Maurice Tourneur (Parijs, 2 februari 1876 – aldaar, 4 augustus 1961) was een Frans filmregisseur.
Leven en werk Afkomst en eerste stappen in de kunst- en toneelwereld Maurice Tourneur werd in de Parijse wijk Belleville geboren als de zoon van een juwelier. Hij was eerst actief als graficus en illustrator van tijdschriften. Daarna werkte hij in dienst van de beeldhouwer Auguste Rodin en vervolgens van de symbolistische schilder Puvis de Chavannes. De wereld van het toneel sprak hem echter aan en hij werd acteur. Hij kwam terecht in het theatergezelschap van André Antoine, een van de grondleggers van de moderne toneelregie in Frankrijk. Hij speelde bij Antoine tot 1909.
Filmregisseurdebuut en de Amerikaanse periode (1914-1926) In 1912 begon hij zich te interesseren voor de cinema en werd de assistent van zijn vriend, de toneelregisseur Émile Chautard die in 1910, even voor hem, het toneel voor de film had ingeruild. Hij werd door de filmmaatschappij Éclair al gauw aangetrokken als filmregisseur. Wat later zond Éclair hem naar de Verenigde Staten omdat hij het Engels goed beheerste. In vijf jaar tijd draaide hij er heel wat films, vooral voor World Pictures. Tourneur werd in Hollywood geleidelijk aan beschouwd als een van de betere filmregisseurs. Hij werkte er in die jaren vaak samen met de toekomstige filmregisseur Clarence Brown en met cameraman John van den Broek. In 1918 stichtte hij Maurice Tourneur Productions, zijn eigen productiehuis. Hij verwezenlijkte literatuurverfilmingen zoals Victory (naar Joseph Conrad, 1919), Treasure Island (naar Robert Louis Stevenson, 1920) en The Last of the Mohicans (naar James Fenimore Cooper, 1921). Hij bleef Amerikaanse stomme films draaien tot in 1926.
Terug in Frankrijk Ten gevolge van artistieke meningsverschillen met filmproducent Irving Thalberg besloot hij naar zijn geboorteland terug te keren. In Frankrijk wilde hij L'Équipage, het eerste grote literair succes van Joseph Kessel, verfilmen maar hij moest de opnames onderbreken. Men verweet hem immers dat hij zich tijdens zijn verblijf in de Verenigde Staten niet actief had ingezet tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij week uit naar Duitsland om er Marlene Dietrich te regisseren in het drama Das Schiff der verlorenen Menschen (1927), haar laatste stomme film. In 1928 kon hij L'Équipage voltooien.
Daarna verwezenlijkte hij nog een twintigtal films gebaseerd op literair werk, hoofdzakelijk drama's. Hij kon daartoe rekenen op de medewerking van de fine fleur van de Franse acteurs van toen. Zo bracht hij in de legerkomedie Les Gaietés de l'escadron (1932) Fernandel, Jean Gabin en Raimu samen. Voor het drama Koenigsmark (1935) kon hij rekenen op Pierre Fresnay. Maurice Chevalier nam de hoofdrol voor zijn rekening in Avec le sourire (1936), zijn eerste Franse gesproken film. Het in Rusland gesitueerde historisch drama Le Patriote (1938) werd gedragen door de vertolkingen van Harry Baur en Pierre Renoir. In de jaren dertig verwierf zoon Jacques de nodige ervaring als monteur en als regieassistent op de filmset van zijn vader.
De jaren veertig: de laatste films In Volpone (1941) speelden de gevierde toneelacteurs Harry Baur, Charles Dullin en Louis Jouvet samen. Voor zijn laatste werken uit de jaren veertig deed Maurice Tourneur meermaals een beroep op het schrijftalent van Jean-Paul Le Chanois. Zo goot Le Chanois onder meer een Maigretroman in een scenario voor Cécile est morte (1943). Albert Préjean mocht er voor de tweede keer de beroemde commissaris vertolken. Zijn laatste prent, het donkere noodlotsdrama Impasse des Deux-Anges waarvoor hij Simone Signoret en Paul Meurisse, de twee jonge beloftevolle hoofdrolspelers uit het al even duistere Macadam (Marcel Blistène, 1946) opnieuw verenigde, dateerde uit 1948.
