De Russisch-Oekraïense Oorlog; ; begon in februari 2014 en is nog steeds aan de gang. Na de Revolutie van de Waardigheid in Oekraïne bezette Rusland de Krim en annexeerde het schiereiland van Oekraïne. Vervolgens ontketende Rusland de oorlog in Oost-Oekraïne via gewapende groepen van Russische separatisten, die tegen het Oekraïense leger begonnen te vechten. In 2018 verklaarde Oekraïne dat de regio door Rusland bezet was. De eerste acht jaar van het conflict omvatten ook incidenten op zee en cyberoorlogvoering. In februari 2022 lanceerde Rusland een grootschalige invasie van Oekraïne en begon het meer delen van het land te bezetten. Daarmee begon de huidige fase van de oorlog, het grootste conflict in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. De oorlog heeft geleid tot een vluchtelingencrisis en honderdduizenden doden.

Conflict in een notendop Het conflict begon nadat de pro-Russische Oekraïense president Viktor Janoekovytsj in februari 2014 werd afgezet na de maandenlange pro-westerse Euromaidan-protesten en de daaropvolgende Revolutie van de Waardigheid. Dit leidde tot pro-Russische protesten in de oostelijke en zuidelijke delen van Oekraïne. Russische soldaten zonder insigne namen de controle over strategische posities en infrastructuur op het Oekraïense grondgebied van de Autonome republiek van de Krim over, waarna Rusland overging tot de annexatie van de Krim. Deze schending van de soevereiniteit van Oekraïne was in strijd met meerdere verdragen, waaronder het Memorandum van Boedapest van 1994. Bij het definitieve bezegelen van zijn – in 1991 verkregen – onafhankelijkheid deed Oekraïne afstand van de kernwapens van de voormalige Sovjet-Unie op zijn grondgebied onder voorwaarde dat de toenmalige staatsgrenzen van het land door de kernmogendheden gerespecteerd en gegarandeerd zouden worden.

In de Oost-Oekraïense oblasten Donetsk en Loehansk escaleerden de pro-Russische protesten in een gewapend conflict. Nadat gewapende rebellen begin april 2014 diverse regeringsgebouwen in de Donbas hadden bezet, zette de Oekraïense regering het leger in, wat het begin markeerde van de Oorlog in Oost-Oekraïne. De opstandelingen wisten de steden Donetsk en Loehansk in handen te krijgen, alsmede het gebied ten zuidoosten daarvan tot aan de Russische grens, waar zij de zelfverklaarde volksrepubliek Donetsk en volksrepubliek Loegansk uitriepen, met het voornemen om net als de Republiek van de Krim een onderdeel van Rusland te worden. In augustus 2014 staken ongemarkeerde Russische militaire voertuigen de grens naar de zelfverklaarde volksrepubliek Donetsk over. Een niet-verklaarde oorlog begon tussen Oekraïense troepen aan de ene kant en door Rusland gesteunde separatisten aan de andere kant. Deze voortdurende loopgravenoorlog hield acht jaar stand zonder veel verschil in linies.

In 2021 en begin 2022 vond er een grote Russische troepenopbouw plaats langs de Russisch-Oekraïense grens. De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) beschuldigde Rusland van het plannen van een invasie, wat door de Russen herhaaldelijk werd ontkend. De Russische president Vladimir Poetin noemde de uitbreiding van de NAVO een bedreiging voor zijn land en eiste dat Oekraïne zou worden uitgesloten om ooit lid te worden van de militaire alliantie. Op 21 februari 2022 verklaarde Poetin dat Rusland de zelfverklaarde volksrepublieken Donetsk en Loegansk, inclusief hun eisen op het gehele grondgebied van respectievelijk de Oost-Oekraïense oblasten Donetsk en Loehansk, zou erkennen. Op 24 februari 2022 volgde een grootschalige Russische invasie van Oekraïne. Deze aanvalsoorlog leidde tot een verdere verslechtering van de relaties tussen Rusland en het Westen.

