Het gereformeerd protestantisme in Nederland omvat de in Nederland ontstane kerkelijke stromingen binnen het protestantse christendom die in oorsprong met name geïnspireerd zijn door het werk van Johannes Calvijn. Hierom duidt men het gereformeerd protestantisme ook wel aan als calvinisme, hoewel dit laatste begrip eigenlijk alleen slaat op de leer van Calvijn en het gereformeerd protestantisme als stroming breder gaat dan alleen zijn werk.
De term 'gereformeerd' in gereformeerd protestantisme wijst slechts op de afkomst uit de reformatie (letterlijk: hervorming) die in de eerste helft van de 16e eeuw plaatsvond. Daarmee is 'gereformeerd' een verwarrende term omdat er ook andere stromingen afkomstig zijn uit de reformatie dan alleen het gereformeerd protestantisme, zoals het lutheranisme, het anabaptisme en het anglicanisme.
Het grootste gereformeerde kerkgenootschap in Nederland is achtereenvolgens geweest de Nederduitse Gereformeerde Kerk (1571-1816), de Nederlandse Hervormde Kerk (1816-2004) en de Protestantse Kerk in Nederland (sinds 2004). In de loop van de geschiedenis hebben zich hiervan tal van kleinere kerkgenootschappen afgesplitst, en zijn soms later ook weer gefuseerd tot een nieuw kerkgenootschap. Al deze kerken worden ook gerekend tot het gereformeerd protestantisme. De verschillende kerkgenootschappen hebben overigens een heel divers karakter en kunnen niet allemaal onder de orthodox-protestantse stroming geplaatst worden.
Geschiedenis Ontstaan van de Nederduitse Gereformeerde Kerk en van de Waalse Kerk
Het gedachtegoed van de Reformatie verspreidde zich vanaf circa 1520 aanvankelijk eerst door de meest verstedelijkte delen van de Nederlanden, waaronder Doornik en Valencijn, vanwaar het zich al snel verspreidde naar Antwerpen. Vooral in de Zuidelijke Nederlanden kreeg het protestantisme naar de leer van Zwitserse theoloog Johannes Calvijn (calvinisme) een grote aanhang. Het lutheranisme, dat aanvankelijk sterker stond in het noorden en vooral het oosten van de Nederlanden, werd in de tweede helft van de 16e eeuw grotendeels verdrongen door het calvinisme.Import uit de Zuidelijke Nederlanden, het huidige België, VPRO 2004. Audio, 15 min.
In 1571, in de aanvangsperiode van de Tachtigjarige Oorlog, werd in de Oost-Friese stad Emden de Synode van Emden gedurende welke de Nederduitse Gereformeerde Kerk werd gesticht. Deze verkreeg aanhang in de gehele Nederlanden: het huidige Nederland, Vlaanderen, Frans-Vlaanderen, Wallonië en Oost-Friesland en het Graafschap Bentheim in het huidige Duitsland. In 1579 werd het de publieke kerk van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
In de Zuidelijke Nederlanden, die niet door de Republiek werden beheerst (Vlaanderen, Brabant, het huidige Limburg, Waalse gebieden), werden aanhangers streng vervolgd, wat een vluchtelingenstroom naar het Noorden op gang bracht. De Waalse vluchtelingen stichtten hun eigen Waalse kerken, waar Frans de voertaal was. Deze Waals-gereformeerden onderscheidden zich zo van de Nederduits-gereformeerden, die Nederduits (Nederlands) als voertaal hadden.
Ontstaan van de Remonstrantse Broederschap
De Synode van Dordrecht van de Nederduitse Gereformeerde Kerk was in 1618 bijeengeroepen naar aanleiding van de geschillen tussen Remonstranten en Contra-remonstranten, aangevoerd door resp. Jacobus Arminius en Franciscus Gomarus, die zich toespitsten op de predestinatieleer en het vastleggen van geloofsbelijdenissen.De Remonstranten: geschiedenis. Gearchiveerd op 10 oktober 2014.Remonstrantse Broederschap: Remonstranten: ontstaan en geschiedenis. Gearchiveerd op 24 september 2015. Tweehonderd Remonstrantse predikanten werden uit het ambt gezet, waarop deze in Antwerpen de "Remonstrantse Broederschap" oprichtten.
