De grote struiksluiper (Sericornis nouhuysi) is een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers). Het is een kleine grijsbruine vogel met een groot verspreidingsgebied in het centrale bergland van Nieuw-Guinea en enkele berggebieden in het noorden van het eiland.

Ontdekking en taxonomie De vogel werd in 1909 door de Nederlandse dierkundige Eduard Daniël van Oort geldig beschreven in een lijvig boek, gewijd aan de wetenschappelijke (zoölogische) resultaten van de Eerste Zuid-Nieuw-Guinea-expeditie. De soort is genoemd naar de Nederlandse marineofficier en ontdekkingsreiziger Jan Willem van Nouhuys. Hij was deelnemer aan deze expeditie. Lange tijd werd de sepikstruiksluiper als aparte soort beschouwd die meestal lager in berggebieden voorkwam. Moleculair genetisch onderzoek, gepubliceerd in 2018, heeft geleid tot een nieuwe indeling in geslachten, soorten en ondersoorten., 2018. Ecological and evolutionary diversification in the Australo-Papuan scrubwrens (Sericornis) and mouse-warblers (Crateroscelis), with a revision of the subfamily Sericornithinae (Aves: Passeriformes: Acanthizidae). Organisms Diversity & Evolution 18(2):241–259.

Herkenning De grote struiksluiper is gemiddeld de grootste soort uit het geslacht, de lengte varieert tussen de 11,5 en 13,5 cm. De vogel is van boven grijsbruin en van onder grijs. Het verenkleed rondom het oog en lager tot op de borst heeft een licht roodbruine waas. Het is een vogel die vooral voorkomt in groepjes, vaak met andere kleine vogelsoorten, in laag struikgewas. ed. 2020. All the Birds of the World. Lynx Edicions, Barcelona, 1986. Birds of New Guinea. Princeton University Press, .

Verspreiding en leefgebied Deze soort is endemisch in Nieuw-Guinea en telt acht ondersoorten:Gill F, D Donsker & P Rasmussen (Eds). 2025. IOC World Bird List (v15.1). S. n. cantans , 1930: Vogelkop inclusief Arfakgebergte (noordwestelijk Nieuw-Guinea) S. n. jobiensis : Japen (Geelvinkbaai nabij noordwestelijk Nieuw-Guinea). S. n. nouhuysi , 1909: westelijk-centraal Nieuw-Guinea. S. n. stresemanni , 1930: Oostelijk in het centrale bergland van Nieuw-Guinea. S. n. adelberti , 1982: Adelbertgebergte (noordoostelijk Nieuw-Guinea). S. n. oorti , 1913: Huonschiereiland en Herzoggebergte (oostelijk Nieuw-Guinea). S. n. monticola , 1936: Berggebieden in zuidoostelijk Nieuw-Guinea. S. n. virgatus (, 1915) (sepikstruiksluiper): noordelijke hellingen van Sepik-Ramu stroomgebied en nabij gelegen berggebieden in het noordoostelijk deel van Nieuw-Guinea).

De leefgebieden liggen in tropisch, natuurlijk bos in berggebieden op hoogten tussen de 600 en 3800 meter boven zeeniveau. De ondersoorten S. n. jobiensis, S. n. pontifex en S. n. virgatus (sepikstruiksluiper) houden zich onder de 1500 meter boven zeenieau op.

Status De grootte van de populatie is niet gekwantificeerd maar de soort wordt omschreven als algemeen in een groot deel van zijn verspreidingsgebied. Op de Rode lijst van de IUCN heeft deze soort de status niet bedreigd.

Categorie:Australische zangers Categorie:IUCN-status niet bedreigd Categorie:Endemisch dier uit Nieuw-Guinea