miniatuur|Suzuki RS 67 De Suzuki 125cc-racers vormen een serie wegrace-motorfietsen die door het merk Suzuki werden ingezet in de jaren vijftig en zestig.

Colleda 1953: Colleda Diamond Free In 1953 begon het merk Suzuki (dat toen nog "SJK" heette) met de deelname aan races. In dat jaar werd voor het eerst de heuvelklimwedstrijd op de Mount Asama vulkaan georganiseerd, gesponsord door de krant Mainichi. Van een echte race was toen nog geen sprake, net zomin als van racemotoren. De deelnemers moesten met standaard motorfietsen deelnemen die ze bovendien in bezit moesten hebben. Ze moesten een rijbewijs hebben mochten geen vergaande modificaties uitvoeren. Toch waren er fabrikanten die hun rijders wel degelijk ondersteunden en dat deed Colleda ook. Er waren 150 aanmeldingen, maar slechts 99 van hen mochten daadwerkelijk starten. Het parcours was niet makkelijk. Over een afstand van 27 km moest een hoogteverschil 1.450 meter overwonnen worden op onverharde wegen met hellingen tot 15°. 78 Rijders haalden de finish, waaronder de heer Yasmashita met zijn Colleda Diamond Free, een fiets met een 2 pk hulpmotortje. Er waren ook geen andere modellen beschikbaar maar Yasmashita wist toch te winnen, waarmee hij het merk een groot plezier deed. De Diamond Free kreeg er veel publiciteit door en de Suzuki Jidosha Kogyo (Suzuki weefgetouw fabriek) kreeg veel bestellingen. Er werden 6.000 Diamond Free fietsen per maand geproduceerd en mede daardoor besloot men zich te gaan concentreren op echte motorfietsen. miniatuur|Colleda CO

1954: Colleda CO In 1954 werd de naam veranderd in Suzuki Motor Company. Yasmashita racete ook in 1954 en 1955 met Suzuki-producten. De heuvelklimwedstrijden op Mount Fuji zouden tot 1956 doorgaan. Yasmashita gebruikte in 1954 een 90 cc Colleda CO met 4 pk zijklepmotor en drie versnellingen. Ook hiermee won hij de wedstrijd, maar bij Suzuki besefte men toen al dan men op het gebied van racemotoren een enorme achterstand op Europese merken had.

1955: Colleda SV In 1955 bracht Suzuki voor het eerste een echte racemotor aan de start. De machine debuteerde weer op de Vulkaan Asama op 5 en 6 november. Er wordt wel gezegd dat hier de Japanse wegracegeschiedenis begon. Vijf coureurs kwamen aan de start met de 125 cc Colleda SV die gebaseerd was op de standaard eencilinder tweetakt Colleda ST. De start was nu verplaatst waardoor de afstand werd ingekort tot 19,2 km, maar er moesten twee ronden gereden worden. Twee coureurs startten tegelijk met een interval-start met 30 seconden tussenruimte. Het succes was nu niet zo groot. Ook Yamaha had nu echte racers en dat team bezette de eerste vijf plaatsen. Suzuki bezette de plaatsen 5 (Yasmashita), 6 (Hideo Suzuki) en 7 (Toshio Kamiya). Mitsuo Itoh werd om onbekende redenen gediskwalificeerd. Toch was men bij Suzuki tevreden met dit resultaat. De Honda's hadden het nog slechter gedaan met een 9e plaats en waren zelfs verslagen door een Lilac.De tweede plaats werd behaald door de latere topcoureur Fumio Ito met een Lilac SYZ

1956 en 1957 In 1956 en 1957 racete Suzuki niet, maar op de Asama Vulkaan werd nu een apart circuit voor races en tests aangelegd. Het was weliswaar nog steeds onverhard, maar het was het eerste officiële circuit in Japan.

1958: Colleda V2X In 1958 begon Suzuki met de voorbereidingen voor het seizoen 1959. Men bouwde een nieuwe 125cc-racer met de interne fabriekscode V2X. Het was nog steeds een luchtgekoelde 125 cc eencilinder tweetakt, maar het was veel minder een terreinmachine dan zijn voorgangers. De V2X had in elk geval al een betere stroomlijn door de toepassing van een lager stuur, maar er waren nog steeds terreinbanden gemonteerd. Opmerkelijk was dat de motor door een boring/slagverhouding van 56 x 51 mm op 125,61 cc kwam en daarmee feitelijk te groot was voor de 125cc-klasse. De machine werd eind 1958 getest op de Asama Vulkaan. Hij was weliswaar snel, maar ook bij Suzuki realiseerde men zich dat het nog geen winnaar was. De machine rondde het circuit in 6 minuten en 38 seconden, terwijl de winnende Yamaha in 1957 had er slechts 6 minuten en 18 seconden over gedaan. Bovendien bleek dat de machine niet betrouwbaar was. Er ontstonden koelproblemen die nog verergerd werden door het testen op grote hoogte. Daardoor gingen ook de krukaslagers stuk.

