thumb|200px|Mōri Motonari Mōri Motonari (毛利元就, 1497-1571) was een daimyō (大名) uit de Chūgoku-regio van Honshū. Onder zijn bestuur bereikte de Mōri-clan tijdens de Muromachi periode (室町時代, muromachi jidai) haar machtshoogtepunt.
Voorgeschiedenis thumb|Mon van de Mōri-clan. De Mōri-clan beweert direct af te stammen van Ōe Hiromoto (大江広元, 1148-1225).De mon van de Mōri-clan is afkomstig van Ōe Hiromoto. Ōe Hiromoto was adviseur van Minamoto Yoritomo (源 頼朝), de eerste Minamoto-shōgun. Hiromoto was hoofd van het mandokoro in 1191, en zette de shōgun aan tot het benoemen van jitōJitō hielden toezicht op de gronden. en shugoShugo hielden toezicht op de verschillende provincies van Japan.. Na Yoritomo’s dood hielp Hiromoto de Hōjō, via de weduwe van YoritomoHōjō Masako., aan de macht binnen het shogunaat. Na de Jōkyū-oorlog, heeft Hiromoto’s vierde zoon de naam Mōri aangenomen, zo stichtte hij de Mōri-clan. In 1336 werd de provincie Aki het hoofddomein van de clan toen Mōri Tokichika er als jīto aangesteld werd.
Geboorte en jeugd Motonari was de tweede zoon van Mōri Hiromoto, een daimyō in de provincie Aki. Hiromoto was met de plaatselijke Takeda- en Ōuchi-clans in een strijd verwikkeld, tot hij in 1499 besloot om een alliantie met de Ōuchi aan te gaan. Aan het hoofd van de Ōuchi-clan stond Ōuchi Yoshioki (1477-1528, 大内 義興)De man die in 1507 shogun Ashikaga Yoshitane (足利 義稙) terug aan de macht zou helpen.. Yoshioki bleef tot 1518 in de hoofdstad om de shōgun te steunen. Van deze afwezigheid maakte de Amago-clan dankbaar gebruik om zelf meer macht in de provincie Izumo te vergaren.
Hiromoto trad af als hoofd van de familie in 1500 en stierf in 1506. Hij werd opgevolgd door zijn oudste zoon, Okimoto. In 1516 echter, overleed deze en werd Motonari voogd van diens zoon, Komatsumaru (幸松丸).
De machtigste daimyō in de provincie Aki op dat moment, Takeda Motoshige (武田 元繁), maakte van Okimoto’s dood gebruik om een aanval op de Mōri-domeinen te wagen. Met 5000 man viel hij het kasteel van Arita (有田城) aan. De leider van de Takeda-troepen, Kumagai Motonao (熊谷元直), overleefde de eerste gevechten niet. Hierdoor zag Motoshige zich verplicht zelf ten strijde te trekken. Hij werd door een pijl getroffen toen hij de Mataouchigawa-rivier (又打川) probeerde over te steken en bezweek aan zijn verwondingen. Dit gevecht, bekend als de Slag van Arita-Nakaide, was wellicht Motonari’s eerste veldslag. Verder wisten de Amago, de Mōri zover te krijgen hen te vervoegen in hun strijd tegen de Ōuchi.
In 1522 trouwde Motonari met de dochter van Kikkawa KunitsuneDeze dochter staat nu bekend als Myōkyū(妙玖).. Dit huwelijk verzekerde een alliantie tussen de Mōri en de Kikkawa-clan.
Heerschappij over de Mōri-clan Yoshida-Koriyama In 1523 lanceerde de Amago-clan, bondgenoot van de Mōri, een aanval tegen de Ōuchi-domeinen in de provincie Aki. Motonari zelf vocht in de rangen van Amago Tsunehisa’s (尼子 経久) leger. De Amago slaagden er niet in om het kasteel van Kagamiyama (鏡山城) te veroveren, totdat een list van Motonari tot de moord op de kasteelcommandant leidde. Kort daarna viel het kasteel en Motonari’s aanzien nam aanzienlijk toe.
Later dat jaar stierf Komatsumaru en werd Motonari, door de meeste van zijn vazallen, als hoofd van de Mōri-clan benoemd. Niet iedereen ging met deze beslissing akkoord. Onder hen Sōgō Mototsuna (相合元綱), Motonari’s jongere broer. Alle tegenstanders werden uiteindelijk verplicht om zelfmoord te plegen. De verstandhouding tussen de Mōri en de Amago zal over de volgende jaren verslechteren, totdat Motonari besloot om alle banden met de Amago te verbreken en zich opnieuw met de Ōuchi-clan te alliëren.
