miniatuur|Renzo Pasolini in 1969 Renzo Pasolini (Rimini, 18 juli 1938 - Monza, 20 mei 1973) was een Italiaans motorcoureur in de jaren zestig en -zeventig.
Renzo "Paso" Pasolini werd door velen beschouwd als een roekeloos en wild coureur, maar dat bezorgde hem ook een grote populariteit. Zijn rijstijl veroorzaakte ook vaak technische problemen en zijn trouw aan het merk Aermacchi leverde hem nooit een wereldtitel op. Als hij bochten aansneed leek het vaak of hij van zijn machine zou vallen. Ook zijn houding op de motorfiets was kenmerkend: zowel zijn ellebogen als zijn knieën staken ver naar buiten. Privéleven In zijn jeugd wilde Renzo Pasolini eigenlijk bokser worden en later, toen hij al motorcoureur was, hield hij in de wintermaanden met boksen en motorcross zijn conditie op peil. Zijn vader Massimo was garagehouder en hij verhuisde in 1949 naar Varese om in dienst te treden bij Aermacchi. Renzo werd daar racemonteur. Vader Massimo zelf reed in 1956 een aantal wereldrecords met een 50- en 75 cc Aermacchi's die door Lino Tonti waren ontwikkeld in de windtunnel van de Aermacchi-vliegtuigfabriek. Renzo ging in 1958 motorcrossen. Hoewel hij zijn conditie met veel sporten op peil hield, rookte hij ook en hij hield van feesten. Tijdens zijn dienstplicht in Sardinië ontmoette Renzo zijn vrouw Anna. Samen kregen ze twee kinderen: Sabrina (ca. 1964) en Renzo junior (Renzo Stefano, ca. 1970).
Carrière Na enkele succesvolle jaren in de nationale motorcross, stapte hij over naar wegraces in de (in Italië populaire) 175cc-klasse. In 1962 debuteerde hij in het beginnelingenkampioenschap met een 175 cc Aermacchi en in dat jaar versloeg hij Giacomo Agostini twee keer.
Daarna moest hij vanwege zijn dienstplicht zijn carrière onderbreken. In 1964 racete hij in de nationale 250- en 350 cc seniorenklassen met de Aermacchi Ala d'Oro 250 en de Ala d'Oro 350. Hij werd vierde in de Grand Prix des Nations op Monza, wat hem de punten opleverde om dertiende te worden in het 350 cc wereldkampioenschap.
In 1965 reed hij in de nationale kampioenschappen voor Benelli, maar het was geen overstap. Renzo werd in goed overleg als coureur uitgeleend aan het team van Benelli. Aermacchi had geen "volbloed" fabrieksracers. Men gaf gedeeltelijke steun aan coureurs, maar de Ala d'Oro's waren eencilinder stoterstangenmotoren die het niet konden opnemen tegen echte racemachines. Benelli bouwde viercilinders met dubbele bovenliggende nokkenassen die het moesten opnemen tegen de topmachines van Yamaha, Honda en MV Agusta. In de 250cc-klasse werd Pasolini tweede achter Tarquinio Provini (Benelli), in de 350cc-klasse werd hij derde achter Agostini en Giuseppe Mandolini. In het wereldkampioenschap reed hij met de Aermacchi's, maar hij concentreerde zich op de 350cc-klasse. In de 250cc-klasse startte hij alleen in de Lightweight 250 cc TT, waar hij uitviel, en in de TT van Assen, waar hij achtste werd. Het eiland Man bracht hem nog geen succes, want ook in de Junior TT viel hij uit. Verder startte hij met de 350 cc Aermacchi in Duitsland, Assen, Tsjechoslowakije en Monza en overal scoorde hij punten. Hij werd achtste in het WK
In 1966 waren de resultaten in nationale races wisselend, maar hij won de laatste race om het kampioenschap van Italië met de nieuwe Benelli 500 cc viercilinder. In het 250 cc WK startte hij alleen in Spanje, waar hij derde werd, en in Frankrijk. Hier werd hij achtste. In de 350cc-klasse eindigde hij als derde in het kampioenschap, met als beste resultaat de tweede plaats in Monza. In dit seizoen brak Tarquinio Provini zijn rug tijdens de Isle of Man TT en hij moest zijn carrière beëindigen.
