politieke onafhankelijkheid, noch de stichting van een republiek als einddoel, noch werden de Zuidelijke Nederlanden hier opzettelijk van uitgesloten. Eigenlijk leidde het onvermogen van het Habsburgse regime om religieuze, sociale en politieke onrust (die oorspronkelijk het ernstigst was in Vlaanderen en Brabant) afdoende het hoofd te bieden tot een onverzoenlijk situatie. Hiervan waren een onafhankelijke overwegend calvinistische republiek in de Noordelijke Nederlanden tegenover de overwegend katholiek en Spaanse royalistisch gebleven Zuidelijke Nederlanden het onbedoelde resultaat., De Lage Landen 1780-1980. Twee eeuwen Nederland en België. Deel I: 1780–1914 (2005) 17-20. Amsterdam/Antwerpen: Olympus. Naarmate de oorlog echter vorderde, speelden het Huis Oranje-Nassau en de zijtak Nassau-Dillenburg een steeds belangrijker rol: in 1590 hadden zij alle stadhouderschappen en militaire leiderschapsposities in de Republiek verenigd in de personen van Maurits en Willem Lodewijk. Machtsstrijd tussen het huis Oranje, dat geleidelijk een dynastie opbouwde met monarchale aspiraties, en de staatsen, een losse coalitie van facties die streefden naar een republikeinse, doorgaans min of meer oligarchische staatsvorm, duurden voort in de 17e en 18e eeuw.

Loevesteiners en Verlichters Jurist Hugo de Groot (1583–1645) schreef in 1610 het Tractaet vande oudtheyt vande Batavische nu Hollandsche republique, dat moest aantonen dat de Staten van Holland altijd al soeverein waren geweest (sinds de Bataven) en een vorst konden aanstellen en afzetten wanneer zij wilden. Het diende vooral de Opstand tegen het Spaanse Rijk en het bestaan van de daaruit voortgekomen onafhankelijke Republiek te rechtvaardigen. left|thumb|Pieter de la Courts Aanwysing (1669), een fel republikeins betoog. Moderne historici zijn het erover eens dat de Oranjes sinds het stadhouderschap van Frederik Hendrik van Oranje (1625–1647) ernaar hebben gestreefd om van de Republiek een monarchie onder hun heerschappij te maken. De gevangenneming van enkele staatsgezinde regenten en de mislukte staatsgreep in 1650 door Frederik Hendriks zoon, stadhouder Willem II van Oranje, leidde tot het ontstaan van de Loevesteinse factie onder leiding van Johan de Witt, die streefde naar een republiek zonder Oranje. Na de mislukte machtsgreep en onverwachte dood van Willem II besloten de provincies Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel om helemaal geen nieuwe stadhouder meer aan te stellen, waarmee het Eerste Stadhouderloze Tijdperk (1650–1672/5) aanbrak in vijf van de zeven Verenigde Provinciën. Toen de Republiek bovendien in de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog (1652–1654) werd verslagen door het Engels Gemenebest, moesten de Staten van Holland geleid door Johan de Witt de Akte van Seclusie tekenen, die bepaalde dat Willems zoon Willem III van Oranje uitgesloten was van het ambt van stadhouder van Holland. De legitimiteit en noodzakelijkheid van het vreemde ambt van stadhouder werd in toenemende mate betwijfeld en ondermijnd, vooral toen het evident leek dat de Oranjes het ambt erfelijk wilden maken en de bereidheid hadden getoond om militair geweld te gebruiken om de macht van het stadhouderschap te versterken.

