De vicus van Elewijt was een Gallo-Romeinse nederzetting ten noorden van het huidige Elewijt. Er bestond al een nederzetting vóór de komst van de Romeinen, maar die kwam vooral tot bloei in de periode 50 – 200 na Chr., toen ze uitgroeide tot een middelgrote vicus langs de Romeinse hoofdweg Bavay–Edingen–Asse–Rumst–Rijsbergen. Omstreeks 300 na Chr. werd het dorp verwoest door Germaanse stammen.

Pre-Romeinse periode Er bestond al eeuwen voor de komst van de zuiderlingen een kleine woonkern. Dit kwam aan het licht bij opgravingen in 2013 in de buurt van de basisschool, een kilometer ten zuiden van het vicuscentrum. Er werd onder andere een pot gevonden (tussen 3.000 en 800 v. Chr.) en sporen van een houten boerderijtje met schuur (tussen 750 en 500 v. Chr.). Een andere bronstijdvondst is een zogenaamde nierdolk (tussen 1500 en 800 v. Chr.), die in 2006 op een akker in de Sint-Hubertusweg gevonden werd.De Zemstenaar. Schattenzoeker vindt dolk uit bronstijd. "De bodem zit volg geheimen" Er was dus zeker permanente menselijke aanwezigheid 1.000 jaar voor de Romeinen, maar dit was meer in de zin van een kleine nederzetting dan van een echt dorp. Belangrijk is ook de vondst van een Keltische munt uit de late La Tène-periode met daarop op één zijde een hoofd met diadeem en op de andere zijde een everzwijn. Deze munt was van de Leucistam en is waarschijnlijk gemaakt rond 55 v. Chr. in het hedendaagse Boviolles. Dit toont aan dat de menselijke aanwezigheid rond Elewijt doorliep tot aan het begin van de Romeinse periode. , Les monnaies celtiques et romaines d'Elewijt academia.edu

Ligging Het huidige Elewijt was gelegen in de provincie Gallia Belgica (later Belgica Secunda), niet ver van de grens met Germania Inferior (later Germania Secunda). Ten westen van Elewijt stromen de Barebeek en de Oude Zenne. Fysisch gezien bevond de vicus zich op een lage heuvelrug genaamd de Zwijnbeer, op de overgang van de zandige Kempen naar de vruchtbaardere riviervlakte.

Elewijt lag in de buurt van twee Romeinse wegen. De belangrijkste weg was de heirbaan Boulogne-Asse-Tongeren, die deze omgeving doorkruiste van Vilvoorde naar Steenokkerzeel. Op de oostelijke oever van de Zenne begon een deverticulum naar Elewijt, Rumst, Kontich, Mortsel en Rijsbergen.

Het centrum van de vicus valt tegenwoordig samen met de buurt waar de Tervuursesteenweg, Waversebaan en Diependaalstraat samenkomen.Schaarbeek.be. Geschiedenis van de gemeente De onderzoeken van Jozef Mertens (1947-1953) besloegen een deel van het centrum van de vicus (onderzoeksgebied is "zone A" op dorpskaartje). De totale grootte van de vicus is geschat op zo'n 27 hectare, waarmee ze naar Vlaamse normen een middelgrote woonkern vormde.

Vandaag is er in het voorschreven deel van Elewijt amper enig spoor van de vicus te vinden. Het oude woongebied is doorheen de loop der jaren nagenoeg volledig bebouwd. Van het dorp blijven nog alleen funderingen en losse voorwerpen over.

Voltrokken onderzoeken thumb|right|350px|Archeologische onderzoeken te Elewijt. A: Onderzoeken centrum (1947-1953); B: Onderzoeken Waversebaan (noord, 2002), en onderzoek Tervuursesteenweg (zuid, 2013); C: Onderzoek Molenveld (2012-2013); D: Onderzoek Sportpark (2023). De begraafplaats van de vicus bevindt zich in zone D. Er is nog niet zoveel over het dorp geweten omdat een groot deel ervan zoals vermeld onder vele tientallen huizen ligt en ook omdat er gewoonweg maar in een relatief klein gebied effectief onderzoek is gebeurd. Al in de 17e en 18e eeuw werd er gewag gemaakt van te Elewijt gedane Gallo-Romeinse vondsten. De eerste relatief systematische onderzoeken gebeurden door Camille Van Dessel in de jaren 1870.