Voorgeschiedenis vanaf 1991 Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie

Op 1 december 1991 stemde Oekraïne, de op een na machtigste republiek in de Sovjet-Unie, met een overweldigende meerderheid voor onafhankelijkheid, hetgeen een einde maakte aan elke realistische kans dat de Sovjet-Unie als eenheid bij elkaar zou blijven, zelfs op beperkte schaal. Meer dan 90% van de Oekraïense kiezers sprak hun steun uit voor de onafhankelijkheidsverklaring van Oekraïne en verkozen de voorzitter van het parlement, Leonid Kravtsjoek, tot de eerste president van het land. Tijdens de daaropvolgende bijeenkomsten in Brest, Wit-Rusland op 8 december 1991, en in Alma-Ata, Kazachstan op 21 december, werd de Sovjet-Unie formeel ontbonden en werd door de leiders van Wit-Rusland, Rusland en Oekraïne het nieuwe Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) gevormd.

Na de ontbinding van de Sovjet-Unie in 1991 onderhielden Oekraïne en Rusland nauwe banden. In 1994 trad Oekraïne als niet-kernwapenstaat toe tot het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens. Voormalige Sovjet-kernwapens in Oekraïne werden door Rusland verwijderd en ontmanteld. In ruil daarvoor kwamen Rusland, het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Verenigde Staten (VS) overeen om de territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid van Oekraïne te handhaven door middel van het Memorandum van Boedapest. In 1999 was Rusland een van de ondertekenaars van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dat "het inherente recht van elke deelnemende staat herbevestigde om vrij te zijn om zijn veiligheidsregelingen, met inbegrip van alliantieverdragen, te kiezen of te wijzigen naarmate deze zich ontwikkelen." Beide verdragen bleken in 2014 waardeloos te zijn.nbc 18 March 2014 , ukrainesolidaritycampaign the oligarchic rebellion in the donbas In de jaren na de ontbinding van de Sovjet-Unie traden verschillende voormalige Oostbloklanden toe tot de NAVO, deels als reactie op regionale veiligheidsdreigingen waarbij Rusland betrokken was, zoals de Russische constitutionele crisis van 1993, de oorlog in Abchazië (1992-1993) en de Eerste Tsjetsjeense Oorlog (1994-1996). Russische leiders beschreven deze uitbreiding als een schending van de informele garanties van de westerse mogendheden dat de NAVO niet naar het oosten zou uitbreiden.

Oranjerevolutie De Oekraïense presidentsverkiezingen van 2004 waren controversieel. Tijdens de verkiezingscampagne werd oppositie-kandidaat Viktor Joesjtsjenko vergiftigd en beschuldigde hij Rusland van betrokkenheid. In november 2004 werd premier Viktor Janoekovytsj tot winnaar uitgeroepen, ondanks beschuldigingen van verkiezingsfraude door verkiezingswaarnemers. Gedurende een periode van twee maanden die bekend kwam te staan als de Oranjerevolutie, hadden grote vreedzame protesten de uitkomst met succes betwist. Nadat het Hooggerechtshof van Oekraïne het eerste resultaat nietig had verklaard vanwege wijdverbreide verkiezingsfraude, werd een tweede ronde gehouden, waarbij Joesjtsjenko aan de macht kwam als president, Joelia Tymosjenko als premier, en Janoekovytsj in de oppositie bleef.

Op de top van Boekarest in 2008 probeerden Oekraïne en Georgië lid te worden van de NAVO. De reactie onder de NAVO-leden was verdeeld; West-Europese landen verzetten zich tegen het aanbieden van Membership Action Plans (MAP's) om Rusland niet tegen te werken, terwijl de Amerikaanse president George W. Bush aandrong op hun toelating. De NAVO weigerde uiteindelijk om Oekraïne en Georgië MAP's aan te bieden, maar gaf wel een verklaring af waarin stond dat "deze landen lid zullen worden van de NAVO". Poetin uitte krachtig verzet tegen een eventuele toetreding van Oekraïne en Georgië tot de NAVO. Tegen januari 2022 was de kans dat Oekraïne lid zou worden van de NAVO nog steeds klein.

