Arctic Monkeys is een Britse indierockband uit Sheffield, Engeland. De band, die in 2002 werd opgericht, bestaat uit zanger-gitarist Alex Turner, gitarist Jamie Cook, bassist Nick O'Malley en drummer Matthew Helders. Tot 2006 was Andy Nicholson bassist van de band.

In 2004 en 2005 kreeg de band bekendheid door het verspreiden van hun demo's via het internet. Dit zorgde voor een mediahype rondom Arctic Monkeys en maakte hun debuutalbum Whatever people say I am, that's what I'm not in 2006 het best verkopende debuut ooit in het Verenigd Koninkrijk. Evenals het album bereikten de singles "I Bet You Look Good on the Dancefloor" en "When the Sun Goes Down" de nummer 1-positie in het land. Een jaar later volgde het tweede album Favourite Worst Nightmare, met leadsingle "Brianstorm". In 2009 verscheen het derde album Humbug, geproduceerd door Josh Homme en James Ford. Sinds 2012 wonen de bandleden in Los Angeles.

De band werd op hun debuutalbum gekenmerkt door hun snelle, agressieve postpunk en Turners teksten die gebaseerd waren op eigen observaties en ervaringen in Sheffield. Met de komst van hun latere albums evolueerde het geluid meer richting psychedelische en alternatieve rock.

Biografie 2002 - 2005: Oprichting en bekendheid via internet Alex Turner en Matt Helders, twee buurjongens uit High Green (een buitenwijk van Sheffield), begonnen in 2001 met het spelen van muziek toen ze beiden een gitaar als kerstcadeau ontvingen. Turner en Helders zaten op Stockbridge High School, maar verlieten deze school toen ze zestien waren. Op Stockbridge ontmoette het duo Jamie Cook en bassist Andy Nicholson, met wie ze in 2002 een band vormden. Helders, die nog geen instrument bespeelde, schafte een drumstel aan nadat de overige leden al gitaren hadden. Tijdens het oefenen was ook Glyn Jones aanwezig, vriend en de eerste zanger van de groep. De eerste stappen tot een band waren lang niet serieus: nog niemand was bekwaam met een instrument en het eerste nummer heette Matt Dave Rock Song, door de band later omschreven als 'rotzooi'.

Het vijftal begon met het oefenen in de garage van Turner onder de naam Bang Bang. Jones stapte na een paar maanden uit de band, waarop Turner besloot te gaan zingen. Later werd ook de bandnaam veranderd in Arctic Monkeys. De band vond een echte oefenruimte in Neepsend en na een jaar lang oefenen en nummers schrijven vond in juni 2003 het eerste optreden plaats in The Grapes, een pub in Sheffield. In augustus 2003 vroeg Turner aan lokale producer Alan Smyth of hij een demo voor de band wilde opnemen. Op dat moment had Arctic Monkeys vier nummers; tijdens concerten werd de set gevuld met onder andere The Vines- en The White Stripes-covers. Smyth introduceerde de band aan muzikant Geoff Barradale, die zich aansloot als manager en vier demo's financierde. Barradale zorgde ook voor een lange reeks concerten in Noord-Engeland, zodat er een fanbase opgebouwd kon worden.

Tijdens deze optredens werden er gratis demo's uitgedeeld, vaak door de bandleden zelf gebrand. Dit bleek succesvol: fans plaatsten de nummers op het internet, waardoor het bereik van de band nog groter werd. De band zelf had hier geen problemen mee: "We maakten deze demo's niet om geld te verdienen. We gaven ze toch al gratis weg tijdens concerten - een betere manier voor mensen om ze te horen. Tevens maakte het ook de shows beter, omdat iedereen de teksten kon meezingen". Zelf hadden de bandleden nooit iets op het internet geplaatst. Er verscheen een MySpace van de band, alhoewel ze zelf nog nooit van de website gehoord hadden. Een nieuw hoogtepunt kwam in maart 2005 toen ze de lokale bar The Harley uitverkochten, twee maanden voor de uitgave van een officiële plaat. Deze ep was Five Minutes with Arctic Monkeys, bestaande uit twee nummers en gelimiteerd tot 1500 kopieën.