20e-eeuwse onderzoeken In de buurt van de samenkomst van de Tervuursesteenweg en de Waversebaan werden de meeste sporen gevonden van de Elewijtse vicus. Dit terrein werd grondig onderzocht door Joseph Mertens, gedurende meer dan 6 jaar (1947-1953). Dit archeologisch doorzochte areaal is een gedeelte van het centrum van de vicus, maar zeker niet het volledige centrum en al helemaal niet de volledige vicus. Dit onderzoeksgebied komt overeen met "zone A" op het dorpskaartje., 2005

Andere belangrijke ontdekkingen in de 20e eeuw werden gedaan bij rioleringswerken onder het noordelijke deel van de Waversebaan, in de periode 1989-1990. Hierbij kwamen onder meer bewijzen voor de tweede inval in beeld.

21e-eeuwse onderzoeken Doordat er een verkaveling gebouwd zou worden in de Hofstraat, vlak bij het vicuscentrum, moest deze straat heraangelegd worden. Onder het wegdek en in een klein gebiedje erbij ("zone B, noord" op het dorpskaartje) werden in 2002 dan ook heel wat onderzoeken uitgevoerd. Naast paalkuilen, werden er ook bronzen munten en sluitspelden gevonden, waaronder één met email.

In 2008 werd er een onderzoek gedaan op een terrein van 2300m² aan de oostzijde van de Broekstraat, tegenover de voormalige Camping Baarbeek. Dit onderzocht gebied ligt bijna één km ten noorden van het vicuscentrum. Het handvol vondsten hier waren vooral nog net pre-Romeins of vroeg-Romeins, waarvan de opvallendste enkele terra-sigillata scherven, een kobaltblauwe glazen armband (200 v. Chr.-200 n. Chr.), een stuk bronzen fibula, enkele paalkuilen en een mogelijke kleine waterput zijn. Na de onderzoeken werden er enkele sociale woonhuizen op het terrein gebouwd.Vlaams-Brabant. Kamperen op de vicus: Archeologisch onderzoek op een voormalige camping te Elewijt-Broekstraat.

In 2012 werd er ook zo'n km ten zuidoosten van de vicus ("zone C" op het dorpskaartje), een archeologisch onderzoek voltrokken, waarbij de reeds vermelde bewijzen van bewoning in de ijzertijd geconstateerd werden. Het gaat hier om het speelplein van de in het hedendaagse centrum gelegen basisschool, die toen verbouwd werd. Buiten paalkuilen die wijzen op houten gebouwen, werd ook een vrij speciale pot en heel wat andere scherven gevonden. Deze sporen zijn weliswaar allen uit bronstijd en ijzertijd (behalve enkele vuurstenen van nomaden uit het mesolithicum), zonder sporen van Romeinse aanwezigheid.

In 2013 werd de hoofdbaan van Elewijt, de Tervuursesteenweg, grondig vernieuwd. Daarbij werd ook een archeologisch onderzoek voltrokken tussen de Ter Borchtstraat en de Vekestraat, over een afstand van zo'n 750 meter. Ditmaal ging het dus wel voor een deel over het centrum. In totaal werden er maar liefst 9614 ongedefinieerde scherven geteld. Dit onderzoeksgebied komt overeen met "zone B (zuid)" op het dorpskaartje. De meeste vondsten werden in het noorden - bij het centrum - gedaan. Een opvallende vondst is daarom een mogelijk brandrestengraf in het zuiden van dat onderzochte gebied, toch een halve km ten zuiden van het centrum. Ook sporen van een latrine, een openbaar toilet, horen bij de ontdekkingen.Het Nieuwsblad. Werken Tervuursesteenweg zullen veel later klaar zijn

In 2018 vond er een archeologisch onderzoek plaats bij de aanbouw van een verkaveling tussen de Kastanjestraat en de Hofstraat. Er werd onder meer een 32 m lang tracé van de heirbaan naar Baudecet opgegraven, net als resten van woningen en metaalnijverheid. Ook bronzen schalen en kommen werden opgegraven.Ring TV, 'Resten Romeinse Heirbaan blootgelegd in Elewijt', 4 april 2018. Geraadpleegd op 6 februari 2022.

Functie Als vicus was het zowel een religieus als bestuurlijk centrum voor de directe omgeving.

