De Suzuki 50cc-racers vormen een serie wegrace-motorfietsen die door het merk Suzuki werden ingezet in de jaren zestig.

miniatuur|Suzuki RM 62

Voorgeschiedenis Suzuki was zich al in de jaren vijftig bezig gaan houden met wedstrijden met motorfietsen. Aanvankelijk ging het hierbij om heuvelklim- en circuitwedstrijden op onverharde wegen op de flanken van de Asama vulkaan. Toen racete men nog onder de naam "Colleda". In 1960 was men voor het eerst naar Europa gereisd om met de 125 cc Colleda RT 60 deel te nemen aan de Isle of Man TT. De Colleda's bleken wel betrouwbaar, maar ook veel te traag. In 1961 had men de naam Colleda laten vallen en met de 125 cc Suzuki RT 61 en de 250 cc Suzuki RV 61 nam het merk opnieuw deel aan de Isle of Man TT maar ook aan de TT van Assen. Hoewel men intussen de techniek van de roterende inlaten onder de knie had, werd het weer een grote teleurstelling. Aan het einde van het seizoen hielp Suzuki de Oost-Duitse coureur Ernst Degner met zijn gezin naar het Westen te vluchten. Behalve een goed coureur was hij ook technicus en rechterhand van ingenieur Walter Kaaden, die bij MZ de tweetaktmotor had doorontwikkeld en de techniek van de expansie-uitlaat verfijnd had. Die techniek nam Degner mee naar Suzuki, en in de winter van 1961-1962 ging hij met de Japanse technici aan het werk om de Suzuki's sneller te maken. Degner had veel ervaring met eencilinder tweetakten en van de 15 pk-sterke Suzuki RT 61 tweecilinder maakte hij een eencilinder, de Suzuki RT 62, die echter al 22 pk leverde, een vermogenswinst van bijna 50%.

1962: Suzuki RM 62 In 1962 werd de 50cc-klasse voor het eerst toegevoegd aan het wereldkampioenschap wegrace. Daarvoor ontwikkelde men een luchtgekoelde eencilinder tweetakt met roterende inlaat die de naam RM 62 kreeg. De machine had een dubbel wiegframe en zeven versnellingen. Bij 10.500 tpm leverde hij 8 pk, maar tijdens het seizoen steeg het vermogen naar 10 pk bij 12.000 tpm.

Men had hoge verwachtingen van de Kreidler, die immers in 1961 het Europees kampioenschap gewonnen had, maar ook Honda stapte in de 50cc-klasse met haar viertakten, de Honda RC 110 en Honda RC 111 die vergelijkbare vermogens leverden.

Hoewel de voormalige "grootheden" Italië en Groot-Brittannië nogal neerkeken op de nieuwe klasse, kreeg ze van de FIM meteen tien wedstrijden.

Suzuki scoorde nog niet in de eerste twee GP's (Spanje en Frankrijk). In Spanje won Hans Georg Anscheidt (Kreidler) en in Frankrijk won Jan Huberts (eveneens Kreidler).

Bij de 50 cc TT op Man hadden de Kreidler-coureurs het nadeel dat ze het circuit niet kenden, maar Luigi Taveri, Tommy Robb en Ernst Degner kenden het 60 km lange circuit redelijk. Degner verscheen hier voor het eerst met de nieuwe RM 62 en hij won de TT vóór de Honda's van Taveri en Robb.

Kreidler had een dilemma. Als vanzelfsprekend was Anscheidt hun eerste rijder, maar Huberts had ook al een overwinning op zak. Anscheidt kreeg in Assen de snelste machine, maar Huberts wist hem uiteindelijk door zijn circuitkennis voor te blijven en werd tweede achter Degner met de Suzuki en het dilemma voor Kreidler werd nog groter. Men moest zich afvragen of Degner gewonnen had als Huberts wél de snelste Kreidler had gekregen.

Degner won ook in België en Duitsland, maar blesseerde zich in de 125cc-race in Ulster zodanig, dat hij de DDRVoor wat betreft de DDR was de blessure van Degner geen probleem, want daar kon hij als vluchteling in geen geval rijden en Monza moest laten schieten. Huberts won met zijn Kreidler in de DDR en Anscheidt won in Monza.

In Finland vielen veel tweetakten terug toen het begon te regenen en hun ontsteking nat werd, waardoor Taveri de enige overwinning voor de Honda-viertakt kon binnenhalen met zijn teamgenoot Tommy Robb op de tweede plaats. Anscheidt werd derde.