thumb|190px|right|Alex Turner (rechts) en Andy Nicholson in Newcastle Academy in januari 2006. In april verkreeg Arctic Monkeys hun eerste artikel in de nationale pers; de Daily Star omschreef ze als "de meest opwindende band die dit jaar verschijnt". Er ontstond een jacht van platenmaatschappijen op de band, maar lange tijd weigerden de bandleden een contract te ondertekenen. Dit hield in dat ze af en toe scouts moesten weigeren van hun concerten. In juni 2005 tekende Arctic Monkeys toch een platencontact bij Domino Records. Die zomer speelde de band voor het eerst op de Reading en Leeds Festivals. De aandacht van de pers nam toe; de British Broadcasting Corporation (BBC) noemde ze "alles wat je laat realiseren dat je niets met je armzalige leven hebt gedaan. Ah, om jong en getalenteerd te zijn". De band werd door de BBC omschreven als de 'meest gehypete band van het jaar', terwijl The Independent ze 'UK's Next Really Big Thing' noemde.

2005 - 2006: Whatever people say I am, that's what I'm not Na de zomer begon de band aan de opnamen van een debuutalbum. Deze sessies werden afgerond in oktober. Die maand begon Arctic Monkeys aan een Europese en Noord-Amerikaanse toer, waarbij onder andere Paradiso en Botanique werden aangedaan. Tijdens de toer stond de band ook in een uitverkocht London Astoria voor 2000 mensen. Tevens wist de band op te vallen door met hun debuutsingle "I Bet You Look Good on the Dancefloor" op de eerste plaats binnen te komen in de UK Singles Chart. Hetzelfde gebeurde met de tweede single "When the Sun Goes Down" in januari 2006. Rondom de Arctic Monkeys ontstond een mediahype, waarbij veel media ze omschreven als 'de beste band van het decennium'. Turner verklaarde hierover: "Het stijgt nu tot zulke hoogten dat, als het nu geen kanker geneest of armoede in steden oplost, het een ramp wordt".

In dezelfde maand verscheen het debuutalbum Whatever people say I am, that's what I'm not. Deze plaat werd in de eerste week 363.735 maal verkocht en was daardoor best verkopende debuutalbum ooit in het Verenigd Koninkrijk. Whatever... won verschillende prijzen: het kreeg de Mercury Music Prize, NME, Time Magazine en Q Magazine verkozen het tot 'het album van het jaar', het won dezelfde prijs op de Brit Awards in 2007 en het werd genomineerd voor een Grammy Award. De Arctic Monkeys-leden bouwden een reputatie op door het afwezig zijn bij media-optredens en bij de Brit Awards. Ook werd een optreden bij Top of the Pops geweigerd. Een nieuwe ep volgde snel: in april verscheen Who the fuck are Arctic Monkeys?, een plaat met vier nieuwe nummers. De band koos voor de titel als cynische reactie op de hype die was ontstaan. In april werd de dvd Scummy Man uitgebracht. De vrouw die in hun tweede single "When the Sun Goes Down" voorkomt, komt ook voor in deze korte film. In 2007 won deze dvd een NME Award.

Eind mei, vlak voordat Arctic Monkeys een Amerikaanse toer zouden beginnen, verliet Nicholson tijdelijk de band. Als reden werd vermoeidheid aangegeven. Zijn vervanger werd Nick O'Malley, bassist bij The Dodgems. In juni werd bekendgemaakt dat Nicholson de band definitief zou verlaten. O'Malley werd daarop de vaste bassist. Later bleek dat Nicholson geweigerd had om verder te toeren, en dat de overige bandleden Nicholson ontslagen hadden na terugkeer uit de Verenigde Staten. Turner over de situatie: "We bevonden onszelf in een situatie waarbij we vooruit wilden". Cook benadrukte dat ze wel vrienden bleven: "Iedereen zegt nu wel dat we klootzakken zijn en hem slecht hebben behandeld, maar dat weten ze niet. Wij weten de waarheid, Andy weet het en alleen dat maakt iets uit".

thumb|150px|right|Alex Turner tijdens een concert in Stockholm in 2006. De eerste uitgave na de komst van O'Malley was de single "Leave Before the Lights Come On". In de zomer was Arctic Monkeys te zien op Rock Werchter, Pukkelpop en Lowlands. Ook stonden ze op het hoofdpodium tijdens de Reading en Leeds Festivals, hun meest grootschalige optreden in het Verenigd Koninkrijk tot op dat moment.