De bekendste en felste schrijver die de Loevesteiners vertegenwoordigde was Pieter de la Court (1618–1685), die in meerdere werken de monarchie afwees ten gunste van een republikeinse staatsvorm. In het voorwoord van Interest van Holland (1662) schreef hij: "[D]en Hollandschen ingezetenen [kan] geen grooter quaad overkomen, dan geregeert te werden door een Monarch, Heer ofte Hooft: en (...) ter contrarie [kan] God de Heer over een land, gebouwt op zodanige gronden, geen grooter zegen uitstorten, dan met in het zelve in te voeren een vrye Republiksche ofte Staats-gewijze Regeering." In Aanwysing der heilsame politike Gronden en Maximen van de Republike van Holland en West-Vriesland (1669) viel hij de monarchie nog feller aan. Filosoof Baruch Spinoza (1632–1677), die regelmatig uit het werk van De la Court citeerde, beschreef in zijn onvoltooide Tractatus Politicus (1677) hoe een ideale staat, een democratische republiek, eruit zou moeten zien. Koningen hebben volgens Spinoza de natuurlijke neiging om hun persoonlijke belangen na te streven en grote delen van de macht over te laten aan vertrouwelingen die praktisch vaak het land besturen als de koning zwak is. Deze vertrouwelingen zijn meestal edelen, waardoor het in feite een aristocratie is in plaats van een monarchie. De beste monarchie is een schijnmonarchie, een gekroonde republiek waarin vorsten zo min mogelijk te zeggen hebben. Spinoza stelt een door burgers verkozen Raad van State voor om de belangrijkste beslissingen te nemen en om de moordende en plunderende koninklijke huurlegers te vervangen door een onbetaald dienstplichtig burgerleger dat het eigen land uit zelfbehoud verdedigt. Als de Raad van State groot en representatief genoeg is, zal nooit een meerderheid vóór oorlog zijn vanwege het leed en de verwoesting en hoge belastingen die het oplevert. Dominee en filosoof Frederik van Leenhof (1647–1715), die het werk van de zeer controversiële Spinoza heimelijk bewonderde, hield in De Prediker van den wijzen en magtigen Konink Salomon (1700) een nauwelijks verhuld pleidooi voor een soort meritocratische republiek, terwijl hij monarchie ("zonder twijfel de meest imperfecte regering") en aristocratie verwierp. Erfopvolging is volgens hem waardeloos; alleen de rede verschaft legitimiteit aan een regering en de ware soevereiniteit is het algemeen belang van de gemeenschap. Koninklijke staande legers van huurlingen moeten worden afgeschaft om te voorkomen dat ze worden gebruikt om de onderdanen van de koning te onderdrukken. In plaats daarvan dient de staat zijn burgers te trainen en een militie te vormen die het algemeen belang verdedigt.Israel, 408–410.

Patriotten thumb|Patriottenleider Van der Capellen, beroemd om zijn democratisch-republikeinse pamflet uit 1781. Vanaf de jaren 1770 kwamen de patriotten op als derde factie naast de orangisten (prinsgezinden) en Loevesteiners (staatsgezinden). De patriotten waren onderling verdeeld: de aristocratische oud-patriotten (voortkomend uit de Loevesteinse traditie) poogden ofwel door te dringen in de zittende facties, of de macht van Oranje te beperken of elimineren, maar waren tegen een democratisering die hun eigen privileges kon bedreigen. De democratische patriotten wilden een democratische republiek stichten, streefden naar complete gelijkheid en daarmee ook naar de uiteindelijke afschaffing van de aristocratie. Naarmate de laatste groep groeide en radicaliseerde, bracht dit sommige oudpatriotten ertoe om hun steun weer aan Oranje te geven.Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993–2002) s.v. "patriotten". Microsoft Corporation/Het Spectrum.

Uit onvrede over het patronagestelsel waarin posten werden toegewezen, de neergang van de Aziatische handel van de VOC, werkloosheid in de textielindustrie en de wens tot democratisering, keken de midden- en bovenklasse op naar de Amerikaanse Revolutie en haar Onafhankelijkheidsverklaring en het Nederlandse Plakkaat van Verlatinghe en begonnen hun rechten (voor het eerste beschreven in de Unie van Utrecht uit 1579) opnieuw op te eisen. De lagere klassen bleven grotendeels achter het bestaande Oranje stadhouderschap staan, dat het Britse Rijk steunde tegen de Amerikaanse rebellen. Het jaar 1780 wordt algemeen beschouwd als de uitbraak van het grote conflict tussen patriotten en orangisten, toen hun tegengestelde beleid ten aanzien van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog binnenlandse conflicten aanwakkerde. Toen de Republiek zich dreigde aan te sluiten bij het Verbond van Gewapende Neutraliteit om haar recht te verdedigen om te handelen met de opstandige Amerikaanse koloniën, verklaarde Groot-Brittannië de oorlog: de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog (1780–1784). De patriotten grepen de gelegenheid aan om te proberen zich nu geheel van Oranje te ontdoen en sloten een bondgenootschap met de Amerikaanse republikeinse revolutionairen., 46. Dit werd het duidelijkst uitgedrukt in het pamflet Aan het volk van Nederland, in 1781 anoniem verspreid door Joan Derk van der Capellen tot den Pol. Mede dankzij zijn invloed in de Staten-Generaal werd Nederland het tweede land om de jonge Amerikaanse Republiek in 1782 diplomatiek te erkennen. Tussen 1782 en 1787 slaagde het democratisch patriottisme erin om zich te wortelen in delen van de Republiek., 48. Vanaf 1783 vormden patriotten milities die exercitiegenootschappen of vrijcorpsen genoemd werden., 49. Ze probeerden de prins en stadsbesturen te overtuigen om niet-calvinisten toe te laten tot de vroedschap. In 1784 hielden ze hun eerste nationale vergadering en in 1785 sloten ze de Acte van Verbintenis. Het totale aantal patriotse vrijwillige militieleden wordt geschat op 28.000.