Dit artikel geeft een overzicht van alle kloosterstichtingen van franciscanen en franciscanessen in Maastricht. In de loop van bijna acht eeuwen zijn er in Maastricht een vijfentwintigtal franciscanenkloosters (inclusief derde ordekloosters) geweest, echter niet allemaal tegelijkertijd. Op het hoogtepunt van de orde aan het einde van de 18e eeuw waren er vier mannenkloosters en acht vrouwenkloosters in Maastricht, die alle de kloosterregel van Franciscus van Assisi volgden.
Geschiedenis franciscanen in Maastricht De orde der franciscanen kent in Maastricht een lange en veelbewogen geschiedenis. Het eerste minderbroedersklooster te Maastricht werd in 1234 gesticht in het Jekerkwartier, vlak bij de toenmalige stadsmuur. Na het Verraad van Maastricht (1638), waarbij de franciscaner pater Vinck betrokken was, werd de orde gedwongen de stad te verlaten. In 1639 vertrokken de paters naar het klooster Slavante op de Sint-Pietersberg, waar al eerder een klooster van observanten gevestigd was geweest. Na de verovering van Maastricht door de Fransen (Beleg van Maastricht, 1673) mochten de franciscanen naar de stad terugkeren, maar het oude klooster in de Sint-Pietersstraat kregen ze niet terug met als gevolg dat een tweede klooster werd gesticht. Ook het klooster op Slavante bleef in gebruik. In 1796 werden alle kloosterorden door de Fransen opgeheven, ook de franciscanen. In 1853 vestigden de franciscanen zich voor de derde maal in Maastricht, op een terrein vlak bij het tweede klooster. Van 1971 tot 1980 waren de paters korte tijd gevestigd aan de Capucijnenstraat, waarna er definitief een einde kwam aan ruim zeven eeuwen aanwezigheid van paters franciscanen in Maastricht.Ubachs/Evers (2005), pp. 175-177: 'franciscanen'.
In de 15e en 16e eeuw kwamen er maar liefst vijf vrouwenkloosters bij, die alle tot de Derde Orde der Franciscanenessen gerekend worden: het Sint-Andriesklooster, het Sint-Annadalklooster, het Faliezustersklooster, het Beyartklooster en het Nieuwenhofklooster (voormalig begijnhof). Het begin van de 17e eeuw zag de vestiging van een nieuw mannenklooster (van de kapucijnen) en twee vrouwenkloosters (de annunciaten en het klooster Calvariënberg). De verovering van Maastricht door Lodewijk XIV van Frankrijk in 1673 maakte de vestiging van nog meer tertiarissenkloosters mogelijk, onder andere van grauwzusters en penitenten-recollectinnen. In de 19e en vroege 20e eeuw was er een nieuwe golf van franciscaner kloosterstichtingen. Franciscanen en franciscanessen waren onder andere actief in de zielzorg, gezondheidszorg, onderwijs, jeugdwerk en ander maatschappelijk werk. In de jaren 1950 en '60 waren franciscaner paters actief in de nieuw-opgerichte parochies van Nazareth (Antonius van Paduakerk) en Malberg (Vier Evangelistenkerk). Tegenwoordig is, voor zover bekend, de bescheiden communauteit van de franciscanessen van Heythuysen aan het Kardinaal van Rossumplein in Heugemerveld de enige vestiging van franciscanen in Maastricht.
Overzicht franciscanerkloosters thumb|Oude Minderbroedersklooster, herbouwde kloostervleugel uit 1942
Eerste Franciscanerklooster
De franciscanen vestigden zich omstreeks 1234 aan de Sint Pieterstraat, net binnen de toenmalige stadsomwalling. Rond 1517 ging een deel van de Maastrichter franciscanen over van de 'conventuelen' naar de 'observanten'; de weigeraars verlieten de stad. In 1578 werden zowel het minderbroedersklooster in de stad als dat op de Sint-Pietersberg verwoest en werden de franciscanen door protestantse sympathisanten tijdelijk de stad uit gejaagd. Na het Verraad van Maastricht, waarbij onder anderen de franciscaner pater Vink betrokken was, moesten de minderbroeders in 1639 de stad opnieuw verlaten, ditmaal voor langere tijd. Een aantal paters vestigden zich in het rond 1578 verwoeste observantenklooster ("Slavante") op de Sint-Pietersberg, even buiten de stad. De kerk en het klooster in de stad werden door het Maastrichtse garnizoen in gebruik genomen als kazerne en militaire opslagplaats. In 1884 werden kerk en klooster gerestaureerd en ingericht als Rijksarchief in Limburg, thans Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL). Van het middeleeuwse minderbroedersklooster zijn de kerk uit omstreeks 1300 en een kloostervleugel bewaard gebleven.Ubachs/Evers (2005), pp. 176-177: 'franciscanen, eerste klooster'.
