Carnaval in Maastricht (Maastrichts: vastelaovend in Mestreech) is een bijzondere vorm van carnavalsviering in de Nederlandse stad Maastricht. Het Maastrichtse carnaval is een combinatie van Rijnlands carnaval en Bourgondisch carnaval, met een aantal unieke elementen, zoals de Bónte Störm-optocht en het straatcarnaval met tientallen zate hermeniekes. Het Maastrichts carnaval trekt elk jaar een groot aantal bezoekers uit Limburg en andere delen van Nederland. Afwijkend van de gewoonte van met name Brabantse steden en dorpen om tijdens het carnaval een andere naam aan te nemen, blijft Maastricht zich gewoon Mestreech noemen.

Geschiedenis Ontstaan

thumb| Over het Maastrichtse carnaval vóór 1800 is weinig bekend. Vastenavond (mardi gras of vette dinsdag) werd traditioneel door katholieken aan de vooravond van de vastentijd gevierd. Kerkelijke en wereldlijke overheden stonden afwijzend tegenover de uitspattingen die zich bij die gelegenheid voordeden. In de middeleeuwen worden deze uitspattingen in diverse raadsverdragen genoemd. Na het Beleg van Maastricht (1632) verbood de militaire gouverneur van Maastricht de feestelijkheden jaar op jaar. De vastenavondviering kwam onder zware druk, maar verdween nooit, zoals diverse archiefstukken bewijzen. Zo deed zich op vastenavond 1773 in een herberg op de Kleine Gracht een fikse ruzie voor tussen de smid Johan Rosen en zijn vrouw Marie. De laatste beklaagde zich volgens de processtukken bij enkele daar aanwezige vrouwen: "Gij houd mijnen man op en oock die swarte hoeragtige Greet met haere swarte hoeragtige oogen, die daar sit tusschen die twee kerels".Zie artikel Bahlmann. Ook in de periode van de belegstaat (1830-39), toen Maastricht een "Hollandse" enclave binnen Belgisch gebied vormde, gold een verbod op het vieren van carnaval.Ubachs/Evers (2005), pp. 544-545: 'Vastenavond'.

Momus In 1839, na het beëindigen van de belegstaat, werd de herensociëteit Momus opgericht. Deze sociëteit gaf het vanouds spontane volksfeest carnaval een meer georganiseerd karakter door naar Rijnlands voorbeeld zittingen en optochten te houden. De zittingen waren vooral bedoeld voor leden van Momus en andere beter gesitueerden, en vonden plaats in de sociëteit Momus aan het Vrijthof. Het volk vierde carnaval op straat, waarvoor echter tal van ge- en verboden golden.

Momus beleefde haar gloriejaren in de tweede helft van de 19e eeuw. In die tijd organiseerde de sociëteit niet alleen het carnaval, maar ook allerlei andere activiteiten voor haar leden. Ook hield men zich bezig met filantropie, onder andere door middel van een gaarkeuken (1846-1919) en Momus' Oudemannenhuis (1888-1955). Al rond de eeuwwisseling ging het slecht met de vereniging. In 1935 werd de laatste optocht georganiseerd. De organisatorische leiding van het carnaval in Maastricht was daarna in handen van Maastricht Vooruit, de voorloper van de Maastrichtse VVV, en het daaruit voortgekomen "comité van vijf".

Momus ging in 1939 ter ziele, maar haar rol werd later overgenomen door De Tempeleers. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het vieren van carnaval verboden. Gemaskerd rondlopen bleef zelfs tot 1949 verboden, waarna het geleidelijk in onbruik raakte.'De sjósseteit Momus' op tempeleers.nl (gearchiveerde link).

Tempeleers en Kachelpiepers

Op 16 november 1945 werd de carnavalsvereniging De Tempeleers opgericht om het Maastrichtse carnaval nieuw leven in te blazen. De Tempeleers waren in feite voortgekomen uit het "comité van vijf", dat al voor de oorlog de carnavalsoptochten organiseerde. De naam van de vereniging was geïnspireerd op de tempeliers, een middeleeuwse geestelijke ridderorde, waarvan de leden bekendstonden als stevige drinkers. Initiatiefnemer en drijvende kracht achter de vereniging was Frans Thewissen. De Tempeleers hebben een bepalende invloed gehad op de ontwikkeling van het Maastrichtse carnaval tot wat het nu is. Naast het aanwijzen van de Stadsprins en het organiseren van de carnavalsoptocht, houdt de vereniging zich, net als haar voorganger, bezig met sjariteit (liefdadigheid).

thumb|left|130px|Kachelpieper Theo van Dijk (1953) Een belangrijk onderdeel van de vereniging is het in 1951 opgerichte Garderizzjemint de Kachelpiepers, een op een militair garderegiment geënt muziekkorps, dat in kilt en Schotse ruit gehuld de Stadsprins begeleidt en ook buiten het carnavalsseizoen talloze evenementen opluistert.

