Bertrandon de La Bro(c)quière (ca. 1400 – Rijsel, 9 mei 1459) was de écuyer tranchant (schildknaap) en raadsheer van de Bourgondische hertog Filips de Goede. In 1432 werd hij als spion uitgestuurd door Filips de Goede naar Jeruzalem en het Ottomaanse Rijk om een militair spionageverslag op te maken als voorbereiding op een kruistocht, die er nooit kwam.Jacques Paviot, Le Voyage d'Orient. Espion en Turquie, Bertrandon de la Broquère, Toulouse, 2010. Hij begon zijn reis in Gent en zeilde over zee naar Egypte, waar hij zich vermomde als pelgrim naar Jeruzalem. Op de terugweg naar Bourgondië reisde hij over land doorheen het Ottomaanse grondgebied in Anatolië en de Balkan. Na zijn terugkeer in Gent schreef La Broquière zijn spionageverslag op in de vorm van een reisverslag, Le Voyage d'Oultremer of de Overzeese Reizen.

Leven Bertrandon was in de late 14e of begin de 15e eeuw in het hertogdom Aquitanië geboren. Over zijn leven vóór 1418 is niets bekend. Hij duikt in 1418 voor het eerst op in de archieven als hofdienaar van de graaf van Navailles. In deze hoedanigheid ontmoette hij de Bourgondische hertog Jan zonder Vrees en ging in diens hofhouding over. Na de moordaanslag in 1419 op Jan zonder Vrees, behield de nieuwe hertog, Filips de Goede, hem aan zijn hof en benoemde hem in 1421 als zijn écuyer tranchant of schildknaap. Van 1429 tot zijn dood in 1459 leverde Bertrandon zijn diensten als de "eerste schildknaap": hij sneed onder ander het het vlees aan de tafel van de hertog aan, waaruit bleek dat het een vertrouwelijke functie was die heel dicht bij de hertog stond. Hij genoot het vertrouwen van de hertog en werd belast met een reeks belangrijke missies. In 1423 werd hij naar zijn geboortestreek gestuurd voor een diplomatieke missie naar graaf Jan I van Foix-Grailly, de broer van zijn oude meester, en naar koning Karel III van Navarra. In 1431 ging Bertrandon dan voor een geheime missie naar Brussel in opdracht van de hertog. Het jaar daarop, in 1432 vertrok hij alweer op een geheime missie naar de 'overzeese' gebieden aan de Middellandse Zee, naar het Ottomaanse Rijk, om er een militaire spionageverslag op te maken. Na zijn terugkeer in juli 1433 hernam hij zijn functies in het bestuur en in het Bourgondische leger.Jacques Paviot, Le Voyage d'Orient. Espion en Turquie, Bertrandon de la Broquère, Toulouse, 2010, p. 6. In 1442 trouwde de Bourgondische hertog hem met Catherine de Bernueilles, een van de rijkste erfgenamen van Artois. Hij werd in 1444 aangesteld als kapitein van het kasteel van Rupelmonde in Oost-Vlaanderen en van de Vlaamse havenstad Nieuwpoort. In 1452 nam Bertrandon deel aan de slag bij Gavere tegen de rebellerende Gentenaars. Maar tijdens die slag bracht hij door een impulsieve actie het leven van de hertog in gevaar, wat hem in diskrediet bracht. Zijn naam verdween vervolgens vanaf 1455 uit de Bourgondische rekeningen.Jacques Paviot, Le Voyage d'Orient. Espion en Turquie, Bertrandon de la Broquère, Toulouse, 2010, p. 7.

De Kruistochtplannen van de Bourgondische hertogen thumb|300 px|Banket van de Fazant, in 1454 aan het Bourgondische hof in Rijsel van Filips de Goede De Valois hertogen van Bourgondië (1363-1477), in het bijzonder Filips de Stoute (1363-1404) en zijn kleinzoon Filips de Goede (1419-1467), hadden steeds met het idee van een kruistocht gespeeld teneinde een koninklijke titel van de paus te verkrijgen en hun invloed in de Europese politiek te vergroten.Jacques Paviot, Les ducs de Bourgogne. La croisade et l'Orient (fin 14e – 15e siècles), Parijs, 2003. Filips de Stoute nam deel aan de eerste anti-Ottomaanse kruistocht, die eindigde in de totale nederlaag tegen het Ottomaanse leger in de slag bij Nicopolis in 1396, waarin zijn zoon Jan zonder Vrees, de toekomstige hertog, gevangen werd genomen door Sultan Bayezid I.

