Marie-Thérèse Coenen (Leuven, 12 februari 1955) is een Belgisch voormalig politica voor Ecolo.

Levensloop Coenen werd in 1979 licentiate in de wijsbegeerte en letteren, richting geschiedenis, aan de UCL en werd er geaggregeerde van het hoger secundair onderwijs. Ze werd vanaf 1979 wetenschappelijk medewerkster en nadien tot 1999 directrice van het CARHOP, het Centrum voor de Vorming en Onderzoek in Arbeiders- en Volksgeschiedenis. Daarnaast was ze van 2003 tot 2012 actief als voorzitter van de Université des femmes, een feministische organisatie gericht op permanente vorming, en doceerde ze sociale geschiedenis aan he Institut Cardijn. Ten slotte werd ze opleidingsadviseur van de FOPES, de Open Faculteit voor Economisch en Sociaal Beleid van de Université Catholique de Louvain.L'histoire du mouvement des femmes pour la paix (1949 - 2009): Une piece manquante, un outil, une methodologie originale pour construire collectivement l'histoire des femmes; Marie-Thérèse Coenen & France Huart; Université des femmes; februari 2011

In 1989 sloot Coenen zich aan bij de partij Ecolo. Van 1999 tot 2003 zetelde Coenen in de Kamer van volksvertegenwoordigers voor de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde waar ze zich voornamelijk bezighield met Sociale Zaken, Verkeer, Infrastructuur en Overheidsbedrijven. Bij de verkiezingen van mei 2003 raakte Coenen niet meer herkozen als Kamerlid. Ook was ze van 2013 tot 2025 OCMW-raadslid van Sint-Joost-ten-Node.

Categorie:Ecolo-politicus Categorie:Belgisch volksvertegenwoordiger