In 1528 stierf Ōuchi Yoshioki, hoofd van de Ōuchi-clan; hij werd door zijn zoon Yoshitaka Yoshitaka (大内 義隆) opgevolgd. Op hetzelfde moment was Motonari druk bezig met het consolideren van de Mōri-bezittingen in de provincie Aki. Dit deed hij door plaatselijke bondgenoten zoals de Shisido, Kumagai en Amano voor zich te winnen. Pogingen van de Amago om Motonari terug aan hun kant te krijgen mislukten.
In 1540 stuurde Amago Haruhisa (尼子 晴久)Kleinzoon van Amago Tsunehisa. Zijn oorspronkelijke naam was Amago Akihisa, tot Ashikaga Yoshiharu hem een kanji uit zijn naam liet gebruiken. een leger van om en nabij de 20.000 man naar het kasteel van Koriyama in de provincie Aki om Motonari terug onder zijn gezag te brengen. Motonari en zijn troepen waren in de minderheid en Motonari besloot zich in het kasteel te verschansen. Vervolgens riep hij de Ōuchi-clan om hulp. Zelfs na het vernietigen van verschillende van Koriyama’s buitenforten, alsook het bijhorende dorp (Yoshida), slaagde Amago Haruhisa er niet in om Motonari te overtuigen. Haruhisa ging over tot het belegeren van het kasteel van Koriyama zelf. Echter stuurde Ōuchi Yoshitaka zijn generaal Sue Harukata (陶 晴賢) eropuit om Motonari te helpen. Deze kwam begin oktober aan en voegde zijn troepen bij die van Motonari. Na enkele zwaarbevochten veldslagen, trokken de Amago-troepen zich terug. De Slag van Yoshida-Koriyama (吉田郡山城の戦い) bestond uit de oorspronkelijke Amago-campagne tegen Mōri Motonari, alsook enkele kleinere schermutselingen tussen de opposanten. In 1541 moest Amago Haruhisa het onderspit delven. Zijn nederlaag had als gevolg dat de Takeda-clan, die in grote mate op de Amago steunden, geïsoleerd raakten.
1ste Slag bij Gassan-Toda Gedreven door het succes bij Yoshida-Koriyama zullen Motonari en zijn troepen het kasteel van Kanayama (銀山城) bedreigen en zo Takeda Nobusane (武田信実) verplichten naar Izumo te vluchten. Kort hierna gaven de bezetters van het kasteel zich over, dit betekende het einde van de Takeda-macht in Aki. Amago Tsunehisa stierf in 1541. Naar aanleiding van dit overlijden, alsook de nederlaag van de Amago-clan bij de Slag van Yoshida-Koriyama, planden Ōuchi Yoshitaka en Mōri Motonari een nieuwe campagne. Hun hoofddoel was het innemen van het kasteel van Gassan-Toda (月山富田城). thumb|200px|Heuvel waarop het kasteel van Gassan-Toda gesitueerd was. De aanval begon in januari 1542, na drie maanden viel het kasteel van AkanaIinan, Shimane prefectuur. in handen van de Ōuchi. Tegen het einde van het jaar kwamen de Ōuchi en Mōri eindelijk in de buurt van hun doel. Hun troepen waren echter moe en de bevoorrading verliep moeizaam. Deze factoren, alsook numerieke minderheid, zorgden ervoor dat de eerste Slag bij het Kasteel van Gassan-Toda (月山富田城の戦い) mislukte.
Motonari keerde terug naar Koriyama om te herstellen terwijl Ōuchi Yoshitaka, mentaal gebroken door de mislukte campagne, zich in Yamaguchi terugtrok. Yoshitaka liet vanaf dat moment het bestuur van de Ōuchi-domeinen meer en meer aan zijn aanhangers over. Het is de afwezigheid van Yoshitaka dat op de lange termijn gunstig zal zijn voor de Mōri, het gaf hun namelijk de bewegingsruimte om hun eigen macht te vergroten en te consolideren. Tegelijkertijd maakten de Amago van hun overwinning gebruik om hun invloed verder naar het oosten uit de breiden in de provincies Hōki, Mimasaka en Bitchū.