Recente ontwikkelingen Sinds de jaren 1970 is het aantal zate hermeniekes (zie hieronder) sterk gestegen, waardoor het straatcarnaval een enorme impuls heeft gekregen. Eind jaren 1990 kwamen daar de sambabands bij, een nieuw element in het Maastrichtse carnaval. In de jaren '70 en '80 konden de hieringbieteconcerten van het Maastrichts Salon Orkest op Aswoensdag zich in een grote populariteit verheugen. Het orkest, onder leiding van André Rieu, ontwikkelde zich later tot het professionele Johann Strauß Orchestra. Het wereldwijde succes van dit orkest betekende het (tijdelijke) einde van de hieringbieteconcerten in Maastricht. Vanaf 2025 wordt het evenement nieuw leven ingeblazen door enkele leden van Rieu's orkest.

Sinds 2001(?) organiseert de Sjeng Kraft Kompenei, genoemd naar de volkszanger Sjeng Kraft, de "Elfde van de elfde". In enkele jaren groeide het evenement uit tot een ware happening, dat vanuit heel Limburg tienduizenden carnavalsvierders, vooral jongeren, naar Maastricht lokt. Omdat het Vrijthof het grote aantal bezoekers niet meer aankon, verhuisde het evenement in 2020 naar Roermond.

In december 2010 ontstond grote ophef toen burgemeester Onno Hoes verordonneerde dat voortaan tijdens het carnaval bier in plastic glazen getapt moest worden, omdat de vele gebroken glazen tot onveilige situaties geleid zouden hebben. In de media ontstond een storm van protest en carnavalsvereniging De Tempeleers tekende protest aan. Nadat bijna alle gemeenteraadsfracties zich tegen het verbod van bierglazen hadden uitgesproken, schortte de burgemeester het verbod op.Zie het artikel 'Maastricht drinkt carnavalsbier toch uit glas' in: Algemeen Dagblad, 21-01-2011. In 2024 kwam het verbod er toch en werden de bierglazen ingeruild voor (zachte) plastic bekers en vanaf 2025 voor (harde) kunststof "glazen".

Door de voortschrijdende diversificatie van de Maastrichtse bevolkingssamenstelling - met name door het toenemend aantal niet-Limburgse studenten - is het Maastrichtse carnaval de laatste jaren onderhevig aan sterke veranderingen. Om studenten meer bij het carnaval te betrekken introduceerden De Tempeleers een eigen carnavalssymbool voor de studenten, Vrouw Wielemösj (onvertaalbaar), net als het Mooswief een pop van een vrouw, wellicht een hospita voorstellend. Het bezit van Vrouw Wielemösj moet elk jaar door de vijf Maastrichtse studentenverenigingen worden bevochten door haar te trachten te schaken.'Studente' op tempeleers.nl (gearchiveerde link).

Verloop van het Maastrichtse carnaval Voorbereidingen Het evenement "Elfde van de elfde" vindt jaarlijks plaats op 11 november, een datum die vanwege het tweemaal voorkomen van het gekkengetal 11 geldt als het begin van het carnavalsseizoen. Voordat het evenement in 2020 naar Roermond verhuisde, verzamelden zich op het Vrijthof duizenden carnavalsvierders voor het podium waar populaire artiesten als Beppie Kraft, Gé Deenen, Kartoesj, W-Dreej, De Toddezèk en Neet oét Lottum optraden. Vanaf 2020 is er op die dag in Maastricht niet meer veel te doen. Elders in Limburg beginnen vanaf die datum, met een korte onderbreking rond Kerst en Nieuwjaar, de awwieverbals ("oudewijvenbals"). In Maastricht heeft die traditie nauwelijks post gevat.

