thumb|Een soort gekleurd washipapier. thumb|Decoratieve washiplakband. Washi of washipapier is een soort papier gemaakt van de vezels uit de bast van gampibomen, van de mitsumatastruik of van de papiermoerbei. Daarnaast kan washipapier ook gemaakt worden van bamboe, hennep, rijst of tarwe. Washipapier werd voor het eerst in Japan vervaardigd. De naam washi komt van het Japanse wa (Japans) en shi (papier). Het is een traditioneel product dat met de hand gemaakt wordt.
Washi is steviger dan papier van houtpulp. Het wordt, met name in Japan, gebruikt in de kunst, bijvoorbeeld voor origami, ukiyo-e en Japanse kalligrafie. Het werd traditioneel ook gebruikt om kleding, speelgoed, huisraad en rituele en religieuze objecten mee te maken. Ook shōji (deuren, ramen en scheidingswanden van lichtdoorlatend papier) werden traditioneel met washi gemaakt.
Een recente uitvinding is het washiplakband: strookjes washi met kleefmiddel aan de achterkant. Het is gemakkelijk te verwijderen van de meeste oppervlakken. Washiplakband is sinds het begin van de jaren 2010 een decoratiemiddel.
Evolutie Sinds de mens wist hoe hij zich kon uitdrukken aan de hand van illustraties en geschreven taal is hij op zoek geweest naar geschikte materialen waar hij grafische communicatie op kon vastleggen, zoals ivoor en beenderen, houten planken, dierenhuiden, kleitabletten, metalen platen, schors, zijde, bamboe tabletten, papyrus, steen en palmbladeren. Al deze materialen waren reeds lang voordat papier werd ontwikkeld in gebruik.
De uitvinding van papier De eerste belangrijkste stap in de ontwikkeling van papier was het samenpersen van resterende vlaszijde en soms ook zijden cocons tot dunne vellen. Chinese historische documenten schrijven de ontdekking van papier toe aan de eunuch Cai Lun in het jaar 105 n.Chr. In welke mate deze ambitieuze eunuch het papier werkelijk heeft ontwikkeld is onduidelijk, maar hij was degene die als eerste de ontdekking aan keizer He van Han (regeerperiode 88-105) voorstelde. Dit papier was een samenstelling uit visnetten, vodden, hennep en schors (met name die van de papiermoerbei). Het papier verspreidde zich vanuit China via de zijderoute naar de Arabische wereld (8ste eeuw), om in de 13de eeuw ook in Europa in zwang te raken.
Papier en Japan De vervaardiging van washi gebeurt via traditionele methoden die door de eeuwen heen weinig veranderingen hebben ondergaan. In feite is washi een typisch voorbeeld van de Japanse geest: een buitenlands product ingevoerd in Japan, geassimileerd in zijn cultuur, verder ontwikkeld en verbeterd om zo een product te worden dat uniek is aan Japan.
In 610 n.Chr. stelde de Koreaanse priester Doncho de technieken voor aan het Japanse keizerlijk hof (vermeld in de nihonshiki gecompileerd in 720 n.Chr). Shotoku Taishi moedigde met succes de beoefening van dit ambacht aan. In documenten uit de Nara-periode wordt al gewag gemaakt van meer dan 180 verschillende soorten washi.
Het type papier van Doncho was vermoedelijk een combinatie van papiermoerbei-vezels en vodden van hennep. Hennep vormde in het vroege stadium van de Japanse papierproductie het belangrijkste element, maar werd snel vervangen door kozoKozo verwijst naar een groep heesters die tot de familie van de moerbeiboom behoort. Kenmerkend zijn de lange vezels van 15 tot 20 mm lang., gampiEr bestaan verschillende variëteiten. Typisch zijn de kleverige korte vezels van 4 tot 5 mm lang en ze zijn bestand tegen de vraatzucht van insecten. Deze heesters met eenjarige bladeren zijn verwant met het peperboompje en zijn zeer moeilijk te telen. Vandaar dat dit papier zo kostbaar is. en verscheidene andere vezels, gebruikt in combinatie of op zichzelf. Hoewel hennep wordt vervangen door kozo en gampi, bleven de productiemethoden van Doncho op enkele kleine aanpassingen na in gebruik.
