Tethart Philipp Christian Haag (Kassel, 22 mei 1737 – Den Haag, 3 augustus 1812) was hofschilder van Willem V van Oranje-Nassau en bestuurder van culturele instellingen in Den Haag.

Biografie Jeugd thumb|De Haagsche Teekenacademie in 1751 door Jan van Gool

Tethart Haag was de zoon van Johann David Christian Haag,Burgerlijke stand 's-Gravenhage, Overlijden Tethart Philipp Christian Haag in 1812, Akte 887 afkomstig uit het Landgraafschap Hessen-Kassel, die hem in 1747 meenam naar Nederland toen hij daar aan het werk ging als hofschilder verbonden aan het Stadhouderlijk Hof in Leeuwarden. Toen prins Willem IV in 1747 tot erfstadhouder was verheven en naar Den Haag vertrok, verhuisden vader en zoon Haag met hem mee. Tethart werd door zijn vader onderricht in de schilderkunst en in 1756 werd hij als leerling ingeschreven bij het Haagse kunstschildersgenootschap Confrèrie Pictura, waar hij in 1760 werd geregistreerd als portret- en paardenschilder.

Hofschilder In 1760 volgde Tethart Haag zijn overleden vader op als hofschilder bij stadhouder prins Willem V. In die hoedanigheid maakte hij in 1763-1764 een inventaris van de schilderijen van het stadhouderlijk hof. Van Haag zijn naast schilderijen voor de stadhouder diverse werken bekend waarop afgebeeld staan: stalinterieurs en rijscholen, portretten van paarden al dan niet met berijder en portretten van voorname personen, vaak afgebeeld te paard. Een opmerkelijk werk van Haag is zijn schilderij van Wilhelmina van Pruisen te paard. In tegenstelling tot wat gebruikelijk was, heeft hij haar niet in amazonezit afgebeeld, met beide benen aan één zijde, maar schrijlings, de positie die voor koningen en keizers gebruikelijk was. Tethart Haag gaf ook schilderles aan de prinses. Daarnaast maakte hij tekeningen naar schilderijen van beroemde meesters, waaronder De stier van Paulus Potter. Ook was Haag werkzaam als graveur en etser.

Galerij Prins Willem V thumb|Galerij Prins Willem V, waar Tethart Haag als directeur de dienstwoning op de eerste etage betrok

Haag, hofschilder van prins Willem V, was tevens conservator van de omvangrijke schilderijencollectie van de stadhouder. Als diens belangrijkste kunstadviseur was Haag dan ook nauw betrokken bij de stichting in 1774 van een Stadhouderlijk Kabinet van Schilderijen, aan het Buitenhof te Den Haag. Voortvloeiend uit deze functie werd hij tevens de eerste directeur en conservator van dit eerste openbare museum van Nederland, dat later bekend werd onder de naam Galerij Prins Willem V. Zijn salaris als directeur bedroeg 'slechts' 200 gulden in 1783; wel had hij de beschikking over een dienstwoning, op de eerste etage van de schilderijengalerij aan het Buitenhof.

Bestuurder van culturele instellingen Naast zijn werkzaamheden voor het stadhouderlijk hof en als kunstenaar bekleedde Haag diverse functies bij culturele instellingen in Den Haag. Vanaf 1762 was hij hoofdman van het Haagse kunstschildersgilde Confrèrie Pictura en in 1788 werd hij er benoemd als deken. Daarnaast was hij directeur van de Haagsche Teekenacademie.

Nalatenschap Tethart Haag stierf in 1812 ongehuwd. Op het stadhuis werd in de overlijdensakte aangetekend: "Célibataire fils de David Christiaan Haag et Sophia Elizabeth Wetzell (...)". Na zijn overlijden liet Haag een aanzienlijke verzameling schilderijen, prenten en tekeningen na, vervaardigd door hemzelf en door andere kunstenaars. Overeenkomstig zijn eigen laatste wens werd de collectie op 21 december 1812 verkocht in de confrèriekamer van Pictura in de Boterwaag aan de Prinsegracht in Den Haag.

Galerie van werken van Tethart Haag

Externe links/bronnen Den Haag: Geschiedenis van de stad, deel 2, De tijd van de Republiek, J. G. Smit, Uitgeverij Waanders, 2007; , Nederlandse tekenaars geboren tussen 1660 en 1745; Ingrid Oud e.a.; Amsterdams Historisch Museum, 1999 De Kunstverzamelingen van stadhouder Willem V en hare lotgevallen sedert 1795; A.W. de Vink; Jaarboekje Die Haghe 1933; pagina 65 e.v. De Nationale Konst-Gallery en het Koninklijk Museum. Ernst Wilhelm Moes, Eduard van Biema, 1909 Informatie over Tethart Haag op website Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 8. Eerste stuk. J.J. van Brederode, Haarlem 1867 De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters, van den vroegsten tot op onzen tijd. Christiaan Kramm, Gebroeders Diederichs, Amsterdam 1857-1864 Geschiedenis der vaderlandsche schilderkunst: sedert de helft der XVIII eeuw, Volume 2; Roeland van den Eynden, Adriaan van der Willigen; 1817; Pagina 263 e.v.

Categorie:Nederlands kunstschilder Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 18e eeuw Categorie:Nederlands persoon in de 19e eeuw Categorie:Geschiedenis van Den Haag Categorie:Nederlands museumdirecteur Categorie:Nederlands conservator