1959: Colleda RA Op 22 en 23 augustus werd de Asama vulkaanrace gehouden, nu dus op een permanent circuit op de flanken van de vulkaan. Het Suzuki-team kwam echter al in mei voor tests naar de Asama om de nieuwe Colleda RA racer, die in de winter was ontwikkeld, te testen. Het hele team, bestaande uit Mitsuo Itoh, O. Itoh, Michio Ichino, Toshio Matsumoto en elf monteurs verbleef drie maanden in een hotel in Karuizawa, vlak bij de vulkaan, terwijl de tests doorgingen. Er was zelfs een werkplaats naast het hotel gebouwd.De werkplaats in Karuizawa werd later verplaatst naar de fabriek in Hamamatsu waar ze als magazijn voor de raceafdeling diende Tijdens het verblijf in Karuizama kreeg het team te maken met vulkaanuitbarstingen en typhoons en moest men regelmatig naar Hamamatsu reizen vanwege kapotte lagers, gesmolten of gebroken zuigers en zuigerveren. Anderhalve maand vóór de race kwam ook Honda naar de berg en toen waren de Colleda's de snelsten. Honda gebruikte de Honda RC 142, een machine waarmee al ervaring was opgedaan in de Isle of Man TT van dat jaar.

1959: Colleda RA en Colleda RB In 1959 gebruikte Suzuki twee motorblokken op de Mount Asama die allebei gebaseerd waren op de V2X. Het verschil tussen de RA en de RB was draairichting. Bij de RA draaide de krukas achteruit en daarom was een extra overbrenging nodig om de draairichting van de koppeling, versnellingsbak en secundaire aandrijving om te draaien. Na veel testen besloot men te kiezen voor de RB-versie, waarbij de krukas vooruit draaide. In de race in augustus werd die motor gebruikt.

Het resultaat in de echte race was echter bedroevend: Alleen Michio Ichino haalde de finish. De andere vier, Mitsuo Itoh, O. Itoh, Toshikichi Masuda en Toshio Matsumoto, vielen met technische problemen uit. Ichino wist wel de snelste ronde te rijden.

1960: Colleda RT 60 Suzuki kwam in 1960 voor het eerst op internationale circuits uit in het wereldkampioenschap wegrace. Dat gebeurde nog onder de merknaam "Colleda". De komst van de Suzuki's naar het eiland Man voor de Isle of Man TT was minder spectaculair dan die van Honda een jaar eerder. In 1959 kon het Britse publiek nauwelijks geloven dat er in Japan motorfietsen werden gemaakt en Honda scoorde ook goed met een 6e, 7e, 8e en 11e plaats in de 125 cc Ultra-Lightweight TT die toen nog op de relatief korte Clypse Course werd gereden. Geen enkele Japanse coureur had ervaring met het rijden op verharde wegen, een probleem dat ook gold voor de Colleda-coureurs in 1960. Toen was het echter nog moeilijker, want de Ultra-Lightweight TT verhuisde naar de 60 km lange Snaefell Mountain Course, waardoor het verkennen van het circuit een uitdaging werd.

De Colleda RT 60's waren nog heel eenvoudige, tamelijk gedrongen zuigergestuurde tweecilinder tweetaktmotoren, waar weinig van bekend is. Ze waren echter betrouwbaar en konden hoge toerentallen aan, maar bij lage toerentallen was er weinig vermogen beschikbaar. De race verliep teleurstellend. Toshio Matsumoto was de snelste Colleda-coureur en hij werd slechts 15e. Nog belangrijker was de enorme achterstand qua snelheid: winnaar Carlo Ubbiali (MV Agusta) reed bijna 138 km/h gemiddeld, Matsumoto kwam niet verder dan 116 km/h. De snelste Honda-rijder Naomi Taniguchi haalde 129 km/h gemiddeld. In elk geval bleken de Colleda's wel betrouwbaar: ze haalden alle drie de finish. Het belangrijkste resultaat voor Suzuki (maar dat wist toen nog niemand) was de eerste kennismaking met de Oost-Duitse coureur Ernst Degner, die later bij Suzuki in dienst zou treden en belangrijke kennis over snelle tweetaktmotoren van MZ meebracht. Suzuki keerde in elk geval na de Isle of Man TT van 1960 terug naar Japan om de Colleda's verder te ontwikkelen.