Een verwoestende pokkenepidemie noopte keizerin Shotoku zich te omringen met 116 boeddhistische priesters om het land te zuiveren van demonen die deze plaag teweegbrachten. Niet lang daarna, in 764, werd er ook nog een opstand onderdrukt. De keizerin gaf als blijk van dankbaarheid de opdracht tot het drukken van 1 miljoen dharani (gebedsspreuken). Deze dharani behoren tot de oudste voorbeelden van de blokdrukkunst (het oudste exemplaar is een dharani uit 751 die is gevonden in Gyeongju, dat eertijds de hoofdstad van Silla was). Deze dharani zijn 6,5 cm breed, 30 tot 56 cm lang, en ze werden elk opgeslagen in een individuele pagode. Men kan zich voorstellen dat enkel al de productie van een dergelijke enorme hoeveelheid papier een ongelooflijke prestatie was.
In 807 werd in Kyoto een papiermolen opgericht, de Kanya-in, die aan de noden voor kwaliteit papier van het hof en het bureaucratisch systeem moest tegemoetkomen. Competitie onder de ambachtslui bracht innovatie en verbeterde technieken met zich mee. De methode van de nagashi-zuki – een unieke methode met de papier-oplossing op de zeef, enkel terug te vinden in Japan – zou zich hier hebben ontwikkeld. In zijn hoogtijdagen produceerde de Kanya-in meer dan twintigduizend vellen fijn wit papier per jaar.
Halverwege de Heian-periode begon de centrale regering haar macht op de omringende gebieden te verliezen en de provincies stopten met het sturen van grondstoffen als schatting naar de Kanya-in. De papiermakers van de Kanya-in, die eigenlijk niets meer waren dan slaven, vluchtten naar het platteland. Beroofd van materialen en goede ambachtslui geraakte de eens zo prestigieuze Kanya-in nu snel in verval.
Tegen het einde van de Heian-periode begon de Kanya-in uit wanhoop om te overleven aan wat de Japanners zouden zien als een onzuivere, inferieure manier om papier uit recyclagemateriaal te maken. Dit grijze papier, getint door de inkt van gebruikt papier, kreeg de naam suki-gaeshi of shukushi. Oorspronkelijk was shukushi een veredelde papiersoort. Aristocraten lieten brieven, gedichten en soetra's die waren geschreven door overleden geliefden omvormen tot "nieuw" papier waar zij als daad van piëteit soetra's op neerpenden. Doordat echter de Kanya-in enkel nog shukushi aan de man bracht, verloor shukushi zijn betovering.
Maar de teloorgang van de Kanya-in betekende niet het einde voor washi. De Kanya-in verloor aan prestige, maar de papiermolens in de provincies wonnen daarentegen juist aan prestige.
Tijdens de Kamakura-periode verschoof de politieke macht naar Kamakura waar zich een militair bewind installeerde. Zenboeddhisme werd de kern van het doen en laten van de samoerai. Kunst en literatuur gedijden in de zenkloosters waar ascetisme heerste. Sobere papieren kledij paste perfect bij deze levensstijl.
De Japanse economie kende in het begin van de Muramachi-periode een grote groei. Net zoals andere handwerk- en landbouwproducten, werd papier op grote schaal geproduceerd zowel voor handel als voor lokale consumptie. Er werden gilden opgericht die zich onder de bescherming van een kerkelijke of aristocratische patroon plaatsten. Het gildesysteem wakkerde de groei en ontwikkeling van de papierproductie aan.
Vanaf de Edo-periode was papier na rijst de belangrijkste bron van inkomsten voor het Japanse regime. Er werd zelfs zoveel papier geproduceerd en sommige soorten werden zo goedkoop verkocht dat papier voor alle rangen en standen verkrijgbaar was. Rond 1620 werd een eerste vorm van papieren geld in gebruik genomen.
Het Heilige, het Magische en het Wereldse Zuiver wit papier staat symbool voor zuiverheid, goddelijkheid. Tot op de dag van vandaag wordt zuiver wit papier gebruikt tijdens de Shinto-rituelen. Het vertegenwoordigt de essentie van Shinto. Uiteindelijk vindt alles zijn oorsprong in de oude Shinto-symboliek die ingebakken is in het Japanse bewustzijn. Het doel van Shinto is zuiverheid en properheid. Kakuzo Okakura stelt vast dat de associatie van zuiverheid en properheid met wit archetypisch is omdat een wit oppervlak snel vuil wordt. In een onontwikkelde maatschappij is het uiterst moeilijk om een wit oppervlak te creëren én het te onderhouden in de originele zuivere staat. De Japanse gedachtegang beschouwt wit als zuiver omdat het onmiddellijk elk vuiltje onthult.