Gedwongen afscheid In 1949 werd hij betrokken in een ernstig verkeersongeval en hield er een dwarslaesie aan over. Omdat hij verlamd was aan benen en romp zag hij zich verplicht zijn regisseurscarrière af te sluiten en hield zich vanaf dan onder meer bezig met het in het Frans vertalen van Amerikaanse politieromans.
Privéleven In 1904 trouwde hij met Fernande Petit die hem in datzelfde jaar nog een zoon schonk, de toekomstige Frans-Amerikaanse filmregisseur Jacques Tourneur. Hij scheidde van zijn eerste vrouw in 1923 en hertrouwde met actrice Louise Lagrange.
Tourneur stierf in 1961 op 85-jarige leeftijd en ligt begraven op het Parijse cimetière du Père-Lachaise.
Filmografie Stomme films 1913: Jean la Poudre (samen met Émile Chautard) 1913: Les Gaîtés de l'escadron (samen met Joseph Faivre) 1913: Mademoiselle Cent-Millions 1913: Le Système du docteur Goudron et du professeur Plume 1913: Les Ruses de l'amour 1913: Le Dernier Pardon 1913: Le Camée 1913: La Dame de Monsoreau 1913: La Bergère d'Ivry 1914: Le Friquet 1914: Le Puits mitoyen 1914: Sœurette 1914: Monsieur Lecoq 1914: Le Corso rouge 1914: Le Parfum de la dame en noir (samen met Émile Chautard) 1914: Mother 1914: The Man of the Hour 1914: The Wishing Ring: An Idyll of Old England 1914: The Pit 1914: La Dernière Incarnation de Larsan 1914: Figures de cire 1915: Alias Jimmy Valentine 1915: The Cub 1915: The Ivory Snuff Box 1915: Trilby 1915: The Butterfly on the Wheel 1916: The Pawn of Fate 1916: The Hand of Peril 1916: The Closed Road 1916: The Rail Rider 1916: The Velvet Paw 1917: The Pride of the Clan 1917: A Girl's Folly 1917: The Poor Little Rich Girl 1917: The Whip 1917: The Undying Flame 1917: The Law of the Land 1917: Barbary Sheep 1917: Exile 1917: The Rise of Jennie Cushing 1918: Rose of the World 1918: The Blue Bird 1918: Prunella 1918: A Doll's House 1918: Sporting Life 1918: Woman 1919: The White Heather 1919: The Life Line 1919: The Broken Butterfly 1919: Victory 1920: My Lady's Garter 1920: Treasure Island 1920: The White Circle 1920: The Great Redeemer (samen met Clarence Brown) 1920: The County Fair (samen met Edmund Mortimer) 1920: Deep Waters 1920: The Last of the Mohicans (samen met Clarence Brown) 1921: The Bait 1921: The Foolish Matrons (samen met Clarence Brown) 1922: Lorna Doone 1923: The Christian 1923: While Paris Sleeps 1923: The Isle of Lost Ships 1923: The Brass Bottle 1923: Jealous Husbands 1924: Torment 1924: The White Moth 1925: Never the Twain Shall Meet 1925: Sporting Life 1925: Clothes Make the Pirate 1926: Old Loves and New 1926: Aloma of the South Seas 1928: L'Équipage 1929: Das Schiff der verlorenen Menschen
Geluidsfilms 1929: The Mysterious Island (samen met Lucien Hubbard en Benjamin Christensen) 1930: Accusée, levez-vous! 1931: Maison de danses 1931: Partir 1932: Au nom de la loi 1932: Les Gaîtés de l'escadron 1933: Les Deux Orphelines 1933: Le Voleur 1933: Lidoire 1933: L'Homme mystérieux 1935: Justin de Marseille 1935: Koenigsmark 1936: Samson 1936: Avec le sourire 1938: Le Patriote 1938: Katia 1941: Volpone 1941: Péchés de jeunesse 1942: Mam'zelle Bonaparte 1943: La Main du diable 1943: Le Val d'enfer 1944: Cécile est morte 1947: Après l'amour 1948: Impasse des Deux-Anges
Bibliografie Harry Waldman: Maurice Tourneur: The Life and Films, McFarland & Company Incorporated Pub, 2001.
Externe link
Categorie:Frans filmregisseur