De droom van een Engels-Franse kruistocht werd nieuw leven ingeblazen door koning Hendrik V, na het Verdrag van Troyes en zijn huwelijk met Catherine van Frankrijk in 1420. Zijn nieuwe bondgenoot hierbij werd de Bourgondische hertog, Filips de Goede. De twee mannen zonden in 1421 de Bourgondische hoveling, Ghillebert van Lannoy, naar het Ottomaanse rijk en naar de mammelukken in Egypte om een spionageverslag op te maken.Jaroslav Svatek, Guillebert de Lannoy, un seigneur bourguignon espion en Terre Sainte, in J. Svatek – M. Nejedly (edd.), La noblesse et la croisade à la fin du Moyen Âge (France, Bourgogne, Bohême), Toulouse, 2009, pp. 85-95; Racher Arié, Un chevalier bourguignon en terre musulmane au XVe siècle: Ghillebert de Lannoy, in Le Moyen Âge 83 (1977), pp. 283-302. Maar door de Ottomaanse opvolgingsstrijd die er in die periode woedde, heeft de Lannoy de Ottomaanse territoria niet kunnen bezoeken. Tien jaar later gaf de Bourgondische hertog dezelfde opdracht aan zijn schildknaap, Bertrandon de La Broquière. thumb|De 'Val van Constantinopel' in 1453, uit de manuscript van Bertrandon's Overzeese Reizen (Bibliothèque nationale de France MS fr. 9087 (f. 207v), opgemaakt in Rijsel (Lille) in 1455)

Filips de Goede portretteerde zichzelf als de athleta Christi en de kruistochtideologie was het belangrijkste onderdeel van de ridderlijke cultuur aan zijn hof. Het diende als een 'symbolisch kapitaal' om een onafhankelijke positie van Frankrijk te rechtvaardigen.H. Taparel, Une épisode de la politique orientale de Philippe le Bon: les Bourguignons en Mer Noire (1440-1446), in Annales de Bourgogne LV (1983), pp. 5-29; Jean Devaux, Le Saint Voyage de Turquie: croisade et propagande à la cour de Philippe le Bon (1463-1464), in Claude Thiry (ed.), A l’heure encore de mon escrire. Aspects de la littérature de Bourgogne sous Philippe le Bon et Charles le Téméraire, Louvain-la-Neuve, 1997, pp. 53-70. Filips de Goede regeerde in feite als een vazal van de koning van Frankrijk en van het Heilige Roomse Rijk. Een succesvolle deelname aan een kruistocht zou zijn prestige doen toenemen en de mogelijkheid opleveren dat hij door de paus als een koning zou worden erkend.

Het Bourgondische hof groeide uit tot het centrum van de ideologische productie van kruistochtideeën, die een integraal onderdeel werd van de Bourgondische staatsideologie. Toen Filips de Goede hertog werd, schreven de kroniekschrijvers dat hij 'zwoer om wraak te nemen op de gevangenschap van zijn vader (Jan zonder Vrees)', wat duidelijk hoog op zijn politieke agenda stond.Philippe de Mézières, Une epistre lamentable et consolatoire, edd. Philippe Contamine – Jacques Paviot, Parijs, 2008, pp. 49, 66-69, 212-217; Heribert Müller, Kreuzzugspläne und Kreuzzugspolitik des Herzogs Philipp des Guten von Burgund, Göttingen, 1993, pp. 26-27; David J. Wrisley, Burgundian Ideologies and Jehan Wauqelin’s Prose Translation, in Jan Veenstra (ed.), The Ideology of Burgundy. The Promotion of National Consciousness, 1364-1560, Leiden, 2006, pp. 130-150. Na de verovering van Istanboel door sultan Mehmed II in 1453, organiseerde Filips de Goede aan zijn hof in 1454 een grootse spektakelfeest, de zogenaamde 'Banket van de Fazant', waarbij de Bourgondische hertog en de adel een eed op de fazant aflegden om een kruistocht tegen de Osmanen te ondernemen en Istanbul te gaan ontzetten.Jean Paviot, Les Circonstances historiques du Voeu du Faisan, in Marie-Thérèse Caron – Denis Clauzel (edd.), Le Banquet du faisan, Arras, 1997, pp. 63-70. ; Georges Doutrepont, A la Cour de Philippe le Bon. Le banquet du faisan et la littérature de Bourgogne, in La Revue Générale 35 (1899), pp. 787-806; 36 ; 99-118. Dit vormde het historische en politieke achterplan van Bertrandon de La Broquières opdracht en zijn Overzeese Reizen naar het Ottomaanse Rijk.

De Overzeese Reizen of Le Voyage d'Outremer Zijn reis voltrok gedurende anderhalve jaar en begon in Gent.