Tot op vandaag symboliseert en benadrukt ongekleurde hennep de vrouwelijke deugden; namelijk getrouwheid, kuisheid en gehoorzaamheid. Een oud gezegde luidt: "een vrouw moet zich zoals een wit kleed laten verven in de kleuren die haar echtgenoot kiest".
De shimenawa (koord gerold uit stro) waaraan witte papieren strips hangen, verdelen op symbolische wijze de heilige van de wereldse plaatsen en ze houden de slechte geesten op afstand. Zij beschermen heilige bomen, rotsen, bouwterreinen, schuren… Sumoworstelen is een onderdeel van Shinto. De wedstrijden worden gehouden tijdens festivals. Doel van sumoworstelen is de wil van de goden voorspellen. Het is een smeekbede tot God en zet aan tot gezamenlijk gebed. De sumoworstelaars van vandaag dragen rond hun riem stroken zijde. Deze zijden stroken werden oorspronkelijk gemaakt van ceremonieel papier "danshi" genoemd.
In het notheater worden dezelfde soort strips opgehangen met als doel de voorstelling te wijden en slechte geesten uit te drijven.
De gohei is een staf waaraan opgevouwen stroken papier in zigzagstijl zijn opgehangen en die gebruikt wordt tijdens Shinto-zuiveringsrituelen. Elk huisaltaar was voorzien van een gohei. De in verschillende vormen gesneden en opgevouwen papier vertegenwoordigde de geesten van wind, water en vuur.
Het ceremonieel snijden en vouwen van washi was uitermate complex en had een symbolische betekenis. Shinto heeft geen iconen waarover andere religies wel beschikken. Het populaire origami maakt deel uit van dit ceremonieel vouwen van papier.
Japanners zijn heel vrijgevig. Ze houden zich aan een etiquette wat betreft de presentatie van elk geschenk, hoe klein ook. Een gezegde uit de 12de eeuw vermeldt: "wanneer je iemand een geschenk geeft, wikkel het in zuiver wit papier".
Papieren poppetjes dienden als amulet tegen ziekte en boze geesten. De kata-shiro (papieren knipsels in de vorm van een kimono) werden gebruikt tijdens Shinto-zuiveringsrituelen, gehouden in de vroege lente. De gelovige kocht zuiver wit papier in de schrijn. Thuis schreef hij er zijn naam, geslacht, geboortedatum en eventueel een gedicht op. Hij blies op het papiertje, wreef ermee over zijn lichaam en bracht het terug naar de schrijn. De verzamelde kata-shiro werden toevertrouwd aan een rivier of de zee.
Het Poppenfeest of de Meisjesdag op 3 maart heeft zijn wortels in oude magische rituelen. Mensen laten papieren poppetjes in strooien bootjes de rivier afdrijven. Deze poppetjes symboliseerden al de boze geesten die de intentie hadden kinderen te pijnigen.
Kamiko Er zijn geruchten dat de eerste papieren kledij, kamiko, door boeddhistische priesters gedragen werd als ondergoed. Het is een vaststaand feit dat in de 11de eeuw toen het esoterisch boeddhisme in Japan geïntroduceerd werd, de priesters een zelfgemaakt wit papieren kleed droegen. Ze stelden hiermee de onafhankelijkheid van vrouwelijke hulp duidelijk.
Kamiko is eenvoudig dik papier dat behandeld werd met een soort stijfsel, duivelse tong genoemd, om het sterk en waterresistent te maken. De behandelde vellen kneedde men tot ze soepel werden. De randen werden aan elkaar gelijmd. Uit de lange stroken werden patronen gesneden en tot kleding genaaid. Kamiko werd gedurende eeuwen populaire kleding want het was sterk, behield de warmte en was wind-, vochtigheid- en water bestendig. Het was goedkoop en gemakkelijk zelf thuis te maken.
Kamiko kleding was de kleding bij uitstek gedurende de glorieuze Kamakura en Muromachi-periode. Kamiko stond voor eenvoud, zuiverheid en nederigheid. Tijdens de vroege Edo-periode (1616 – 1868) werd Kamiko door iedereen gedragen.
De kleding van de armen was ruw en roestkleurig door de tannine van de persimmon. Edelen, artiesten, hoge priesters en samoerai droegen zuiver witte kamiko, versierd met zijde en kleurrijk geverfd.