Renzo Pasolini werd in 1967 zijn vervanger bij Benelli. De Benelli 500 4C zou het hoofd moeten bieden aan Mike Hailwood's Honda RC 181 en Giacomo Agostini's MV Agusta 500 3C. In de Mototempora Romagnola, een serie Italiaanse internationale wedstrijden in het voorseizoen, ging dat redelijk. Pasolini won in Modena en werd tweede in Riccione. In het 500 cc wereldkampioenschap lukte echter niets: Paso viel uit in alle wedstrijden waar hij aan de start kwam. In de 350cc-klasse finishte hij twee keer: in Duitsland en in Assen, en beide keren werd hij derde.
In 1968 kreeg de 350 cc Benelli vier kleppen per cilinder. Paso's kansen werden ook groter omdat Honda zich uit het WK had teruggetrokken. De Honda-coureurs, die al gecontracteerd waren, mochten hun machines houden en in wedstrijden buiten het wereldkampioenschap aan de start komen. In de 350 cc "Shell Golden Shell", een internationale race in Italië, deed Hailwood dat ook, maar hij viel uit. Pasolini won deze race. In het 350 cc WK was niemand opgewassen tegen Agostini, maar Pasolini wist toch tweede in het WK te worden. Ook de 500 cc Benelli was vernieuwd, maar in het WK werd hij slechts één keer ingezet, in Monza, waar Pasolini geen kans maakte tegen Agostini met de MV Agusta doordat zijn motor niet goed liep. Hij wist wel tweede te worden. In de 250cc-klasse startte Pasolini twee keer: hij werd tweede in de Lightweight 250 cc TT en derde in de TT van Assen. +Rivaliteit met Giacomo AgostiniAl sinds het begin van de jaren zestig kwamen Renzo Pasolini en Giacomo Agostini elkaar regelmatig op de circuits tegen. Ago beschikte over het algemeen over betere machines, vooral toen hij gecontracteerd werd door MV Agusta. De Italiaanse fans waren in twee kampen verdeeld: Pro "Ago" en pro "Paso". Pasolini was de underdog, de brildragende familievader die het moest doen met weinig geld en slechte motorfietsen, Agostini was de knappe, rijke playboy die altijd het beste materiaal had. Pasolini en Agostini beschouwden deze rivaliteit in interviews voor televisie en tijdschriften vaak met de nodige humor, maar toch ontstond in 1969 het plan een duel tussen beiden te organiseren om vast te stellen wie de beste was. Er werd zelfs een flink geldbedrag voor de winnaar in het vooruitzicht gesteld. Benelli en MV Agusta waren echter niet blij met het idee en uiteindelijk stak de Federazione Motociclistica Italiana er een stokje voor. In 1969 was Pasolini van plan toe te slaan in de 250- en de 350cc-klassen. Yamaha was ook als fabrieksteam gestopt en dat bood vooral mogelijkheden in de 250cc-klasse. Paso viel, ondanks zijn spectaculaire rijstijl, niet vaak, maar in 1969 gebeurde dat wel. Bovendien raakte hij ook steeds geblesseerd, waardoor hij een aantal wedstrijden moest missen. Al in zijn eerste WK-race, de 250cc-race in Jarama (Spanje), raakten zijn machine en die van Santiago Herrero elkaar. Pasolini moest zijn Benelli plat gooien om te voorkomen dat hij de vangrail zou raken. Pasolini lag op dat moment aan de leiding en had ook de snelste ronde gereden. Hij kon de rest van de dag niet meer starten en miste dus ook de 350cc-race. Tijdens de training van de volgende race in Hockenheim brak Pasolini een sleutelbeen. Ondanks een spoedoperatie was hij niet fit voor de Isle of Man TT. Benelli haalde toen Kel Carruthers, die tot dat moment met een 350 cc Aermacchi reed, als vervanger in haar team. Ook Phil Read kreeg voor de gelegenheid een Benelli.
