Plaumann & Co. tegen Commissie van de Europese Economische Gemeenschap, kortweg Plaumann, is een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1963 (zaak 25/62) betreffende de uitleg van het vereiste van individuele geraaktheid in het beroep tot nietigverklaring.

Casus en procesverloop De commanditaire vennootschap Plaumann & Co., een importeur van clementines, heeft een beroep tot nietigverklaring ingesteld tegen een beschikking van de Commissie van 22 mei 1962, waarbij het verzoek van de Bondsrepubliek Duitsland om machtiging tot gedeeltelijke schorsing van de heffing van rechten op uit derde landen ingevoerde verse mandarijnen en clementines werd afgewezen, en tevens schadevergoeding ten bedrage van 39.414,01 DM gevorderd.

Het beroep tot nietigverklaring is geregeld in artikel 263 van het Werkingsverdrag en kan worden ingesteld door een lidstaat, het Europees Parlement, de Raad of de Commissie, alsmede door de Rekenkamer, de ECB en het Comité van de Regio's. Ook natuurlijke of rechtspersonen kunnen een beroep tot nietigverklaring instellen, maar slechts tegen handelingen die tot hen gericht zijn of die hen "rechtstreeks en individueel raken". De vraag die het Hof moest beantwoorden voor zij eventueel toekwamen aan een inhoudelijke behandeling was of Plaumann wel individueel geraakt was door de beschikking van de Commissie.

Beoordeling door het Hof Het Hof van Justitie overwoog ten aanzien van de invulling van het begrip individuele geraaktheid:

Het Hof verklaarde Plaumann & Co. niet-ontvankelijk in haar beroep tot nietigverklaring.

Relevantie en kritiek De uitleg van het vereiste van individuele geraaktheid zoals het Hof die gaf in het arrest Plaumann staat bekend als de Plaumann-formule.Zie bijvoorbeeld Amtenbrink & Vedder 2010, nr. V-57. De formule, welker toepassing ertoe leidt dat iemand praktisch nooit individueel geraakt is uit hoofde van een bepaalde economische activiteit omdat die volgens het hof "te allen tijde door iedere justitiable kan worden uitgeoefend",Amtenbrink & Vedder 2010, V-55. is niet zonder kritiek gebleven.

In de zaak Jégo-Quéré & Cie SA tegen Commissie (T-177/01GvEA EG 3 mei 2002, nr. T-177/01, Jur. 2002, p. II-02365.) heeft het Gerecht van eerste aanleg geprobeerd de Plaumann-formule te vervangen:

Het Hof van Justitie vernietigde dit arrest echter in hoger beroep en overwoog:HvJ EG 1 april 2004, nr. C-263/02 P, Jur. 2004, p. I‑3425 (Commissie/Jégo-Quéré).

In de zaak UPA (C-50/00PHvJ EG 25 juli 2002, nr. C-50/00P, Jur. 2000, p. I - 6719 (UPA).) stelde het Hof – dat van mening is dat de uitleg die het heeft gegeven aan het vereiste van individuele geraaktheid de enige mogelijke isAmtenbrink & Vedder 2010, p. 244, voetnoot 106 en r.o. 44 van het arrest UPA. – dat het aan de lidstaten is het stelsel van toezicht op de wettigheid van gemeenschapshandelingen op de voet van artikel 48 van het EU-Verdrag te wijzigen (r.o. 45).

Plaumann