Suzuki en Kreidler waren nu gedwongen het wereldkampioenschap te beslissen in Argentinië, waar ze liever niet naartoe waren gereisd. Daardoor gaf de 50cc-klasse nog wat kleur aan deze uitgeklede wedstrijd, want zowel Honda als MV Agusta hadden niet de moeite genomen om naar Zuid-Amerika te reizen. Hans Georg Anscheidt maakte met zijn Kreidler nog kans op de titel. Suzuki verscheen daar al met de voorganger van de RM 63, maar die werd aan Hugh Anderson gegeven. Die was er bijzonder snel mee, maar toen bleek dat Degner niet voorbij Anscheidt kon komen kreeg Anderson de opdracht zich te laten terugzakken en Degner in zijn slipstream mee te nemen. Die opzet slaagde en Anderson won vóór Degner en Anscheidt. Ernst Degner werd daardoor de eerste wereldkampioen in de 50cc-klasse.

1963: Suzuki RM 63 en MR 41 De RM 63 week motorisch niet veel af van de RM 62, maar had een iets grotere carburateur en waarschijnlijk was de vulling door de roterende inlaat ook verbeterd, want de compressieverhouding werd iets lager. De cilinder was omgekeerd, waardoor de uitlaat aan de achterkant kwam te zitten. Dat hield verband met de draairichting van de motor en de loefzijdeDe "loefzijde" is de kant waar de zuiger tijdens de arbeidsslag door de tegendruk van de drijfstang tegen de cilinderwand wordt gedrukt van de zuiger en was een systeem dat MZ al eerder had toegepast. Hierdoor was het ook logisch om de uitlaatpijp langs de bovenkant van de versnellingsbak en de zijkant van het zitje te leiden. De motor leverde nu 11 pk en het frame was verbeterd.

Alle deelnemende fabrikanten hadden in de winter van 1962/1963 hard gewerkt aan hun 50cc-machines, met uitzondering van Honda, dat zich terugtrok uit de 50cc-klasse. Het seizoen werd dus uitgevochten tussen Kreidler en Suzuki. Kreidler had nog slechts één fabrieksrijder, Hans Georg Anscheidt. Waarschijnlijk had men Jan Huberts niet meer gecontracteerd om te voorkomen dat de geschiedenis zich zou herhalen: achteraf had de overwinning van Huberts in Assen Kreidler de wereldtitel van 1962 gekost. Suzuki had als nieuwe kopman Hugh Anderson.

Anscheidt won met zijn Kreidler de eerste race in Spanje, waar José Maria Busquets met zijn Derbi derde werd achter Anderson.

De Duitse GP werd echter een feest voor Suzuki, met Anderson, Isao Morishita en Degner op het podium.

In Frankrijk won Anscheidt opnieuw, Degner werd tweede en Suzuki-rijder Michio Ichino werd derde.

Suzuki bleek zijn stalorders nog niet op orde te hebben: tijdens de 50 cc TT pikte Mitsuo Itō de eerste plaats van teamgenoot Anderson af en in Assen deed Ernst Degner hetzelfde. Daardoor kon Anscheidt met zijn Kreidler de aansluiting houden. Bovendien eindigde Anderson in België slechts op de vierde plaats àchter Anscheidt.

In Finland won Anscheidt, en opnieuw eindigde Anderson achter zijn teamgenoot Itō, wat weer onnodig punten kostte. Anscheidt kwam zelfs op gelijke hoogte (33 punten) met Anderson. Anscheidt ging echter niet naar Argentinië en Japan.

In Argentinië won Anderson, waardoor hij qua overwinningen op gelijke hoogte kwam met Anscheidt maar 8 punten meer had gescoord. De wereldtitel was daardoor veiliggesteld. Suzuki startte uiteraard ook in Japan, maar daar debuteerde de 1964 Honda RC 113 tweecilinder. Luigi Taveri won de wedstrijd vóór de Suzuki's van Anderson en Shunkishi Masuda.

Hugh Anderson werd aldus wereldkampioen, Degner werd 3e, Morishita 4e, Itō 5e en Ichino 6e.

In de 50cc-klasse waren veel rijders afhankelijk van productieracers. Het grote startveld stond vol met zelfbouwmachines of zelf opgevoerde "bromfietsen" van Kreidler, Tomos, Itom, Ducson en andere merken. Honda had in 1962 met de Honda CR 110 al voorzien in die behoefte, en Suzuki deed dat in 1963 ook. Het ontwikkelde een goedkopere versie van de RM 63, de MR 41, zonder roterende inlaat en met een andere boring/slagverhouding. Waarschijnlijk scoorden de Argentijn Raúl Kissling en de Uruguayaan Gastón Biscia hun WK-punten met een dergelijke machine.