De Nederduitse Gereformeerde Kerk in de 17e en 18e eeuw De Gereformeerden verwierpen de vrije wil van de mens, en legden hun opvattingen over de predestinatie vast in de Drie Formulieren van Enigheid: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de (tijdens diezelfde synode vastgestelde) Dordtse Leerregels. Tevens gaf de Dordtse synode de opdracht tot de eerste bronvertaling van de Bijbel in het Nederlands, tegenwoordig bekend als de Statenvertaling, die in 1637 voltooid werd.
In de 17e en 18e eeuw ging een deel van de gereformeerden mee in een zogenoemde Nadere Reformatie, een vroomheidsbeweging die nadruk legde op het zo strikt mogelijk volgen van de kerkelijke leer. Een groot deel van de kerk volgde deze beweging echter niet. Hierdoor ontstonden binnen de Nederduitse Gereformeerde Kerk grote verschillen in opvattingen en levenshouding, die enkel vanwege het sterk decentrale karakter van de kerk (plaatselijke gemeenten waren grotendeels zelfstandig) overbrugbaar waren.
Ook in de koloniën van de Republiek ontstonden gereformeerde kerken. Er ontstonden gemeenten op Ceylon (nu Sri Lanka), Java (Indonesië), in Recife (Brazilië), Berbice (Guyana), Suriname, op Curaçao (Nederlandse Antillen), in Nieuw-Amsterdam (New York, VS), Elmina (Ghana) en Kaapstad (Zuid-Afrika). In sommige landen bestaan de kerkgenootschappen nog steeds, zoals de Nederduitse Gereformeerde Kerk in Zuid-Afrika en de Reformed Church in America in de VS. Op diverse plaatsen herinneren de eeuwenoude kerkgebouwen nog aan de Nederlandse tijd, zoals in Colombo en Galle op Sri Lanka.
Ontstaan van de Nederlandse Hervormde Kerk Na de Franse tijd, in 1816, wordt bij Koninklijk Besluit van Willem I een nieuwe kerkorde ingevoerd, waarbij de Nederduitse en Waalse kerken samengevoegd worden tot de Nederlandse Hervormde Kerk (NHK).
De kerken in Oost-Friesland en Bentheim vallen buiten het nieuwe kerkverband. Deze gebieden integreren langzaam maar zeker in Duitsland, waardoor men er in de 19e eeuw geleidelijk aan overschakelt van Nederduits/Nederlands naar Hoogduits als officiële taal. Na de Duitse eenwording in 1870 veranderen ook veel kerken geleidelijk van taal en gaan later samenwerken met de lutherse kerken (zie verder #Duitsland). Toch krijgt de Afscheiding van ds. De Cock ook hier aanhangers, die zich nadrukkelijk op samenwerking met Nederlandse geloofsgenoten blijven richten en pas na de Tweede Wereldoorlog definitief overschakelen van Nederlands op Duits als kerktaal.
In Nederland krijgt vanaf 1816 de internationale opwekkingsbeweging het Reveil een eigen orthodox-protestantse vorm. De nadruk ligt op de beleving van de eigen vroomheid, op de harmonie van dogma en gevoel. De beweging loopt min of meer parallel met de Romantiek en heeft ook een gemeenschappelijke wortel in de afkeer van het rationalisme van de Verlichting. Later, vanaf 1845, verbreedt de beweging zich door de nadruk die komt te liggen op maatschappelijke bewogenheid: armenzorg, strijd tegen alcoholisme, hulp aan verwaarloosde jeugd, prostituees en zwakzinnigen.
Afscheidingen en splitsingen Afscheiding
De nieuwe Nederlandse Hervormde Kerk is veel centralistischer dan haar voorganger. Hoewel formeel in de Franse tijd de scheiding tussen kerk en staat is doorgevoerd, en in de grondwet vrijheid van godsdienst wordt beleden, bemoeide juist koning Willem I zich erg veel met godsdiensten in het algemeen en de Nederlandse Hervormde Kerk in het bijzonder. De nieuwe kerkorde uit 1816 schept dan ook veel onrust in sommige plaatselijke gemeenten, met name vanwege het centralisme. Dit leidt uiteindelijk tot de Afscheiding van 1834 onder leiding van ds. Hendrik de Cock. De afgescheidenen worden in de eerste jaren actief door de staat vervolgd. Pas als in 1840 Willem I terugtreedt wordt dit minder. Met de invoering van een liberale grondwet in 1848 stoppen de vervolgingen.