Nadat Oekraïne bij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 een onafhankelijk land was geworden, bleef Rusland het beschouwen als een deel van zijn invloedssfeer. De Roemeense analist Iulian Chifu meende dat Rusland met betrekking tot Oekraïne een gemoderniseerde versie van de Brezjnevdoctrine over "beperkte soevereiniteit" nastreefde, die dicteert dat de soevereiniteit van Oekraïne niet groter mag zijn dan ten tijde van het Warschaupact voorafgaand aan de val van het communisme. Hij baseerde zich op verklaringen van Russische leiders, die meenden dat een mogelijke integratie van Oekraïne in de NAVO de nationale veiligheid van Rusland in gevaar zou brengen.

Een ander geschilpunt was de splitsing van de Zwarte Zeevloot. Oekraïne stemde ermee in de haven van Sebastopol te verhuren, zodat de Russische Zwarte Zeevloot deze samen met Oekraïne kon blijven gebruiken. Vanaf 1993 tot en met de jaren 1990 en 2000 hadden Oekraïne en Rusland verschillende gasconflicten.

Euromaidan, Revolutie van de Waardigheid en pro-Russische opstand

In 2009 kondigde Viktor Janoekovytsj zijn voornemen aan om zich kandidaat te stellen voor de Oekraïense presidentsverkiezingen van 2010, die hij vervolgens won. In november 2013 brak een golf van pro-westerse protesten uit, bekend als Euromaidan, in reactie op het plotselinge besluit van president Janoekovytsj om de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne niet te ondertekenen, maar in plaats daarvan te kiezen voor nauwere banden met Rusland en de Euraziatische Economische Unie. Terwijl Rusland Oekraïne onder druk zette om de overeenkomst te verwerpen, had het Oekraïense parlement met een overweldigende meerderheid voor de afronding van de associatieovereenkomst met de EU gestemd.

De maandenlange vreedzame protesten in Kiev escaleerden op 18 februari 2014 in gewelddadigheden tijdens de Revolutie van de Waardigheid. Janoekovytsj en de leiders van de parlementaire oppositie troffen op 21 februari 2014 een schikkingsovereenkomst waarin werd opgeroepen tot vervroegde verkiezingen. De volgende dag ontvluchtte Janoekovytsj het land en werd hij nog dezelfde dag officieel uit zijn ambt gezet.

Op 27 februari 2014 werd een interim-regering gevormd en werden er vervroegde presidentsverkiezingen gepland. De volgende dag dook Janoekovytsj op in Rusland en verklaarde in een persconferentie dat hij de waarnemend president van Oekraïne bleef, terwijl Rusland zijn openlijke militaire campagne op de Krim begon. Leiders van de Russisch-sprekende oostelijke regio's van Oekraïne, de Donbas, verklaarden voortdurende loyaliteit aan Janoekovytsj, wat leidde tot een pro-Russische opstand. Op 23 februari nam het parlement een wetsvoorstel aan tot intrekking van de wet van 2012 die de Russische taal een officiële status gaf. Het wetsvoorstel werd niet aangenomen, maar leidde wel tot negatieve reacties in de Russisch-sprekende regio's van Oekraïne. Deze reacties werden versterkt door Russische media die zeiden dat de etnische Russische bevolking in deze regio's in direct gevaar verkeerde.

Op 27 februari namen de speciale politie-eenheden van de Krim, de Berkoet, die op 25 februari in andere regio's van Oekraïne waren ontbonden, controleposten in beslag op de landengte van Perekop en het schiereiland Tsjonhar. Volgens het Oekraïense parlementslid Hennadij Moskal, voormalig hoofd van de politie van de Krim, hadden de Berkoet gepantserde personenwagens, granaatwerpers, aanvalsgeweren, machinegeweren en andere wapens. Sindsdien controleren ze alle vervoer over land tussen de Krim en het vasteland van Oekraïne.

Russische basis op de Krim