Hoewel in de verschillende wijken en stadsdelen van Maastricht diverse carnavalsverenigingen actief zijn, allemaal met een eigen Raad van Elf en een Prins Carnaval, is er desalniettemin in Maastricht maar één Stadsprins en dat is de prins die door CV De Tempeleers wordt aangewezen. Kandidaten worden door de Kanselarijraad van De Tempeleers beoordeeld. Vier weken vóór carnaval wordt de naam van de nieuwe Stadsprins bekendgemaakt, altijd aangeduid als Zienen Hoegen Hoeglöstegheid ("Zijne Hoge Hooglustigheid").'Prinsekäös' op tempeleers.nl (gearchiveerde link).

Het eigenlijke carnaval

Zaterdag Zaterdag voor carnaval wordt in de vroege middag de Stadsprins opgehaald op Station Maastricht. Aansluitend trekt een optocht met muziek- en carnavalsverenigingen naar de Markt. Tijdens een carnavaleske ceremonie in het Stadhuis van Maastricht vindt vervolgens de sleuteloverdracht plaats van de burgemeester aan de prins. Deze zitting is alleen op uitnodiging toegankelijk. De spreekstalmeester van De Tempeleers, de otoriteitetoeker ("autoriteitenplager"), neemt tijdens de zitting, waarbij traditioneel ook enkele Haagse politici aanwezig zijn, de plaatselijke (en landelijke) politiek op de hak.

Zondag Zondag is eigenlijk pas de eerste dag van het driedaagse Maastrichtse carnaval, hoewel tegenwoordig ook al op vrijdag en zaterdag carnaval gevierd wordt. Op zondagochtend vindt op het Vrijthof het inschieten van het carnaval plaats. In aanwezigheid van de Stadsprins en de Raad van Elf worden om 11.11 uur enkele kanonschoten gelost met het Momus-kanon, een klein kanon dat waarschijnlijk in de 19e eeuw is geschonken door een garnizoensofficier die lid was van de Momus-sociëteit. Daarna wordt een pop van het Mooswief (een ouderwets geklede marktvrouw, symbool van het Maastrichtse carnaval) aan een paal omhooggetakeld. Deze pop blijft tot dinsdagavond het middelpunt van het Maastrichtse carnaval.'Het Momus-kenon' op tempeleers.nl (gearchiveerde link).

Op zondagmiddag vindt de Groete Optoch ("grote optocht") plaats, vanaf Wyck, over de Sint Servaasbrug, naar de binnenstad van Maastricht. De optocht is een kleurrijke parade waarin diverse verenigingen en vriendenclubs hun beste beentje voor zetten om een origineel onderwerp uit te beelden. Tussen de geregistreerde carnavalswagens en -groepen bewegen zich kleinere groepjes en individuen, die het geheel tot een bónte störm ("bonte storm") maken. Aansluitend begint het straatcarnaval.

Maandag Carnavalsmaandag begint met de Stumpkeszitting van de Sjeng Kraft Kompenei in café Au Mouton Blanc, een soort comedycafé op Maastrichtse wijze. 's Middags gaat de familieoptocht van start, waarin veel ruimte is voor kinderen. Op het Vrijthof vindt een poetezitting plaats (open podium voor kinderen) en wordt een rijaloet (een soort reidans) gevormd. Elders in de stad gaat het straatcarnaval verder tot ver na middernacht.

Dinsdag Dinsdag is de eigenlijke vastenavond, hoewel de meest fervente carnavalsvierders tegen die tijd aan het eind van hun krachten zijn. Op carnavalsdinsdag vindt 's middags op het Vrijthof het Zate Hermeniekesconcours plaats. De deelnemende zate hermeniekes trekken door het centrum van Maastricht en spelen tot vermaak van het publiek voor een jury op het Vrijthof. Daarbij worden onder andere prijzen uitgereikt voor hard en vals spelen.

Om middernacht wordt het Mooswief na een korte ceremonie omlaaggetakeld, waarmee een einde komt aan het carnaval.

Na het carnaval De woensdag na carnaval is het Aswoensdag en begint officieel de vastentijd. In veel cafés wordt bij een glas bier een haring of roggebrood met hoofdkaas (huidvleis) aangeboden, het zogenaamde hieringe biete ("haringen happen").

Liefhebbers van carnaval kunnen zelfs na Aswoensdag nog verder: in sommige Limburgse plaatsen worden op donderdag na carnaval zogenaamde kasteleinsbals gevierd. In sommige plaatsen in de Belgische grensstreek (Maaseik, Malmedy) wordt carnaval met Halfvasten nog eens dunnetjes overgedaan. In Maastricht bestaat die traditie niet.

Kleding