Technische gegevens Colleda-modellen ColledaDiamond FreeCOSVV2XRARBRT 60Periode195319541955195819591960CategorietoermotorfabrieksracerprototypefabrieksracerMotortypezuigergestuurde

tweetaktzijklepzuigergestuurde

tweetaktBouwwijzestaande eencilinderstaande tweecilinderKleppen per cilinderN.V.T.2N.V.T.NokkenasaandrijvingN.V.T.tandwielenN.V.T.KoelingluchtBoringOnbekend52 mm56 mm44 mmSlagOnbekend58 mm51 mm41 mmCilinderinhoud58 cc90 cc123,2 cc125,61 mm124,7 ccCompressieverhoudingOnbekend9,5:110:18,8:1Max. Vermogen2 pk (1,5 kW)

bij 4.000 tpm4 pk (2,9 kW)10 pk (7,4 kW)

bij 9.000 tpm13 pk (9,6 kW)

bij 11.000 tpmPrimaire aandrijvingtandwielenKoppelingOnbekendmeervoudige

natte platenkoppelingmeervoudige

droge platenkoppelingVersnellingen2346Secundaire aandrijvingkettingRijwielgedeelteenkel wiegframedubbel wiegframeRemmentrommelremmenDroog gewicht in kgOnbekend80

Suzuki 1961: Suzuki RT 61 In 1961 liet Suzuki de naam "Colleda" vallen. Men nam opnieuw deel aan de Isle of Man TT, maar nu met nieuwe tweecilinders met roterende inlaten, zowel in de 125cc-klasse met de RT 61 als in de 250cc-klasse met de RV 61. De RT 61 had nog dezelfde boring/slagverhouding als de Colleda RT 60, maar leverde nu al 15 pk bij 10.000 tpm, goed voor een topsnelheid van 150 km/h. De TT van Man werd echter een aanfluiting: zowel Michio Ichino, Sadao Masuda als Mitsuo Itoh vielen uit. En dat terwijl Honda juist de eerste vijf plaatsen bezette. Toch nam men ook nog deel aan de TT van Assen, maar hier kwamen de Suzuki's niet verder dan de plaatsen 14, 16 en 17. Daarna trok Suzuki haar team weer terug uit het wereldkampioenschap wegrace. Op het eiland man had Ernst Degner al in het geheim met Jimmy Matsumiya van Suzuki onderhandeld. Suzuki was op zoek naar kennis om haar motorfietsen te verbeteren. Eind 1961, tijdens de Grand Prix van Zweden, vluchtte Ernst Degner uit het rennerskwartier. Degner wilde graag met zijn gezin de DDR verlaten en was op zoek naar geld om dit voor elkaar te krijgen. Vlak voor de voorlaatste Grand Prix in Zweden was het Paul Petry, een goede vriend van Degner, gelukt om Degners vrouw en zijn kinderen naar het westen te laten vluchten. In de race viel Degner uit in de 125cc-klasse door motorproblemen en verliet nog tijdens het evenement het rennerskwartier en Zweden richting Denemarken.

1962: Suzuki RT 62 en RT 62D In de winter van 1961-1962 werkte Degner had samen met de Japanse ingenieurs om de machines te verbeteren, maar het werden (zoals Degner bij MZ gewend was) eencilinders. Er werden twee versies van de 125cc-racer gemaakt: De RT 62 en de RT 62D(egner). Die laatste machine was exclusief voor Degner bedoeld en had een afwijkend uitlaatsysteem, voorzien van de door Walter Kaaden bij MZ doorontwikkelde expansie-uitlaat. Beide machines leverden nu 20 pk, een vermogenswinst van liefst 33% ten opzichte van de RT 61.

De resultaten waren echter nog steeds niet overtuigend. De Honda RC 145 bracht het tot 25 pk en in de Isle of Man TT haalde Degner slechts een 8e plaats. In de Franse GP werd hij echter 5e en in Assen zelfs 4e. Hugh Anderson, die al in 1961 zonder succes met de 250 cc Suzuki RV 61 had gereden, viel in drie GP's uit, maar won (in afwezigheid van Honda) de GP van Argentinië. Mitsuo Itoh werd daar 4e. Frank Perris reed een 125 cc Suzuki naar de 5e plaats in de GP van Finland. De gelijkenis met de MZ RE 125 bleef niet beperkt tot de motor, want ook de gebreken van de MZ kwamen in de Suzuki terug: koelproblemen, een lastig big-end lager en te zwaar belaste contactpunten.

Dat resulteerde in de 7e plaats voor Anderson in de einduitslag van het wereldkampioenschap. Degner werd 11e, Itoh 13e en Perris 19e.

Heel erg treurig kan Suzuki ook niet geweest zijn, want in het voor het eerst georganiseerde 50 cc kampioenschap werd Degner meteen wereldkampioen.

1963: Suzuki RT 63 en RT 64