Economisch thumb|right|250px|Romeins aardewerk opgegraven te Elewijt (museum Heemkring de Semse)

De meeste vici, waaronder Elewijt, waren belangrijke ambachtelijke productiecentra. Er zijn dan ook in het dorp enkele resten pottenbakkersovens gevonden. Ook was er te Elewijt een lokale metaalnijverheid. De meeste zaken die in de vici geproduceerd werden, waren gericht op de inwoners (vooral landbouwers) van de omgeving van de vicus zelf of op de nabijgelegen vici.Onderzoeksbalans onroerend erfgoed. de vici De vici lagen immers in een landschap met grote (villae) en kleine landbouwbedrijven, die een goede afzetmarkt waren voor in de vicus geproduceerde zaken zoals potten en metalen voorwerpen. Ook het Romeinse leger maakte deel uit van de afzetmarkt van landbouwproducten en gebruiksproducten van de vici. & , red., 2013, pg. 89. Aan de rand van de vicus zelf waren in de beginperiode wel enkele kleine houten boerderijtjes, maar de vicus moest zijn voedsel toch vooral importeren van diezelfde grote boerderijen in de nabije omgeving. Wanneer de vicus verder groeide, verdween overigens meestal de aanwezigheid van kleine boerderijtjes binnen de nederzetting. Verschillende auteurs zijn ervan overtuigd dat de inwoners van de vici vaak als seizoensarbeiders aan de slag gingen bij in de streek gelegen villae.

Tevens was Elewijt waarschijnlijk ook een pleisterplaats (mansio), namelijk een plek waar men de nacht doorbracht wanneer men op doorreis was. Archeoloog Camille Van Dessel besloot dit, naast de ligging, ook uit de vondsten van metalen paardentoebehoren, wielonderdelen, hamers, messen en sikkels.

Religieus Cultus thumb|right|250px|De kop van een stenen paardenbeeldje (ca. 50-190), in verband met de cultus van Epona, dat in 1933 in het vicuscentrum ontdekt werd (museum Heemkring de Semse)

In Elewijt zijn vele bewijzen gevonden die wijzen op de aanwezigheid van een cultusplaats. Deze zijn bijna allen te situeren op de plaats De Steentjes, gelegen in het centrum tussen de Waversebaan en de Tervuursesteenweg, bijna ter hoogte van de Ter Borchtstraat. Het feit dat er een heiligdom te Elewijt stond, wordt onder andere bekrachtigd door de vondst van een wierookvat, een thymiaterion, dat gebruikt werd in religieuze rituelen. Ook heel wat vondsten verwijzen naar een religieuze aanbiddingsplaats. Dit gaat over verscheidene gevonden kuilen met rituele inhoud. Toevallige vondsten uit 1933 pal in het centrum van de vicus (bij De Steentjes) lijken ook te wijzen op een cultusgebouw. Dit zijn onder andere de realistisch uitgevoerde, meer dan levensgrote, grote teen van een bronzen beeld, de kop van een stenen paardenbeeldje en een zware getorste zuil in wit marmer. Al deze vondsten zijn te dateren tussen het jaar 50 en de invallen rond 190. In 2002 werden er opnieuw enkele religieuze vaasjes ontdekt, ditmaal onder het wegdek van de Hofstraat.

Van de verschillende kleine beeldjes of stukken ervan die gevonden zijn, zijn er maar liefst 15 kleine paardenbeeldjes gevonden, soms ook met teugels of een ruiter. Slechts een klein deel hiervan was grotendeels intact, bij velen gaat het slechts om de kop, een heup, de romp, et cetera. Gelijkaardige paardenbeeldjes werden ook gevonden in het nabijgelegen Asse. Een andere vondst met verwijzing naar paarden is een groep van een man tussen twee paarden. Deze beeldjes zijn naar alle waarschijnlijkheid ex voto's die in verband kunnen gebracht worden met de cultus van de vruchtbaarheidsgodin Epona. Epona werd, voornamelijk in Gallia Belgica, aanbeden als de beschermster van ruiter en paard en als begeleidster van de ziel naar de onderwereld.

De paardenbeeldjes waren duidelijk overheersend op het vlak van de te Elewijt gevonden beeldjes, er werden slechts weinig beeldjes gevonden met een ander thema. De andere gekende vondsten zijn het kopfragment van een zittende hond, een venusbeeldje, een stuk van het beeldje van een naakte man (enkel een dikke buik met kleine afhangende penis) en het rugstuk van een staande Mercurius, de god van de reizigers en handelaars. Deze archeologica zijn allen gevonden in kuilen en kunnen enkel gedateerd worden als komend uit de periode 50-190. Slechts het pootfragment van één beeldje, het enige wat bij systematische opgravingen ontdekt werd (door Mertens in 1951), kan preciezer gedateerd worden. Dit valt te plaatsen tussen 150 en 190. Rond het midden van de derde eeuw werd er een groots en duur gebouw in het dorp geplaatst, wat mogelijks een cultusgebouw was ter vervanging van het bij de invallen van 190 vernietigde, hypothetische cultusgebouw.

Begraafplaats