Carruthers moest even wennen aan de Benelli, waardoor Rodney Gould (Yamaha) enkele ronden lang de snelste tijden kon rijden. Carruthers ging daarna sneller, waardoor Gould en Phil Read vochten om de tweede plaats. Ze vielen echter allebei uit: de Yamaha van Rodney Gould viel in de derde ronde stil zonder benzine en Read had problemen met het schakelen en in de vijfde ronde schakelde hij verkeerd, waardoor het toerental opliep tot 17.000 en er een klep in de cilinder viel. Daarmee was ook Read uitgeschakeld. Dat zorgde ervoor dat Frank Perris met zijn Suzuki tweede kon worden en Santiago Herrero met de Ossa derde. Herrero had al een goed seizoen gedraaid en stond nu aan de leiding van het WK, maar de combinatie Carruthers/Benelli ging nog hoge ogen gooien.
In Assen was Pasolini nog steeds niet fit, maar hij reed de tweede trainingstijd in de 250cc-klasse. De 350cc-klasse liet hij de rest van het seizoen schieten. Pasolini won in Assen zijn eerste WK-race. Carruthers bleef bij Benelli, maar hij werd tweede achter Pasolini.
In België viel Pasolini uit met motorproblemen en Carruthers schakelde een paar keer verkeerd waardoor hij werd ingehaald door Santiago Herrero en Rodney Gould. Carruthers werd derde.
De 250cc-race van de DDR werd in de regen verreden, maar was desondanks leuk en spannend. Heinz Rosner (MZ) was hersteld van zijn sleutelbeenbreuk op Man en nam bij de start meteen de leiding. Herrero en Pasolini joegen achter hem aan, terwijl er ook om de vierde plaats gevochten werd door Gould, Carruthers en Kent Andersson. In de derde ronde nam Herrero de leiding en Pasolini was nu tweede. In de laatste ronde leverden Herrero en Pasolini nog een flink gevecht en uiteindelijk won Pasolini met een kleine voorsprong.
In Brno leidde Rodney Gould vier ronden lang en hij lag zelfs 3½ seconde vóór op Renzo Pasolini, maar toen begon de Yamaha steeds slechter te lopen en Pasolini ging voorbij. Kel Carruthers had al moeite genoeg de derde plaats vast te houden, want hij werd aangevallen door Heinz Rosner die 3 seconden tekortkwam.
De 250cc-race in Imatra was erg spannend. Het was schitterend weer (voor het eerst sinds men hier in 1965 naartoe verhuisd was) en Heinz Rosner nam met zijn MZ de leiding voor Herrero (Ossa), Pasolini (Benelli), Gould (Yamaha), Andersson (Yamaha), Carruthers (Benelli) en Bartusch (MZ). In de tweede ronde brak Rosner's krukas. Herrero nam de leiding over tot de 7e ronde toen Pasolini de kop overnam. In de twaalfde ronde ging Andersson voorop toen hij het ronderecord verbeterde. Herrero en Pasolini vielen allebei in de 14e ronde. Pasolini blesseerde zijn schouder en was voor de rest van seizoen uitgeschakeld. Herrero kon nog in de pit zijn stuurhelften laten repareren maar werd daardoor al op een ronde gezet. In de laatste ronde moest Gould ook door krukasproblemen stoppen waardoor de tweede plaats (achter Andersson) naar Bartusch ging, terwijl Börje Jansson (Yamaha) derde werd.
Nu het seizoen voor Pasolini voorbij was, moest Kel Carruthers de eer voor Benelli verdedigen. In de Ulster Grand Prix won hij met overmacht. In Monza kwam Phil Read weer eens aan de start. Hij had vrijwel het hele seizoen niet gereden (met uitzondering van het eenmalige optreden met de Benelli op het eiland Man). Hij hoopte op een Benelli-fabrieksracer voor de race in Monza, maar toen hij die niet kreeg startte hij met een productie-Yamaha. Read won de race vóór Kel Carruthers en die verloor de leiding in het wereldkampioenschap. De strijd om de titel moest in Joegoslavië beslist worden, want Santiago Herrero stond aan de leiding met 83 punten, maar Kel Carruthers en Kent Andersson hadden er allebei 82.