Uit de Afscheiding ontstonden de Gereformeerde Kerken onder het Kruis en de Christelijke Afgescheiden Gemeenten. Deze verenigden zich in 1869 tot de Christelijke Gereformeerde Kerk. Enkele "kruisgezinde" gemeenten met een sterk bevindelijk karakter gingen niet mee met deze vereniging, en vormden de Kruisgemeenten, die in 1907 met de Ledeboerianen fuseerden tot de Gereformeerde Gemeenten.
Ledeboerianen
De Ledeboeriaanse Gemeenten waren een los verband van gereformeerde kerkelijke gemeenten in Nederland. De centrale persoon in deze gemeenten was dominee L.G.C. Ledeboer (1808-1863), die zich in 1841 afscheidde van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Doleantie
In 1886 vindt een grote kerkscheuring plaats onder leiding van dominee Abraham Kuyper. Een aantal kerkraden (in Amsterdam ongeveer tachtig personen; over het gehele land sloten ruim 300.000 personen zich bij de Doleantie aan) brak met het bestuur van de Nederlandse Hervormde Kerk. Ze noemden zich de Nederduitse Gereformeerde Kerk (Dolerende), hiermee aangevend dat zij zich zagen als de voortzetting van de kerk die door koning Willem I de naam Nederlandse Hervormde Kerk had gekregen, maar hanteerden als bijvoegsel de term 'dolerend' (Latijn voor 'klagend'), omdat naar hun mening de kerkelijke organisatie een nieuwe reformatie van de kerk in de weg stond, en omdat hun het recht op de kerkelijke goederen werd ontzegd. Uit protest werd de Nieuwe Kerk van Amsterdam bezet.
Gereformeerde Kerken in Nederland
Uit het samengaan van het grootste deel van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland en de groep ontstonden in 1892 de Gereformeerde Kerken in Nederland.
De Gereformeerde Kerken in Nederland telden na de Vereniging van 1892 700 plaatselijke gemeenten (394 uit de Afscheiding, 306 uit de Doleantie) en 370.000 leden (189.000 uit de Afscheiding, 181.000 uit de Doleantie). Dit ledenaantal zou rond 1975 uitgroeien tot bijna 900.000 leden (volgens de kerkelijke statistiek) en ruim 940.000 leden (volgens de volkstelling) en daalde daarna tot circa 675.000 per begin 2004 toen de Gereformeerde kerken opgingen in de PKN.
In 1926 scheidden de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband zich af van de Gereformeerde Kerken in Nederland. In 1944 vond de Vrijmaking plaats, waarbij de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt zich afscheidden van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Van de Vrijgemaakt Gereformeerde kerken scheidden zich in 1967 de Nederlands Gereformeerde Kerken af. In 2023 gingen deze twee kerken weer samen. Ze vormen vanaf dat jaar de Nederlandse Gereformeerde Kerken. Een tweede groep splitste zich in 2003 af onder de naam Gereformeerde Kerken in Nederland (hersteld) of de "Nieuwe Vrijgemaakte Kerken" en een derde groep splitste zich af in 2009, de Gereformeerde Kerken Nederland. In 2024 zijn de twee laatstgenoemde kerkverbanden gefuseerd tot de Gereformeerde Kerken.
De Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland gingen niet mee in de PKN-fusie van 2004, omdat een zevental plaatselijke gemeenten zich niet kon vinden in de nieuwe kerkorde. Hun belangrijkste bezwaren waren de pluraliteit, het naast elkaar bestaan van verschillende interpretaties van het christelijk geloof, en het feit dat plaatselijke gereformeerde kerken in de PKN vanaf 1 mei 2014, tien jaar na de oprichting, het recht verliezen om met behoud van geld en goederen uit het kerkverband te stappen.
Christelijke Gereformeerde Kerken
De Christelijke Gereformeerde Kerken zijn ontstaan in 1892 als een voortzetting van de Christelijke Gereformeerde Kerk die in 1869 ontstond uit de samenvoeging van de Christelijke afgescheiden gemeenten en de Gereformeerde Kerken onder het Kruis. Vrijwel de gehele Christelijke Gereformeerde Kerk van 1869 fuseerde in 1892 met de Nederduitse Gereformeerde Kerk (Dolerende) tot de Gereformeerde Kerken in Nederland, op drie gemeenten en een aantal leden na.
Gereformeerde Gemeenten