thumb|300px|Logo van Trans Europ Express thumb|300px|TEE-treinstel Baureihe 601 van de Deutsche Bundesbahn.

thumb|300px|Zwitsers TEE-treinstel in Airolo

Trans Europ Express (TEE) is de benaming voor een voormalig netwerk van luxueuze binnenlandse en internationale sneltreinen (dagtreinen) in Europa, een luxere treincategorie dan de D-trein. Met het concept werd in 1957 gestart, naar het idee van Frans den Hollander (toenmalig president-directeur van de Nederlandse Spoorwegen). Voor gebruik van de treinen was een speciale toeslag verschuldigd.

Concept De opzet was een netwerk van snelle, grensoverschrijdende dagtreinen te creëren, dat het hoofd zou moeten bieden aan de opkomende concurrentie van de luchtvaart. Snelheidswinst zou bereikt moeten worden door afhandeling van grenscontroles en douaneformaliteiten in de trein, alsmede door het gebruik van treinstellen, waardoor het kopmaken op kopstations minder tijd kostte en het wisselen van locomotieven aan grensstations niet nodig was. De TEE's hadden uitsluitend eerste-klasrijtuigen. Een aantal treinen had speciale faciliteiten zoals een secretariaat, een kapper en een winkeltje. Deze faciliteiten werden vrij snel afgeschaft.

Er werd gestreefd naar een uniforme kleurstelling in rood en lichtgeel. Er hebben ook rijtuigen gereden in een blauwe en lichtgele kleurstelling. Een aantal landen liet voor de TEE-diensten speciale treinstellen bouwen. Nederland en Zwitserland deden dit gezamenlijk. De kopvorm van deze treinstellen werd in 1954 ontworpen door Elsebeth van Blerkom.

In veel gevallen waren TEE's te beschouwen als voortzetting van bekende internationale treinen, en werd de naam van die trein overgenomen, zoals Edelweiss en Rheingold. De treinnummers waren vaak per land toegekend of in overleg tussen de betrokken landen gelijk getrokken. Op 23 mei 1971 werden de treinnummers Europees vastgesteld, waarbij de nummers onder de honderd werden toebedeeld aan de TEE-treinen. De TEE-treinen hadden daarna over de hele route hetzelfde unieke nummer.

Aanvankelijk werd dieselmaterieel gebruikt, vanwege de verschillende stroomsoorten die op de spoorwegnetten in Europa werden gebruikt en door het ontbreken van geëlektrificeerde internationale baanvakken (in september 1957 was Roosendaal-Antwerpen het eerste geëlektrificeerde grensbaanvak in Europa). Vanaf het begin van de jaren 60 werden op een aantal verbindingen RAe TEE II-meersysteem-treinstellen gebruikt van de Zwitserse federale spoorwegen. Vanaf de jaren 70 werd steeds meer getrokken materieel (rijtuigen plus locomotief) gebruikt, omdat de kleine series dieseltreinstellen duur in het gebruik waren en de locomotieven en rijtuigen voor andere treinen konden worden ingezet. Ook streefde men een snelheidsverhoging na die met dieseltreinstellen niet kon worden gerealiseerd (de maximumsnelheid van het dieselmaterieel lag op circa 140 km/h, terwijl uit concurrentie-oogpunt snelheden tot 200 km/h wenselijk werden geacht). De noodzaak tot wisseling van locomotief aan de grens verdween gedeeltelijk door de ontwikkeling van meersysteemlocomotieven.

De TEE zorgde voor een hogere algemene standaard van de lange-afstandstreinen in Europa. In veel landen (met name de DB in West-Duitsland) ging men over tot het opzetten van andere netten van lange-afstandstreinen waarvan de uitgangspunten waren afgekeken van de succesvolle TEE. Alleen waren die treinen wel van tweede-klasse-accommodatie voorzien wat leidde tot een leegloop van de TEE-treinen. Bovendien reden TEE's maar een of twee keer per dag in een relatie terwijl twee-uurlijks of zelfs uurlijks de standaard werd voor Intercitytreinen. In 1987 werd de TEE meestal vervangen door de EuroCity.

Lijst van TEE-diensten Deze treinen reden op de onderstaande verbindingen. De treinnummers en -route zijn weergegeven volgens de situatie ten tijde van de instelling van de dienst. Het indexnummer is de volgorde van instelling van de dienst. Wijzigingen en details staan in het betreffende artikel.