thumb|De Minderbroedersberg met de Tweede Minderbroederskerk
Tweede Franciscanerklooster
Na het Beleg van Maastricht (1673) kregen de Franciscanen van de Franse bezetters toestemming om zich opnieuw in de stad te vestigen, een besluit dat in 1699 door de Staten-Generaal werd bekrachtigd. Het oude klooster in de Sint Pieterstraat kregen de paters echter niet terug. Op de Schuttenhof, de huidige Minderbroedersberg, werd vanaf 1700 een nieuw klooster gebouwd, het Tweede Minderbroedersklooster. In 1794 werd Maastricht ingenomen door de troepen van de Franse Nationale Conventie. In 1796 werden alle geestelijke instellingen door de Franse revolutionairen opgeheven, waaronder het klooster der franciscanen op de Minderbroedersberg, waarbij alle gebouwen en goederen werden genationaliseerd. Het gebouw heeft lange tijd dienstgedaan als rechtbank Maastricht en gevangenis en is thans in gebruik als bestuurszetel van de Universiteit van Maastricht.Ubachs/Evers (2005), p. 177: 'franciscanen, tweede klooster'.
Derde Franciscanerklooster
In 1853 keerden de franciscanen terug in Maastricht. De paters konden geen rechten doen gelden op de beide eerdere kloosters en bouwden daarom een derde klooster aan de Tongesestraat-Patersbaan, in de nabijheid van het Tweede Minderbroedersklooster. In 1856 opende het nieuwe klooster met een theologie-opleiding. De paters waren in diverse parochies actief in de zielzorg en organiseerden daarnaast in hun eigen gebouw activiteiten voor arbeiders en kleine middenstanders via franciscaanse verenigingen. Bekend was het Derde-Ordegebouw van de franciscanen, ook Kleine Comedie genoemd, waar onder andere toneelvoorstellingen werden gehouden. In 1970 werden het klooster en de neogotische kerk verkocht en kort daarna gesloopt. De overgebleven paters woonden daarna korte tijd in een communauteit in de Capucijnenstraat (1971-1980).Ubachs/Evers (2005), p. 177: 'franciscanen, derde klooster'.
thumb|De Sint-Pietersberg met het Tweede Observantenklooster (Jan de Beijer, 1740)
Eerste Observantenklooster De eerste vestiging van de minderbroeders op de Sint-Pietersberg bestond uit een kluizenarij, die in 1489 met toestemming van de bisschop van Luik, Jan van Horne, werd omgevormd in een klooster van observanten of recollecten, een hervormingsbeweging binnen de franciscaner Orde, vanaf 1517 een zelfstandige orde. De naam Slavante is een verbastering van Observanten; de officiële naam van het klooster was Conventus Montis Divinae Gratiae.Vertaling van de Latijnse naam: Klooster van de Berg van Goddelijke Genade. In 1578, tijdens de chaotische periode tussen de Spaanse Furie in Maastricht (1576) en het Beleg van Maastricht (1579) door Parma, werd het klooster verwoest.Ubach/Evers (2005), p. 486: 'Slavante'.