2006 - 2007: Favourite Worst Nightmare en Old Trafford-optreden In het najaar begon de band met het schrijven en opnemen van een vervolgalbum. De sessies vonden plaats in Londen met producer James Ford. Aanvankelijk probeerden de bandleden één jaar na het debuut de plaat gereed te hebben. Dat lukte niet, mede doordat de bandleden volgens Turner 'te veel druk' op zichzelf hadden gelegd. Turner over het album: "De nummers klinken heel anders dan die van het eerste album. Toen sloten we ons op in een niemandsland, nu zaten we midden in The Smoke (Londen), met het uitgaan en dergelijke. Ik denk dat dat misschien een beetje in de songs tot uiting komt." Het tweede album Favourite Worst Nightmare kwam uit op 23 april 2007, met "Brianstorm" als eerste single. Het album werd lovend ontvangen in de gespecialiseerde pers en de daarmee samenhangende goede verkoop liet niet lang op zich wachten: het album kwam op 28 april binnen op nummer 1 van de Nederlandse Album Top 100. In het Verenigd Koninkrijk verschenen alle twaalf nummers van het album in de top 200 van de UK Singles Chart. Favourite Worst Nightmare werd daarnaast opnieuw genomineerd voor een Mercury Music Prize.

De tweede single van het album "Fluorescent Adolescent" werd uitgebracht op 9 juli. Arctic Monkeys toerde ter promotie van het album eerst door het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Hierna werden de grotere festivals aangedaan. Op 28 en 29 juli 2007 gaf de band een eigen optreden op de Old Trafford Cricket Ground voor 50.000 mensen per avond. De bandleden kozen hiervoor om te voldoen aan de continue vraag naar tickets en om volledige controle over het evenement te hebben. De wens was om er een homecoming gig van te maken, maar in Sheffield werd geen geschikt terrein gevonden. In het najaar gaf de band concerten in Noord- en Zuid-Amerika, Australië en Azië, om in november de toer af te sluiten met optredens in Londen, Manchester en Aberdeen.

In dezelfde maand bracht de band onder het pseudoniem The Death Ramps een ep uit, met de nummers "Death Ramps" en "Nettles". Deze twee nummers fungeerden ook als B-kant voor de derde single "Teddy Picker". Op 17 december volgde het laatste optreden van het jaar, wederom in Manchester. Het concert werd opgenomen voor een latere dvd-uitgave.

2008 - 2010: Humbug Arctic Monkeys begon in januari 2008 met het schrijven van nieuwe nummers. In januari werden zes nummers opgenomen. De band had op dat moment bijna de neiging om een heel album te maken, maar koos voor een rustiger tempo en stelde het verdere werk uit tot de zomer. Turner hierover: "Het was goed om even een pauze te hebben - niet alleen voor ons, maar ook om iedereen een adempauze te gunnen. Voor dit album moesten we wat meer tijd nemen". Turner had hierdoor ook meer tijd voor zijn andere band The Last Shadow Puppets. In juli kwamen de bandleden samen in Sheffield om aan de sessies te beginnen met James Ford als producer, die het werk alvast 'psychedelisch' noemde. Een maand later volgde echter een wijziging van plannen: er kwam een samenwerking met Josh Homme, die de band uitnodigde in de Rancho De La Luna studio's in Joshua Tree (Verenigde Staten). Homme nam verder ook de productie op zich voor het nieuwe album.

Het optreden van de band in december 2007 in het Manchester Apollo dat werd opgenomen, werd in 2008 uitgebracht. De dvd Arctic Monkeys Live at the Apollo verscheen op 3 november en werd geregisseerd door Richard Ayoade. De film ging in oktober in première in een reeks cinema's in het Verenigd Koninkrijk. De eerste vertoning was op 8 oktober in de Londense Rex Cinema, waarbij de bandleden en Ayoade zelf aanwezig waren. Eind 2008 ging de band verder met het werk aan het derde album.