Van Gent naar Venetië Bertrandon de La Broquière vertrok vanuit Gent in 1432. Hij volgde de route via de Champagnestreek en Bourgogne richting Italië. Hij ging eerst naar Rome, waar hij door paus Eugenius IV werd ontvangen. Daar voegde hij zich bij een groep Bourgondische pelgrims, leden van het hof die onder de leiding stonden van André van Toulongeon die ook een opdracht van de paus had gekregen om de Franciscanen in het Heilig Land financiële steun te gaan verlenen. Op 25 maart verliet hij Rome en ging naar Venetië, waar hij op 8 mei inscheepte op een galei richting Jaffa, samen met de Bourgondische pelgrims.Jacques Paviot, Le pèlerinage du tournaisien Coppart de Velaines en Terre sainte (1423-1424 et 1431-1432), in L. Nys - D. Vanwijnsberghe (edd.), Campin in context : peinture et société dans la vallée de l'Escaut à l'époque de Robert Campin (1375-1445) : actes du colloque international, Tournai, Maison de la culture, 30 mars – 1er avril 2006, Valenciennes, 2007, pp. 89-98. Dit deel van zijn reis wordt grotendeels verzwegen in zijn memoires; hij gaf slechts korte beschrijvingen van de Italiaanse steden onderweg naar Venetië.

In Egypte en Syrië Op 17 juni kwamen zij aan in Jaffa, waar ze aan de ambtenaars van de Mamluk sultan van Egypte een pelgrimsbelasting betaalden. De Bourgondiërs begonnen dan aan hun pelgrimstocht volgens de klassieke route naar Jeruzalem, Bethlehem en Jordanië.

Na het korte verblijf in Jeruzalem wilden zij hun reis vervolgen naar het Sint-Catharinaklooster op de Sinaïberg en daarna naar Alexandrië. Sommigen onder hen werden ziek in Gaza en moesten terugkeren naar Jeruzalem. Bertrandon werd onderweg ook ziek, zijn metgezellen lieten hem achter bij een van de gidsen die hem verzorgde. Dit was de eerste gelegenheid waarbij hij in contact kwam met de plaatselijke moslimbevolking en liet zich positief uit over hun gastvrijheid.La Broquière, Le voyage d'outremer, ed. Ch. Schefer, Parijs, 1892, p. 23.

Terwijl hij zich herstelde van zijn koorts in Jeruzalem, zou hij het plan bedacht hebben om via landroute terug te keren naar Frankrijk.La Broquière, Le voyage d'outremer, ed. Ch. Schefer, Parijs, 1892, p. 25. Maar dit was al van bij het begin zo gepland aan het Bourgondische hof. Hoewel hij zijn tekst voorstelt als een reisverslag van een pelgrimstocht, wijzen de betalingen die hij vooraf en achteraf heeft ontvangen erop dat het in feite om een geheime inlichtingenmissie ging.Jacques Paviot, Le Voyage d'Orient. Espion en Turquie, Bertrandon de la Broquère, Toulouse, 2010, p. 14.

Hij reisde verder via Beiroet naar Damascus en ontmoette daar de beroemde Franse koopman Jacques Coeur die aan het begin van zijn carrière stond.La Broquière, Le voyage d'outremer, ed. Ch. Schefer, Parijs, 1892, p. 32. Bertrandon beschreef hier de karavanserai van de Turkse Sultan Berkuk, die hij dacht van Franse oorsprong was.La Broquière, Le voyage d'outremer, ed. Ch. Schefer, Parijs, 1892, p. 36-37. In Damascus zag hij de aankomst van een grote karavaan, bestaande uit drieduizend kamelen, die terugkwam uit de pelgrimstocht naar Mekka. In de karavaan reisde ook een Turkse dame mee, volgens La Broquière de echtgenote van Hamza Pasha en een familielid van de Ottomaanse sultan Murad II, met een rijk versierde gevolg in zijden en gouden belegde kleren. Hij beschreef de karavaan als bestaande uit: "Turken, Arabieren, Perzen, Tataren en alle andere sektariërs van de valse profeet Mohammed."La Broquière, Le voyage d'outremer, ed. Ch. Schefer, Parijs, 1892, p. 56.

Hij wilde meereizen met de karavaan naar Bursa en kwam in contact met een Turkse koopman, die hem voorstelde met de leider van de karavaan, Koca Barak. Bertrandon zei dat hij zijn broer in Bursa wilde opzoeken en daarvoor wilde meereizen met de karavaan. Koca Barak aanvaardde hem, op voorwaarde dat hij Turkse kledij draagt om geen aandacht te trekken en om het leven van de reizigers niet in gevaar te brengen.La Broquière, Le voyage d'outremer, ed. Ch. Schefer, Parijs, 1892, pp. 60-61.