Tweede Observantenklooster Na het Verraad van Maastricht in 1638 moesten de franciscanen na bijna vier eeuwen het Oude Minderbroedersklooster aan de Sint Pieterstraat verlaten en namen hun intrek in wat overgebleven was van het Observantenklooster op Slavante. Het klooster en de kerk werden heropgebouwd en in 1643 ging het kapittel van de franciscaner Orde te Leuven akkoord met de heroprichting van het klooster. Na het Beleg van Maastricht (1673) mochten de franciscanen van de Franse bezetters terugkeren in de stad, maar het klooster op Slavante bleef eveneens in gebruik. Bij de opheffing van de kloosters in de Franse tijd in 1796 woonden er achttien paters, tien broeders en twee knechten.
thumb|Het Kapucijnenklooster Capucijnenklooster
De minderbroeders kapucijnen (Ordo Fratrum Minorum Capucinorum) waren een afsplitsing van de franciscanen, voortgekomen uit de observantenbeweging, in 1528 door de paus goedgekeurd en vanaf 1619 geheel zelfstandig. De kapucijnen waren zeer strikt in het naleven van de kloosterregel van Sint-Franciscus en herkenbaar aan hun baard en capuchon, waar hun naam van afgeleid is. Hoewel er in Maastricht in die tijd een verbod was op nieuwe kloosterstichtingen, mochten de kapucijnen zich in 1609 op een terrein in het Statenkwartier vestigen, omdat ze bereid waren pestlijders bij te staan. In de kloostertuin was een deel afgescheiden als pestkerkhof. Het nog bestaande tuinhuis (thans Misericordeplein) werd wellicht door pestlijders gebruikt. Bij de opheffing van het klooster door de Fransen in 1796 woonden er 25 kapucijnen in het klooster. De gebouwen werden ingericht als kazerne en militair magazijn en een deel van het terrein werd gebruikt voor de bouw van de Maastrichtse Synagoge. Later vestigden zich de Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria in de gebouwen.Ubachs/Evers (2005), pp. 268-269: 'kapucijnen'.
Bogaardenklooster
De bogaarden of beggarden waren aanvankelijk de mannelijke tegenhangers van de begijnen, die in 1359 de Derde Regel van Sint-Franciscus aannamen en daarmee in feite tertiarissen werden. Wellicht was hun eerste vestiging aan de Bogaardenstraat (vicus Beggardorum, 1316). Later bevond zich een klooster van bogaarden in de Witmakersstraat. Het werd in 1796 opgeheven en van de gebouwen is niets bewaard gebleven.Ubachs/Evers (2005), pp. 81-82: 'bogaarden'.
Overzicht franciscanessenkloosters Sint-Andriesklooster
Het Sint-Andriesklooster was een klooster van franciscanessen dat omstreeks 1439 ontstond uit een convent van begijnen, die toen de regel van de derde orde van Sint-Franciscus aannamen. Rond 1500 telde het klooster een veertigtal kloosterlingen, maar dat aantal werd daarna niet meer gehaald. Uit de periode 1470-1525 zijn een aantal handschriften bewaard gebleven, waaruit blijkt dat het klooster een rol speelde bij de religieuze opleving van die periode. In de Franse tijd werd het klooster, met toen nog negen leden, opgeheven en de goederen genationaliseerd (1797). Het klooster kreeg een militaire functie en is daarna, op de kerk na, grotendeels afgebroken.Ubachs/Evers (2005), pp. 29-30: 'Andriesklooster'.
Sint-Annadalklooster Deze tertiarissen, die de Derde Regel van Sint-Franciscus volgden, vestigden zich in 1441 op de hoek Sint Jacobstraat / Lantaarnstraat met toestemming van de bisschop van Luik, Jan van Heinsberg. In 1531 werd het zusterklooster tijdens onlusten vernield. In de jaren 1660 was er een hoog oplopend conflict, wat in 1670 resulteerde in een samengaan van het klooster van Sint-Annadal met dat van Calvariënberg. Tot 1698 bleef het pand aan de Sint-Jacobstraat in gebruik als weeshuis met twee toeziende zusters; in dat jaar werd het pand verkocht ten gunste van het weeshuis, dat daarna in de Lenculenstraat werd voortgezet.Ubachs/Evers (2005), p. 30: 'Annadal-Sint'. De naam van het klooster herleefde in de 20e eeuw in die van het Ziekenhuis Sint Annadal.
thumb|Faliezustersklooster Faliezustersklooster (Sint-Catharinadalklooster)