Itsukushima Aanloop Over de volgende paar jaar zal Motonari bondgenoten zoeken bij de Kumagai- en Murakami-clans. Deze laatste bestond uit drie vertakkingen die als een soort binnenlandse-zee piraterij georganiseerd waren. Zij zullen in latere jaren een groot deel van de vloot van de Mōri leveren. In 1550 regelde Motonari dat twee van zijn zonen, Kikkawa Motoharu (吉川 元春) en Kobayakawa Takakage (小早川 隆景), de macht over de Kikkawa- en Kobayakawa-clans, twee machtige Aki-clans konden overnemenDit leverde Motoharu de achternaam 'Kikkawa' op, en Takakage de achternaam 'Kobayakawa'.. Motonari’s oudste zoon en erfgenaam was Mōri Takamoto (毛利 隆元)Deze was ooit gijzelaar van de Ōuchi-clan. Hij is ook de vader van Mōri Terumoto, die strijd heeft geleverd tegen zowel Toyotomi Hideyoshi als Tokugawa Ieyasu..
Ōuchi Yoshitaka zag vanaf 1543 af van het beheer over zijn clan en liet dit over aan zijn aanhangers, waaronder Sue Harukata. De Sue zouden Yoshitaka meermaals gewaarschuwd hebben voor het risico op rebellie door iemand dicht bij het machtscentrum, mocht het clanhoofd zich niet opnieuw toeleggen op de clan-aangelegenheden. Sue zelf kwam in 1550 in opstand en verplichtte hiermee Yoshitaka om zich terug te trekken. Yoshitaka vluchtte uit Yamaguchi, maar toen hij merkte dat niemand onder zijn andere aanhangers van plan was hem te helpen, besloot hij zelfmoord te plegen. Sue Harukata probeerde de machtsgreep te legitimeren door Ōtomo HaruhideGeadopteerde zoon van Yoshitaka, alsook halfbroer van Ōtomo Sōrin. aan het hoofd van de Ōuchi-clan te plaatsen met de naam Ōuchi Yoshinaga. Mōri Motonari’s directe reactie hierop is niet gekend, maar in de jaren die daarop volgden leverde hij dienst aan de nieuwe heer van de Ōuchi. Motonari was tevreden met het uitbreiden van de Mōri aanwezigheid in de provincie Bingo, waar hij onder andere het kasteel van Takiyama veroverde in 1552.
Strijd met de Sue In 1554 verbrak Motonari alle banden met de Sue-clan, waarop deze laatste een leger van om en nabij de 30.000 man op de been bracht. Motonari, alhoewel machtiger dan ooit tevoren, was nauwelijks in staat de helft van deze troepenmacht bijeen te brengen. Desondanks, verliep de strijd aanvankelijk in Motonari’s voordeel. In juni 1554 versloeg hij de Sue-troepen te Oshikihata. Door het gebruik van listen en het omkopen van vijandelijke troepen, wist Motonari de numerieke verschillen tussen hem en de Sue teniet te doen. Sue Harukata zelf ondernam geen acties tegen het kasteel van Koriyama, bastion van de Mōri, wat de nodige ademruimte aan Motonari gaf.
thumb|200px|Het Itsukushima-schrijn bij hoogtij. Vanaf de zomer van 1555 kwamen er nieuwe dreigingen, niet alleen van de getalenteerde generaal Sue Harukata, maar ook uit de eigen rangen waar troepen en aanhangers van de Mōri-clan op het punt stonden te deserteren. Dit bracht Motonari tot het bedenken van een stoutmoedig en onorthodox plan: het innemen van het Miyajima en het Itsukushima-schrijnDit eiland was een plaats waar strijdende partijen wegbleven omwille van religieuze redenen..
Dit eiland lag vlak voor de kust van Aki en was dus ook van belang voor wie toezicht hield op de binnenlandse zee. Het voorstel tot het innemen van het eiland, afkomstig van een van Motonari’s generaals, werd aanvankelijk om religieuze redenen afgewezen. Opdat Miyajima als operatiebasis nuttig zou zijn, moest het kasteel van Sakurao (桜尾城), het dichtstbijzijnde fort op het vasteland, ook ingenomen worden. Indien Sakurao viel, zou de troepenmacht op Miyajima geïsoleerd zijn. Motonari had zelf twijfels en besloot Sue Harukata voor hetzelfde tactisch dilemma te plaatsen. Motonari gaf de opdracht tot het innemen van Miyajima en liet een fort, het kasteel van Miyao(宮尾城), bouwen nabij het Itsukushima-schrijn.
In september viel Harukata in de valstrik. Hij landde met het merendeel van zijn troepen op Miyajima en viel het kasteel an Miyao aan. Eens hij het eiland had veiliggesteld, liet Harukata fortificaties bouwen te To-no-Oka. Aangezien Harukata ieder punt langs de Aki-kust, alsook Bingo kon aanvallen, voelde hij niet de drang om Miyajima te verlaten. Dit gaf Motonari de kans om defensieve stellingen in te nemen.
Overwinning voor Motonari thumb|center|680px|Ukiyo-e, rondstreeks 1855, met als thema de Slag bij Miyajima.