1964: Suzuki RM 64 In 1964 werd de fabrieksracer doorontwikkeld en hij kreeg de naam RM 64. De boring/slagverhouding was gewijzigd. Deze machine leverde 12,5 pk en haalde 162 km/h, 12 km/h sneller dan zijn voorganger.

Honda kwam in 1964 weliswaar terug in de 50cc-klasse, maar het duurde te lang tot de RC 113 tweecilinder goed wilde lopen. Honda reisde niet af naar de openingsrace op de Daytona International Speedway waar Suzuki met Hugh Anderson, Isao Morishita en Mitsuo Itō de eerste drie plaatsen pakte.

Daarna viel Honda-coureur Ralph Bryans in Spanje en Frankrijk uit. In Spanje won Hans Georg Anscheidt (Kreidler) en in Frankrijk won Anderson. In de 50 cc TT op Man werd Bryans tweede achter Anderson, maar daarna won hij drie GP's: Nederland, België en Duitsland. Het was echter te laat; zijn achterstand op Anderson was al te groot geworden. Anderson werd wereldkampioen, Bryans werd tweede en Anscheidt werd derde. Na een zware val in Japan in 1963 was Ernst Degner pas in september 1964 weer fit genoeg om te starten, maar toen was het 50 cc seizoen al afgelopen.

1965: Suzuki RK 65 Honda was al in 1962 gaan racen met 50 cc tweecilinders en 1965 deed Suzuki dat ook. De RK 65 had twee cilinders en kon daardoor een veel hoger toerental draaien. Er was wel waterkoeling toegepast, die werd uitgevoerd als thermosifonsysteem. Dat leverde een vermogen van 14,5 pk op. De powerband werd smaller en daarom kreeg de RK 65 tien versnellingen. Het frame werd ook veranderd: de onderste framebuizen vervielen en daardoor ontstond een open brugframe. De dolfijnkuip was nu zo smal dat er een uitsparing moest worden gemaakt voor de koppeling.

De 50cc-klasse, hoewel nog steeds niet populair in enkele landen, was waarschijnlijk de spannendste van het hele seizoen 1965. Hier waren de Honda RC 115 en de Suzuki RK 65 tegen elkaar opgewassen en na zeven van de acht wedstrijden was het kampioenschap nog onbeslist. Uiteindelijk trok Ralph Bryans (Honda) aan het langste eind en in de laatste race verloor Hugh Anderson (Suzuki) zijn tweede plaats zelfs nog aan Luigi Taveri (Honda).

Honda reisde net als in 1964 niet af naar de GP van de Verenigde Staten. De 50cc-race in Daytona werd daardoor met gemak gewonnen door Suzuki: Ernst Degner won, Hugh Anderson werd tweede en Michio Ichino werd derde.

In Duitsland kwam Honda wel aan de start. Opmerkelijk was dat zowel Suzuki als Kreidler niet echt partij konden geven, maar een jonge Spaanse coureur met een Derbi wel: Ángel Nieto verdrong, nadat zijn teamgenoot Busquets was uitgevallen, Ralph Bryans zelfs even van de koppositie. Uiteindelijk werd hij vijfde, nog vóór Hans Georg Anscheidt met zijn Kreidler. Bryans en Taveri werden met hun Honda's eerste en tweede en pas daarna kwamen de Suzuki's van Hugh Anderson en Mitsuo Itō.

In Spanje deed José Maria Busquets het opnieuw goed met de Derbi: hij werd derde, maar Hugh Anderson won met zijn Suzuki en Ralph Bryans werd met de Honda tweede.

In Frankrijk waren de Honda's niet te kloppen. Bryans won met 12½ seconde voorsprong op Taveri en daarna kwam Degner als derde binnen. Anderson finishte wel, maar werd slechts zesde.

Op het eiland Man verloor het publiek steeds meer interesse voor de 50cc-klasse en dat was goed te merken. Taveri reed zijn Honda op een nat circuit naar de overwinning vóór Anderson en Degner.

Ook in Assen was de overwinning voor Honda, maar dit keer weer voor Bryans. Anderson werd met de Suzuki tweede en Taveri met de Honda derde.

In Spa-Francorchamps was het guur, koud en soms nat. Onder die omstandigheden lag het veld in de 50cc-klasse vrij dicht bij elkaar. Degner leidde met de Suzuki van start tot finish, maar werd eerst bedreigd door Bryans met de Honda en later door Taveri (Honda) en door zijn teamgenoot Anderson. Uiteindelijk werd Anderson tweede en Taveri derde. Op dat moment was het wereldkampioenschap nog steeds spannend, want Anderson en Bryans hadden beiden 32 punten met nog slechts één wedstrijd te gaan. Taveri volgde met 24 punten.